Vietnam

3/9/03

Nou, de eerste dag van onze vakantie hebben we dan nu alweer bijna in onze zak zitten. We hebben hem doorgebracht in het avontuurlijke…. Haarlem!! Uiteraard moet er weer wat bijzonders zijn met onze vakantie.

Dit keer is het een tyfoon die voorbij Hongkong raast of heeft geraasd, waardoor onze vlucht naar Hongkong 5 uur later vertrekt. Hierdoor missen we de aansluiting naar Saigon en hebben we i.p.v. de tussenlanding van 1 uur nu een tussenstop van 9 uur. “Gelukkig” zegt de dame aan de telefoon van Cathay die ons omboekt, mogen we dan wel van de luchthaven af want “Hongkong is ook hartstikke leuk”. Hen’s vader tipt ons als ervaren Hongkong-bezoeker over de sneltrein die ons in 15 minuten in het hart van Hongkong brengt: Kao Lung/Koo Loon. Vooralsnog dus alleen nog maar het terras van Brinkmann op de Grote markt gezien….

4/9/03

De eerste 11 ½ uur vliegen viel mee. Zoals Hen al had gehoopt, zaten er tv-schermpjes in de stoelen. Hen keek Matrix 2 en ik lag blauw om Jim Carrey in Bruce Almighty. Aardig wat slaap gepakt ook wel. Wonderwel hebben we eens de juiste immigratieformulieren gekregen om in te vullen en, SARS-obsessed als ze in Azië zijn, een uitgebreide “Medical Form”. Het gaat in Hongkong allemaal snel, we staan zo bij de speciale ronde trein-ticket balie waarover Hen’s vader het had en 3 min. Later zitten we in de “Airport Express” trein. Ca. 15 min. later zijn we in Koo Loon, 1 halte vóór Hongkong. Daar zouden alleen wolkenkrabbers zijn. Nou, Koo Loon kent ook aardig wat hoogbouw hoor. En druk, DRUK, overal; met verkeer, met mensen op straat, met uithangborden, met geluid. Wel grappig: miniwinkeltjes met van alles en nog wat, restaurantjes die er niet uitzien maar wel smakelijk geroosterde eend/varkensrib/gans in het raam hebben hangen. We lopen wat af, zeker omdat nergens een normaal cafeetje of barretje (zoals bij ons) te vinden is. Het is óf eten, óf sleasy…

Inmiddels zitten we ingecheckt en wel in het Vien Dong hotel in Saigon. We weten nog niet echt waar we zitten en dus lopen we even rond. De mensen leven echt op straat hier, ook slapen doen ze vaak op stretchers op de stoep. Al snel lopen we een drukte van belang in. Overal staan manden met groenten en kruiden te koop, en liggen kinderen te slapen terwijl pa en ma verkopen en bosuien bundelen. Het is de Ben thanh market waarin we verzeild zijn geraakt, zoals terug op de kamer uit de kaart zou blijken. Voorlopig weten we even genoeg: we gaan lekker douchen (héérlijk na zo’n wereldreis) en te bed (2.24 u., in Nederland 5 uur vroeger dus voor ons gevoel 21.24 u.).

P.S. het verkeer is wel een gekkenhuis. De brommertjes rijden je zo van je sokken. Gelukkig rijden ze wel rechts hier: in Hongkong rijden ze links en kijk je met oversteken dus steevast de foute kant op. Stoplichten zijn er zelden en dan alleen nog voor gemotoriseerd verkeer.

5/9/03

Vannacht oké geslapen in het Vien Dong ($ 25,-) met ontbijtje (zoet én soep en zo), maar omdat we weten dat het goedkoper kan, checken we na het ontbijt bij Myanh hotel in aan de overkant ($ 18,- per nacht).

Overdag gaan we lopen, lopen en nog eens lopen. Het pinnen gaat makkelijk. 16.800 V. Dong doet het hier voor € 1,-. Ze hebben alleen papiergeld gelukkig, anders hadden we nu al krom gelopen van het muntgeld. Als we langs de weg even een colaatje drinken, schuift een tour/taxi verkoper bij ons aan waar we haast niet meer vanaf komen. Les 1 is dus: haal alle krukjes rondom je tafels weg. We gaan dus te voet naar het War Remnants museum. Veel foto’s, wat overblijfselen van gevechtsspul, niet groots maar wel indrukwekkend. Met name de foto’s met verhalen en mismaakte baby’s op sterk water die het gevolg zijn van agent orange, met littekens van napalm/ zwavelzuur/ martelingen. Ook de tijgerkooien (gevangeniscellen) zijn nagebouwd en maken indruk. Om 11.45 u. gaat de bel en moet iedereen uit het museum want er is lunchpauze in het openlucht museum. We lopen verder door de drukte. Oversteken duurt soms wel 3 – 4 minuten door het gekkenhuis-verkeer. Rare gewaarwording om dan ineens in het Aziatische Vietnam een kopie van de Franse Notre Dame kathedraal te zien staan.

We kopen bij een straatventer wat sesam-kroepoek (lekker!) voor lunch en lopen verder naar de jade – keizer – pagode. Het is erg lastig vinden want we verwachten een hele grote happening terwijl het (na 4x hetzelfde rondje te hebben gelopen) een kleine verstopte tempel blijkt te zijn. Die overigens (aan de buitenkant althans) wel mooi is. We lopen weer terug, je moet hier elke 5 minuten nee zeggen tegen cyclo-taxi aanbieders als je alles lopend wil doen. Onze ervaring is dat je lopend nu eenmaal het meeste ziet van een land.

De Saigon-rivier blijkt een grote tegenvaller. Vies, met industrie aan de oevers. We zetten de boottocht hierover dus snel weer uit het hoofd.

Als we ons wat opgefrist hebben in het hotel, lopen we richting Tai Binh markt. Echter deze is al gesloten en dus gaan we heerlijk eten waar de vietnamezen zelf ook eten. Ze hebben er een Engels menu en ik heb gebakken groenten en springroles. Hen heeft gegrild zwijn. De dame van het restaurant doet me voor hoe je de springroles eet: verse rijstvellen, daarop noedels, sla, kruiden, gebakken springrole en zuur en dan oprollen en in azijn/zoet/zout/peper dippen. We eten ons buikje rond (voor een prikkie!!).

6/9/03

We zijn vandaag met de Express bus naar My Tho gekomen. De taxichauffeur die ons van het hotel naar het busstation bracht, had ons in 2 minuten de goede bus in mét kaartje en rugzakken op het dak gebonden. Helemaal niet echt oncomfortabel, die 1 ½ uur in de bus. Alleen de 50-jarige tandenloze buurvrouw van Hen viel telkens in slaap op Hen’s schouder. Schattig gezicht hoor. Bij aankomst werden we bij het uitstappen haast overladen met cyclo en motor taxi chauffeurs die ons naar een hotel wilden brengen. Wij besloten eerst even wat te drinken. De opdringerige chaufs bleven gewoon aan ons tafeltje staan en doorzeuren. Uiteindelijk zaten we dan in een cyclo-taxi, erg grappig, zo zie je nog eens wat. We lijken zelf overigens de grote bezienswaardigheid hier. We hebben verder nog geen toerist gezien. Alle kindjes beginnen luidkeels HELLO te roepen als ze ons zien. Eerst brengt de cyclo-taxi ons nog naar een ander hotel dan we verzochten. Zal wel een bevriende hotel eigenaar zijn. Maar we dringen aan op het Grand Abac hotel, en daar checken we in voor V.D. 150.000 per nacht (ong. $  10,-). We lopen wat door het stadje waarin het wel lijkt of ze geen toeristen wensen. Behalve de cyclo-taxi chaufs en de boottoer verkopers dan. We gaan op zoek naar de Jade keizer pagode. Het blijft bij een zoektocht. Want ondanks dat we hem vanaf ons hotelbalkon kunnen zien, is hij nu echt onvindbaar. We lopen nog wat rond in het stadje, onder andere in de Chinese wijk, wat één grote markt is.

Omdat we het idee hebben dat we niet echt welkom zijn, vinden we er niet echt veel aan hier. Er is ook niet zo gek veel te zien in My Tho. Uiteraard hebben we wel weer heerlijk gegeten hier. Echte Vietnamese loempia’s bijvoorbeeld, die vers zijn en niet gebakken. We gaan vroeg te bed want we hebben na lang onderhandelen een boottocht naar Vinh Long geregeld. We moeten dan echter wel om 5.30 u. klaar staan! De zaterdagavond wordt hier erg grappig doorgebracht: alle tieners cruisen op hun scooters uren achter elkaar hetzelfde rondje. Aan de zijkant kijken ze toe.

7/9/03

Poehpoeh,om 5.00 u. op is niet niks. Als we willen uitchecken om 5.30 u. zit alles nog dicht en ligt de receptioniste nog in diepe slaap voor de balie.

De botentourman probeert nog of hij $ 5,- extra kan krijgen, zogenaamd voor een gids o.i.d., maar we gaan op pad voor de $ 25,- die we hadden afgesproken. Een echtpaar van wie de boot blijkbaar is, dat geen Engels spreekt, brengt ons in 5 uur naar Vinh Long. De boot is oké, er kunnen 12 man op, maar wij zijn de enigen. Onderweg stoppen we nog even bij een absoluut on toeristische drijvende markt in Cai Bè (4 uur varen vanaf My Tho). In Vingh Long checken we in in het Cuu Long Hotel. Het boekje zegt date er een oud en een nieuw gebouw is, maar voor we het weten hebben we een kamer in het oude deel. Het is een oude kamer maar wel ruim en schoon met airco aan de rivier, dus we besluiten hem te nemen. We hebben nu toch echt wel behoorlijk trek in ontbijt/lunch/brunch gekregen dus lopen we het hotel uit. Het blijkt hier één grote markt te zijn zoals waarschijnlijk meer het geval is in de Mekong-Delta.

Onderweg was het uitzicht trouwens heel mooi, zodra je de eerste 30 min. hebt gevaren dan, want daar zijn allerlei bedrijfjes aan de rivier gevestigd die niet zo heel fraai ogen. 5 Uur is wel lang, maar anders had het (vanaf Saigon) 4 uur met de bus geweest. De tocht was de moeite waard! Nu zitten we op het terras wat te drinken en hadden we net sjans van een Vietnamese dwerg - loten -verkoopster (verlegen als ze is komt ze er gewoon bij zitten, bladert wat in de Elle en noemt me “beautiful”) Apart slag mensen hoor, die Vietnamezen.

Ook als we verder rondlopen in het stadje hebben we regelmatig aanspraak op een aparte manier. Schoolmeisjes giechelen (waarschijnlijk om Hen), kindjes roepen allemaal Hello! (maar hier op een leuke manier, beetje verlegen soms) en vele tienerjongens proberen het trucje van “Hello” ook nog op me uit. Echter zij zijn wat mij betreft te oud om terug te hello-en of glimlachen want volgens mij hebben ze toch net ff andere bedoelingen.

Het is een drukte van belang hier ’s avonds. Het is zondag en iedereen gaat uit. Dat houdt hier in: jongelui weer rondjes rijden op de scooter, kledingmarkt, kermis voor de kinderen en karaoke natuurlijk. Ik ben nog zo gek ook om erbij te gaan zitten maar ben het Vietnamese gejengel al snel zat. Het is werkelijk waar niet om áán te horen, maar zelfs de jonge hippe lui zitten er, dus proeven we even sfeer.

We zijn trouwens vanavond in een restaurantje wezen eten waar ze heel erg gastvrij waren. Er waren twee jonge meisjes die het menu vertaalden voor ons en ons bedienden. Het eten was heerlijk (we hebben nog niet vies gegeten hier) en bij het betalen lukte het de bediening om mij behoorlijk aan het blozen te krijgen. De eigenaresse met 2 dochters en nog een vrouw stonden met z’n allen om me heen te roepen: beautiful! beautiful!!. Kortom, ik voel me erg geliefd. In tegenstelling to My Tho zijn ze hier erg aardig voor ons, toeristen. We zien er dan ook iets meer hier.

Er staat hier trouwens een enorme kerk met dito kruis erop en dito Jezusbeeld in de voortuin. Het blijft voor mij een vreemd gezicht dit te zien in een Aziatisch land.

8/9/03

We werden wakker met nóódweer. Als het hier plenst dan plenst het echt gigantisch! Het maakt niet uit want als we voor ontbijt naar buiten lopen is het alweer droog. We hebben beiden slecht geslapen want de bedden en kussens waren keihard en bovendien zit 1 pand verder een disco (die overdag nog niet als zodanig te herkennen was). Lachen hoor: op zondag naar de disco!

We vragen een overdekte motortaxi om ons naar het busstation te brengen. Hij brengt ons bij  één of ander reisbureautje met van die afgetrapte minibusjes. We denken dat ie ons in de maling neemt en verzoeken hem nogmaals ons naar het busstation te brengen. Dan sjeest hij een ander minibusje achterna, trachtend die in te halen. We zijn boos omdat we nog steeds denken dat hij ons in de maling neemt. Maar wat blijkt: er is geen busstation, slechts een bushalte, en de bussen naar Saigon zijn: jawel, de minibusjes!

Als je trouwens denkt: zo’n busje zit vol, dan kan die blijkbaar nog voller hier. Hen zit voorin en ik achterin. De jongen naast me vindt het schitterend, dus die wil niet ruilen. Het geeft niet. De hele bus ligt blauw van het lachen als we moeten betalen. De ticketman noemt zijn toeristenprijs: V.Dong 100.000,-. We denken dat we wel een heel speciale prijs krijgen dus begint Hen te onderhandelen met hem. Alleen het feit al dat hij de ticket niet wil laten zien, zodat we de prijs kunnen verifiëren, zegt ons al genoeg. We liggen zelf eigenlijk ook gevouwen van het lachen om die scene, die ongeveer 10 minuten duurt. Alle mensen in de bus gieren nog steeds van de lach. De jongen naast me verklapt wat het echt kost: V.Dong 60.000,-, precies wat we uiteindelijk hebben betaald. We zullen nog lang hierna smakelijk om de scene kunnen lachen. De busreis gaat sneller dan verwacht: 3 uur i.p.v. 4 uur. Op de helft stopt de bus 1 x voor evt. pho (soep) of wc stop. De ticketman zag er overigens zelf ook de lol van in, hij stelde zelfs voor dat Hen zou rijden! Dat hebben we maar niet gedaan. Ze halen hier de meest enge inhaalacties uit, en de hele rit wordt bijna non-stop getoeterd. Toeteren hier vervangt alle verkeersregels, inclusief voorrangsregels. Keihard en lang toeteren betekent hier: ik scheur door, whatever happens! Toch hebben we nog geen 1 ongeluk gezien, wat ons best verbaast. We checken weer bij My Anh in en gaan op pad om de trip naar CuChi tunnels en Tay Ninh en treintickets naar Na Thrang te regelen. Bij Kim’s Café (het adres uit ons boekje) is dat binnen een kwartier geregeld voor weinig. We lopen wat in dat buurtje rond, wat een echt packpackers buurtje is. Hier zien we trouwens wel degelijk toeristen, Het heeft wat weg van Kao San Road in Bangkok. Je kunt hier zelfs voor $ 3,- overnachten. Hoe, zeggen ze er op het bordje niet bij. We vullen dat zelf in en gaan lekker terug naar het hotel om uitgebreid te badderen. Dat hebben ze vast niet bij dat $ 3,- pension!

9/9/03

Dit was weer een leuke dag.

Om 8.00 u. zijn we met een georganiseerde trip naar Tay Ninh gegaan. Het stadje waar de grootste Cao Dai (spreek uit koudaj) tempel staat. Het tripje kost bijna niets, ons reisgezelschap bestaat uit 6 Koreanen, 2 Japanse meiden, 2 Schotten en een Israëlische die alleen reist. Toen ik haar vroeg of thuis zijn gevaarlijker was dan alleen in Vietnam rondtrekken als vrouw, bleek dat zij in een rustig, ongevaarlijk deel van Israël woont. Onderweg kwamen we langs het dorp Trang Bang, waar de beroemde foto van Kim Phuc is genomen in de “American war”, zoals de Vietnamezen deze laatste oorlog noemen. Heel bizar omdat ik het levensverhaal van Kim Phuc heb gelezen en dus weet wat er daar precies gebeurde toen de foto werd genomen. De Cao Dai tempel was groots, kleurrijk en je kunt wel zeggen één van de mooiste tempels die we hebben gezien. Cao Dai is een geloof dat bestaat uit Boedhisme, Confusiïsme, Katholicisme, Daoïsme en Nationalisme.  Van alles wat dus. We mogen 15 min. van de ceremonie meemaken. Erg leuk om te zien, met échte jengelmuziek erbij. We lunchen traditioneel Vietnamees met vis. Doodzonde om te zien dat de Schotten hun eten amper aanraken, het is hartstikke lekker.

Als we daarna bij Cu Chi tunnels aankomen gaan we eerst een film bekijken. De film is van afschuwelijke kwaliteit en in zwart-wit maar creëert tezamen met de uitleg van de gids wel een beeld van hoe het daar toen geweest moet zijn. Vervolgens mogen we zelf door de tunnels kruipen. Al na de eerste “makkelijke” tunnel breekt het zweet ons uit. Geen angstzweet, maar omdat het zo benauwd is in die nauwe tunnels waarin je nog net niet hoeft te kruipen. Op de tunnels na is het een oude bende. Wat verzamelde bomwrakken en, wat wel weer interessant is, voorbeelden van de verschillende valkuilen die de Vietcong maakte. Nou, de Amerikanen hebben vuile oorlogsvoering gehanteerd met hun chemicaliën, maar in een valkuil van de Vietcong moest je toch ook niet vallen. Ze waren compleet met giftige bamboepunten.

Terug in Saigon eten we weer bij het TL licht restaurant tussen de Vietnamezen. Hen krijgt een soort schotel-grill op tafel met gemarineerd vlees. Het is weer eens “lovely”. Een taxi brengt ons naar het treinstation. We hebben een soort van harde versie vliegtuigstoel in een coupé met nog 60 stoelen. Ze zien er best comfortabel uit. Ze zijn het echter niet! De reis begint om 11 uur ’s avonds en duurt 6 ½ u. We hadden gehoopt wat te kunnen slapen maar omdat we onze draai niet kunnen vinden komt hier niets van.

10/9/03

Tamelijk gebroken gaan we bij aankomst in Nah Trang per cyclotaxi naar het Blue Ocean Hotel

($ 10,-). Een tip van de Israëlische die mee was naar Cu Chi. De douche is heerlijk, we ontbijten wat en lopen wat rond. Het is hier, vergeleken bij Saigon, lekker rustig met verkeer, getoeter e.d. Er zijn wel wat meer toeristen, alhoewel we in ons hotel weer de enigen lijken te zijn. En nu, nu zitten we alleen op het strand. Heerlijk bedje, betrekkelijk weinig verkooplieden, práchtig uitzicht op de diverse eilanden voor de kust, een koud drankje en zalig weer! Pas ’s middags komen er wat mensen bij en dus ook verkopers. Maar daar laten we dit heerlijke stranddagje niet door verpesten. Dit is genieten!

Met een lekker kleurtje gaan we ’s avonds weer op zoek naar wat lekkers om te eten. Dat is grandioos gelukt kun je wel zeggen! Ik heb een heerlijk gekruide garnalenschotel en eet ook nog een beetje mee van Hen’s “Hot Pot”. Dit houdt in dat je een grote pot Vietnamese bouillon op een brander op tafel krijgt (met serehstengels en andere kruiden, best pittig) met een enorme hoeveelheid om er in te doen: mie-nestjes, allerlei groenten en 2 soorten inktvis, garnalen, tonijn en een nog half levende krab! Als Hen dit laatste had geweten had hij dit niet genomen, want als de bediende, bij wijze van voorbeeld hoe dit te eten, de krab er in doet, bewegen de scharen nog. Erg bizar, zeker ook omdat het erg lekker is. We smullen ons buikje rond! Om ons binnen te halen zei de bediende: je zult zo lekker eten dat je het nooit meer zult vergeten. We geven haar gelijk!

De Vietnamezen eten zelf nogal smerig. Veel met de handen, alle botjes en papiertjes en kurken gooien ze gewoon op de grond, en het zijn behoorlijke drinkers, waardoor we al een paar keer aardig luidruchtige tafelburen hebben meegemaakt. Last hebben we er echter niet echt van, het is meer vermakelijk om te zien (en te horen dus). Ondanks dat de airco in het hotel niet echt koud wordt en de bedden weer keihard zijn, slapen we lekker uit.

11/9/03

Toen we gisteravond terug naar het hotel liepen, hebben we wat optochten met dansende draken gezien. De optocht werd begeleid door tromgeroffel. Ze vierden hier het Nieuwjaar. Volgens de maankalender is er namelijk volle maan en dus reden voor een feestje met maan-cake.

Vandaag hebben we trouwens vliegtickets geregeld voor het volgende stuk: de rit naar Danang. Ze kostten $ 41,- per stuk en dit hadden wij er wel voor over omdat je ten eerste een lekkerder vertrektijd hebt (8.00 u. i.p.v. 5.20 u.), de reistijd significant korter is (45 min. i.p.v. 9 uur!) en het gewoon lekker comfortabel is. Bye Bye trein dus!

Voor vandaag huren we twee fietsjes bij “Lou”,  van die hele mooie (lullige) fietsjes met mandjes voorop. Ze zijn superhandig hier want de bezienswaardigheden zijn te ver om te lopen, en eigenlijk te kort om een taxi te nemen. We beginnen met 6 km. zuidwaarts langs de kust te fietsen naar het vissersdorpje Cau Da. Daar nemen we een kijkje in het Oceanografisch Instituut. In aquaria, bassins en op sterk water is hier het zeeleven te zien. Best geinig. Niet groots. De moeite waard. Dan fietsen we weer 8 km. noordwaarts om de Po Nagar Cham torens te zien. Ze zijn gedeeltelijk gerenoveerd en in Hindoe-stijl. Inmiddels hebben we alle godsdiensten m.u.v. de Islam hier al gezien. Op de torens staan afbeeldingen van o.a. Shiva. Heel mooi. Ik ben in eentje binnen geweest: het staat er blauw van de wierook en het is er snel vol met mensen omdat het vrij klein is.

Ze hebben hier trouwens overal fiets en brommer stallingen met toezicht. Zal wel nodig zijn hier, we zijn echter nog met geen enkele vorm van criminaliteit geconfronteerd. We fietsen nog 2 km. verder naar de Hon-Chong kaap. Het is hier best een achterstandswijk. Toch durven we het aan wat te eten bij een eethuisje. De kaap laten we voor wat het is: het ziet er niet echt indrukwekkend uit, er wordt toegangsgeld gevraagd en we hebben al op andere punten een schitterend uitzicht gehad op de kust en de eilanden. We fietsen door naar de Long Son tempel. De 30 m. hoge Boeddha die er op een berg staat hebben we al van verre gezien. Dat is dus flink trap-klimmen om die van dichtbij te zien. Hij is wit en echt erg mooi, halverwege de trap is ook nog een gigantische liggende Boeddha te zien. Zeer de moeite waard! In de tempel zelf houdt een boeddhistische monnik een lezing voor zijn aanhangers.

Na het eten gaan we nog even naar de Sailing Club waar het full moon party is. Het is nog steeds erg druk met (Nieuwjaar/volle maan-) feestvierende mensen op straat, met name langs de boulevard aan het strand. In de Sailing Club, die pal aan het strand ligt, genieten we nog wat na onder het genot van een (paar) San Miquels, kaars en fakkel-licht.

12/9/03

De reis begint met de 5 min. durende cyclotrip naar de luchthaven die dus om de hoek ligt. Dit was ons al eerder opgevallen want de straaljagers vliegen je hier regelmatig om de oren. Het blijkt dat ze er wel een stuk of 20 hebben die af en aan vliegen. Het waarom is ons niet helemaal duidelijk.

Één uur vóór 8.00 u., de vertrektijd van onze vlucht naar Da Nang, moeten we aanwezig zijn. Bij het uitchecken waren de 2 jongens van de receptie in rep en roer want: hoe werkt nou zo’n Visa-apparaat? Of Hen het hun even uit wilde leggen? Nou nou, uiteindelijk lukte het die jongens na wat getelefoneer toch zelf om het juiste bedrag met Visacard af te rekenen.

De vlucht duurde 1 uur en ging gesmeerd. Van Vietnam Airlines kregen we een keurig boxje met water en een belegd broodje. Ze schijnen erg aan hun service te werken. Eenmaal aangekomen in Da Nang hebben we ook weer een verhaal meegemaakt hoor! De taxi’s (motor en auto) hangen vanaf de drempel ongeveer al in je armen om je weg te mogen brengen. We besluiten ons naar Dien Bien Phu straat te laten brengen na wat onderhandelen over de prijs. De straat zou volgens het boekje vól zitten met goedkope hotels. De locatie is op het kaartje echter onduidelijk. Wat blijkt: voor 25.000,- V. Dong zet de taxi ons om de hoek af: het begin van de straat die we verzochten. We leggen uit dat we een hotel willen in deze straat en verzoeken hem nog wat verder te rijden. Er zijn echter geen hotels en omdat we helemaal sufgeluld worden over “cheap trip to Hoi An & Marble Mountains” besluiten we gewoon uit te stappen en met rugzak en al richting centrum te lopen. Na 15 min. in 30 graden C. gelopen te hebben, zijn we het zat en checken in bij het weinig fraaie “Thanh Thanh hotel”. Bij de receptioniste kan er geen lachje van af, de sfeer verlichting op de kamer blijkt TL te zijn, er is geen koelkast en de badkamer blijkt dusdanig klein te zijn dat je douchet met 1 been in de wastafel (oké, ietsje overdreven),  maar….. de airco is fantastisch koud en het bed en de kussens zijn eindelijk eens lekker zacht en … 1 bed is groot genoeg voor ons tweeën, wat ook wel eens lekker knus is! Tot nu toe is elke hotelkamer die we hadden luxer uitgevoerd dan deze (veel luxer)  maar was er telkens sprake van 2 éénpersoons (of mini-twijfelaar-) bedden, waarin het met z’n tweetjes haast onmogelijk was te slapen. De eerste nacht hebben we nog getracht de bedden tegen elkaar aan te schuiven, maar de tweede nacht wilde dat al niet meer vanwege zwaarte/snoeren aan het nachtkastje in het midden enz.

We gaan wat rondlopen in het stadje. We hebben zelden zo’n gevoel als nu in een vakantiestadje gehad: Hoe komen we hier zo snel mogelijk weer vandaan?! Het is hier in Danang echt “niets aan”. Ze zijn hier voor 0% op toeristen ingesteld (die zijn er dan ook niet hier, wij weten nu waarom), het is één grote troep, stinkend en vuil. Als we langs de kust gaan lopen, hopend op een mooi stukje, zien we dat de hele kustlijn hier één grote bouwput is, met 1 of 2 vissersbootjes er tussen. Troosteloze bende zijn de woorden waarmee we Da Nang het beste kunnen omschrijven. In het  Cham museum dat we bezoeken liggen best heel veel fraaie stukken die alle overblijfselen zijn van de Champa-cultuur, dezelfde stijl als de Po Nagar torens in Nha Trang. Ze zijn echt heel mooi, maar de vorm waarin het museum gegoten is verbaast ons weer zeer. Het is aan alle kanten open, zodat de museumstukken aan regen en wind-invloeden onderhevig zijn. We begrijpen niet hoe een land zo slordig om kan gaan met waardevolle overblijfselen van een vergane cultuur.

We begrijpen hier echter wel meer niet hoor. In een drink gelegenheid dat “café” heet, kun je hier alleen maar koffie en koude thee krijgen. Geen cola maar ook geen water!

Normale restaurants hebben ze hier ook niet. Alhoewel ze in het “stricktly Vietnamese” eethuisje waar we ’s avonds belanden, zo aardig zijn om ons mee naar hun keuken te nemen om ons te laten zien wat ze serveren. Chien dus (soort pers-ham) met noedel/zwam ravioli. Vies is het niet, superlekker evenmin. Met een kom Pho (soep met noedels) erbij zit ik in elk geval wel vol.

Om aan ons voornemen hier zo snel mogelijk weg te wezen uitvoer te geven, gaan we vroeg te bed en zijn van plan vroeg op te gaan om de taxi naar Hoi An te pakken. Eens kijken of dat vissersdorpje met Japanse graftombes ons meer te bieden heeft.

13/9/03

Eenmaal uitgecheckt en met een bahpao achter de kiezen, zitten we vrij snel in een taxi naar Hoi An. We halen een adres uit ons reisboekje van het “Hoi An Questhouse”, maar als we er aankomen blijkt er op dat adres een bank te zitten. Het boekje is van 1996 en soms wat achterhaald. We lopen een stukje tot we bij een leuk hotel aankomen, dat 2 min. van het centrum af ligt. De receptionist geeft ons een folder mee van het festival dat dit weekend plaats heeft hier: Art-Cultural Interchange Festival met Japan. We vallen dus met onze neus in de boter want het hele stadje/dorpje is gezellig versierd met lampionnen en andere versierselen, o.a. in de rivier Hoai.

Het is hier sowieso hartstikke leuk: lekker klein, gemoedelijk sfeertje, geen hoogbouw en heel veel moois te zien. Met wat kaartjes in de hand gaan we lopend alle mooie tempels en oude Chinese koopmanshuizen af en natuurlijk: De Japanse brug. De invloed van met name China is hier in de bouwstijl en souvenirs goed terug te zien. Het leuke Hoi An is een verademing na het troosteloze Da Nang. Aan de andere kant van het dorpje lopen we door een woonwijkje naar de Japanse tombes en de verschillende tempels, gedenktekens, pagodes en begraafplaatsen hier. Het is een flinke tippel maar zéér de moeite waard.

In een restaurantje aan de Hoai rivier drinken we één van de Vietnamese biertjes die dit land kent: De La Rue (andere soorten zijn “333”, “Tiger” en “BGI” die geschinken worden, alle zeer smakelijk, zeker na lange wandelingen in 30 – 35 graden C.).

We hebben vanochtend trouwens bij een schattig tentje koffie en thee gedronken en ook wat heerlijk geurende chocolade/almond-koffie met bijpassend filtertje gekocht. Ze hadden er echt heel aparte soorten thee en koffie. De thee die ik dronk was fruitthee maar dan met verse ananas en meloen. De koffie is trouwens in heel Vietnam zalig! Soort mocca-espresso.

’s Avonds als we opgefrist en wel het centrum in lopen voor het avondeten, is er rond de diverse podia voor het festival ontzettend veel volk op de been. De draken en schildpadden die in de rivier staan zijn prachtig verlicht en alle restaurants en barretjes hebben hun TL-licht ingewisseld voor lampionnetjes en olie-lampjes. Er is zelfs een filmploeg  van tv bezig zijn spullen op te stellen bij het hoofdpodium, alwaar om 19.00 u. een openingsceremonie begint, gevolgd door optredens van zang en dansgroepen. Ontzettend sfeervol! We gaan eten in het op de rivier “floating restaurant” wat er heel chic uitziet. We bestellen voor een prikkie allerlei heerlijkheden, waaronder de lokale specialiteit Cau Lai (soort bami). Als de ceremonie 15 min. bezig is begint het ongelooflijk hard te plenzen en valt een deel van het licht uit. Wij zitten echter prima en slaan alles vermaakt gade. Het eten is weer zalig en, nog steeds door de regen, lopen we terug naar het hotel waar we op tv nog wat van de optredens zien. We mazzelen tot nu toe super met het weer: we hebben er nog geen last van gehad dat het soms regent, het is óf ’s nachts, óf maar 10 minuten.

14/9/03

De eerste dag dat we de hele dag regen hebben (tot ong. 20.15 u., toen werd het weer droog). Maar ja, Hoi An en Hue (waar we morgen naar toe gaan) staan er nu eenmaal om bekend dat het er flink slecht weer kan zijn. We laten ons er allerminst van weerhouden want we gaan gewoon op pad. Naar de “marmeren bergen” en “Chinabeach”. Alleen de rugzak krijgt een regenkap om. We lopen naar het busstation wat ong. 15 minuten is, en kunnen direct instappen. Het is een comfortabele bus die voor toeristen V.D. 30.000,- p.p. kost en voor de Vietnamezen VD 20.000,-. Als de busdame ons de toeristische prijs noemt dringen we aan op de normale prijs en dat lukt! (V.D. 20.000,- is ongeveer € 1,--). Eenmaal aangekomen bij de marmeren bergen moeten we nog 1 straat door lopen, die vol staat met beeldhouwers. De mooiste en grootste beelden van marmer zie je hier: van 2 meter hoge leeuwen tot 2 meter hoge lachende Boeddha’s. Zo heeft elk dorp wel weer z’n eigen specialiteit (in Hoi An is dat houtsnijwerk, schilderen en lampionnen maken. Oh ja, en kleermakers heb je er ook veel). De klimpartij op en over de marmeren bergen is schitterend. Met name het eerste deel is echt flink stijl en kost nogal wat inspanning. Met een kaartje die je bij de ingang koopt loop je alle grot-tempels, uitzichtpunten en pagodes af. Het zijn er behoorlijk wat en met name de grote grot-tempels zijn zeer indrukwekkend. Maar ook het uitzicht is zeer de moeite waard, bovenin hoor je de zee ruisen en zie je de overige 4 marmeren bergen. Zeer voldaan van deze tocht lopen we nog even naar China Beach. Het is helaas i.v.m. het weer niet te doen om op het strand zelf te gaan zitten. We settelen ons in het eettentje dat er pal aan ligt. Als we aangeven dat we alleen wat willen drinken, krijgen we prompt een kom krabsoep kado en stelt de eigenaar zich voor. Héél gastvrij. De Vietnamezen gaan hier ’s middags uitgebreid uit eten (zoals we om ons heen zien) en drinken natuurlijk weer. We krijgen er trek van en bestellen toch maar wat seafood: garnalenbeignets met chilisaus. Erg prettige zondag zo, ondanks de regen. De bus terug is ook snel te pakken, kwestie van langs de weg je hand opsteken als ie voorbij komt. De oude vrouwtjes in de bus zijn een bezienswaardigheid op zich: ze zijn stuk voor stuk van mini-formaat (1,30 m. op z’n grootst schat ik), hebben geen tand meer in hun bekkie en pruimen allemaal tabak waardoor hun hele mond roodbruin is. Een beetje ranzig gezicht, maar toch leuk om naar te kijken. De oude man die ik help uitstappen heeft botjes die zó eng dun zijn, dat ik bang ben dat ik hem zeer doe. Je kunt duidelijk merken dat ze hier keihard en misschien wel tot op hoge leeftijd werken moeten om te overleven met weinig voedsel (veel soep).

Terwijl ik dit schrijf springt er trouwens een joekel van een sprinkhaan op mijn arm, die ik gillend wegmep. Ik weet niet wie daar meer van is geschrokken: ik, of die sprinkhaan….. We zitten nu lekker te eten (hot pot) en live naar de slotceremonie van het festival te kijken: een mix van nieuw en oud en muziek en dans. Wat ons verbaast is dat niemand applaudiseert. Ik vind het zielig en aan het einde klap ik dus maar wat (in mijn eentje). Het gaat soms wat lullig, met de muziek en het licht en zo. Het einde is wel erg abrupt, alsof ze ineens de stekker eruit halen….en dan is er ineens weer méga – veel te harde – muziek te horen voor 1 minuut. Er klopt niets van maar het is wel leuk.

15/9/03     

We reizen weer een stukje noordwaarts: Hue staat op het programma vandaag. De receptioniste in Hoi An heeft voor ons een goedkope taxi besteld naar Danang om 9.30 u. Het treinkaartje is snel (zelf) gekocht. We vertrekken om 11.44 u. en komen aan om 14.40 u., drie uur dus. De rit schijnt schilderachtig te zijn dus we zijn benieuwd. Vergeleken bij Danang, waar de reis begint, is natuurlijk elk boompie al snel “schilderachtig”. We betalen V.D. 33.000,- p.p. (nog geen € 2,--) dus een erg goedkope rit, zeker als je meerekent dat we onderweg een warme maaltijd en water gratis krijgen! Dit wisten we niet van tevoren. De rit is inderdaad schilderachtig: hij gaat pal langs de kust, we zien vele prachtige ongerepte baaien en zeer veel groen. Voor een rit van 3 uur is de trein een prima vervoermiddel, we hebben weer softseats, net als de vorige treinreis.

Aangekomen in Hue vragen we de cyclo-taxi’s ons naar het Ben Nghe hotel te brengen. Ze brengen ons echter 2 straten verderop bij het Pan Phúc hotel. Ze verzoeken ons de kamer te bekijken en als het ons niet bevalt brengen ze ons naar het Ben Nghe hotel. Ik vind het echt super irritant dat ze ons weer niet naar het door ons opgegeven hotel brengen (dit is de tweede keer, de eerste keer was in My Tho) maar we bekijken toch de kamer. Hij is oké, voor $ 9,- niet super maar we checken in. Opvallend is, als we de buurt aan het verkennen zijn, dat er heel weinig toeristen zijn. Er is 1 grote laan, heel breed met bomen, aan de Parfumrivier, die leuk is om langs te lopen (Le Loi), erachter is het smerig en druk, maar met opvallend weinig auto’s. Wel weer motoren en scooters. Er is betrekkelijk weinig hoogbouw en de straten zijn ruim van opzet. Aan die parfumrivier drinken we wat en (door de regen die inmiddels is gaan vallen) regelen we vliegtickets voor overmorgen naar Hanoi. Het wijkje waarin ons hotel ligt heeft enkele gezellige restaurantjes. In het Carambola restaurant eten we uitgebreid. Hen heeft een menu met de lokale specialiteiten: springroles, banh khoai (gefrituurd flensje met vulling) en banh loc (gestoomd rijstpapje met garnalenpuree in bananenblad). Daarna snookeren we wat in een café, waar we de tweede lokale biersoort uitproberen: Hue Bia (de eerste is Huda Bia). En dan moeten we nog Festival Bia uitproberen. Het bier is goed te drinken en goedkoop: V.D. 8.000,- (is nog geen halve dollar).

16/9/03

Het is heerlijk zonnig weer en lopend gaan we de citadel verkennen aan de overkant van de parfumrivier. In de citadel, die omringd wordt door 10 km. lange muren, bevindt zich de keizerlijke stad en de purperen verboden stad. De keizerlijke overblijfselen zijn ronduit indrukwekkend. De purperen stad is voor 95% verwoest in de oorlogen. De verschillende paleizen en tempels zijn deels gerestaureerd en zijn heel mooi. Het is aardig tippelen, in de ommuurde stad is geen zuchtje wind en dus zweten we wat af. Maar dat is het absoluut waard! ( ca. 35 graden C.) Tevreden drinken en eten we wat aan de rivier. Het stikt hier weer van de opdringerige taxi chauffs. Het lukt me steeds minder goed aardig te blijven, ze zijn ronduit irritant. Zeker ook omdat er zo weinig toeristen zijn, zijn we een gewilde prooi, ook voor de boottrip verkopers. We besluiten fietsen te huren om vanmiddag wat tomben te gaan bekijken, ondanks dat een pikdonkere lucht zich aandient. Nu zitten we op een terras omdat het toch wel erg hard regent en we bang zijn dat de rugzak gaat lekken. Blijkbaar is het hier ’s ochtends mooi weer en ’s middags regenachtig. Gelukkig zijn we morgenmiddag alweer in Hanoi, want 2 fikse regenbuien vinden we wel genoeg hier.

17/9/03

De vlucht van Hue naar Hanoi duurde 3 kwartier en we vlogen met een flink groter vliegtuig dan in Da Nang. Op Hue Airport en ook op Na Trangh kregen we aanbiedingsfolders van hotels waar we het Trangh  An hotel uitkozen. Een voordeel is dat we dan voor $ 2,- p.p. een taxi hadden vanaf de luchthaven die 35 km. van het centrum af ligt. Het bizarre toeval is dat we met nog 2 Haarlemmers in de taxi zaten die in hetzelfde gebouw wonen als Ciel en Paolo, en waarvan de man een collega van mijn vader was! Hij is zelfs op de begrafenis geweest. Echt ongelooflijk hoe klein de wereld is!

Het hotel ligt 1 min. lopen van het Hoan Kiem meer, dat het centrum van de stad vertegenwoordigt. We gaan wat drinken op een terras aan het meer (het is hier een heel leuk plekje) en bepalen wat we de komende dagen gaan doen. We boeken een excursie in het hotel,

eten heerlijke garnalencurry in het gezellige uitgaansbuurtje hier en tot slot zien we een voorstelling in het water poppenspel-thater. Dat is echt een belevenis die je ééns moet meemaken: in een echt theater worden allerlei korte stukjes opgevoerd, begeleid door traditioneel Vietnamese live muziek. Erg grappig!

18/9/03

De excursie begon slecht: 1 uur wachten op de pick-up door ODC Travel. Eenmaal in het minibusje ging alles perfect. Wat een heerlijke dag was het vandaag zeg! Het is vanaf Hanoi 3 ½ u. rijden naar de haven van Halong, maar het voelde alsof het korter was, misschien door de goede weg en airco. Voor we op de boot gingen was er nog een zeer smakelijke en zeer uitgebreide lunch, traditioneel Vietnamees. Er liep een heel lief katje rond die dol is op de  (paar stukjes) vis en op wat aandacht. Grappig was ook dat 1 Engelse van het groepje bang van dat mini poesje was, ze sprong telkens op en spurtte een eindje weg. Eenmaal op de boot begon het grote genieten: zon, zeebriesje (die de 38 graden C. toch nog goed te doen maakt), een 16-persoons boot voor 6 man, ligstoelen op het dek en werkelijk adembenemend uitzicht op de rotsformaties in Ha Long baai. De ene rots is nog mooier en aparter dan de andere en het zijn er echt ontelbare! Na 2 uur varen gaan we de Sung Sot grot in om te bezichtigen. Óók al mooi, het houdt niet op. Dan is er nog tijd om uitgebreid te zonnen op het dek en om te zwemmen in de heerlijke zee. Niet te warm, niet te koud en niet te zout. De duik haalt precies de hitte uit het lijf die er zo’n dag in gaat zitten. We douchen in onze slaapcabine die echt schattig is (klein maar heel leuk en met fan). Uiteraard is er als diner weer zeer uitgebreid Vietnamees eten: veel seafood natuurlijk, zelfs de octopus is zó klaargemaakt dat ik hem lekker vind. We drinken er lekker biertjes bij, kletsen met onze Israëlische reislustige tafelgenoten en als we om 20.45 u. (Hen slaap al naast me terwijl ik dit schrijf!) te bed gaan zijn we: super relaxed en super tevreden!!!

19/9/03

Het mooie weer (alweer) doet ons de ellendige slapeloze nacht snel vergeten. We gaan met een kleiner bootje naar Viet Hai, een dorpje middenin Cat Ba National Park. Van de boot tot het dorp is het al 45 min. stevig door de rimboe klimmen omdat de weg onder water staat (het regenseizoen is hier net geëindigd). We drinken wat en dan begint de 2 uur durende meest “over-the-top” beklimming van een supersteile berg die we tot nu toe hebben meegemaakt. Wat waren we uitgeput maar trots toen we dat karwei geklaard hadden zeg! We zijn onderweg wel 15 liter vocht en 2 weken calorieën kwijtgeraakt. Sommige stukken waren best glibberig, dus kwamen we echt ónder de troep terug. We lunchten in het zeer primitieve dorpje en klommen nog 45 min. om bij de boot te komen. Ongelooflijk trouwens dat onze gids (een 24-jarig iel meisje genaamd Hong of Hang of Hung….) de tocht in no-time aflegt met slechts 2 druppels zweet, lange broek en op gewone slippers die 4 maten te groot zijn! Ze doet het dan ook 1 x per week. We zwemmen en zonnen nog wat , hebben een uitgebreid dinner en gaan uitgeteld naar onze prima kamer in het Princess Hotel.

20/9/03

Met de boot worden we van Cat Ba eiland terug gebracht naar Ha Long haven (ca. 4 uur). Het is weer schitterend weer dus liggen we op het zonnedek. De bus brengt ons van de haven in 3 ½ u. naar Hanoi waar we in een iets luxer hotel inchecken: Camellia Hotel - $ 11,50). We frissen ons uitgebreid op (wat erg nodig is na dat gezweet) en gaan uit eten. We nemen seafood hotpot en het is echt zalig! Deze Vietnamese manier van fonduen bevalt ons zeer! Je krijgt het wel erg heet van de gasvlam aan tafel, de kokende pot bouillon en het pittige eten maar we nemen dat graag voor lief. Na nog een biertje in een barretje gaan we (weer) met de kippen op stok.

21/9/03

Vandaag hadden we bedacht dat we geen wekker zouden zetten en een beetje zouden uitslapen. Omdat we echter zó in het ritme zitten zijn we toch weer vrij vroeg wakker. We gaan een wandeling doen uit een boekje van het hotel, die ons door alle aparte straatjes van dit district in Hanoi voert. Echt bizar: je hebt de schoenenstraat, grafstenenstraat, juweliersstraat, kledingstraat, zijdestraat, hang- en sluitwerkstraat, handdoekenstraat, metaalstraat, leerstraat en zelfs… een plakbandstraat! Kortom, alle zelfde soort winkeltjes gaan met z’n allen naast elkaar in 1 straat zitten hier. En zelfs voor de meest vreemde dingen hebben ze hier een aparte straat (plastic tassen of zo). Het was een erg leuke wandeling om dit allemaal te zien. , hij duurde meer dan 3 uur, dus een biertje hadden we wel weer verdiend. We lopen nog even de Hang Be markt over, waar weer van alles te zien is als levende aal die bijna uit de teiltjes glibbert, levende kippen, duiven, eenden, half-levende kippen, duiven, eenden en dode “ “ “ !!

Ook zien we hier de grootste garnalen ooit! Mjamjam! Het villen van de pluimvee beesten doen ze hier open en bloot op de markt, dus die aanblik ontneemt je dan de trek wel weer. Ze zijn hier ook niet bepaald aardig tegen dieren, in heel Vietnam trouwens niet. Je ziet gerust een motor rijden met een stuur volgehangen met 50 levende kippen, met de poten 2 aan 2 aan elkaar gebonden. Zou dat nou in Nederland ook zo gebeuren? Of iets diervriendelijker? Hoop van wel.

We kopen een mooie zijden sjaal voor mijn moeder ($ 2,-) en winterlaarzen voor mij ($ 15,-!!). Voor de leren sandalen voor Hen slagen we, ondanks de vele winkels (nog) niet.

22/9/03

Het is wederom zalig weer (lekker warm, pittig zonnetje) en we laten ons door de cyclo naar het 6 km. verder gelegen Thu Le park brengen (dierentuin). Het is er erg rustig, we zien geen toeristen, wel wat Vietnamezen die meer naar ons “apie-staren” dan naar de apie’s zelf! Ik staar gerust net zo hard terug. Voor Vietnamese begrippen ben ik van boven vrij bloot gekleed denk ik zo: alleen een hempie, en dat met die enorme boobies…. (de Vietnamezen zelf hebben werkelijk géén borsten!). Jammer dan hoor, ik ga met die hitte nou eenmaal niet met dikke, hooggesloten spul lopen.

Het park bestaat voor de helft uit kinderkermis attracties en voor de andere helft uit beesten die in Vietnam voorkomen. Dat zijn er best nog veel. Tijgers, allerlei soorten apen, beren en veel verschillende soorten vogels. Best leuk, vooral de vele baby-aapjes. Omdat de cyclo niet meer voor het park staat gaan we lopend terug (hele rit!). We lopen via ” Hanoi Hilton”, de gevangenis, of wat daar dan nog van over is (niet veel…). Leuk om ook eens een andere (zuidelijke) buurt te verkennen in Hanoi. Al met al is Hanoi veel aangenamer om te verblijven dan Saigon, het is iets ruimtelijker (iets minder hoogbouw en iets meer meren en zo).

Het laatste avondmaal (waar we erg naar uitgekeken hadden) viel helaas erg tegen. We zochten een restaurantje uit waar ze werkelijk vréselijk irritante bediening hadden (als je 1 x het woord shrimp liet vallen gingen ze meteen 1 uur lang op je lip zitten en in het menu dat je rustig wilde bekijken alles aanwijzen waar “shrimp” inzat). Ze willen sowieso niet van je tafel weg als je nog niet weet wat je bestellen wilt en als je water vraagt proberen ze je nog bier te verkopen. Toppunt was echter dat, toen ik wat rijst op wilde scheppen, de kom en lepels gewoon boeren-grof uit mijn handen gerukt werden omdat de bediende het wilde doen. Door de taalbarrière is het haast onmogelijk aan ze uit te leggen dat je gewoon rustig met z’n tweetjes wil eten. De gemiddelde Vietnamees die in de horeca werkt kent ongeveer 3 woorden Engels. Ze bedoelen het waarschijnlijk allemaal goed, maar soms wekt het gewoon irritatie op omdat het na 3 weken handen- en voetenwerk nogal vermoeiend wordt. En er zijn ook absoluut genoeg uitzonderingen om er over de hele vakantie genomen een goed gevoel aan over te houden hoor! Soms zitten er gewoon wat rotte appels tussen, die je bv. ook meer proberen te laten betalen (paar keer gebeurd, kwestie dus van onthouden wat je had, hoeveel ’t kostte en evt. bij het afrekenen de kaart erbij houden dus). De tiger-tapjes (bier dat erg goed te drinken is) na het “ galgenmaal” smaken ons prima  op het terras aan het leuke Hoan Kiem meer en doen ons alle grove bediendes en opdringerige straatverkopers van de vakantie vergeten. Het was een zeer interessante en leuke vakantie!

23/9/03

Haha, de dag dat we vertrekken is het bewolkt! Hen heeft op het nieuws gezien dat een staartje van een tyfoon die richting Japan gaat, hier in Vietnam een hele week regen zal gaan veroorzaken, ingaande vandaag.

Onze vakantie zat dus net tussen 2 tyfonen in en we kunnen wel stellen dat we giga gemazzeld hebben met het schitterende weer: op 3 weken slechts 2 dagen regen (en voor de rest af en toe een kwartiertje een buitje of anders ’s nachts waar we dus absoluut geen last van hadden!).

Hen is trouwens nog goed geslaagd voor sandalen (€ 9,-) dus we zijn weer tevreden! (Nou nog zo’n mooi groot RVS dienblad die je hier in de horeca overal ziet maar helaas in de winkels niet te vinden zijn). Toen ik gisteren de bediende van het restaurant brutaal vroeg of ik er zo één van hem kon kopen kon hij alleen maar verlegen glimlachen. Het ongeloof over mijn vreemde vraag was aan zijn ogen af te lezen!