Kenia 2007 Reisverslag en een verkorte cursus Keniaans in 15 stappen…

Dag 1 (Zondag 2 September) – Ready for take off…

Voor het eerst in 12 jaar hebben we een nachtvlucht op de heenreis met vertrek om 21.00. Maar waar in eerste instantie enthousiasme de overhand had (“dan kunnen we rustig inpakken en na het diner in het vliegtuig direkt gaan slapen”) constateren we ’s middags om een uur of twee dat de verveling toeslaat. Feit is dat we klaar zijn voor vertrek en samen zitten we naar de klok te staren terwijl dat ding echt niet sneller gaat lopen door onze norse blikken. “Een Sopranootje dan maar?” vraagt Fem en aangezien we de tv-serie “The Sopranos” geweldig vinden en de Dvd-collectie van vrienden hebben geleend wordt de tijd met succes gedood. Twee afleveringen verder is het tijd om aanstalten te maken.

Peter heeft toegezegd ons weg te brengen en ondanks dat het zondag is heeft hij rekening gehouden met het verkeer en is hij aan de vroege kant. We zijn al lang blij: liever op Schiphol wat extra tijd doorbrengen dan nog langer thuis zitten. Bovendien willen we vroeg inchecken om zodoende wellicht aanspraak te maken op stoelen voorin het vliegtuig met indien mogelijk extra beenruimte. We hebben weliswaar alle informatie m.b.t. mijn ziekte in een vroeg stadium doorgegeven aan het reisbureau en zelfs volgens instructies Martinair nog even gebeld, je weet het met luchtvaartmaatschappijen echter nooit. En dat blijkt ook deze keer weer: het is een charter en geen lijnvlucht en dan zijn de spelregels weer even anders. Thomas Cook heeft het vliegtuig gecharterd en derhalve volledige zeggenschap en wij hebben niet via hen geboekt. Gelukkig maakt de grondstewardess alles in orde. We krijgen de beoogde stoelen: de eerste rij na de Comfort Class, aan het gangpad met extra veel beenruimte.

Het is voor ons al jarenlang een traditie om voor vertrek wat te eten bij restaurant/grand café “Amsterdam” en deze keer is het niet anders. We bekijken nog wat taxfree winkels, kopen nog wat leesvoer en wandelen wat rond. En dan…is het eindelijk tijd om te boarden!!!

We rijden met de rolstoel door de slurf tot aan het vliegtuig en Fem helpt me voetje voor voetje naar de stoelen die inderdaad uitstekend zijn. Eenmaal in de lucht kan het late avondmaal me nauwelijks meer boeien. Ik eet nog een paar happen pasta. Enkele ogenblikken later voel ik de slaap al komen…

Dag 2 (Maandag 3 September) – Jambo (= hallo)

Met nog zo’n twee uur voor de boeg word ik tegen zonsopgang wakker. Dat is een meevaller! Ik heb zo’n 5,5 uur geslapen en voel me opmerkelijk fit. Het is iedere keer maar weer afwachten hoe je een vlucht doorstaat. Door de jaren heen zijn we gelukkig aan lange vluchten gewend geraakt en het feit dat er nauwelijks sprake is van tijdsverschil (+1) heeft natuurlijk ook zo zijn voordelen.

Bij het begin van de slurf word ik direkt ontvangen door een “hospitality” medewerker met een vervangende rolstoel. Mijn eigen rolstoel zal met de bagage worden uitgeladen en op de bagageband verschijnen. Alles loopt op rolletjes. Zoals ik al had verwacht hoeven we nergens te wachten, worden we via alternatieve routes langs rijen wachtende mensen gemanoeuvreerd en staan we binnen no-time met de bagage buiten. Als klap op de vuurpijl worden we met zijn tweetjes een luxe minibus ingeloodst: wij blijken de enigen te zijn met als bestemming het “Papillon Lagoon Reef Resort”. Zo zie ik het graag, hoor! Als laatste het vliegtuig uit, als eerste onderweg!

Onze chauffeur legt uit dat de rit zo’n anderhalf uur zal bedragen omdat we midden in de spits zitten en we bovendien met de veerboot een rivier moeten oversteken. De luchthaven is n.l. gesitueerd op een eiland. We krijgen nog toegeworpen dat “je het met die veerboten nooit weet”. De ene keer kan je er zo oprijden, de andere keer moet je twintig minuten wachten”. Het zal me worst wezen. Terwijl de chauffeur honderduit verteld over Kenia geniet ik al met volle teugen van de rit. Wat een contrasten! We zien bouwvallen met golfplaten daken grenzend aan in aanbouw zijnde appartementen. We zijn getuige van een aan de weg gelegen open vuilnisbelt met daar op drie koeien die zich te goed doen aan rottende resten. Een gigantisch billboard van Barclays doemt op achter een aaneenschakeling van gesloopte en vergane auto’s. Mannen lopen op blote voeten door de modder op weg naar het werk. Vrouwen zie je nauwelijks.

De wegen verkeren in erbarmelijke staat, een vierwiel aangedreven terreinwagen zou de grootste moeite hebben met dit wegdek maar gammele minibusjes (taxi’s) denderen vrolijk toeterend en met grote snelheid voort. Mombasa ademt armoede uit. Voor de lol hoef je hier niet te verblijven. Het geheel doet me in alles denken aan Gambia maar dan op grote schaal.

Eenmaal bij de veerboot aangekomen worden we geconfronteerd met drommen Kenianen. Voor voetgangers is de overtocht gratis en velen maken gebruik van de primitieve schuit om naar het werk te komen. De overtocht verloopt gelukkig vlot en voorspoedig. Een dik half uur later arriveren we bij ons hotel. 

Na het welkomstpraatje van de dienstdoende gastheer, een welkomstdrankje en een ontmoeting met Harry, de host van Sudtours begeven we naar onze kamer. Niet verkeerd, al zeg ik het zelf. Faciliteiten voor rolstoelgebruikers zijn niet aanwezig maar daar had ik ook niet echt op gerekend. Qua ruimte is het goed te doen.

We besluiten om eerst maar eens om te kleden en het resort te verkennen. Aangezien één en ander zich op een heuvel bevindt en afloopt naar de oceaan gaan we op zoek naar een voor een rolstoel geschikt wandelpad zoals omschreven op de website van het resort. Maar waar we ook zoeken, we vinden het niet. Dan maar terug naar de receptie. Een medewerker zal ons wel even de weg wijzen. We rijden met de rolstoel om het restaurantgedeelte heen, passeren een scherpe bocht en dan…staan we tot onze grote verbazing aan het begin van een pad dat iets weg heeft van een skischans. “Moeten we hierlangs naar beneden en omhoog?“ vraag ik. “Dat redt je nooit in je eentje, Fem, of we moeten onderweg een anker uit kunnen gooien”. De hoek bedraagt zo ongeveer zestig graden, het geheel is allesbehalve egaal en bovendien moeten we tussen de opgehangen lakens en handdoeken van de wasserette door. Van een “gently sloping path” zoals op de website omschreven is geen sprake maar met de nodige assistentie komen we beneden.

Het uitzicht op het zwembad, het strand en de Indische oceaan maakt alles goed. Palmbomen wuiven in de heerlijke zeewind. Het zand op het strand oogt maagdelijk wit. Azuurblauwe golven rollen ons tegemoet. De gehele omgeving straalt een tropische sfeer uit en vooral de oceaan is veel mooier dan ik had verwacht. We kijken elkaar aan. Hier zijn we voor gekomen…en voor een eventuele safari natuurlijk!

Het is tijd om te relaxen, we zoeken een ligbed uit maar tegen half één worden we nieuwsgierig wat het buffet te bieden heeft. We hebben allebei reuze trek en al gauw blijkt dat het genieten geblazen is. All Inclusive: het blijft een wereldvondst.            

Na de lunch ontmoeten we Harry opnieuw. Harry is een echte Keniaan, spreekt uitstekend Nederlands en heeft een hoog knuffelgehalte. Hij wil zijn praatje als host houden en uiteraard excursies verkopen. Aangezien we een safari willen meemaken laten we hem alles uit de doeken doen. Hij weet het leuk te vertellen: alleen het beste is goed genoeg voor ons volgens Harry maar gemakshalve vergeet hij de prijskaartjes. Ik weet echter eigenlijk al lang wat ik wil: met het vliegtuig naar Masaï Marai en er twee dagen verblijven. Een dure grap en voor mij een intensieve onderneming…maar nu we er toch zijn gaan we het doen ook!!! De datum voor vertrek laten we alvast vastleggen i.v.m. de vliegtickets, over de accommodatie moeten we nog even nadenken. Er zit nogal wat prijsverschil tussen de typen accommodaties en Harry blijft maar hameren op het “Governors’ Camp”, de duurste lokatie, maar deze lodge kost 1000 USD p.p en daar willen we toch wel even een nachtje over slapen. Er zijn overigens genoeg goedkopere alternatieven, de één wat rolstoelvriendelijker dan de ander.

De rest van de middag besteden we aan het zwembad en nu pas merk ik hoe moe ik ben van de reis. “Dat wordt geen latertje, Fem” zeg ik. Tussen vier en vijf is er koffie en thee in het restaurant maar vooral het schitterend gelegen terras aan zee nodigt uit om deze hier te nuttigen. Er waait een constante zeewind en het uitzicht over de Indische Oceaan is magnifiek. Een langgerekt rif, enkele honderden meters van het strand, zorgt er voor dat eventuele haaien niet in de buurt kunnen komen en bij eb wordt het duidelijk zichtbaar.

Koffie en thee met cake. Etenswaren mogen overigens niet worden meegenomen uit het restaurant naar het terras. Het stikt hier n.l. van de apen en ze zijn hondsbrutaal. Overdag hebben we al aan den lijve kunnen ondervinden dat je een vruchtensapje niet langer dan drie seconden onbeheerd kunt achterlaten want je bent deze onherroepelijk kwijt. En ga nou niet proberen deze apen weg te jagen want ze gooien de tanden bloot, laten zich niet intimideren en gaan eerder over tot de aanval dan dat ze bakzeil halen. Vooral de volwassen mannetjes met hun enorme blauwe zaadballen hebben hier een handje van. Er loopt en vliegt hier trouwens verder van alles rond: duizendpoten zo groot als frikadellen, varanen, hagedissen, vliegende kevers, eekhoorns en allerhande vogels.

We knappen ons op voor het avondeten en vallen met onze neus in de boter: het is Afrikaanse avond en dat betekent typisch Afrikaanse gerechten in buffetvorm: irio (stamppot van maïs), samosas (knapperige deegpakketjes met een vulling van pittig gehakt of groente), kingfish (een lekkere stevige vis) en ugali (een brij van maïsmeel).         
We laten het ons goed smaken, hebben geen zin meer om via de schans naar beneden te gaan voor het entertainment en nemen een borrel in de lobby. Maar het licht gaat langzaam uit voor me. Het is een lange dag geweest en ik verlang naar mijn bed…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dag 3 (Dinsdag 4 September) – Hakuna Matata (= maak je geen zorgen)

Het slapen is me niet tegen gevallen maar het had beter gekund. Fem is ondanks de klamboe al lek gestoken maar het aantal muggen en andersoortige insecten valt over het geheel genomen best mee. Het is hier overigens we     l malariagebied maar in de regel nemen we hiervoor geen voorzorgsmaatregelen. Probate middelen zijn n.l. vaak erger dan de kwaal zelf en je kunt van deze middelen behoorlijk ziek worden. Goed de vinger aan de pols houden wat betreft eventuele koorts is het motto.

Voor het eerst zetten we ons aan het ontbijt en evenals de lunch en het diner is één ander uitstekend verzorgd. De chef bakt of kookt de eitjes waar je bij staat en de staf is weer bijzonder behulpzaam en vriendelijk. Dat blijkt maar weer na het ontbijt: onze ligbedden zijn klaar gezet zonder dat we ook maar iets hebben hoeven vragen, de handdoeken liggen al gespreid (zonder dat we hiervoor hoeven tekenen hetgeen gebruikelijk is) en men heeft op mijn ligbed een extra matras gelegd omdat men gisteren heeft geconstateerd dat ik moeilijk overeind kan komen. Op mijn verzoek heeft men eveneens een stoel van het terras gehaald zodat ik af en toe “gewoon” kan gaan zitten. Pure luxe, zoveel aandacht en comfort, ik kan niet anders zeggen.

Tegen de lunch komt Harry weer opdagen. Wij hebben inmiddels een accommodatie uitgezocht voor ons tweedaags verblijf in Masaï Mara maar op het moment dat wij onze keuze kenbaar maken begint hij te zweten en ruik ik onraad. Hij verspreekt zich en al snel wordt duidelijk dat hij er van uit is gegaan dat we wel “duur” zouden boeken. Hij heeft het dure
“Governors’ Camp” al besproken, tegen gemaakte afspraken in. Nu wij anders hebben besloten oogt hij bedrukt, raakt hij een beetje gestrest en begint druk te telefoneren. Hij is in de problemen geraakt en dit kan hem geld kosten. Na zijn telefonisch overleg blijkt dat de door ons gekozen accommodatie nu vol zit voor de geplande datum en dientengevolge moet hij waarschijnlijk ook nog eens de plaatsen in het vliegtuig annuleren. Wij dienen eveneens een aantal andere data te prikken. Gelukkig zijn we flexibel, we hebben immers tijd zat en  geven hem een aantal alternatieven door. We hebben echter wel zoiets van “je regelt het maar, we horen het wel”. Hij is inmiddels aardig gaan zweten, onze Harry, maar hij belooft het te regelen. Morgen weet hij het definitief.

In de loop van de dag staat ons nog een verrassing te wachten: de manager biedt ons een andere kamer aan. Onze huidige kamer bevindt zich op de begane grond boven in het resort. Het alternatief bevindt zich eveneens op de begane grond maar is gesitueerd in het lager gelegen gedeelte van het resort in de nabijheid van het zwembad, het terras waar de animatie plaatsvindt, de bar en het strand. Deze kamer is weliswaar iets kleiner en we moeten hoe dan ook één keer per dag naar boven en naar beneden vanwege het diner maar het feit dat we moeiteloos ’s avonds op het terras aan zee kunnen plaatsnemen is te aanlokkelijk. Bovendien vind ik het een uitermate prettig idee om een “eigen” toilet in de nabijheid te hebben. Er is weliswaar een toilet in het zwembadgedeelte, bij de aanbouw van het resort heeft men echter om de bestaande vegetatie heen gebouwd en, geloof het of niet, in de passage naar het herentoilet staat een boom. Nu kan ik aardig uit de voeten met mijn rolstoel…bomen beklimmen als ik nodig moet kan ik niet!

Buiten het feit dat er regelmatig kokosnoten uit de bomen vallen regent het ook…hagedissen!!! Deze kleine klimmers bevinden zich boven in de palmbomen en net op het moment dat Fem overeind gaat zitten op haar ligbed neemt er één een duik van een meter of tien hoog…en mist Fem op een haar. Het is weliswaar een klein exemplaar maar ik had er veel voor over gehad om de reaktie van Fem te mogen aanschouwen na een buiklanding. Haar gezichtsuitdrukking zou ongetwijfeld onbetaalbaar zijn geweest. De kokosnoten worden overigens regelmatig geraapt en geplukt, open gehakt en aangeboden aan de gasten. Ze zijn overheerlijk maar het blijft oppassen met de apen. Ze liggen op de loer.

              
´s Avonds is er tijdens het diner live muziek. Twee Masaï bespelen instrumenten en zingen liederen. Hoewel vermakelijk oogt het niet authentiek, en dat geldt voor zowel de heren als de muziek. Het entertainment is überhaupt nogal onderhevig aan schommelingen in kwaliteit merken we die avond: een leuke acrobatenshow wordt gevolgd door een optreden van de huis-dj. “Showtime”, zoals wij hem noemen omdat hij blijkbaar niets anders kan uitkramen, is werkelijk een drama en een betere reden om vroeg naar bed te gaan valt niet te bedenken. Overigens ga ik steevast pas te bed na een bruine rum met ijs. Dit drankje is inmiddels mijn slaapmutsje geworden.

Dag 4 (Woensdag 5 September) – Karibu (= niets te danken)

Het is heerlijk om de dagen lezend, muziek luisterend en etend en drinkend door te brengen. Na maanden van drukte is niets doen een zegen. Het enige smetje wordt veroorzaakt door een babbelzieke Nederlandse van Poolse komaf. Ze heeft lucht gekregen van het feit dat we Nederlanders zijn en ze kan haar klep niet houden. Het gaat maar door en het gaat nergens over. Het resort wordt trouwens voor het merendeel “bewoond” door Engelsen, Duitsers en een klein aantal Italianen.  

Harry heeft inmiddels via de receptie laten weten dat de safari toch doorgang kan vinden op de geplande datum en in de lodge van onze voorkeur. Bovendien heeft hij een aardige korting kunnen regelen. Maandag a.s. gaan we dus twee dagen op safari met in totaal drie zogenaamde “gamedrives” (ritten per Landrover) van elk 2,5 uur. Ik zie er enerzijds tegen op vanwege de te leveren inspanning. Anderzijds kan ik niet wachten. We zijn nu al zeer benieuwd!     

Voor het eerst worden we getroffen door een tropische regenbui. Aangezien het tegen half één  is maken we maar van de gelegenheid gebruik om de lunch te nuttigen. Het blijkt een goed plan: een uurtje later is de hemel weer schitterend blauw en kunnen we onze plaats op de ligbedden weer innemen. Genietend van de zon besteden we middag wederom lezend en luierend en om vijf uur lonkt het terras aan het strand weer. Ik pleeg hier overigens mijn oefeningen te doen. Ik ga dan naast mijn rolstoel staan en werk mijn serie rek- en evenwichtsoefeningen af. Ik voel me af en toe net een circusnummer: mijn handelingen trekken veel bekijks. Maar het is nu eenmaal noodzakelijk en dat is wat telt…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dag 5 (Donderdag 6 September) – Asante (= bedankt)

Meer en meer beseffen we dat we t.o.v. medehotelgasten een fiks aantal privileges genieten en we kunnen duidelijk merken dat men ons respecteert. De Kenianen zijn zeer beleefd en behulpzaam. Misschien heeft het ook te maken met het feit dat ik ondanks mijn handicap de stap heb genomen om Kenia te bezoeken. Daar lijkt het tenminste op gezien de aandacht die we krijgen. Al eerder maakte ik melding van het feit dat men iedere dag de ligbedden en de handdoeken regelt maar ook zaken als drankjes halen, borden met het ontbijt, de lunch of het diner komen brengen zijn meer regel dan uitzondering. Men wilde mij zelfs gedurende ons tweewekelijks verblijf een permanente assistent toewijzen tegen een kleine vergoeding maar dat is me te gek. Ik wil voorkomen dat we twee weken lang iemand achter ons aan hebben lopen. Als we hulp nodig hebben dan vragen we het wel…

Als het aan de bevolking ligt is het slechts een kwestie van tijd en dan is mijn genezing een feit. Mits ik in God blijf geloven, bepaalde kruiden ga gebruiken en mijn spieren ga insmeren met een geneeskrachtige olie uit India. Waar de olie uit bestaat kan men niet prijsgeven maar ik hoef het sein maar te geven en het wordt zondag a.s. (uiteraard na het kerkbezoek) voor me geregeld. Ik pas even. Het is allemaal goed bedoeld maar ik geloof voornamelijk in mezelf.

De lunch bestaat vandaag uit een waar wokfestijn. Net als in een wokrestaurant dien je zelf de ingrediënten uit te zoeken waarna één van de koks de bereiding op zich neemt. Aangezien ik van eten met pit hou neem ik noodles met kip, knoflook en chilipepers. Het is inderdaad pittig maar overheerlijk.

Ook vandaag hebben we een licht buitje. Voor de rest wordt het een beetje routine: liggen, slapen, lezen, slapen, muziek luisteren, slapen, terrasje pakken, omkleden, diner, terrasje pakken met entertainment en vervolgens naar bed. Klinkt het saai? Doe mij dan nog maar twee weken saai erbij!

Dag 6 (Vrijdag 7 September) – Polle Polle (= rustig aan)

We dachten dat we alles wel gezien hadden maar vandaag begint met de nodige commotie: werkelijk een kolos van een baviaan (ik heb nog nooit zo’n groot exemplaar gezien) dendert tussen de ligbedden door met in zijn kielzog de “poolman” met een zelfgemaakte speer. Ik waan me in een tekenfilm, het is zo’n mal gezicht. Uiteindelijk is het beest de poolboy te snel af en verdwijnt in het aangrenzende resort waar hij waarschijnlijk een zelfde lot zal ondergaan.  

We worden eveneens getrakteerd op een bezoek van een stel Neushoornvogels. Ze hebben waarachtig echt een immense “hoorn” op de snavel. Dieren in het wild, hun vertrouwde omgeving, het blijft een machtig gezicht.

Vandaag regent het vanaf het middaguur echt flink en deze bui duurt een aantal uren. We besluiten om na de lunch maar te blijven zitten in het restaurant om wat te lezen. Rond drie uur klaart het gelukkig op want we verheugen ons op de BBQ welke iedere vrijdag plaatsvindt. En niet onterecht want het aanbod is immens en er is veel variatie: gepofte aardappel, maïskolven, viskebabs, allerhande soorten vlees etc. etc.

Na de BBQ zijn we getuige van het meest dramatische entertainment dat we ooit hebben meegemaakt. Drie Kenianen spelen en zingen, waarschijnlijk met de beste bedoelingen, liedjes uit de jaren 70 van o.a. The Carpenters en Kenny Rogers m.b.v. een gitaar en een toetsenbord. Het ziet er niet uit en het is werkelijk niet om aan te horen. Als er nu een ober langs komt vraag ik of hij een fles rum wil neerzetten i.p.v. een glas want nuchter kan ik dit niet aan. Na afloop komt de manager van het trio het terras op om een verzamel CD van het optreden te koop aan te bieden. Fem wimpelt de verkoper keurig af. “Wij houden van een andere stijl muziek” zegt ze. “En dat is nog lichtjes uitgedrukt”, fluister ik…      

Dag 7 (Zaterdag 8 September) – Haraka Haraka (= snel, snel)

Het dagelijkse buitje begint me een beetje te irriteren maar zolang het tot de lunchtijd beperkt blijft kan ik er wel mee leven. Het wordt ons wel duidelijk dat er de laatste tijd meer regen is gevallen dan gebruikelijk is voor deze periode. Zo wordt het tenminste uitgelegd. Het weer is dus van slag…ook in Kenia.

De apen worden steeds brutaler. Hun streken bleven tot nu toe beperkt tot de ligweide, inmiddels duiken ze letterlijk uit de bomen op de ontbijttafel. De bewakers, gewapend met katapulten, ten spijt. Voor je het in de gaten hebt is je brood verdwenen. Ze zijn zo snel!

Na het diner raken we in gesprek met een leuk stel. Stephen en July komen uit Noord-Ierland en vooral Stephen heeft zo’n zwaar accent dat ik mijzelf in de film “Braveheart” waan. Het is vermakelijk om hem te horen praten en praten doet hij graag. Hij heeft een grote dosis humor. Hij wil ons persé iets laten zien en pakt zijn camera erbij. Hij heeft een filmpje geschoten van onze ligbedden op een moment dat wij net twee tellen weg zijn om te lunchen.  Tot onze grote verbazing laat hij een opname van een bewaker die een twee! meter lange slang onder onze bedden vandaan haalt! Aangezien men niet weet om wat voor soort het hier gaat wordt het beest afgemaakt. Dit is zo bizar om te zien!!! Een gedachte doemt op: Hen en Fem gaan iets later lunchen en één van ons trapt met de blote voeten op zo’n twee meter lange jongen. Die eventueel giftig is…we moeten er even niet aan denken, zeg.

Dag 8 (Zondag 9 September) – Habari (= hoe gaat het?)     

De spanning neemt toe. De safari moet toch eigenlijk het hoogtepunt van deze vakantie worden en al dagenlang speculeren we er op los. Wat zullen we te zien krijgen? We hebben al vaak verhalen over “The Big Five” gehoord (leeuw, luipaard, buffel ,olifant, neushoorn) maar met drie van de vijf zou ik persoonlijk al tevreden zijn. Alles wat we extra zien is voor mij slagroom op de taart. Nog steeds ben ik nerveus voor hoe één en ander zal verlopen. Ik zal het in veel gevallen moeten doen zonder mijn rolstoel en flink moeten inboeten op mijn huidige “luxe” welke al een stuk minder is dan thuis. Maar ik wist het van tevoren, had het zelfs ingecalculeerd dus ik laat het maar op me afkomen en. Ik reken er op dat ik bij eventuele problemen wel wordt geholpen.

We regelen een “early breakfast voor morgen want we moeten vroeg uit de veren. Voor Stephen en July is het de laatste dag dus na het diner, “Showtime” en een acrobatenshow nemen we afscheid. We gaan voor ons doen zeer vroeg naar bed.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dag 9 (Maandag 10 September) – Masaï Mara

De wekker gaat om 5.45 af. We hebben al een klein koffertje klaar staan met daar in kleding en overige benodigdheden voor ons samen. Er is ons aangeraden toch vooral wat warme kleding mee te nemen want in het binnenland kan het snel afkoelen en de temperaturen zijn er in deze periode altijd lager dan aan de kust. We doen ons om half zeven nog even te goed aan koffie, thee en een broodje voordat we ons naar de receptie laten brengen. Wederom zijn we maar met zijn tweeën en dat is voor mij wel zo gunstig: het betekent n.l. dat we opnieuw per luxe mini-bus worden vervoerd naar het vliegveld. We vliegen deze keer overigens niet vanuit Mombasa maar vanaf een klein vliegveldje in de buurt van het resort: Ukunda airstrip.

Na ca. tien minuten rijden arriveren we aldaar. Meer dan een landingsbaan met een stenen wachtruimte is het niet. De chauffeur regelt dat hij om het gebouw heen mag rijden om mij zo dicht mogelijk bij het vliegtuig af te zetten. We mogen vanuit de auto onze paspoorten laten zien. Typisch weer een voorbeeld van de Keniaanse gastvrijheid en behulpzaamheid.  

Het is weliswaar maar één kleine landingsbaan, het is een komen en gaan van kleine toestellen. Nauwlettend hou ik in de gaten hoe het in- en uitstappen verloopt. Twee treden om in het vliegtuigje te komen. Dat moet lukken. Om acht uur worden onze namen omgeroepen en kunnen we aan boord van het toestel (max. 18 personen). Het vliegtuig betreden gaat betrekkelijk eenvoudig en de meest dichtstbijzijnde stoel is inmiddels vrijgemaakt. De piloot zegt dat de vlucht twee uur zal gaan bedragen en we al naar gelang de bestemming één of meerdere tussenlandingen zullen maken. Enkele minuten later hangen we in de lucht.

De vlucht verloopt op zich voorspoedig. Fem is nog steeds niet gewend aan kleine vliegtuigen en net voordat de eerste landing wordt ingezet verschijnen de kotszakjes ten tonele. Ze houdt het gelukkig droog. We zijn geland bij het “Governors’ Camp” en op het moment dat Fem de hoop uitspreekt dat het aantal tussenlandingen beperkt zal blijven worden onze namen omgeroepen door de piloot. Of we maar even uit willen stappen. “Dat kan niet kloppen” roepen we beiden. Tot drie keer toe laten we onze gewijzigde voucher zien maar de piloot blijft bij zijn standpunt: volgens zijn gegevens hebben we onze bestemming bereikt. Wanneer ook de host van het “Governors’” er zich mee gaat bemoeien en benadrukt dat we worden verwacht besluiten we maar uit te stappen. Uitstappen is in mijn geval niet een goede woordkeuze: ik word door twee Kenianen onder mijn oksels vastgepakt, sla snel mijn armen om hun schouders en in een bijna vloeiende beweging word ik uit het vliegtuig gedragen en in een Landrover gezet.  De bagage en mijn rolstoel volgen en over drassige wegen rijden we richting “Governors’ Camp”. Vrijwel direkt worden we getrakteerd op de aanwezigheid van  gnoes, struisvogels, wrattenzwijnen en gazellen. Als dit geen goede voorbode is…

Eenmaal aangekomen krijgen we een heerlijk vers welkomstdrankje aangeboden op het terras aan de rivier de Mara. Een tweede verrassing dient zich aan: een nijlpaard komt op zijn gemak aanlopen door het ondiepe water. Een schitterend gezicht!

Ondertussen vragen we ons echter af wat er nu mis is gegaan. Het probleem wordt snel duidelijk: men heeft hier de mutatie m.b.t. de lodge niet door gekregen. Plotseling wil men het liefst zo snel mogelijk van ons af en ons wederom op een vliegtuig zetten. Nu is dat voor mij geen prettig vooruitzicht en dat proberen we ook duidelijk te maken maar al snel blijkt dat we geen prioriteit meer zijn. Iedereen gaat zijn gangetje en naar een oplossing wordt niet gezocht. We wachten een half uur. Het half uur wordt een uur. Het uur wordt anderhalf uur en op dat moment zijn we zo over de zeik dat we daar even blijk van gaan geven. We dreigen zo langzamerhand een lunch en een gamedrive mis te lopen en dat pikken we niet. We nemen de receptie in (hetgeen niet wordt gewaardeerd gezien de boze blikken) en bellen zelf wel even met de organisatie (Southerncross Safaris). Tenslotte hebben zowel zij als “Governors’” geblunderd. Ze gaan het nu maar oplossen ook. Aangezien er geen plaatsen in het vliegtuig voorhanden zijn dient men ons een onderkomen aan te bieden. En een wonder geschiedde: waar men een dik uur geleden helemaal zat volgeboekt is er nu een tent vrij. Fem gaat deze even inspecteren en alles blijkt dik in orde. Ik besluit om na de lunch wel te gaan kijken. Het is inmiddels 13.00 uur en ik barst van de honger.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Er wordt voor ons een tafel gedekt en even later blijkt waarom “Governors’ Camp” aan de prijzige kant is: het is, ondanks dat het zich midden in de wildernis bevindt, een vijf sterren accommodatie. Het vlees smelt bijna op je tong, de wijnen zijn uistekend, er is een kaasbuffet en de lokatie is eveneens om van te watertanden.

Na de lunch hebben we gelukkig ruimschoots de tijd om onszelf te installeren. Onze accommodatie bestaat uit een riante tent op een betonnen fundering met een aangebouwde luxe betegelde badkamer. Het geheel oogt heel luxe en toch op de één of andere manier stoer. Men heeft overigens de bedden op zo’n manier verplaatst dat ik met mijn rolstoel meer dan genoeg ruimte heb om te manoeuvreren. We kunnen ons nu gaan opmaken voor de eerste gamedrive welke om 15.30 zal beginnen!!! Terwijl we wachten bij het terras zien we een dertigtal Mangoesten, een marterachtige. Ze zijn nergens bang voor en één exemplaar betast nieuwsgierig mijn schoen!

 

Om 15.30 melden we ons bij het parkeerterrein. Er staan zo´n 30 Landrovers opgesteld en de indeling volgt. We komen met een Engels stel, Paul en Joan (zij zijn hier al drie dagen) terecht in de auto van chauffeur Amu. Hij helpt me met Paul de Landrover in. Mijn rolstoel blijft achter bij de receptie, we hebben deze toch niet nodig. Onderweg uitstappen lijkt me niet zo’n goed idee…

 

Wekenlang heb ik geprobeerd een voorstelling te maken van onze gamedrive maar op het moment dat we de vlakte oprijden kom ik ogen tekort. We zijn in de juiste periode naar Kenia afgereisd: de grote trek vanuit Tanzania is nog in volle gang en waar we ook kijken, er lopen beesten, beesten en nog eens beesten. We zien kuddes zebra’s, allerhande soorten gazellen (w.o. de Thompson gazelle), impala’s, topi’s en zover het oog reikt gnoes, letterlijk duizenden!!! Buffels grazen ogenschijnlijk ongeïnteresseerd verder terwijl we stapvoets langsrijden, gieren bevolken de spaarzame bomen nauwlettend speurend naar overblijfselen van prooi. Bavianen schooien door het hoge gras, wrattenzwijnen lopen druk rond. We kunnen al het moois van minder dan enkele meters aanschouwen.

 

Het “moment suprême” moet zich echter nog aandienen. Er is een jachtluipaard gesignaleerd!

Enkele minuten later staan we oog in oog met een moeder met twee jongen. Het is werkelijk een fantastisch tafereel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De moeder zit met haar kroost op een termietenheuvel en maakt zich klaar voor de jacht. We zijn getuige van de sprint maar haar poging mislukt. Amu besluit ze met rust te laten en gaat op zoek naar ander wild. Zijn getrainde ogen blijken wederom succesvol: in het hoge gras ontwaart hij een viertal jonge leeuwen en leeuwinnen, een honderd meter verder twee volwassen leeuwen luierend in het intredende schemerlicht.

 

Vervolgens is het plotseling een drukte van belang op Amu’s radio. Zijn collega’s maken melding van een gigantische kudde gnoes. Tienduizenden exemplaren denderen richting de rivier de Mara maar op het moment dat de eersten de oversteek willen wagen ontwaren ze de aanwezige krokodillen en houden ze halt. De kudde blijft echter maar groeien en op de andere oever ontstaat inmiddels een tweede “stampede”. Een deel van deze kudde waagt de oversteek wel en de krokodillen tonen geen interesse. Ik heb in mijn leven nog nooit zoveel beesten bij elkaar gezien…

 

Inmiddels is het tijd geworden om naar de lodge terug te keren want het wordt zo langzamerhand donker en bijzonder koud. Bovendien is het licht beginnen te regenen. Evengoed krijgen we op de terugweg nog mooie dingen te zien: een struisvogel met een nest met gigantische eieren, een stel noordelijke hoornvogels en een giraffe.

       

Eenmaal terug bij de lodge laat Amu even zien hoe sterk hij is: in zijn eentje pakt hij mij onder mijn armen vast en tilt mij uit de wagen. Paul heeft inmiddels de rolstoel gehaald. Iedereen is dus weer heel behulpzaam.

Wanneer we bij onze tent aankomen blijken de aanwezige gaslampen aangestoken en deze geven buiten het broodnodige licht (het is hier echt aardedonker) een aangename warmte af. Wanneer we gereed zijn voor het diner schijnen we met een zaklantaarn naar buiten. Het is het teken voor de bewakers om ons te escorteren naar de bar en het restaurant. ’s Avonds en ’s ochtends vroeg mag je hier zonder begeleiding niet rondlopen i.v.m. eventueel loslopend wild.

We komen net droog over. Het komt met bakken uit de hemel. In de bar nemen we de dag door, maken we wat aantekeningen en zijn we getuige van de aanwezigheid van een “Bushbabe”, een soort wasbeer. Het woord “Bushbabe” is overigens ook de benaming voor een dame van lichte zeden in dit land. Na het drankje in de bar worden we naar onze tafel in het restaurant gebracht en dienen we door te geven hoe laat we wensen op te staan en of we koffie of thee willen. De eerste gamedrive zal n.l. al om 6.30 plaatsvinden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het diner blijkt in navolging van de lunch eveneens een feestmaal: we worden o.a. getrakteerd op een voorgerecht van overheerlijke vis in mosterddille saus en een nagerecht bestaande uit geflambeerde flensjes. Het hoofdgerecht wordt bereid waar je bij staat nadat je zelf de ingrediënten hebt uitgezocht. Je kunt het zo gek niet bedenken of het is aanwezig: kip, verschillende soorten vlees en vis. Rijst, aardappelen, curry’s, groenten en natuurlijk weer allerlei kaasjes. Het is weer eens genieten geblazen. De manager komt even informeren of alles naar wens is. Hij heeft natuurlijk één en ander vernomen en is heel attent. Tijdens het diner krijgen we nog een optreden van de Masaï te zien. Na een afzakkertje in de bar laten we ons naar de tent begeleiden. Om 5.45 zullen we worden gewekt… 

Dag 10 (Dinsdag 11 September) – Simba (= leeuw)

Fem had voor de zekerheid de wekker gezet, zit al overeind in bed en is blij dat ze een t-shirt aan heeft. Tot onze verbazing horen we om 5.45 n.l. de rits van de tent omhoog gaan. De gaslampen worden aangestoken en we krijgen koffie en thee met koekjes op bed!!! Het moet niet gekker worden!

Om half zeven zitten we weer in de Landrover met Paul, Joan en Amu voor de eerste gamedrive van vandaag. De zon komt net op boven de Masaï Mara en het is een schitterend gezicht. Deze keer rijden we een andere richting uit en binnen de kortste keren stuiten we op een dertiental olifanten. De kudde beweegt zich al etend voort en bestaat buiten volwassen dieren uit een drietal peuters. We zien eveneens een immense kudde zebra’s, de nodige aantallen gnoes, jakhalzen, een slangarend en een serval, een kleine katachtige die normaal gesproken zelden wordt gezien.

De hoogtepunten van deze ochtend moeten echter nog komen en volgen elkaar in rap tempo op. Er zijn weer leeuwen gesignaleerd! Amu loodst ons met al zijn ervaring richting de doorgegeven lokatie en we worden geconfronteerd met een volwassen leeuw en drie leeuwinnen. Kort ervoor hebben de leeuwinnen een zebra gedood en aangezien de dames jagen en de meester zelf altijd eerst eet zet de koning der dieren zijn met bloed besmeurde gezicht in het kadaver. De leeuwinnen doen zich inmiddels te goed aan wat kleine resten. Enkele minuten later verlaat de leeuw de groep om een plekje in de schaduw te zoeken want ondanks het vroege tijdstip begint de zon al weer aardig te branden. De leeuwinnen strijden onderling om het beste stukje vlees. Hyena´s jammeren in de nabijheid. Ze zijn echter nog nergens te zien. De gieren zitten al klaar.

Ook wij verlaten deze plaats maar een honderd meter verder bevinden zich opnieuw een leeuw en een leeuwin. Deze keer is het een parend stel. Blijkbaar is het daar nog niet te heet voor…

De radio doet weer van zich spreken en we rijden richting een rotsachtig gedeelte op de vlakte. Wat zich daar afspeelt is eigenlijk te bizar voor woorden: een jonge leeuw heeft een baby Thompsongazelle te pakken maar i.p.v. het dier te doden speelt de jonge leeuw met het kalfje, likt het bij tijd en wijle en hij houdt het angstvallig weg van andere jonge leeuwen. Het gegil van het blijkbaar nog onaangetaste jong gaat door merg en been. Dit tafereel is even fascinerend als hartverscheurend. We hopen allemaal dat het voor het jong snel voorbij zal zijn. Hoewel dit natuurlijk de wet van de natuur is blijft het even slikken. Amu vertelt ons dat dit gedrag van de leeuw uitzonderlijk is en dat hij het vandaag voor het eerst heeft mogen aanschouwen. Dit gedrag komt normaliter voor bij jachtluipaarden. I.t.t. leeuwen moeten zij hun kroost n.l. jachtgedrag aanleren en dat doen ze door het gevangen wild levend te overhandigen zodat de jonge jachtluipaarden leren doden. Leeuwen handelen instinctief en bijten in de regel in één keer de luchtpijp door van hun slachtoffer.

Wanneer we terugrijden naar de lodge zien we wederom een jachtluipaard, deze keer een solitair mannelijk en groot exemplaar. Een blauwgekleurde vogel met een lila borst beneemt ons de adem. Deze vogel is zo mooi van kleur dat je deze eerder zou verwachten in het tropisch regenwoud dan op deze vlakte. We zien kraanvogels, ibissen, een slangarend en wrattenzwijnen met jongen. Amu mag nog één keer zijn chauffeurskunsten tonen want vanwege de hevige regenval van gisterenavond en vannacht komen we vast te zitten. “Everybody hold on tight” roept hij en terwijl de bagger om ons om de oren vliegt trekt hij de :Landrover uit het moeras..

Terug bij de lodge kunnen we zo aanschuiven voor het ontbijt. Ondanks het feit dat mijn darmen al een dag lang kuren vertonen bestel ik roereieren “Spanish Style” (met allerlei soorten groenten erdoor) met een croissant, toast en koffie en het is het beste ontbijt dat ik ooit heb gegeten.

Om half twaalf zijn we al weer toe aan de laatste gamedrive. Ook voor Paul en Joan is het de laatste. Zij zullen in de loop van de dag terugvliegen naar Nairobi, wij naar Ukunda. Maar zo ver is het gelukkig nog niet. Ook deze keer rijden we een andere kant uit en terwijl we langs de rivier de Mara rijden zien we grote aantallen nijlpaarden, sommigen met jong. We ontmoeten een aantal Masaï, ontdekken wederom een kudde olifanten, stuitten op een immense bavianenkolonie, een buffel en allerlei soorten gazellen en dan zit het er op. We rijden terug naar het kamp en nemen alvast afscheid van Amu hoewel hij ons na de lunch nog zal wegbrengen naar de landingsbaan. Hij is een geweldige gids gebleken en heeft er voor gezorgd dat we, buiten de met uitsterven bedreigde neushoorn, alles hebben gezien wat we wilden zien. We zijn een buitengewone ervaring rijker.

Na de lunch checken we uit, nemen we afscheid van Paul en Joan en voordat we het weten hangen we weer in de lucht. In eerste instantie is er sprake van een overstap en ik zie mezelf al weer naar buiten klimmen om in een ander vliegtuigje weer plaats te nemen maar van dat idee wordt (tot onze opluchting) afgezien. Na een tussenlanding arriveren we twee uurtjes later na een rustige vlucht op de Ukunda airstrip. Tot onze verbazing staat er deze keer een megabus te wachten. “Dat wordt dus weer klimmen”, zeg ik maar na de werkelijk schitterende ervaringen van de afgelopen twee dagen en de nodige klimpartijen kan dat me eigenlijk niets meer schelen.

In het resort reageert men verbaast op onze terugkeer. Het personeel dacht dat wij al huiswaarts waren gekeerd en men is enthousiast wanneer we vertellen dat zondag a.s. pas onze laatste dag is. Het feit dat wij naar Masaï Mara zijn geweest vindt men geweldig! Voordat we naar de kamer gaan nuttigen we een drankje op het terras en nemen we gezamenlijk de afgelopen dagen door. Vervolgens is het lekker lang douchen geblazen, aankleden en weer terug naar het terras. We gebruiken het diner en maken het logischerwijs niet laat. Alle indrukken zijn nog nauwelijks bezonken en we zijn moe van de inspanningen van de afgelopen dagen…

Dag 11 (Woensdag 12 September) – Bwana (= mijnheer)

Ook de “poolboy” is verbaast wanneer hij ons hedenochtend ziet. Na het ontbijt blijkt dat hij, ondanks dat er een hoop nieuwe gasten zijn, ons “eigen” plaatsje bij het zwembad heeft geprepareerd. We vervallen weer in onze routine van lezen, eten, slapen etc. Achteraf gezien had de planning van het bezoek aan Masaï Mara niet beter kunnen uitpakken: halverwege ons verblijf en op dit moment hebben we nog vijf hele dagen over voordat we weer naar Nederland vertrekken.

Ik sterf overigens van de pijn in mijn lippen. Ik heb mezelf tot nu toe iedere dag goed laten insmeren (zelfs meer dan me lief is maar het is noodzakelijk vanwege de ligging van Kenia op de evenaar) maar ik ben mijn lippen vergeten en de zon en de zeewind hebben inmiddels hun werk gedaan. De pijn is niet om te harden en het eten en drinken gaat me niet gemakkelijk af.

Na de lunch komt Harry weer eens opdagen. We zijn heel erg benieuwd naar zijn verhaal. Hij biedt wel tien keer zijn excuses aan maar daar zitten we eigenlijk helemaal niet op te wachten. We hebben immers een geweldige tijd gehad en ondanks dat er sprake was van een misverstand is       een flinke fooi wel op zijn plaats. Hij is zichtbaar opgelucht.

Deze middag zijn we weer eens getuige van het feit dat sommige toeristen zich niet weten te gedragen en/of maling hebben aan de regels. Ondanks de huisregel dat het ontbijt en de lunch in het restaurant niet in badkleding mogen worden genuttigd blijkt dat sommige lui Oost-Indisch doof zijn. Nu kan ik mij aan een schaars geklede dame niet of nauwelijks storen mits ze er een beetje uit ziet maar een Michelinvrouwtje, behangen met tatoeages bevordert mijn eetlust niet. Andere hotelgasten blijken niet te kunnen lezen: overal hangen borden waarop in vier verschillende talen staat geschreven: “a.u.b. de apen niet voeren, deze kunnen zich agressief gedragen” maar er is altijd wel weer een Oosterbuur (jazeker, ik heb een vooroordeel) die denkt dat hij het beter weet, vervolgens een hele zak chips aan de kolonie voert en tenslotte zijn vrouw de rest van de dag achtervolgd ziet worden door losgeslagen apen die heel goed weten waar Abraham de mosterd haalt. En dan de mannier waarop sommige gasten omgaan met het hotelpersoneel. Er kan geen lachje van af en commanderen lijkt vanzelfsprekend. Bah!!!

Gelukkig weet de meerderheid van de gasten hoe het wel kan en vriendelijk gedrag wordt in Kenia altijd beloond, al is het maar met een leuk gesprek of met een glimlach.

Dag 12 (Donderdag 13 September) – Bibi (= mevrouw)

Wat ons tot nu toe echt is opgevallen is dat we hier meer dan ooit verstoken blijven van nieuws. Het resort heeft geen internetvoorzieningen, kranten zijn hier een zeldzaamheid en het dichtstbijzijnde dorp bevindt zich op vier kilometer en bestaat uit een aantal restaurants en een Barclays Bank met pinautomaat. Het weinige nieuws dat doorsijpelt gaat van mond tot mond en vindt zijn oorsprong meestal bij één van de bewakers. Zo horen we pas van een tsunamiwaarschuwing vanwege een aardbeving bij Indonesië op het moment dat een aantal gasten een frisse duik in zee neemt en de lokale bevolking er alles aan doet om de mensen het water uit te krijgen. Ook het gegeven dat 17 landen in Afrika w.o. Kenia in de problemen zijn gekomen vanwege hevige regenval en dat zowel oogsten als levens verloren zijn gegaan is totaal langs ons heen gegaan. We zijn wel gewezen op het feit dat het momenteel uitzonderlijk veel regent en in Masaï Mara hebben we het aan den lijve kunnen ondervinden, we hebben op geen enkele wijze ook maar een idee gekregen van de gevolgen. Het is best een vreemd gevoel dat we in een land vakantie vieren terwijl een deel van de bevolking tegelijkertijd nog meer moet vechten dan gebruikelijk om het hoofd boven water te houden.

Vandaag is er het weerzien met Kena. Wij hebben hem vorige week al leren kennen. Kena (hetgeen “de hoogspringer” betekent) werkt hier in de bediening en is een echte Masaï. Zijn wangen zijn in zijn jeugd twee keer gebrandmerkt en de grote gaten in zijn oren verraden een overmaat aan sieraden welke worden gedragen wanneer hij bij zijn volk is. Kena is trots, leergierig, gelovig en een uitstekende gastheer. Hij heeft gestudeerd, weet alles van flora en fauna en ooit hoopt hij een tweede taal te leren om zodoende aan het werk te kunnen als gids in één van de nationale parken.

Deze dag krijgen we ook te maken met een vervelend voorval. Na het diner wordt Fem na een toiletbezoek opgewacht door een vaag Keniaans heerschap. Deze persoon, genaamd Jumo, behoort tot de gasten en vraagt Fem om haar mobiele nummer zodat hij haar kan bellen wanneer hij in Nederland is. Nu is Fem niet op haar mondje gevallen en wimpelt hem af. “Ik ken jou niet genoeg om telefoonnummers uit te wisselen” zegt ze en loopt vervolgens terug naar haar plaats bij mij in de bar waarna ze mij het verhaal vertelt. Saillant detail: Jumo is al twee weken in het gezelschap van een Duitse, op leeftijd zijnde dame. Deze combinatie leverde al de nodige vraagtekens op en het feit dat hij in een eerder stadium al een onsamenhangend verhaal heeft opgehangen over zijn “relatie” bevestigt mijn vermoedens: het is een parasiet die teert op het kapitaal van anderen. Het feit dat hij Fem heeft opgewacht zit mij nog het meest dwars. In mijn situatie heb ik helaas de mogelijkheid niet om verhaal te halen. Overigens is hij direkt na het voorval verdwenen…     

Dag 13 (Vrijdag 14 September) – Hapa napenda (= ik vind het hier fijn)

De volgende ochtend komen Jumo en zijn metgezel ons tegemoet lopen en krijg ik sterk de neiging om het verhaal aan te kaarten. Waar hij bij zit haar telefoonnummer vragen lijkt me wel leuk, al is het maar om te kijken hoe hij reageert. Maar het feit dat hij me niet eens meer durft aan te kijken zegt genoeg. Ik laat het er maar bij zitten. Harry komt de vertrektijden doorgeven. We vliegen om half negen maar vanwege de veerboot en overige op te halen gasten worden we al om half vijf opgehaald bij de receptie. Er gaan deze keer meerdere Nederlanders weg.

Het is vandaag weer BBQ dag dus we laten het ons weer smaken. Kena heeft voor deze gelegenheid een tafel gereserveerd, het geheel met bloemen opgeleukt en voor Fem al een wijntje neergezet en voor mij een sodawater. Heel attent van hem. Met mijn mond gaat het gelukkig weer iets beter en Fem moet meerdere malen lopen om op te scheppen. Ze doet het met liefde.     

Na de BBQ kunnen we weer “genieten” van het drietal met het toetsenbord en de gitaar. Evenals vorige week is het een monotone martelgang.  We begrijpen er weinig van. Bijna iedere avond krijgen we een leuke show voorgeschoteld met acrobaten, Masaï dansen e.d. Het klinkt wellicht niet spectaculair maar het is op zijn minst heel vermakelijk. En dan krijgen we nu weer dit amateuristische gebeuren. Overigens hebben we tijdens het diner ook al eens een optreden van een live-artiest meegemaakt. Ook dat was geen vreten. 

Dag 14 (Zaterdag 15 September) – Kukula (= eten)

De tuinman biedt aan mee te reizen naar Nederland. Hij legt uit dat hij voor mij zal zorgen zodat Fem kan blijven werken. Heel lief bedoeld natuurlijk maar we passen even. Overigens begrijpen we zijn standpunt wel. Europa is voor veel arme Kenianen het beloofde land.

Vandaag bestaat het entertainment uit een reptielenshow. Maar geleur met beesten, daar kan ik niet tegen. Slangen, hagedissen en kameleons gaan van hand tot hand, alleen maar voor een fotootje. Waar ter wereld je ook komt zie je het gebeuren: dansende beren, apen en vogels aan kettingen, gedrogeerde roofdierpups. Vaak moet je er voor betalen. Ik word er misselijk van. Gelukkig hebben wij de gelegenheid gehad om zoveel moois aan flora en fauna te aanschouwen in de meest pure vorm.

Dag 15 (Zondag 16 September) – Kukunywa (= drinken)

De laatste dag is aangebroken. Enerzijds is het jammer dat het er bijna op zit, anderzijds is het wel weer lekker om naar huis te gaan. Ik zal vooral het klimaat en de vriendelijkheid van de bevolking gaan missen. We besteden de dag zoals we inmiddels gewend zijn: rustend, etend, drinkend en genietend van de zon. We eindigen de middag op het terras aan zee. Een Nederlands stel biedt belangeloos aan morgenochtend te helpen met de bagage en de rolstoel. Ze zaten op de heenreis ook bij ons in het vliegtuig. We zijn er blij mee want we weten eigenlijk niet of er om 4.30 uur al personeel aanwezig is. Gezien het feit dat het zondag is en het merendeel van het personeel kerkganger is en derhalve (deels) een vrije dag heeft zijn we zo vrij geweest om gisteren al de fooien uit te delen. Voor diegenen die we hebben gemist hebben we een dichtgeniete envelop achter gelaten.

Kena brengt ons na het diner voor de laatste keer naar beneden. Wederom had hij vanavond een speciale tafel geprepareerd. We besluiten om na ”Showtime direkt naar bed te gaan. Fem heeft de spullen al gepakt. Alles staat klaar.   

Dag 16 (Maandag 17 September) – Kwaheri (= dag)

De wekker gaat om vier uur. Dit belooft een lange dag te worden. Het stel dat ons heeft aangeboden om te helpen (helaas weten we hun namen niet) staat keurig klaar om een deel van de bagage te dragen en mij naar boven te duwen. Een grote bus staat reeds te wachten en na het uitchecken en het betalen van de rekening klim ik met de nodige hulp aan boord.

Het is een druilerige ochtend en ik ben nog niet echt wakker. We stoppen onderweg bij nog twee resorts om gasten op te halen en met de veerboot bereiken we het centrum van Mombasa en het vliegveld. Wederom genieten we de voordelen van de rolstoel en we krijgen overal voorrang en begeleiding. Vanwege het feit dat we meer beenruimte willen krijgen we een gratis upgrade naar Comfort Class. Dat is luxe! Nadat we de douane zijn gepasseerd bekijken we de winkeltjes en we kopen een fles bruine rum. Er is hier verder weinig te zien en te doen. Het is nu eenmaal geen Schiphol. Er is hier tot mijn opluchting wel een invalidentoilet, de eerste die we in Kenia tegenkomen, en na het bezoek ga ik opgelucht aan boord. Men biedt nog aan om me te helpen met een speciale vliegtuigrolstoel maar ik red me wel. Drie films en twee maaltijden later landen we na een voorspoedige vlucht op Schiphol waar het uiteraard koud en regenachtig is en we aansluiten achter in de file. Kenia…ik mis het nu al!