Vertrek 6 maart, een nogal stroef begin…over mevrouw Huisman, een verdwenen vliegtuig en een hoosbui…

 

Misschien komt boontje om zijn loontje, één van mijn verzorgsters is vorige week teruggekeerd van haar vakantie en ik heb haar nog al uitgelachen omdat er van alles was mis gelopen. Helaas waren we nu zelf aan de beurt…

 

De problemen begonnen eigenlijk al toen we nog thuis op de bank zaten. Via het internet begrijpen we dat ons toestel vertraging heeft. Daar we meestal speciale zitplaatsen nodig hebben, reizen we toch maar af richting Schiphol op de vooraf afgesproken tijd, t.w. 17.15 uur. Tijdens het inchecken struikelen we over een volgend hobbeltje: volgens de papieren heet mijn echtgenote ineens Femke Huisman in plaats van Buisman. Heel dom van ons natuurlijk, dat hadden we thuis al lang moeten controleren. Gelukkig kunnen bij een aparte balie de tickets nog worden voorzien van een speciale opmerking dat de naam niet klopt. Het zou wel heel lullig zijn, wanneer we om een hoofdletter Indonesië niet in zouden komen. We gaan terug naar de incheckbalie en dan denk je er te zijn. Maar vervolgens verloopt één en ander wederom allesbehalve soepel. Bij een andere balie vragen we zoals gewoonlijk assistentie aan en dan blijkt het zaakje weer niet in orde. We kunnen ons dus weer vervoegen bij een andere balie om de juiste wheelchaircodes op het ticket te laten vermelden zodat ze ook in Bali weten dat er tilassistentie nodig is. Nou, mooi is dat, we gaan op vakantie naar Bali en topt nu toe hebben we allerlei Balies gezien, behalve de goede. Maar goed, we kunnen door de douane.

 

We reizen nogal veel en we hebben daarbij een aantal vaste gebruiken. Zo drinken we bijvoorbeeld altijd wanneer we thuiskomen een wijntje (’s ochtends vroeg of ’s avonds laat, het maakt niet uit) en een andere traditie is dat we voor vertrek altijd wat gaan eten bij Café Amsterdam op Schiphol. Ook dit blijkt ons deze keer niet gegund. Het café is vandaag opnieuw geopend en alleen toegankelijk voor genodigden. Volgende keer beter dan maar.

 

Wanneer we bij de gate komen blijkt al snel dat één en ander veel langer gaat duren dan voorspeld.  De veertig minuten vertraging worden al snel anderhalf uur. Reden: er is geen toestel. Nu raken we bij ons thuis ook wel eens wat kwijt, maar een heel vliegtuig, nou nee. De reis naar Bali verloopt via Singapore en de vlucht bedraagt tien en een half uur. Het mooie van ’s avonds vliegen is dat je nog net wat kunt eten en een filmpje pakken, waarna we steevast porberen te slapen. Eerlijk gezegd lukt het ons vrij goed. Ik heb mijn medicatie ingenomen en na de nieuwe Harry Potter en een vleugje whisky met ijs val ik als een blok in slaap. Wanneer we wakker worden hoeven we nog maar minder dan 2 uur. Kijk, dat is dan even mooi meegenomen.

 

Helaas gaat het ook bij de tussenlanding mis. Singapore wordt getroffen door een hoosbui en we cirkelen zeker dertig minuten van Noord naar West van West naar Oost van Oost naar Zuid van Zuid naar Noord en dan weer van Noord naar West om vervolgens vanuit het Westen te landen. In principe moeten alle passagiers van boord met alle handbagage. Eerlijk gezegd komt dat mij wel goed uit want inmiddels ben ik in hoge nood, zeg maar. Maar ook dit loopt niet helemaal lekker. De purser komt ons vertellen dat het nogal lang gaat duren voordat ik van boord kan. Dan maar even de plasfles gebruiken en de rest maar ophouden tot Bali. Plassen doe ik dus vanuit mijn stoel en normaliter is dit een routineklus maar wanneer er aan alle kanten schoonmaakpersoneel en stewardessen langs vliegen is dit toch wat lastiger. Nu geneer ik mij niet snel, maar even op je gemak plassen voelt toch lekkerder aan.

                    

Na een uur komen de passagiers weer terug aan boord. Er rest nu nog een vlucht van 2 uur en 10 minuten naar Denpasar, Bali. En ik verzin het niet maar de piloot roept eigenlijk direct om dat er problemen zijn met de rechtermotor. Tja, dat kon er ook nog wel even bij. Na een dik uur is het euvel pas verholpen en stijgen we eindelijk op voor de laatste etappe. Al met al landen we 4 uur later dan gepland op Denpasar. Gelukkig loopt alles hier van een leien dakje, worden we keurig door de douane geloodst en ik wordt door 3 man sterk het taxibusje in gedragen. Het heeft hier ook gehoost…

 

Achteraf gezien had ik me deze reis toch wat rooskleuriger voorgesteld. Bij aankomst in het hotel zijn we allebei dan ook bekaf. De kamer maakt echter een hoop goed, evenals het gehele hotel overigens. Eigenlijk voldoet alles in de kamer wel, behalve het feit dat er een toilet voor pygmeeën aanwezig is. De pot is circa dertig centimeter hoog, dus dat wordt de komende weken nog zwoegen…

 

We gaan naar bed alwaar we een heel goede nachtrust zullen hebben.

 

De eerste volledige dag in het hotel, 8 maart…Hen en Fem gaan op onderzoek uit…

 

Ik hoorde het Fem nog in Nederland zeggen: volgens mij hebben ze in ons hotel niet zo’n bijzonder ontbijt. Dat blijkt dus wel even anders te zijn. Je kunt hier werkelijk van alles opscheppen. Wil je een droge boterham, dat kan. Wil je een rijsttafel, dan kan dat ook. Het hotel is overigens bijzonder fraai gelegen aan zee en beschikt over een schitterende tuin met diverse zwembaden. In de tuin staan overal kleine pagodes waar men gedurende de dag wierrook brandt, en kleine offerschaaltjes neerzet gevuld met voedsel en bloemen.

 

Vandaag is een hete dag. Het kwik loopt op tot ca. 30 graden en je kan hier echt niet langer dan een uur in de zon zitten want je verbrandt levend. Ik heb duidelijk te maken met de verschijnselen van een jetlag want ik val bijna flauw in mijn rolstoel. Het is een combinatie van de warmte, de vermoeidheid van de reis en te weinig eten en drinken. Ik moet dus beter opletten.

 

In de vooravond gaan we lekker douchen en het personeel van het hotel heeft speciaal voor mij een rolstoel geregeld die onder de douche kan. Dat is wel zo prettig. Bij gebrek aan een douchezitje hadden we al een teakhouten stoel van het balkon gehaald maar dit is nog veel gemakkelijker.

 

Aangezien onze buikjes aardig tekeer gaan, besluiten we maar eens buiten het hotel te gaan kijken en een lekker restaurantje te zoeken. Het is direct een drukte van belang. Waar je ook kijkt, zie je auto’s, scooters, winkels en restaurantjes. Maar dat geeft niets, we houden wel van die drukte. We besluiten Indonesisch te gaan eten en komen uiteindelijk terecht in een klein restaurantje aan de straat. In feite ziet het er heel eenvoudig uit en de kaart kunnen we niet lezen dus we bestellen maar wat. We beginnen met garnalen en kip echter dit blijken kleine bijgerechten te zijn. Wanneer we af en toe een lekker bord voorbij zien komen voor een andere tafel, dan wijzen we dat gewoon aan. Tot grote hilariteit van de Aziaten aan de andere tafel trouwens. Uiteindelijk hebben we in totaal 7 gerechten gegeten met een fles wijn voor nog geen 30 euro.  En het was verrukkelijk. Na ons laatste glaasje wijn, storten we allebei in. Op de kamer kijken we nog een aflevering van Lost op de laptop maar het lichtje gaat al snel uit. De eerste dag zit er op en we voelen ons nu al heerlijk.

 

 

Dag 2, 9 maart …een oase van rust …

 

We hebben allebei een mindere nacht gehad dus reden temeer om er vandaag een rustige dag van te maken. Het is om buiten te zitten veel lekkerder weer dan gisteren. Het is weliswaar 32 graden, maar er hangt een soort nevelige bewolking hetgeen de temperatuur iets dragelijker maakt. Bovendien komt er van zee duidelijk meer wind dan gisteren. Kortom, het is hier aangenaam vertoeven. Er hangt hier sowieso een heel relaxed sfeertje. Je kunt aan alles merken dat het nog geen hoogseizoen is. Het hotel is allesbehalve vol en je ziet dan ook geen mensen rennen om alvast zes bedden in beslag te nemen. We doen allebei ons eigen ding. Fem leest veel en ik luister lekker naar mijn muziek. Het blijft een heerlijk gevoel: niks moet, alles mag.

 

Aan het begin van de avond besluiten we nadat we ons opgeknapt hebben om eens een kijkje te nemen aan het strand. Men heeft hier een soort van kleine boulevard aangelegd, overigens niet breder dan een fietspad. We gaan eerst maar eens linksaf en al snel komen we meerdere trendy restaurants tegen. Ook hier is duidelijk te zien dat de drukte op Bali nog moet komen. In de meeste restaurants zitten n.l. heel weinig mensen. In het laatste restaurant, genaamd Pantay, zitten echter wel veel mensen. Het terras ligt aan zee en er ziet er heel uitnodigend uit. M.n. ook vanwege het feit dat er werkelijk overal kleine lichtjes zijn aangebracht. Ik doe mij tegoed aan noedels en gadogado en Fem heeft gebakken rijst met vis in knoflookdressing. Het blijkt al snel veel te veel te zijn. Maar wederom blijkt dat je het voor de prijs niet hoeft te laten. Boven de zee is het inmiddels gaan donderen en bliksemen en we zijn nog maar net terug op de hotelkamer of de buien vangen aan. We hebben vanavond in vergelijking tot gisteravond een heel andere belevenis ondergaan. Je kunt in Tuban / Kuta alle kanten op. Enerzijds heb je er de drukte van de straat en het toerisme, anderzijds is het heel eenvoudig om je terug te trekken uit de menigte en op je gemak te genieten van het geluid van de golven en de wind.

 

 

Dag 3, 10 maart … zie ginds komt de stoomboot…

 

Eigenlijk is vandaag een kopie geweest van die van gisteren. Het weerbeeld is hetzelfde gebleven hoewel de wind nog iets meer is gaan opsteken. We hebben er een lange dag van gemaakt. Pas om half zeven verlaten we ons plekje aan de zee en eigenlijk moeten we ons nog haasten want we hadden om deze tijd gereserveerd in het Japanse restaurant in het hotel. We hadden van tevoren eigenlijk al besloten om vanavond te gaan steamboten. Bij het steamboten krijg je een gasbrander op tafel met daarop een soort van metalen tulbandpan met een bouillon naar keuze. Vervolgens worden er allerlei rauwe ingrediënten op tafel gezet waarna je deze zelf kunt klaarmaken. De ingrediënten bestaan uit diverse soorten vlees, groenten, noedels, vis, krab en schelpdieren. De bouillon krijgt naarmate  de avond vordert ook steeds meer smaak en uiteindelijk kan je deze gewoon als soep eten. Na dit verrukkelijke diner worden we door het personeel door het zand even het boulevardje opgeholpen, vanavond lopen we maar eens de andere kant uit. In dit gedeelte bevinden zich een winkelcentrum (overigens voor mij niet te betreden m.u.v. de begane grond) en diverse clubs en restaurants. We belanden uiteindelijk bij een bar van een ander hotel, drinken hier een borrel en genieten van de mensen om ons heen. Het is nogal een kakofonie van geluid maar de muziek maakt veel goed. Ik heb hier trouwens een lokale whisky  geprobeerd. Heel lekker…wanneer je van aceton houdt.   

 

Dag 4, 11 maart … we voelen nattigheid

 

We hebben ons vanochtend maar eens op het Indonesische deel van het ontbijtbuffet gestort. Tja, nasi met kip en viscurry is inderdaad heel wat anders dan een gewone boterham met kaas. Rijsttafelen kan dus ook gewoon in de ochtend hoor. We zijn echter al meerdere malen in Azië geweest en kunnen dit soort hartige hapjes in de ochtend wel waarderen.

 

Tijdens het ontbijt is het begonnen te regenen en wanneer ik zeg regenen, dan bedoel ik ook regenen. Het komt met bakken uit de lucht. Wanneer we een poging wagen om na deze bui lekker op ons plekje te gaan zitten, worden we wederom verrast door een tropische plensbui. In de middag klaart het echter op.

De zon wil niet goed doorkomen maar het is evengoed aangenaam vertoeven met een windje vanaf zee. Fem heeft weer veel gelezen en ik heb urenlang de oordoppen van mijn iPod in gehad. Niets doen kan zo lekker zijn. De enige zaken waaraan we hoeven te denken hebben louter en alleen te maken met eten, drinken of slapen. We zijn hier pas een paar dagen maar we zijn het met elkaar eens, we zijn beiden heel ontspannen.

 

We hebben de avond maar weer eens een keer aan de drukke straat doorgebracht. We zijn vanuit het hotel deze keer een andere kant op gelopen en binnen enkele minuten zaten we alweer lekker in een restaurant.

 

Deze avond is de keuze gevallen op Indiaas voedsel. Het eten was weer overheerlijk, maar de muziek had men beter weg kunnen laten. Dat gepling en geplong is tot daar aan toe maar het klinkt alsof ze de hele avond aan het soundchecken zijn. Het is niet om aan te horen. Na het eten zijn we nog even op jacht geweest naar een flesje wijn en whisky. Hoewel het in Kuta moeilijker te krijgen is als gedacht, zijn we toch in onze missie geslaagd. Overigens drinkt men hier een lokale wijn van het merk Hatten. Het smaakt in het begin een beetje zurig maar wanneer je er eenmaal aan gewend bent, is deze wel te doen.

...lekkerrrrrrrrrrrrrr...

Dan wil ik het volgende nog maar even kwijt: Tuban en Kuta zijn beiden niet geschikt voor rolstoelgebruikers. Nu wisten wij dit van te voren. Er zijn wel trottoirs aanwezig maar zelfs wanneer je gezond bent, breek je je nek al bijna. Fem duwt mij gewoon voort op de openbare weg. Overigens is ook dat nog een hele uitdaging, voornamelijk in het donker. De weg zit vol met gaten en het is een drukte van belang met auto’s en scooters. Maar goed, we zijn na al onze reizen inmiddels wel wat gewend. Waar we het even niet helemaal redden, is er altijd de helpende hand van de lokale bevolking. Balinezen zijn zeer hoffelijk, soms bijna tot het onderdanige toe en zowel binnen als buiten het hotel is men zeer behulpzaam. In een boekje over Bali hadden wij gelezen dat mindervaliden nogal eens meelijkwekkend worden bekeken maar die indruk heb ik in de verste verten niet.

 

 

Dag 5, 12 maart … er zitten vissen aan mijn voeten…

 

Ik werd vannacht wakker door de slagregens. Wanneer wij ons in de ontbijtzaal vervoegen, blijkt dan ook dat het nog steeds regent en donkere wolken hebben zich boven Bali samengepakt. Omdat het blijft miezeren besluiten we om maar weer eens een deel van Kuta te gaan verkennen. Fem heeft in de afgelopen dagen een goederenlift ontdekt in het Kartika winkelcentrum en via via weten we hier uiteindelijk binnen te komen. Het geheel heeft een nogal hoog Ralph Lauren Polo gehalte maar het is evengoed leuk om hier even rond te kijken. Er zijn in het buitendeel veel leuke eettentjes (waar we ook de lunch hebben gebruikt) maar helaas kunnen wij hier ’s avonds niet terecht want de goederenlift is tussen 17.00 en 23.00 uur niet in gebruik. Best wel zonde, want wat we hier op het menu vinden, kan onze goedkeuring wel wegdragen. Het complex is verder alleen te bereiken door mega-hoge trappen en binnen bestaan alleen roltrappen. Vervolgens zijn we terug gegaan naar de kleine strandboulevard en hebben we nog een wijntje gedronken bij Oceans 27. Best een trendy club, kan wel een goede dj gebruiken. Het grappige van deze club is dat men hier in het zwembad kan dineren. Nee, dus niet aan het zwembad maar in het zwembad. De tafeltjes en stoelen staan gewoon midden in het water dat een halve meter diep is. Na ons bezoek aan Oceans 27 zijn we verder gelopen in de richting van het echte centrum van Kuta. Deze wandeling heeft ons allebei de slappe lach bezorgd. Op het strand staan namelijk tientallen uit coca cola kratten opgetrokken minibarretjes en om de paar meter vind je hier wel één of ander lallend gezelschap. Het zijn voornamelijk Australiërs en eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat wij wel van een wijntje houden, maar zij lusten er echt wel pap van. We hebben echter geen last van ze en ze stralen alleen maar vrolijkheid uit.

 

Door onze wandelingen weten we inmiddels wel de lay-out van Tuban en Kuta. Het is altijd prettig om de weg te weten. Er zijn overal straatjes om door te steken, overal kleine marktjes om te snuffelen. Kortom zoals eerder gezegd, het is hier een drukte van belang. Tenslotte hebben we nog iets heel komisch meegemaakt. Fem had gisteren namelijk een waardebon gekregen om je onderbenen te ontdoen van dode huidcellen door middel van … vissen! Fem is een beetje huiverig en ze wil het alleen doen als ik het doe. Enkele momenten later bungelen mijn onderbenen in een soort groot aquarium met algeneters. Het is een heel raar gezicht en gevoel. Op het moment dat mijn voeten het water raken worden ze bedolven onder duizenden visjes. Aan de ene kant kietelt het, aan de andere kant is het een heel prettig gevoel. Fem haar grote teen heeft alleen het water geraakt, en toen was ze er al klaar mee. Veel te eng. Ze zegt: vis is goed zolang het op mijn bord ligt. En nu we het toch weer over eten hebben, het is nu half acht ’s avonds dus het is er hier weer tijd voor.

 

 

Dag 6, 13 maart … windkracht 4, toch een heerlijke dag

 

Volledigheidshalve: ook gisteravond hebben we weer heerlijk gegeten. De details zal ik deze keer achterwege laten, anders krijg ik weer commentaar als we thuis komen.

 

De dag is wederom begonnen met een bui maar al snel trekken de wolken boven Kuta zich terug. De middag is op zijn zachtst gezegd werkelijk heerlijk geweest. Het kwik loopt nog iedere dag op tot 32 graden maar omdat het steeds harder dreigt te gaan waaien is deze temperatuur heel goed te doorstaan. Insmeren blijft echter het credo want deze tropische weersomstandigheden blijven verraderlijk. Overigens hebben we vandaag heel veel geluk gehad met het weer want waar je ook kijkt ziet de hemel inktzwart boven de rest van het eiland Bali. We hebben de afgelopen dagen meerdere mensen gesproken en het schijnt dat de regenval vanaf januari tot op heden uitermate extreem is geweest. Het weer blijft hoe dan ook een apart verhaal. Het ene moment komt het met bakken uit de hemel, het andere moment straalt de zon, waarop het weer ineens weer kan omslaan in een soort nevel. We bekijken het maar van dag tot dag. Vandaag pakken ze in ieder geval niet meer af.

 

We hebben vanavond ondanks de wind toch lekker aan het strand kunnen eten. Op dit moment zitten we in de lobby en proberen we de tekst van dit dagboek in te kloppen via het internet. Er is bijna geen beginnen aan. Het hotel heeft zogenaamd een gratis hotspot maar de verbinding is helaas zo traag als dikke … door een dunne trechter. Er bestaat de mogelijkheid om een code te kopen waardoor één en ander sneller zou moeten werken maar ik zie het verschil niet. Het blijft hoe dan ook een hele langdurige kwestie. Dit is trouwens ook de reden dat ik mijn hyves en facebook bezoek kort houd en niet alle reacties beantwoord.

 

De komende dagen zullen we ons eens gaan verdiepen in de mogelijkheid om de rest van het eiland eens te gaan verkennen.

 

 

Dag 7, 14 maart … water, water en nog eens water

 

Gisteren hadden we dus geluk, vandaag even niet. Tijdens het ontbijt regent het en wanneer de dagelijkse ochtendbui weer voorbij is zoeken we ons gebruikelijke plekje weer op. Een half uurtje later, is het echter raak. Het komt met stralen tegelijk naar beneden en we blijven dapper onder onze parasol zitten. Wanneer echter de wind opsteekt worden we bijna weggeblazen en we rennen naar binnen of ons leven ervan afhangt. Met “we” bedoel ik natuurlijk Fem want het is al een tijdje geleden dat ik heb kunnen rennen. We realiseren ons al snel dat vandaag de zon verstek zal laten gaan. Op de kamer maken we maar het beste van: een beetje computeren, tv kijken, scheren en een beetje opknappen. Mocht het nog droog worden, dan kunnen we in ieder geval nog snel op pad om bijvoorbeeld een terrasje te pakken. Pas tegen half vier klaart het weer een beetje op en we besluiten dan ook om de drukte van de straat op te zoeken. Een terras is snel gevonden en we hebben beiden reuze lol in het bekijken van de mensen. Tegen vijf uur begeven we ons weer naar de boulevard aan het strand om een mooi plekje uit te zoeken om te borrelen en iets te eten. Het zonnetje is inmiddels gelukkig weer tevoorschijn gekomen en om de zon zo onder te zien gaan is een prachtig gezicht. Omdat we op een druk punt zitten, op steenworp afstand van het centrum, krijgen we voor het eerst te maken met een aantal opdringerige verkopers. We waren er al voor gewaarschuwd maar voor het eerst zien we ze in levende lijve. Vriendelijk nee blijven zeggen is het devies. Tussen neus en lippen door wil ik nog het volgende kwijt. Hoe dichter we bij het centrum van Kuta komen, hoe hoger de bergen afval worden. Beiden zijden van de boulevard liggen bezaaid met troep, troep en nog eens troep. En we hebben niet de indruk dat er ook maar iets wordt opgeruimd. Het was ons de afgelopen dagen op straat ook al opgevallen. Het is wel een beetje zonde want vooral de hotels doen hun uiterste best om hun straatje schoon en netjes te houden. Saillant detail: waar het smerige deel begint, staan parasollen met de tekst “Keep Bali Beach clean!”. Leuk verzonnen, maar dat gaat natuurlijk niet vanzelf.

 

Dag 8, 15 maart … een snipperdag

 

Eigenlijk hebben we vandaag helemaal niets te melden. Behalve dan dat we genieten van wederom een stralende dag, 32 graden, elkaar, een biertje en een wit wijntje, uitzicht op zee en nog veel meer van dit soort vreselijke dingen…

 

Dag 9, 16 maart … een waanzinnige dag op Bali…

 

Gisteren zijn we in de vooravond in gesprek geraakt met een ouder echtpaar dat hier al 17 jaar onafgebroken neerstrijkt in januari, februari en maart. Het leek ons dan ook een ideaal moment om hen eens aan de tand te voelen wat er op Bali zo allemaal te beleven valt. Dat bleek een gouden greep. De man heeft namelijk in het verleden nogal eens op Bali gefietst en hij heeft uitgebreid de tijd genomen om voor ons een mooie route uit te zetten. Vanochtend hebben we gelijk maar spijkers met koppen geslagen en zijn we met een luxe auto op pad gegaan. En ik denk dat ik ook voor Fem spreek wanneer ik zeg dat we echt een heel geslaagde dag achter de rug hebben.

 

We zijn onze rit begonnen vanuit Kuta in de richting van Pura Tanah Lot. Wanneer we nog in de straten van Kuta rondrijden valt direct de bedrijvigheid en nijverheid op. Zo zien we bijvoorbeeld winkels met schitterende met de hand bewerkte houten deuren, banken, tafels en andersoortig meubilair. Zij hebben het houtsnijwerk hier bijna tot kunst verheven. Een straat verderop puilen de winkels uit met stenen Boeddha en Shiva beelden. Ze zijn werkelijk heel imposant om te zien en ik zou er dolgraag één in mijn tuin hebben maar ik denk dat de gevaarten niet eens door de voordeur passen. Je komt hier werkelijk ogen tekort. We zien orchideeënkwekerijen, baksteenbakkerijen, dakpanfabriekjes, winkels vol vazen ingelegd met mozaïekstukjes enz. enz. . Een grappig gegeven is, dat ik hier en daar houten rekken zie staan met allerhande soorten gevulde flessen. In eerste instantie denk ik dat het om olijfolie gaat, maar het blijkt benzine te zijn. Benzinestations heb je hier n.l. nauwelijks, maar scooters des te meer.

 

Wanneer we Kuta uitrijden begint het terrein al licht te glooien en in de verte doemen de eerste sawa’s (rijstvelden) op. Ze zijn hier weliswaar nog heel erg klein maar ze zijn nu al indrukwekkend te noemen. Pura Tanah Lot ligt zo’n 40 kilometer van Kuta maar door het drukke verkeer doen we er bijna een uur over. Eenmaal aangekomen blijkt al snel dat wij er rustig  twee uur rijden voor over zouden hebben gehad want het tempelcomplex ligt in zee en met de ochtendzon erop is het een schitterend tafereel. We kunnen overigens nu al heel blij zijn met de instructies van het Nederlands echtpaar want zij hebben een weg uitgetekend die niet bij iedereen bekend is, maar die er wel voor zorgt dat ik met de rolstoel bijna overal bij kan komen. Nogmaals: de uitzichten zijn betoverend. Niet alleen het tempelcomplex maakt heel veel indruk, ook de rotspartijen en de kolkende zee maken ons sprakeloos.

 

De chauffeur rijdt ons vervolgens door het district Tabanan in noordelijke richting. Onze volgende bestemming is Danau Bratan. Een meer met daarin een tempel. Onderweg genieten we echter uitgebreid van de autorit. Je zou hier bij wijze van spreken om de 100 meter kunnen stoppen voor een fotomoment. Er is zo ongelofelijk veel te zien. Aan de kant van de weg staan zwaaiende kindertjes in hun schooluniform, oude mannetjes die soep verkopen vanuit hun tot soepkeuken geïmproviseerde scootertjes en fietsen, de poppen die alles te maken hebben met 5 maart, Nyepi, de dag van de stilte en we zien overal de altaartjes waar offers gebracht worden. Wanneer we ook maar even een raampje opendraaien komt de melange van wierrook en kruiden ons tegemoet. Naarmate we verder richting het Noorden rijden wordt het landschap bergachtiger en de donkere wolken die zich daar samenpakken beloven niet veel goeds. Enkele minuten later gaat de hemelsluizen open en komt het water met bakken tegelijk naar beneden. De nevelachtige bewolking blijft tegen de toppen van de bergen hangen en het zorgt voor een beetje spookachtig beeld. Buiten de kronkelende weg is er dan ook niet veel te zien tot het moment dat we boven bij de tempel arriveren. De weergoden zijn ons blijkbaar gunstig gezind, want wanneer we de auto uitstappen stopt het met regenen en we kunnen derhalve alles op ons gemak en droog bekijken. Ook deze tempel is, juist door zijn ligging, heel erg indrukwekkend. De kern van het complex bestaat uit 3 pagodes, waarvan 2 op het water en 1 op het land. Helaas komen hier wel heel erg veel toeristen op af. Maar ja, daar horen we natuurlijk zelf ook bij.

 

We rijden vervolgens door de bergen eerste een stukje richting het Noorden om daarna af te buigen naar het Westen. Ook hier rijden we door plassen, mist en laaghangende bewolking en dit beperkt het zicht to een minimum. De chauffeur heeft er blijkbaar geen moeite mee. Uit het niets komt er ineens licht in de duisternis. We rijden n.l. plots door de bewolking heen en het is direct een stuk lichter geworden. We rijden richting Munduk en de omgeving is hier werkelijk fantastisch qua schoonheid. We zien links en rechts apen lopen en de chauffeur benoemt de vruchten aan de bomen zoals cacao en kopi. Wanneer we verder afdalen worden de vele rijstvelden duidelijk meer zichtbaar en het is werkelijk fantastisch om te zien. Langs de weg zien we oude vrouwtjes druk in de weer met het binden van de rijstscheuten en het drogen van de korrels op grote stukken tentzeil. In de verte zien we in een rijstveld een jongetje op zijn knieën hard aan het werk. Dit is wel het Indonesië zoals wij dat voor ogen hadden.

 

Via een kronkelweg reizen we door richting het Zuiden. Vanwege het weer hebben we een aantal bezienswaardigheden waaronder het marktje bij Baturiti moeten laten voor wat het was maar de gehele autorit maakt dat gemis meer dan goed. We passeren tientallen kleine dorpjes en we krijgen op deze manier een heel duidelijk beeld van het dagelijks leven in het binnenland van Bali. Voor mijn gevoel is de dag omgevlogen. We zijn om 10 uur vertrokken, en het is tegen vieren wanneer we de drukte van het toeristische deel van Bali weer bereiken. Helaas is het duidelijk spitsuur en we doen er nog ruim een uur over om ons hotel weer te bereiken.

 

Het verkeer is ook al een verhaal apart. Overdag wemelt het al van de scooters en auto’s, in de spits is het een complete chaos. Regels zijn er niet of in ieder geval, heel weinig. Hier geldt het recht van de sterkste. Degene die het meest durft, krijgt voorrang. Frappant is echter dat men elkaar volledig tolereert en respecteert. Van opgefokt gedoe is dan ook geen sprake.  Men toetert hier om aan te geven dat men er aan komt en niet om de frustratie te botvieren. Daar kunnen ze in Nederland nog wel een puntje aan zuigen.

 

We zijn voldaan. Onder het genot van een wijntje laten we aan het zwembad alle indrukken nogmaals de revue passeren. Hopelijk heb ik het allemaal kunnen samenvatten maar ik denk dat ik na vandaag ongetwijfeld wel iets vergeten ben. Als afsluiting hebben we ons tegoed gedaan aan een satébuffet dat net zo fijn was als de dag zelf.