Canada 10 Mei ’06 – 31 Mei ’06

 

10 Mei - Vancouver

 

We hebben de vlucht naar Vancouver eigenlijk heel erg goed doorstaan. Zelf heb ik zo’n twee uur geslapen maar ik voel me betrekkelijk fit. 1 ding is ons tijdens de vlucht opgevallen: waar het normaliter de kinderen zijn die lopen te zeuren en te dreinen zijn het deze keer de wat oudere medelanders onder ons. De  vlucht heeft een rijkelijk hoog bejaardengehalte en zinsnedes als “doorlopen, doolopen” of “waarom staan we nu weer stil” zijn niet van de lucht. Alsof het vliegtuig hierdoor eerder zal vertrekken. We ervaren de oudjes als luid en ongeduldig. Waar komt die haast vandaan vragen wij ons af. We kunnen er in ieder geval smakelijk om lachen.

 

De douaneformaliteiten worden snel afgewikkeld (voordeel van het hebben van een rolstoel) en ook de bagage hebben we in een handomdraai. Het transferbusje brengt ons in no-time naar ons geboekte Accent Inn. Onze kamer is meer dan uitstekend (zelfs op rolstoelers ingericht zoals veel faciliteiten hier) maar Paolo en Cecile willen direct switchen. Hun kamer lijkt op een vergaderkamer en het geheel stinkt. Alles komt gelukkig in orde.

 

Na een kop koffie en even opfrissen laten we ons naar “downtown” Vancouver brengen om uit eten te gaan. Tijdens de rit is het al genieten geblazen: Vancouver is een stad om verliefd op te worden. Het doet een beetje denken aan San Francisco in het klein. Veel hoogteverschillen en een smeltkroes van culturen. De ene straat is nog leuker dan de ander. Werkelijk waar overal restaurants: Sushi, Indisch, Indiaas. Zelfs Mongools. Je kan het zo gek niet verzinnen. We hebben onze zinnen gezet op Indiaas en gaan volledig “los” op het buffet (11 dollar maximaal). Heerlijk gewoon!!! Na het eten storten we gezamenlijk in en besluiten snel terug te gaan naar het motel. Ik kan niet voor de anderen spreken maar binnen 2 minuten ben ik onder zeil.

 

11 Mei – Vancouver – Hope

 

Na een heerlijke nachtrust word ik 6 uur ’s ochtends wakker. En wederom voel ik me opmerkelijk fit. Fem heeft duidelijk een stuk minder geslapen en heeft aanmerkelijk langer nodig om zich aan te passen aan het tijdsverschil.. De keuze voor het ontbijt blijkt eenvoudig: er bevindt zich een IHOP “next door” en voor we het weten zitten we aan de eieren, hash browns, worstjes en grote potten koffie en thee. Zalig gewoon!! Na het ontbijt hebben we nog een ruim uur voordat we worden opgehaald door Canadream, de camperverhuurder. Het dient overigens gezegd te worden: tot nu toe is alles optimaal geregeld en de mensen hier zijn megavriendelijk. Een dikke pluim dus.

 

Na het invullen van de nodige papieren krijgen we voor het eerst onze “RV” te zien. Wat een apparaat, zeg! Schitterend gewoon en van alle gemakken voorzien. Het duurt een dik uur om alles uitgelegd te krijgen, zoveel mogelijkheden zijn er. Aparte slaapkamer, douche, toilet, slide out (!), keukentje, zithoek. Kneuterigheid ten top maar wel op een leuke manier.

 

Nu de boodschappen nog. En weer verbazen we ons: wat een lekkere dingen vinden we hier in de supermarkt (die ongeveer net zo groot is als de Makro!). We hadden al een redelijke boodschappenlijst maar we doen er ruim 2 uur over om de supermarkt weer uit te komen!! Paolo heeft inmiddels wijn gescoord en vanwege het feit dat we nu toch wel graag willen gaan rijden duwen we snel even een pizzaslice naar binnen. Het avontuur kan nu pas echt beginnen.

 

Over highway nr. 10 rijden we richting de nr. 1, een van de belangrijkste wegen. Deze weg brengt ons richting het dorpje Hope (bekend van de film “First Blood” met Sylvester Stallone) waarna we naar het noorden zullen ombuigen richting Hell’s Gate. Al snel vallen we met onze neus in de boter: een schitterende natuur, watervallen, door mineralen gekleurde rivieren (Fraser) en meren en herten (!!!) in het wild. We worden dus direkt al verwend!! Eenmaal voorbij Hope blijkt dat we een stukje terug moeten: veel RV campgrounds zijn vanwege het voorseizoen nog dicht dus het aanbod is beperkt. Het kan de pret niet drukken. Overigens krijgen we nog een plaats bij een local aangeboden (Sophie), typerend voor de charme van de bevolking, maar met het oog op het comfort nemen we het zekere voor het onzekere. Nadat we de camper hebben geïnstalleerd in Hope Valley Campground verorberen we nog een door Paolo gemaakte vegaburger. Maar dan gaat het licht toch echt weer uit. De bedjes zijn inmiddels gespreid (goede dekens en het oogt heel erg gezellig) en we krijgen allemaal heel erg veel zin om de ogen dicht te doen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

12 Mei – Hope – Hell’s Gate – Kamloops – Blind Bay

 

Mede dankzij de naweeën van een jetlag zijn we allemaal lekker vroeg op. Douchen en lekker ontbijten is het plan. De hete stralen van de douche doen mij heel erg goed want eenmaal uit bed merk ik hoe koud het hier kan zijn. Het ontbijt geeft ons weer een echt picknickgevoel. De slide-out is naar buiten geschoven en we kunnen op deze manier met zijn allen aan een tafeltje lekker broodjes eten en thee en koffie drinken.

 

Vandaag staat Hell’s Gate op het programma. Dit meest nauwe deel van de Fraser rivier ligt op 150 meter diepte en is alleen bereikbaar via een kabelbaan. Het uitzicht is overweldigend, zowel vanuit de gondel als beneden aan de rivier. Hell’s gate is beroemd vanwege zijn zalmtrek en speciaal vanwege de sterkte van de stroming zijn in de rivier holle plateaus van beton gebouwd om het de zalmen gemakkelijker te maken. Zonder deze plateaus en tunnels zouden deze vissen het geweld van de stroming niet kunnen bolwerken en geen van allen zou het redden tijdens het seizoen (september, oktober).

 

De omgeving maakt me klein en nederig. De dichtbegroeide hellingen, de kolkende rivier en het flauwe zonnetje maken het een lust om naar te kijken.

 

Gelukkig waren we bijtijds: wanneer wij ter plaatse aan de lunch zitten komen de busladingen vol bejaarden al aan. Overigens: we eten hier salmon chowder en een cheese sandwich (“today’s special”) en vooral de chowder is geweldig!!! En men hanteert hier Amerikaanse afmetingen als het om eten gaat. We rollen dus goed gevuld weer naar buiten.

 

Vervolgens rijden we richting Kamloops, waar we weer wat boodschappen gaan doen. We kunnen blijven staren naar het landschap, vanaf het ontbijt eigenlijk al. Het vreemde is echter dat de omgeving   dikwijls verandert van groen en vochtig naar droog en dor. De Fraser river verlaat ons en de Thompson river gaat ons nu vergezellen.

 

Eenmaal in Kamloops gaan Paolo en Fem de inkopen doen terwijl Cecile zich op een boek stort en ik mijn MP3 speler tevoorschijn haal. Het idee is om na het inslaan van benzine nog Salmon Arm te halen maar eenmaal onderweg doet de heerlijke zon ons gewoonweg eerder stoppen. We willen proberen om nog even van het avondzonnetje te genieten en vinden hiervoor werkelijk een schitterende plaats: Timber Cove Campground aan het Lake Shuswap, 22 km ten westen van Salmon Arm. Het uitzicht over het meer is schitterend en we pakken de laatste zonnestralen nog even mee (al is het goed koud hier!) waarna we ons tegoed doen aan een heerlijke lasagne (terwijl ikzelf al een noodlesoep heb verorberd, vakantie maakt blijkbaar hongerig!).

 

En ook nu valt direct na het eten het doek.

 

13 Mei – Blind Bay – Salmon Arm – Three Valley – Revelstoke National Park – Glacier National Park -          

              Golden – Radium Hot Springs

 

Vandaag hebben we een marathonetappe afgelegd. Na ons ontbijt te hebben genuttigd blijkt ons stekje aan de Blind Bay uitermate geschikt om in de stralende zon de koffie te nuttigen. We nemen het er dan ook van en genieten van de warmte welke om half 9 al meer dan aangenaam is.

 

Na de koffie gaan we op pad. Het doel van vandaag is de plaats Golden (of iets verder) zodat we in de buurt komen van Banff National Park. Wederom genietend van de schitterende natuur rijden we langs de watersportparadijzen Salmon Arm en Sicamous, brengen we een kort bezoekje aan Craigellachie (waar ooit het oostelijk deel en het westelijk deel van de transcontinentale spoorweg aan elkaar genageld werden) en komen we in de buurt van Revelstoke National Park. Tot onze verbazing echter zijn hier alle uitzichtpunten en trials echter om onduidelijke redenen gesloten (later zal blijken dat de meeste wandelroutes en campgrounds pas rond 19 mei zullen worden geopend als start van het seizoen).

 

Eenmaal het park uit besluiten we eerst maar eens te gaan lunchen bij de Canyon Hot Springs (35 km ten oosten van Revelstoke (het dorp) en wellicht een duik te nemen in de hete baden. Het ziet er echter allesbehalve imposant uit en besluiten verder te rijden.

 

Maar als we het dan toch over imposant hebben: Glacier National Park met hierin de Rogers Pass (1330 m) doet ons om de twee tellen vergapen aan besneeuwde bergtoppen, tientallen gletsjers, wilde stromen en begroeide hellingen. Schitterend gewoon!!!

 

Onderweg hebben we gelukkig ook de mogelijkheid om even met de laptop on-line te gaan. We hebben al diverse malen verontrustende wegbewijzeringen gezien met een omleiding vanaf Golden naar Yoho National Park, onze beoogde route, en willen de zaken even checken. De verkeersinformatie op het internet bevestigt een verschuiving van een bergwand (highway 1 blijkt afgesloten) en we zijn dus genoodzaakt een alternatieve route te kiezen of de gok te nemen en in Golden te blijven en hopen dat morgen het puin is opgeruimd. We nemen het zekere voor het onzekere en buigen af naar het zuiden via highway 95 richting Radium Hot Springs. Hoewel dit een omweg is is het zeker geen slechte keuze: het landschap verandert wederom, wordt wat vlakker en bestaat vaker uit moeras aan de rechterzijde en veegrond aan de linker. We krijgen eveneens een spectaculair uitzicht voorgeschoteld in de vorm van de Kootenay Rockie Mountains. Zo slecht is deze omleiding dus niet hoewel Paolo nu echt vermoeid oogt. De rit is door de omleiding nu eenmaal een stuk langer geworden.

 

Maar de beloning volgt nog: wanneer we eenmaal aangekomen in Radium H.S. een plek voor onze RV hebben gevonden besluiten we direkt een bezoek te brengen aan de plaatselijke Hot Springs. Wat een weelde!!! Het water met een temperatuur van 40 graden celsius doet onze lichamen meer dan goed en na een uurtje weken storten we ons loom op een burger met patat. Het was een lange, vermoeiende dag maar…we liggen op schema en zijn weer eens zwaar onder de indruk geraakt van alle wisselende taferelen.

 

14 Mei -  Radium Hot Springs – Banff

 

Het feit dat we ondanks de detour voorliggen op ons schema brengt grote voordelen met zich mee. We kunnen “uitslapen”, uitgebreid ontbijten, koffie drinken in de warme zon (tot nu toe hebben we schitterend weer) en op ons gemak de ca. 130 km richting Banff dwars door Kootenay International Park afleggen. De rit is fascinerend. We hebben de afgelopen dagen al heel wat gezien en telkens wanneer we denken dat het eigenlijk niet mooier kan…juist, ja. Je kan hier bij wijze van spreken beter met de deur open blijven rijden, zo vaak springen we uit de camper. Ook zien we hier al meer herten. De taferelen doen mij denken aan de tv serie Centennial uit de jaren 70 over de ontdekking en ontginning van het nieuwe westen. Wederom wilde stromen, diepe dalen, gletsjers en besneeuwde bergpieken. We lunchen aan de Numa Falls en het landschap zou zich prima lenen voor het spotten van een beer. Die mazzel hebben we nog niet gehad maar wat niet is kan nog komen.

 

In de namiddag rijden we Banff National Park in richting Banff en verlaten we Kootenay. Al direct spotten we rechts van de weg een wolf! Banff op zich oogt momenteel rustig (het is voorseizoen) en we slaan er de nodige boodschappen in. Eenmaal op zoek naar een campground vallen we van de ene verbazing in de andere: wat begint met het brullen om fratsen van grondeekhoorns wordt al snel gevolgd door talloze herten (vrouwtjes en pas later de wat grotere mannetjes) en wederom een wolf. In mijn enthousiasme denk ik nog twee wolven te spotten maar 2 tellen later zie ik pas de eigenaar van de twee huskies!!! Ik liet me een beetje meeslepen…

 

We vinden uiteindelijk een campground en genieten hier van risotto met asperges en een lamsworstje. Overigens moeten we al het eten en de benodigdheden hiervoor binnenhouden: er is een zwarte beer in de omgeving gesignaleerd. We krijgen er echter niets meer van mee. Na een aflevering van “De Sopranos” gaan we zeer tevreden naar bed.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

15 Mei – BanffUpper Hot springsBow Valley Parkway (1A) – Lake Louise

 

Wat ons blijft opvallen is het weer. We blijven maar zonnige dagen houden en we kunnen gerust stellen dat we tot nu toe heel erg veel geluk hebben. Wolkenloze dagen met ca. 20 graden zijn meer regel dan uitzondering en aangezien we een bezoek gaan brengen aan de Upper Hot Springs is zo’n temperatuur natuurlijk meer dan welkom.

 

We genieten van de zon met wat tijdschriften, lunchen in het cafe (ik eet een heerlijke noodlessoep met chili, echt overheerlijk, en Fem dezelfde soep met een Caesar Salad) en besluiten om ca. 15.30 aan te gaan kleden om een gondel te nemen naar Sulphur mountain (2451 m) om ons ter plaatse te laten betoveren door een spectaculair uitzicht. Eenmaal aangekomen blijkt de trip echter dermate duur (CND 23) dat we besluiten het niet te doen. Voor dat geld gaan we liever een keer uit eten. Als alternatief besluiten we nog even Banff in te gaan. Banff is een typisch toeristisch wintersportdorp, dure winkels, heel netjes maar naar mijn smaak “klopt” het allemaal een beetje teveel. Het lijkt meer op een decor uit een film dan dat het naturel overkomt. Hoe dan ook: we drinken koffie, pinnen, winkelen wat en besluiten dan de reis te aanvaarden richting Lake Louise via de Bow Valley Parkway. Deze alternatieve route richting Lake Louise voert door de bossen en staat bekend om zijn overvloed aan dieren en zeker in het begin worden we rijkelijk verwend met herten en ongeveer een hele kudde bergbokken/geiten waarvan de leider duidelijk laat zien dat hij iets te beschermen heeft. Hij sprint werkelijk op de camper af en buigt pas op het laatste moment af de rotsen op. Wat een ervaring, zeg!

 

We blijken te laat te zijn om in Lake Louise nog inkopen te doen. Het dorp is ook eigenlijk niets meer dan een winkelcentrum en twee benzinestations. We worden al direct geconfronteerd met het feit dat Lake Moraine “ferme” is. Zonde, want het schijnt net zo mooi te zijn als Lake Louise.

 

We zijn aangewezen op het enige aanwezige trailerpark, ongeveer het saaiste tot nu toe. We vatten het plan op om morgen eerst naar het meer te rijden en dan te ontbijten vanwege de drukte. Maar eerst spelen Paolo, Cecile en Fem een potje Yahtzee waarna we een heerlijke viscurry met gebakken komkommer eten.

 

16 Mei – Lake Louise – Bow Pass (Bow Pass Summit) en Peyto Lake – Mistaya Canyon en River -

              Glacier Lake – Coleman Creek – North Saskatchewan River en Cirrus Mountain - 

              Columbia Icefield – Stutfield Glacier – Sunwapta FallsAthabasca Falls - Jasper

 

Aangekomen bij Lake Louise blijkt dat we toch niet zo vroeg zijn: busladingen toeristen (lees Japanners) worden aangevoerd maar het grote voordeel is dat ze ook zo weer weg zijn. Even een foto en snel de bus weer in. Ze nemen nergens de tijd voor en schijnen alleen in Makroverpakkingen te komen.

 

Eenmaal bij het meer valt onze mond bijna open. Het ligt er nog dichtgevroren bij maar dit doet niets af aan haar schoonheid en die van het dal waarin ze ligt. Ongelofelijk!!! Door het ijs heen kunnen we al de turkooizen kleur zien waarom het meer beroemd is. En gisteren liepen we n.b. nog in onze zwembroek…

 

De gehele dag op de Icefields Parkway heeft overigens een hoog “Oohhhhh”, “Aahhhh” en “Wauw” gehalte. We passeren bevroren meren als het Hector Lake en het Bow Lake. We houden halt bij de reeds gesmolten Waterfowl Lakes welke eveneens die zo specifieke smaragdgroene en turkooisblauwe kleur hebben. Gletsjers domineren het landschap en het geheel oogt wat ruiger dan de omgeving van Banff. De eekhoorns eten uit mijn handen tijdens de lunch bij Coleman Creek waar twee stromen samenkomen. Het Columbia Icefield imponeert vanwege zijn dikke sneeuwlaag (tot 360 m!) en de Sunwapta en de Athabasca Falls doen ons heel even zwijgen. Wat een geluid en wat een kracht!!!

 

En het hoogtepunt van vandaag? Bij Mount Fryatt spotten we onze eerste zwarte beer!!!! Het dier heeft maling aan ons en steekt de weg over, al grazend in de berm. Het is geen groot exemplaar maar zeer de moeite waard. Vervolgens krijgen we veel “elks” te zien en berggeiten. De dag is weer eens meer dan kompleet!

 

In Jasper blijkt de stroom uitgevallen en alle restaurants blijven dus dicht. Daar we echter onze zinnen hadden gezet op sushi laten we Paolo de lokale Sushi-chef onder druk zetten waarna we heerlijk smullen. We eten echt ons buikje rond.

 

We sluiten de dag af met tranen in onze ogen van het lachen: elks in het centrum van Jasper zijn blijkbaar gemeengoed maar als we er zes in iemands tuin zien staan trekken we het echt niet meer!!!

 

Voldaan parkeren we de RV op Whistler’s Campground (tot nu toe de mooiste lokatie).

 

17 Mei – Jasper – Miette Hot Springs – Lake Maligne – Jasper

 

Na het ontbijt aanvaarden we de reis richting Miette Hot Springs. Wederom is het heerlijk om te baden in het warme water (hetgeen normaal 56 graden is maar wordt afgekoeld naar 39) en te genieten van de warme zon. De locatie is echter niet om over naar huis te schrijven: er wordt hard gewerkt aan twee extra zwembaden dus het geluid van bulldozers is er niet van de lucht en het panorama is volledig dichtgetimmerd. Het stikt hier overigens van de geiten. Onderweg spot ik een hert met een reuzengewei!                              

 

Voor het eerst dienen we deze reis keuzes te maken over wat we wel en niet gaan doen. In principe liggen we op schema maar de komende dagen zullen we aardig kilometers moeten maken als we de geplande route willen blijven volgen. Dus staan we voor de keuze: Lake Maligne of Wells Gray, of beiden, of rechtstreeks naar Prince George. We besluiten in ieder geval Lake Maligne te bekijken en de overige opties te bekijken onder het genot van een pizza later die avond.

 

Lake Maligne blijkt een goede zet. De Maligne Canyon blijkt weergaloos mooi en erg diep. Je schijnt hier in de winter op de bevroren bodem van de canyon te kunnen wandelen o.l.v. een gids. Wij moeten het doen met de wilde stromen van dit moment maar ook dit uitzicht blijkt imposant. De weg naar het meer verrast ons echter nogmaals op aangename wijze: we spotten onze tweede zwarte beer en dit is echt een prachtexemplaar. Groter dan de eerste, glanzend zwart en duidelijk schuw gezien zijn achterover geslagen oren en zijn tred. Wat een plaatje!!!

 

Het meer ligt er deels bevroren maar mooi bij. Er valt hier nog weinig te beleven, we zijn vroeg in het seizoen. Het is de gehele dag warm geweest maar aan het meer is het gelijk 10 graden kouder vanwege de wind die over het ijs komt aanzetten.

 

Terug in Whistler steken we de koppen bij elkaar in “Jaspers Pizza” en ondanks dat de bediening hier bestaat uit een stelletje no-no’s zijn de pizza’s overheerlijk . Na wat leeswerk besluiten we morgen vroeg op te staan en toch richting Wells Gray te rijden. Maar eerst keren we terug naar Whister’s campground voor de nacht.

 

18 Mei – Jasper – Mount Robson National Park – Tete Jaune Cache – Clearwater – Wells Gray

               International ParkClearwater

 

De wekker gaat vroeg vandaag maar evengoed zijn we laat op weg door zaken als tanken, lozen, water bijvullen etc. Gelukkig winnen we ook een uur vanwege de overschrijding van een tijdszone in Mount Robson Provincial Park. Het uitzicht is hier overigens fantastisch. De Mount Robson is met zijn 4000 m de hoogste van BC en vanaf Mount Terry fantastisch om te zien. We spotten onze eerste elanden.

 

De reis richting Clearwater is lang maar gaat voorspoedig. Wanneer we afbuigen naar het zuiden wordt het landschap ietwat vlakker en eenmaal in Clearwater zie je links en rechts de boerderijen. We zijn vanaf Mount Robson voortdurend in de buurt geweest van gebieden welke bekend zijn geworden door de goudkoorts, indianen en cowboys en dit zal voorlopig ook wel zo blijven. We zien zelfs bizons onderweg en tipis.

 

Onderweg zien we echt bizarre taferelen: op de rails van de spoorlijn zien we een grote zwarte beer worstelen met een door een trein in tweeën gereden hertenkadaver. Hij/zij lijkt de romp niet te kunnen verslepen en weg te lopen maar keert terug en waagt nog een poging. Deze keer lukt het de beer om het hert van het spoor te slepen maar om het verder mee te tornen blijkt een illusie. Een “snack” wordt losgetrokken en meegenomen. Het hoofd blijkt minder interessant.

 

Even verder worden we geconfronteerd met de consequenties van het toenemende verkeer. Twee trucks staan in de berm geparkeerd en 500 m verder zien we waarom: een hertenkadaver, zo te zien een jong, ligt levenloos op de weg. We hebben het er net over gehad en nu gebeurt dit. We worden er allemaal heel stil van.

 

Daar we vroeg in Clearwater arriveren besluiten we eerst het Wells Gray Park te bezoeken. De uitzichten tijdens de lunch (the Shaden) zijn werkelijk fantastisch maar de publiekstrekkers doen ons echt verstommen: de Sphahats Falls en de Helmcken Falls imponeren ons werkelijk en lijken zo maar uit de wanden te spuiten. Deze hele omgeving en die van Maligne staat so wie so bekend om zijn vele ondergrondse rivieren. Reden ook waarom vele meren lijken droog te staan. Op de terugweg naar Clearwater minderen we vaart en tot onze verbazing horen we een wieldop losschieten. Gelukkig vinden we alle onderdelen terug. We besluiten een notitieboekje bij te houden want ondanks dat de camper rijdt als een trein vertoont deze toch wat kleine gebreken.

 

Terug in Clearwater gaat na dagen eindelijk de BBQ aan. Het is nog steeds heerlijk weer en Cecile blijkt een kei in het aansteken hiervan: het ISS meldt aan de NASA tot op dit moment nog steeds grote onverklaarbare wolkenpartijen boven BC. Maar goed, uiteindelijk lukt het en we eten er allen smakelijk van. Ik ben al lang blij dat het eten nog goed is. Paolo had n.l. de avond ervoor tijdens het verplaatsen van de RV de stekker uit het contact gereden en zodoende de stroomvoorziening verbroken w.o. ook die van de ijskast!!!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

19 Mei – Clearwater – Quesnel – Prince George

 

De Bergen maken vandaag plaats voor een glooiend landschap met nog veel meer veeteelt als de dag van gisteren. Tussen de bospercelen ontdekken we met gele bloemen bedekte weiden en ranches en er bekruipt ons een “Hillbilliegevoel”. We ervaren de mensen hier als stug in vergelijking tot wat we tot nu toe hebben meegemaakt en de houthakkersbloezen, bretels en het “Deliverance” gehalte zijn, bij wijze van spreken meer regel dan uitzondering. Er duiken langs de weg ook direct diverse kerken op, die hadden we nog amper gezien.

 

We rijden de weg op welke bekend staat als de Goldrushtrail (97, de oudste weg van West Canada) langs het “100 Mile House”, het “108 Mile House”, het “150 Mile House” etc. Allen waren ooit nederzettingen waar de paarden werden gewisseld voor de postkoets en er heerste schijnbaar een drukte van belang i.v.m. de goudkoorts. Tegenwoordig zie je er weinig van terug (alleen in Barkerville schijn je de sfeer nog te kunnen proeven). We ervaren deze weg als de meest saaie tot nu toe, ook al vanwege het feit dat plaatsen als “Williams Lake” en “Quesnel” gewoonweg kleurloos blijken te zijn. Beide dorpen geven je het gevoel dat je er nooit meer zou wegkomen, zou je er geboren zijn.

 

We zijn overigens blij dat we vandaag zo’n afstand hebben afgelegd (470 km) en deze etappe achter de rug hebben. Het geeft ons iets meer lucht. Momenteel wordt er heerlijk gekookt. Ik ben benieuwd hoe dit nu weer gaat smaken…

 

20 Mei – Prince George – Smithers

 

Achteraf gezien hebben we qua campground wellicht een verkeerde keuze gemaakt. Het ontvangst gisterenavond was al niet denderend, bij het ontbijt zijn we het er allemaal wel over eens dat we waarschijnlijk hebben overnacht bij Eichmann die tegen het einde van de tweede wereldoorlog nog snel even de wijk heeft genomen naar Canada. Er hangen overal borden met wat vooral NIET mag, aan de receptie hangen opzichtig twee camera’s hangen (met als zogenaamd grappig bedoeld bord “smile, you’re on Candid Camera!) en de toiletten en douches zijn beveiligd met pincodesloten. Er hangt nog net geen prikkeldraad aan de hekken en je zou bijna denken dat deze mijnheer het absoluut niet voor zijn plezier doet. Maar goed, we kunnen niet alles hebben…

 

We hebben overigens wel een uitstekende tip gehad voor het nuttigen van een ontbijt: op twee minuten afstand bevindt zich het “Bon Voyage Inn” en we krijgen hier een gigantisch ontbijt voorgeschoteld. Eieren, worstjes, aardappelen, pancakes. Teveel om op te noemen eigenlijk. Zelfs de lunch moeten we er voor laten staan!!!

 

Na dit gastronomisch hoogstandje maken we een begin met de etappe van vandaag. Wederom hebben we aardig wat kilometers voor de boeg en voor de tweede keer sinds onze aankomst is het druilerig, regenachtig weer. Het maakt niet zoveel uit. Er valt op deze weg nog steeds weinig te beleven hoewel het landschap weer wat ruiger wordt en de eerste besneeuwde bergtoppen en de eerste groene meren al weer zichtbaar worden.

 

In Smithers (het schijnt hier bekend te staan als “Hockeycapital”) wordt Paolo met open armen ontvangen als hij de Tourist Information bezoekt. Twee Indiaanse dames blijken zichtbaar in hun nopjes en Paolo komt met bijna een ordner aan informatie naar buiten. Nu nog op zoek naar Glacier View Campground. Eenmaal aangekomen blijkt dat het qua gastvrijheid dus ook anders kan. We worden met open armen ontvangen en…de campground doet zijn naam eer aan!!!                           

 

21 Mei – Smithers – Moricetown, Bulkley Canyon, (New), (Old), (South) Hazelton, Ksan, Kitwanga,

              Kitwangcool, Terrace.

 

De aan ons door de Indiaanse dames verstrekte informatie blijkt heel er nuttig. Er is ons een schema verstrekt welke ons puntsgewijs van Smithers naar Terrace helpt zonder ook maar iets te hoeven missen. Deze fase van onze reis gunt ons een blik in de levenswijze van de Indianen alhier. Het weer is ook weer eens opgeklaard dus we kunnen weer eens optimaal genieten van het gebodene. In Moricetown bekijken we de Bulkleyrivier en even verder de Bulkleycanyon waar de Indianen de zalmen in het najaar met haken en netten uit de rivier vissen. Bij Hazelton bezoeken we het Indianendorp Ksan (de inwoners stonden bekend om de nachtelijke visvangst) met al zijn nagebouwde huizen, totempalen en een klein museum en op de terugweg naar de Yellowhead Highway (16) houden we wederom even halt om een canyon te bekijken. We lijken in herhalingen te treden maar dat doen we pertinent niet. Deze formaties bestaan mogelijkerwijs nu eenmaal al honderdduizenden jaren en blijven de een na de ander reuze imposant.

 

Bij de kruising met de highway 37 (Cassiar Highway, richting Alaska, “North to Adventure”) buigen we af richting het Noorden om via Kitwanga in Kitwangcool te belanden. Dit Indiaanse dorp ademt de sfeer uit van de situatie waarin de Indianen tegenwoordig verkeren: het dorp bestaat uit trailers en bijna vervallen huizen, geflankeerd door de oudste totempalen van BC. Verder is het er overal een puinhoop en zijn de “tuinen” bezaaid met allerhande zooi zoals gesloopte auto’s, campers, vaten en andere, voornamelijk metalen, troep. In eerste instantie oogt het geheel ronduit armzalig. Toch lijkt het alsof men hier alles dik voor elkaar heeft gezien de eigen brandweer, voetbalverenigingen, kerken en community centers. Selfsufficiency is hier het sleutelwoord. Paolo spot in deze omgeving een rode vos en ook dit dier lijkt zelf wel te bepalen wanneer hij komt of gaat, zoals alle dieren hebben gedaan tot nu toe.

 

In de omgeving van Terrace gaan we op zoek naar het Waterlily Bay Resort, mede vanwege de in de buurt aanwezige hotsprings. Ondanks dat de springs niet bijster florisant zijn besluiten we hier te overnachten, al is het alleen al vanwege de locatie: klein opgezet en aan een meer gelegen. De voorzieningen zijn hier wat primitief (er is alleen een “droog toilet” en maar een enkele douche) en de eigenaar is misschien een beetje vreemd maar wederom blijkt deze campground een uitstekende keuze.

 

22 Mei – Terrace – Prince Rupert

 

Met het oog op onze veerbootreis zijn we vandaag bijtijds op pad gegaan. Er staat niet bijster veel op het programma buiten een bezoek aan Port Edward waar we een kijkje willen nemen in de zogeheten “canneries”. Deze bedrijfjes dateren uit de vorige twee eeuwen en waren gespecialiseerd in het inblikken van zalm maar daar de wateren op een zeker moment waren leeggevist raakten deze bedrijven in de knoei en deelde de gehele regio mee in de malaise. De canneries blijken echter op maandag gesloten.

 

Het maakt allemaal niet zoveel uit. We zijn al dagen gefocussed op de reis met onze veerboot en we willen het liefst een campground vinden (zo dicht mogelijk bij de ferry), de reis bevestigen bij de terminal en dan lekker uitgebreid eten in Cow’s Bay, het gezellig gelegen kleurrijke centrum aan het water. Alles loopt werkelijk op rolletjes dus voor we het weten zitten we in een op palen gebouwd visrestaurant aan zee te genieten van de gamba’s en een “Seafood Combo”, een combinatie van heilbot, gamba’s en inktvis. Biertje erbij. Heerlijk! Overigens eten we nu uitgebreid omdat we ’s avonds vroeg te bed willen. Het wekkertje gaat om 4 uur morgenochtend dus echt tijd om uitgebreid te koken is er even niet. Evengoed “rekken” we de boel tot half tien, dan is het aftaaien.

 

23 Mei – Prince Rupert – Port Hardy

 

Om 4.15 ‘s ochtends heerst er een gezonde chaos. Natuurlijk moet er op het laatste moment nog van alles ingepakt, gesmeerd en bij elkaar geraapt worden maar we zijn ruimschoots op tijd. We krijgen een plaatsje apart bij de lift en settlen ons eerst in het restaurant op het zesde dek voor een riant ontbijt. Eenmaal uitgegeten gaan we op zoek naar de lounge om in de luie stoelen wat bij te slapen maar zoals het echte toeristen betaamd heeft “iedereen zijn/haar handdoekje al neergelegd” om vervolgens de stoelen niet te gebruiken. Wat een klootjesvolk, zeg! Dan maar een dutje in een andere stoel.

 

Twee uurtjes verder is iedereen wel weer een beetje bijgekomen en keren we terug naar het restaurant. Het uitzicht is hier nu eenmaal magnifiek. Het weer is wisselvallig en wanneer het enigszins droog is zitten we buiten in de zon, bij regen keren we terug naar ons plekje in het restaurant. De omgeving blijft een plaatje om naar te kijken, zeker nu we vanaf het water toch een iets andere indruk krijgen dan vanuit de auto. Paolo is lekker een dagje vrij en hoeft niet te sturen en zelf ben ik als Stan-Stan (Tom-Tom) ook even een dagje van mijn navigatietaken ontheven. Hoewel: ik kan het niet laten een kaart te kopen van de “Inside Passage”, zoals deze 18-urige route per veerboot wordt genoemd. We spotten onze eerste dolfijnachtige (waarschijnlijk een orca) en zijn na een aantal uurtjes al dik tevreden dat we dit toch kostbare onderdeel van onze reis hebben opgenomen in ons al fantastische schema.

 

Tijdens het avondeten worden we wederom verrast. Deze keer wordt door de kapitein een grijze walvis gemeld en de passagiers staan zo gelijktijdig op dat we geluk hebben dat het dier voor ons zwemt en niet aan bak- of stuurboord. Op het juiste moment duikt het dier op en toont zijn rug- en staartvin. Imponerend!

 

’s Avonds begint de lengte van de reis zich een beetje te wreken. De totale duur is zo’n 18 uur en we zijn al de gehele dag in touw. Wanneer we het sein krijgen om de camper op te zoeken om van boord te mogen zijn we zo’n beetje de eersten die zich naar beneden begeven. Eenmaal van de boot af parkeren we ons voertuig gewoon in het centrum van Port Hardy en begeven ons te bed. Toch gemakkelijk, zo’n camper…

 

24 Mei – Port Hardy – Campbell River

 

Een relatief korte nacht na een 18-urige bootreis eist in mijn geval zijn tol: als ik wakker wordt voel ik me als of er een wals over me heen is gereden. Ik zal wel een dagje nodig hebben om bij te komen.

 

Gelukkig maakt de omgeving alles weer goed. Ook op Vancouver Island overheerst het groen maar tijdens onze rit van Port Hardy naar Campbell River zien we duidelijk een meer tropische vegetatie. Lichtere kleuren, heel veel varens. Het is duidelijk dat hier het gehele jaar veel meer neerslag valt dan op het vaste land.

 

Ik ben een beetje met de routeboeken bezig als Paolo schreeuwt: “een beer!”. Hij remt, rijdt stiekem een stukje achteruit en inderdaad zien we een groot exemplaar op zijn gemak in de berm zitten. Tot onze verbazing zien we echter nog iets bewegen. En dan nog iets! Deze beer blijkt drie jongen te hebben!!! Mama beer stuurt haar telgen snel een boom in. Dit is zo geweldig om te zien!!! Waarlijk een van de hoogtepunten van onze reis tot nu toe. Mams houdt ons overigens zeer scherp in de gaten. Normaliter schijn je uit te kunnen stappen voor een foto. Nu maar even niet doen…

 

Eenmaal aangekomen lunchen we bij Taco del Mar (Taco Bell kan wel inpakken) en worden de boodschappen gedaan. En eindelijk…kunnen we eens internetten. Ik heb 143 (!) e-mails en het is ons wel duidelijk dat men thuis schreeuwt om een teken van leven. Het is ook zalig om alles even te checken. De burrito is overigens zo groot dat we ’s avonds in Campbell River in de camper alleen de antipasti eten. De pasta laten we maar even voor wat het is.

 

Via de 19A cruisen we zuidwaarts. Deze weg heeft wat meer stoplichten maar qua uitzicht is het genieten geblazen! Langs het water, door de wat duurdere wijken. We overnachten op het Salmon Point RV Campground, rustiek gelegen aan het water en de meest indrukwekkende campground tot nu toe.

 

25 Mei – Campbell River – Cathedral Grove – Tofino

 

We merken allemaal dat de druk een beetje van de ketel is. Tot onze reis per veerboot zat het schema toch vrij strak in elkaar maar nu we vrijwel zeker weten dat we ook weer op tijd zullen terugkeren in Vancouver laten we de teugels duidelijk iets meer vieren. Er is tijd om uit te slapen, langer te ontbijten en lunchen en we gaan wat later naar bed. Dat soort zaken. We hebben tot nu toe zeker niet hoeven haasten (eigenlijk hebben we onze reis samen meer dan nauwkeurig uitgevoerd en als geweldig ervaren!) maar er bekruipt ons wel een beetje het gevoel dat we alles hebben gezien wat we wilden zien en wat er eventueel nog volgt is “the icing on the cake”.

 

Vandaag hebben we wederom ongelofelijk veel geluk met het weer. Tijdens onze rit naar het zuiden Parksville) en later het westen (higway 4 richting Tofino) regent het geregeld maar op het moment dat we het oerbos van Cathedral Grove bereiken blijft het weer wederom een uurtje meer dan uitstekend. We wandelen tussen de werkelijk kolossale reuzen door (waarvan sommige ca. 800 jaar oud zijn) en zijn zwaar onder de indruk van al dit moois. Alles zo groen. Alles zo groot. Een zware storm heeft in 1996 n.b. een aantal van deze reuzen weten te vellen. Ik moet er niet aan denken wat de kracht van deze orkaan moet zijn geweest.

 

Ook het overige deel van de weg naar Tofino blijft indrukwekkend. Stijgingspercentages van 18% en een slechte weg zorgen bij Cecile en Femke voor een weeïg gevoel in de buik maar ook zij kunnen niet ontkennen dat de uitzichten blijven boeien. Kolkende rivieren, schitterende meren en de bergen op de achtergrond als ware het een schilderij van Bob Ross. Ik weet nu al niet hoe ik het thuis moet gaan beschrijven. Gelukkig hebben we de foto’s nog…

 

Paolo ruikt duidelijk de oceaan. Eenmaal in het Pacific Rim National Park springt hij bij ieder strand uit de auto en is hij binnen no-time uit het zicht verdwenen om enkele minuten later met een bezweet hoofd terug te keren. Hij kan niet wachten om te gaan surfen, dat is wel duidelijk.

 

26 Mei – Tofino e.o.

 

Ondanks dat de weersvoorspelling voor de komende dagen bar en boos was hebben we wederom alle geluk. De lucht is op een enkele wolk na hemelsblauw en iedereen krijgt dus zijn zin. Paolo kan zijn surfding gaan doen en ikzelf, Fem en Cecile krijgen de kans om aan de teint te werken, te lezen, muziek te luisteren, te wandelen enz. enz. Fem en ik maken een wandeling over het strand en het is genieten geblazen. Ik ondervind alleen wat last van mijn rug. Misschien gaat het camperbed mij nu opbreken.

 

Paolo komt zichtbaar opgetogen terug. Het surfen blijkt de moeite meer dan waard geweest en tijdens zijn verblijf op de golven heeft hij ook nog eens een grijze walvis gespot. Lekker voor hem dat deze dagen voor hem geslaagd blijken te zijn. Met de golven schijn je het nooit te weten.

 

’s Avonds eten we in Tofino aan het water. Het is even zoeken geweest (voor een badplaats als Tofino is er toch vrij weinig te doen) maar onze speurtocht naar krab wordt beloond. Fem en ik hebben hier al dagen zin in en gelukkig helpt de aardige serveerster ons het dier te ontleden. Caesar’s salad erbij. Overheerlijk!!! En we hadden al gevulde champignons en popcorn shrimp als voorgerecht gehad. Wat een hoeveelheden, zeg! Dat wordt weer een “doggybag” mee. Eenmaal terug op de campground ga ik snel naar bed. Het is best een luie dag geweest maar ik voel me erg moe…

 

27 Mei – Tofino – Ucluelet – Nanaimo

 

In de ochtend bezoeken we het alternatief voor Tofino : Ucluelet. Het is wat kleiner en schijnt goedkoper te zijn maar voor ons gevoel is er weinig te beleven hoewel het geheel wel aangenaam en gezellig aandoet. Er zit hier overigens wel duidelijk “geld”. Het ene huis is nog mooier als het ander en dan laat ik de locaties nog maar even achterwege. Een en ander is echter wel met stijl opgezet, d.w.z. qua kleurstelling, bouw en hoogte passend in het landschap.

 

De rit naar de oostkust is wederom indrukwekkend. Op een uitstekende rots boven een rivier spot ik een adelaar. Het exemplaar lijkt enorm en tuurt om zich heen of hij de wereld regeert. Wat een uitstraling. We spotten eveneens onze tiende beer en ondanks dat deze alleen blijkt te zijn lijkt het een jong exemplaar.

 

Afwisselend nemen we de oceanroute en de highway richting Nanaimo. Femke en Paolo slaan de nodige boodschappen in voor een BBQ en aan de Nanaimo Harbour, waar we een mooi gesitueerde campground vinden, kunnen de kolen vrijwel direct aan. Het is een beetje frisjes (maar het ken net) en we eten er heerlijk van. Voor het eerst gaan we vrij laat naar bed (tegen twaalven, na de “The Sopranos” natuurlijk).                                                                                                                  

 

28 Mei – Nanaimo – Victoria

 

In Nanaimo maken we van de gelegenheid gebruik om een wandeling te maken langs de “Harbourfront”. Het geheel is niet zo bruisend als de Lonely Planet doet vermoeden maar het is een machtig gezicht om de watervliegtuigen hier op te zien stijgen en te zien landen. We wandelen nog even een “mall” door en checken een Chocolaterie. Nanaimo schijnt bekend te staan om zijn chocolade en de kleine chocolaatjes die we kopen smaken verrukkelijk.

 

Op de klanken van de Supperclub zakken we langzaam af naar het zuiden richting Victoria en met de zon op het glooiende landschap is het weer eens heerlijk genieten. In de stad aangekomen zijn we verbaast over de schoonheid van deze stad. Het geheel doet echt Victoriaans aan. Overal zie je statige gebouwen, deels in Engelse en deels in Franse stijl, en de “high-tea” komt je bij wijze van spreken tegemoet. De geveltjes in het centrum ademen, mede door alle warme kleuren en authenticiteit, voortdurend warmte en charme uit. 

Net als Vancouver loopt de stad een iets trapsgewijs naar beneden richting de haven en wanneer we arriveren zijn de smalle straatjes bezaaid met terrasjes. Het is ook weer heel prettig om onder de mensen te zijn. We zijn de afgelopen weken logischerwijs genoeg mensen tegengekomen maar niet in deze aantallen dus het doet weer een beetje vreemd aan.

 

Op aanraden van een Visitor Info Centre vinden we een campground bijna midden in de stad en Cecile en Paolo besluiten met een watertaxi richting de haven te gaan om de geur van Victoria echt op te snuiven en een hapje te eten. We winnen bij het Centre eveneens informatie in m.b.t. het whale-watching (en m.n. orka’s) en de vooruitzichten blijken gunstig: er was al een grote groep en er is er net een bij gekomen. Dat zou eens een mooie afsluiting van de vakantie zijn. Overigens blijven Fem en ik in de camper want het is een drukke dag geweest en mijn rug begint nu dermate op te spelen dat ik het wel mooi vind zo. We hebben overigens nog tijd zat om Victoria morgen nog eens te bekijken. Ik hou me bezig met internet (we hebben weer wi-fi!) en lees het nieuws. Heerlijk!

 

29 Mei – Victoria – Whale-watching – Vancouver

 

We zijn vandaag extra vroeg opgestaan om bijtijds richting het centrum van Victoria te gaan waar zich het bedrijf bevindt dat zich specialiseert in het spotten van orka’s, de “Prince of Whales”. We hebben onze zinnen gezet op een vroege zodiac van 9.15 maar alles blijkt al vol. De eerste mogelijkheid is om 11.00 dus we reserveren maar alvast hoewel Fem, Paolo en Cecile zich nog steeds druk maken over mijn rug en hoe deze zich zal houden in zo’n kleine, snelle en bonkende boot. Eerst maar eens koffie doen in de stad, later zien we wel weer.

 

Om 10.45 melden we ons wederom aan de haven. Het spel gaat beginnen en we zullen het weten ook: we worden in belachelijke oranje pakken gehesen en zien er uit als Teletubbies. Daar ik de gehele morgen ben rondgereden in mijn rolstoel is mijn rugpijn helemaal weg en heb ik er vertrouwen in. Ik ben alleen huiverig voor het in- en uitstappen van de boot.

 

Onze stuurman James legt uit dat er orka’s zijn gesignaleerd maar van de melding is nog geen bevestiging. We hebben overigens begrepen dat de eerste boot onverrichter zake is teruggekeerd. Misschien was er in ons geval dus sprake van geluk bij een ongeluk?

 

James vaart naar het gebied van de laatste melding en na een stevig stuk varen spot ik het eerste, springende, exemplaar. James legt de “rules of engagement” uit maar niemand luistert meer. Het ene exemplaar krijgt gezelschap van een ander. Twee worden er drie en voor we het weten kunnen we aan beide zijden van de boot genieten. Vooral de kleintjes proberen indruk te maken met hun sprongen en fratsen maar degene die in mijn ogen het meest opvalt is een mannetje van bijna 10 meter, 95 jaar oud een gewicht van 10.000 kilo! En dan hebben we die reusachtige rugvin nog buiten beschouwing gelaten.

 

In totaal hebben we zo’n 15 exemplaren gezien en deze ervaring was dus de slagroom op de taart. Om op deze manier de vakantie af te sluiten is een droomscenario. Lange tijd hadden we gedacht dat het spotten van orka’s vanwege het seizoen er toch een beetje bij in zou schieten. Niets was minder waar.

 

We hadden ons een dag eerder al voorgenomen om sushi te gaan eten voor de lunch en bij Market Place vinden we een uitstekende lokatie. Het geheel is een soort food-court en je kunt er bij diverse restaurants bestellen om vervolgens je maaltijd centraal te nuttigen aan picknicktafels in de zon. We doen onze bestelling en onze kleine Japanse vriend is deze “drukte” duidelijk niet gewend. Hij raakt in de stress als Fem en Cecile de bestelling gaan plaatsen en geeft vervolgens van alles gratis mee, bovenop onze reeds geplaatste bestelling. Wanneer de dames zich wederom melden bij het kleine winkeltje en de volledige bestelling meekrijgen blijkt pas hoe ontstellend groot de hoeveelheid verkregen sushi daadwerkelijk is. We kunnen er in totaal wel drie keer van eten en nemen dus grote hoeveelheden mee de camper in. Maar het feit blijft…deze meneer weet hoe hij sushi moet maken!!! We betwijfelen echter of deze meneer commercieel gezien wel goed bezig is. We hoeven nl. maar 42 CND af te rekenen!

 

We besluiten de middag met het nemen van wat foto’s na een laatste wandeling door de stad. Hierna volgt nog een rit van 28 km naar Schwarz Bay waar de ferry naar Tsawassen op ons wacht. We verbazen ons over het feit dat deze boot zoveel luxer en nieuwer is dan degene waarop we hebben gebivakkeerd door de “Inside Passage”. 18 uur op een oude brik t.o. 1,5 uur op deze nieuwkomer. Een beetje vreemd maar men zal er wel een goede reden voor hebben bij BC Ferries.

 

Aangekomen op het vaste land kamperen we in de buitenwijken van Surrey. RV campgrounds vindt je hier nog nauwelijks en we boeken deze voor 2 nachten mede omdat we de RV praktisch om de hoek in kunnen leveren. Maar…eerst hebben we nog een volle dag Vancouver voor de boeg.

 

30 Mei – Vancouver – Vancouver

 

Na wat omwegen parkeren we de RV de gehele dag op een parkeerterrein en nemen vervolgens de “skytram” naar het centrum. Het korte ritje blijkt een unieke manier om toch nog even snel wat te zien van de stad terwijl we richting het centrum gaan. We wandelen door wijken als “Gastown” en “Chinatown” (waar we even in een verkeerde wijk belanden!), shoppen nog even in trendy Robson Street (hippe winkels en terrassen) om te eindigen in English Bay waar we nog even genieten van het avondzonnetje. English Bay lijkt op het Vondelpark aan het water en het is er gezellig druk. We sluiten de avond af in het Indiaase restaurant “Swagat” waar we drie weken geleden onze reis zijn begonnen. De cirkel is dus weer rond.

 

31 Mei – Vancouver – Amsterdam

 

De RV inleveren blijkt een fluitje van een cent. Ondanks een aantal kleine gebreken heeft ons voertuig zich toch 4.500 km (in 3 weken!) goed gehouden. Allemaal hebben we het gevoel dat we veel langer onderweg zijn geweest. We hebben heel erg veel gezien en verlangen ook een beetje naar huis. De vlucht is redelijk (we krijgen gratis een upgrade) maar twee jankende kinderen maken slapen onmogelijk. Maar goed…je kunt niet alles hebben op zo’n fantastische reis. Hoewel, we hebben het aardig benaderd!!!