Home
Wat is A.L.S.
Mijn verhaal
De weg naar China
Foto\'s China
Foto\'s Revalidatie
Foto\'s Algemeen
Dagboek
Gastenboek
Dankwoord
Links
Reisdagboeken
Thailand 2001
Costa Rica 2002
Vietnam 2003
Peru 2004
Wereldreis 2004
Canada 2006
Kenia 2007
Egypte 2008
New York 2008
Wereldreis 2008
Marokko 2009
Rome 2009
Cruise 2009
Kroatie 2010
Follow Up Mexico en Florida 2010
Bali 2011
Istanbul 2011
Cuba 2011
Las Vegas ´11-´12
We gaan naar China
Vervang deze tekst door een korte krachtige tekst van u. Vertel hier in een paar woorden het doel van uw website.
trefwoord1, trefwoord2,trefwoord3.... etcMijn verhaalAchteraf gezien kan ik nu met zekerheid zeggen dat mijn klachten zijn begonnen in 2001. A.L.S. begon voor mij met vage klachten waarvan je denkt dat ze wel over gaan. Vanaf het moment dat de diagnose gesteld werd vielen één voor één de puzzelstukjes op zijn plaats.Tijdens onze huwelijksreis door Thailand wilden we graag een dagboek bijhouden maar ik merkte al snel dat ik het schrijven nauwelijks een paar minuten volhield. Mijn rechterhand "verkrampte" voortdurend. Ik had eveneens het idee dat tijdens het sporten mijn uithoudingsvermogen te wensen over liet alsmede mijn snelheid. Nu was ik op het voetbalveld al nooit de snelste, mijn conditie was echter jarenlang meer dan goed geweest. Ik sportte normaal gesproken dan ook vier keer in de week maar had het de laatste tijd een beetje laten afweten. Ik was er echter van overtuigd dat met harder trainen de prestaties ook wel zouden terugkeren. Helaas dus.Dit zijn zomaar een aantal voorbeelden. De diverse fysieke klachten nemen in zo'n traag tempo toe dat je gewoonweg niet stilstaat bij het feit dat je wel eens ernstig ziek zou kunnen zijn. Kortademigheid, echter niet structureel. Bemerken dat je moeite hebt met fysieke arbeid. Je stem slaat een keer over. Onwillige, trillende spieren. Zoals gezegd vage klachten die derhalve het stellen van de diagnose niet eenvoudig maken. Over het algemeen wordt de diagnose dan ook pas vastgesteld na een periode van ongeveer een jaar d.m.v. patroonherkenning.In nauwelijks twee jaar tijd breidden de diverse klachten zich uit in de volgende volgorde:- Rechterhand- Rechterarm- LinkerarmIn deze gevallen was er duidelijk afname van spierkracht.- Hapering van spraakZowel door slijmvorming als een haperende motoriek werd het voor mij met de dag moeilijker om te spreken, zowel qua uitspraak als snelheid.Inmiddels heeft de afname van spierkracht zich doorgezet naar mijn benen en mijn linkerhand. Ik ben momenteel nog wel in staat op zelfstandig te lopen hoewel dit nu moeizaam gaat. In het najaar van 2003 meldde ik mij wederom bij mijn huisarts. Ik was eerder met vermoeidheidsverschijnselen bij haar voorganger geweest waarbij de ziekte van Pfeiffer werd geconstateerd. Na deze diagnose werd dus niet verder gezocht naar een andere oorzaak. De laatste tijd echter was mijn vermogen tot spreken zo duidelijk achteruit gegaan dat bij dit tweede bezoek aan mijn huisarts al vrij snel gedacht aan een neurologische afwijking. Opname in het Lucas ziekenhuis volgde waar ik twee dagen door de mangel werd gehaald. Het werd mij voor het eerst echt duidelijk dat het menens was: het nerveuze gedrag van mijn artsen en het niet durven stellen van de diagnose (het lag er zo dik bovenop) resulteerde in doorverwijzing naar het AMC. Een fout in de administratie zorgde er echter voor dat ik bijna 4 maanden moest wachten (kaart kwijt, je moet maar ernstig ziek zijn!). In februari 2004 meldde ik mij dan ook pas in het AMC en helaas, daar waren zij er in 10 minuten wel uit. Ik heb mij zelden zo verslagen gevoeld.Na de diagnose heb ik er bewust voor gekozen om niet direkt alles aan de weet te komen over deze aandoening. Revalidatieteams stonden al in de rij om mij iedere maand het liefst vier keer te zien. Ik heb ze allen weggewuifd. Samen met Femke heb ik al onze dierbaren ingelicht en het verzoek neergelegd om met rust gelaten te worden tot we zover waren om ze weer te zien en erover te praten. Het verdriet hebben we dan ook grotendeels samen verwerkt en ik moet zeggen dat ik het relatief snel een plaats heb kunnen geven. Achteraf ben ik ook heel erg blij dat ik gekozen heb voor rust in mijn leven. Ik ben er steeds meer van overtuigd geraakt dat rust, zowel fysiek als mentaal, een hele belangrijke factor is in het ziekteverloop. Net zo ben ik van mening dat een grote dosis mentale weerbaarheid kan bijdragen aan een (sneller) herstel van blessures of ziektes.Terug naar mijn verhaal. We zijn spoedig overgegaan tot de orde van de dag en hebben ons als extra doel gesteld zo veel mogelijk te doen wat we in de komende jaren eigenlijk hadden willen doen. In een versneld tempo weliswaar. Aangezien reizen onze grote passie is zijn we in één jaar tijd zo ongeveer de hele wereld over geweest. We zijn naar Florida gevlogen, puur om even onze gedachten te verzetten. Vervolgens met vrienden naar Toscane geweest. We hebben in juni Peru mogen bezoeken (een lang gekoesterde wens!!!). Vervolgens ben ik met één van mijn beste vrienden naar Gambia geweest en als klap op de vuurpijl heb ik voor mij en mijn echtgenote afgelopen september een verkorte wereldreis geboekt die ons via Singapore zou voeren naar Australie, Nieuw Zeeland, Fiji en Los Angeles, onwetend van hetgeen nog boven ons hoofd zou hangen.Deze schitterende reis hebben we uiteindelijk gemaakt. We hadden echter nooit kunnen bedenken in welke gemoedstoestand we uit Nederland zouden vertrekken.Op een vrijdagavond in september had een e-mail ons hele leven nogmaals op zijn kop gezet!!!(zie "De weg naar China").
De weg naar ChinaDe weg naar China is voor ons begonnen met ongelofelijk nieuws in de vorm van een e-mail. Ongeveer 2 weken voor ons vertrek naar Singapore kreeg ik een uitgeprint bericht aangereikt (velen, onder wie mijn schoonmoeder, houden sinds de diagnose zo'n beetje alles bij dat verband houdt met A.L.S.) waarin melding werd gemaakt van de stamceltherapie van Dr. Huang in China. Volgens de informatie in deze e-mail zou de therapie berusten op het direkt inspuiten van stamcellen in het gebied rond de hersenen nadat speciaal hiervoor in het voorhoofd onder lokale verdoving twee gaten zouden zijn geboord.Ondanks dat dit voor ons heel erg goed nieuws was ben ik er dagen van slag van geweest. We hadden ons immers al lang en breed neergelegd bij het feit dat mijn leven beduidend korter zou zijn dan gepland. Maanden geleden hadden wij reeds allerlei zaken besproken om onze kostbare tijd samen zo optimaal mogelijk te benutten en vooral in een relatief korte periode nog zo veel mogelijk te zien van deze wereld. Reizen waren geboekt, veel geld was uitgegeven. Zou een Chinees avontuur ons dan toch nog een verlenging gaan schenken?
In een roes hebben we dagenlang het internet afgezocht. Met in ons achterhoofd het feit dat we spoedig richting Singapore zouden vertrekken besloten we spijkers met koppen te slaan. Binnen enkele dagen was het eerste kontakt met Dr. Huang gelegd en na een korte bedenktijd hebben we de knoop doorgehakt: Ik liet mij op de wachtlijst plaatsen. Over de belangrijkste voorwaarden (m.n. de financieën) zouden we later wel nadenken. Het lijkt overigens allemaal eenvoudig. Het heeft echter heel erg veel voeten in de aarde gehad. Het leek wel of ik in die weken aan mijn PC gelijmd zat, zoveel viel er te regelen. Mijn mailbox puilde bijkans uit. Stapels in te vullen formulieren. Bergen te versturen e-mails, de ene keer naar Amerika (administratie), de andere keer weer naar China. Het was mij het echter allemaal waard. Ik wilde het persé geregeld hebben voor ons vertrek richting het verre oosten en eind september was de kogel door de kerk: ik zou in oktober 2005 in China worden verwacht!!! We zijn uiteraard dus met gemengde gevoelens vertrokken uit Nederland. Enerzijds was daar het gevoel van lekker op vakantie gaan, hele mooie dingen zien en eindelijk weer eens mijn familie in Australie zien. Anderzijds moest er over een hele hoop zaken worden nagedacht: de risico's (voor zover bekend), geld, ethiek (stamcelbehandelingen zijn nog zwaar omstreden), om zo maar even een aantal zaken te noemen. Desondanks stond mijn besluit snel meer dan vast. Ik wilde leven!!! Na onze thuiskomst zijn we echt in een stroomversnelling terecht gekomen. Het nieuws had zich inmiddels verspreid en we hadden dus een hoop mensen in te lichten. Iedereen wilde helpen maar niemand wist eigenlijk hoe. Totdat een aantal mensen de koppen bij elkaar staken en een schitterend plan uitdachten. En zo begon de mooiste fase van de weg naar China. De kaarten Kaarten. Daar is het allemaal mee begonnen. Ofliever gezegd: kerstkaarten. Vier hele lievemensen kwamen met het idee om kerstkaarten teverkopen om op deze manier geld bijeen te krijgen voor het vervoer en de behandeling.Mijn zwager Bas en zijn echtgenote Linda, enonze twee lieve vrienden Paolo en Cecile kwamenop het idee om twee drukkerijen te benaderenom kosteloos ieder 10.000 kaarten te drukkenop basis van een ontwerp van weer een hele goede vriend en tekenaar Remko van der Werf. Dezekaarten zouden verkocht worden à één euro perstuk in een set van vijf. Via post en e-mail werd het verzoek neergelegd om zo veel mogelijk kaarten te kopen en het liefst weer te verkopen om op deze manier zoveel mogelijk geld te genereren. Het zou voer voor een Disney film kunnen zijn: wat niet voor mogelijk werd gehouden, werd een groot succes!!! Erwerd een netwerk gecreëerd tot in Italie, Australieen de Verenigde staten en buiten het feit dat de kaarten massaal werden afgenomen stroomden de giften binnen. De reacties waren overweldigend en ik heb menig uur in mijn pyama achter mijn PC doorgebracht vanwege de vele e-mails en MSN berichten. Ik kwam aan andere zaken gewoon niet meer toe. Hartverwarmend allemaal, ik kan niets anders zeggen. De kaartenaktie heeft veel losgemaakt bij de mensen. In navolging van deze succesvolle aktie ontstonden er allerlei andere initiatieven. Een reisburo sponsorde de tickets!!! Mijn schoonmoeder Emmie (inmiddels gebombardeerd tot "chef de mission" van het reeds genoemde team) organiseerde een bridge-drive welke veel voorbereiding kende maar een ongekend succes was! Mijn voetbalvereniging A.V.V. Sloterdijkstelde de opbrengst van de Nieuwjaarsloterijbeschikbaar. Leden van dezelfde vereniging zorgden ervoor dat door mij geschreven updates kosteloos in het clubblad werden geplaatst.Mijn vrienden uit Almere startten zelf een iniatief om geld in te zamelen en onlangs werden er op koninginnedag nog ingezamelde spullen verkocht!!! Er bereikte ons op een gegeven moment het bericht dat een meisje van negen jaar van haar zakgeld 10,- had afgestaan. We werden er stil van. Inmiddels is het doel bereikt: er is genoeg geld ingezameld om onze reis naar China te kunnen gaan maken. De vertrekdatum is (gelukkig) vervroegd naar 14 juni daar men in China niet zo gelukkig was met het feit dat de artsen in Nederland mij persé willen behandelen met botox/fenol. Dit hebben we dus pertinent geweigerd.
Vergadering Aktiecomité: de kaarten zijn eindelijk binnen!
Bas en Linda aan de administratie
Kerstkaart (ontwerp Remko van der Werf)
A.L.S. (amyotrofische laterale sclerose) Wat is A.L.S.?Amyotrofische Laterale sclerose (A.L.S.) is een neuromusculaire aandoening. Dat is een aandoening die leidt tot het onvoldoende of niet functioneren van de spieren. In vijf tot tien procent van de gevallen is er sprake van een erfelijke vorm van A.L.S. Deze aandoening is progressief van aard hetgeen betekent dat wanneer men deze ziekte heeft men ook steeds meer achteruit gaat. Er zijn in Nederland zo'n 750 tot 1250 mensen met deze aandoening. A.L.S. gaat over het algemeen niet gepaard met pijn en tast evenmin het geestelijk vermogen aan. De zintuigen (gevoel, smaak, gezicht, reuk en gehoor) blijven doorgaans intact, evenals de werking van het darmstelsel en de blaas. Ook de sexuele functies blijven behouden. Wel worden uiteindelijk alle spieren, behalve de hartspier, aangedaan. Er bestaat een aan A.L.S. verwante aandoening, progressieve spinale musculaireatrofie (P.S.M.A.) genaamd. Of het om P.S.M.A. of A.L.S. gaat, wordt door neurologisch onderzoek vastgesteld. Wat gebeurt er bij A.L.S.? Spieren zorgen voor beweging. Hiertoe krijgen zij, via de zenuwen, een "signaal" vanuit de hersenen. Bij A.L.S. is er iets mis met de zenuwbanen die de verbinding vormen tussen de hersenen en de spieren. De cellen van deze zenuwbanen vallen geleidelijk uit en geven geen signalen meer door aan de spieren, met als gevolg dat deze niet meer (kunnen) functioneren. Het is nog niet bekend hoe de ziekte ontstaat. Verschijnselen Omdat de diagnose berust op patroonherkenning, duurt het gemiddeld een jaar na de eerste tekenen voordat de diagnose met voldoende zekerheid kan worden gesteld. Aanvankelijk is er meestal sprake van vage klachten zoals spierzwakte en vermoeidheid, over het algemeen beginnend in één van de ledematen. Naverloop van tijd ontstaan er ook klachten in de andere ledematen.Door verzwakking van de spieren worden eenvoudige handelingen zoals traplopen of het opendraaien van een kraan steeds moeilijker. Bij ongeveer eenderde van de mensen beginnen de verschijnselen in mond en keel. Men krijgt problemen met slikken. Een lichte verandering van de stem kan zich voordoen. De verschijnselen nemen in de loop van de tijd in ernst toe. Hoe snel het verval is, verschilt van persoon tot persoon. In een minderheid van de gevallen lijkt de ziekte gedurende vele maandenofzelfs jaren stil te staan.Het progressieve karakter van A.L.S. heeft veel fysieke problemen tot gevolg en kan geestelijk moeilijk te aanvaarden zijn. Men wordt keer op keer geconfronteerd met een voortschrijdende mobiliteitsbeperking en wordt hierdoor geleidelijk steeds meer afhankelijk van personen en hulpmiddelen. Deze lichamelijke afhankelijkheid betekent in toenemende mate een belasting voor gezin, partner, familie en andere betrokkenen. Ook zij hebben, zeker als zij de verzorging op zich nemen, behoefte aan begrip en steun. Behandelingsmogelijkheden Nadat de neuroloog een diagnose heeft gesteld, kan een zogenaamd A.L.S.-team van een revalidatieafdeling van een ziekenhuis een bemiddelende en coördinerende funktie vervullen. In Nederland funktioneren zo'n 20 A.L.S. teams. In deze teams werken de verschillende hulpverleners nauw samen. De ergotherapeut adviseert welke hulpmiddelen kunnen worden ingezet om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen functioneren. Een diëtist geeft voorlichting over voeding. Indien nodig wordt gebruik gemaakt van eten en drinken in aangepaste vorm.De fysiotherapeut streeft naar een maximaal gebruik van de spieren. Hij/zij kan alternatieve manieren aanleren om bepaalde bewegingen zo lang mogelijk zelfstandig te blijven uitvoeren. De fysiotherapeut verzorgt de begeleiding bij de introductie van hulpmiddelen.De logopedist geeft onder meer eet- en slikinstructies zodat verslikken kan worden voorkomen. Tevens kan een maatschappelijk werkster of een psycholoog worden geconsulteerd. De huisarts vervult een belangrijke rol bij de begeleiding van de persoon met A.L.S. en zijn omgeving. Voor verpleegkundige hulp alsmede assistentie bij kontakten met officiële instanties kan de wijkverpleegkundige veel betekenen. Een geneesmiddel tegen A.L.S. is er helaas nog niet. Het is momenteel hooguit mogelijk het ziekteproces iets te remmen. Mensen met A.L.S. maken over het algemeen gebruik van het middel Riluzole (merknaam Rilutek), voorgeschreven door de huisarts. Uit onderzoek is gebleken dat dit middel de progressie van A.L.S. enigzins vertraagt. Omdat het middel de ziekte remt, en niet geneest, is het verstandig deze behandeling, wanneermen ervoor kiest, zo vroeg moegelijk in het verloop te beproeven. Wetenschappelijk Onderzoek Er wordt op het ogenblik veel onderzoek gedaan naar de oorzaak van A.L.S. en P.S.M.A. Er wordt naarstig gezocht naar medicijnen. Onderzoekers uit diverse landen werken samen in internationale projecten. In Europa is er sinds 1992 op initiatief van de VSN en de A.L.S. diagnose-werkgroep samenwerking ontstaan op het gebied van wetenschappelijk onderzoek naar de erfelijke vorm van A.L.S. en op het gebied van het opzetten van weefselbanken. Hierdoor wordt het onderzoek naar A.L.S.sterk bevorderd. Ook de beide A.L.S. centra, gevestigd in het UMCU te Utrecht en het AMC in Amsterdam, doen onderzoek naar A.L.S.
Cuzco, Peru 2004
Welkom! Ik heb deze site de naamwww.hennienaarchina.nlgegeven. Ingewijden weteninmiddels wel waarom,anderenzullen wellicht het belang van mijn avontuurniet direkt begrijpen en zich afvragen waarom ik naar China ben vertrokkenin een tijdperk waarin zovelen deze stap wagen. Ik heb echter een specialereden voor mijn reis gehad. Mijn naam is Hennie van Wijk,ik ben44 jaar en in februari 2004 is bij mij de aandoening A.L.S. (amyotrofische laterale sclerose) vastgesteld. Op 14 juni2005 vertrok ik naar Bejing, China, in gezelschap van mijn echtgenote Femke om daar een experimentele behandeling te ondergaan op basis van stamceltherapie.Het doel van deze site is een ieder een inzicht tegeven in onze ervaringen aldaar in de vorm van een dagboek alsmede geïnteresseerden te informeren over deze aandoening en mee te laten beleven hoe volledige verslagenheid van het ene moment op het andere kanomslaan naarhoop. In "De weg naar China" zal ik proberen uiteen te zetten hoe deze reis tot stand is gekomen en hoeveel handen er aan te pas kwamen om deze reis uiteindelijk mogelijk te maken."Mijn verhaal" beschrijft het verloop van mijn ziektebeeld, van de eerste symptomen tot de dag van vandaag.De reisdagboeken zijn een hobby. Het gastenboek en de links spreken voor zich. Ik hoop van harte dat deze site voor een ieder iets kan bijdragen! Groetjes, Hennie van Wijk hennievanwijk@chello.nlhyvesfacebook
WWW.HENNIENAARCHINA.NL
Dankwoord Ik heb al vele malen aangegeven dat het voor ons onmogelijk is om een ieder persoonlijkte bedanken. Als wij alleen al denken aan het gigantische aantal kopers en verkopersvan de kaarten alsmede het forse aantal donateurs, er zou geen beginnen aan zijn. Wijkunnen alleen nog maar eens benadrukken dat wij ongelofelijk blij zijn met het feit datons deze kans wordt geboden en willen iedereen dan ook bedanken voor alle steun diewij de afgelopen maanden hebben mogen ontvangen, in welke vorm dan ook. De één heeft zijn bijdrage geleverd in de vorm van de aankoop van twee pakketjeskerstkaarten, de ander stort zomaar een aanzienlijk bedrag. Wij vinden de enebijdrageniet belangrijker dan de ander. Wij zijn echter geraakt door het feit datzoveel mensenmet ons meedenken in een tijd waarin zovelen het eveneens hard nodighebben. Er isweereens bewezen dat je samen sterk staat. Wij willen langs deze weg echter wel een aantal personen in het bijzonder bedankenvoor het mogelijk maken van ons avontuur: Bas en Linda, Paolo en Cecile. Jullie hebbenhet mogelijk gemaakt dat deze aktie een groot succes is geworden. Velen wilden ietsvoorons doen. Jullie hebben het mogelijk gemaakt DAT men iets kon doen. Emmie: bedankt voor het vertolken van derolvan "moederkloek" en mede-organisator.Wij hebben heel erg veel bewondering voor al je inzet! Mieke: voor het belangeloos beschikbaar stellen van Remko's ontwerp (www.illu.nl). Hanneke en Yvo: bedankt voor het continu in de watten leggen. Walter, bedankt voor je inzet wanneer het ging om het doorplaatsen in het clubblad. Edwin en Simone voor alle medewerking m.b.t. het oprichten van de stichting. Mijn vrienden en het bestuur van de voetbalvereniging A.V.V. Sloterdijk voor develedonaties en het beschikbaar stellen van de opbrengst van de Nieuwjaarsloterij. De gehele "Almere-clan" voor jullie initiatief!!! Karin en Heine, Oma, Berny, Marcel, Kees, Bertus en Marga, Jack en Yvonne, Dennis,Rob en Joke, Bep voor jullie ongelofelijke duit in de zak!!! You guys in the U.S.A and in Australia, Thank you so much for your support.We luv U!!! Peter Wieringa en Jurriaans Lindenbaum Grafimedia voor het drukken van de kaarten. Reisbureau KVSA (www.reisbureaukvsa.nl), voor het beschikbaarstellen van detickets. En last but not least: mijn ouders. Bedankt voor al jullie steun. Zowel mentaal alsfinanciëel. Zonder jullie zouden wij het afgelopen jaar niet zoveel van deze wereldhebbenkunnen zien en zou ons "nestje" er niet zo geweldig uit zien als nu. Wij hebbenalle gelden inmiddels ondergebracht in de stichting "Hennie Naar China".Deze stichtingdraagt er in eerste instantie zorg voor dat wij onze reis naar Chinakunnen maken. Wij beraden ons nog over de toekomst van deze stichting. N.a.v. de kaartenaktie is er nog een substantieel deel over aan kaarten. Wij nodigenbelanghebbenden uit omsuggesties aan te dragen om ook deze kaarten te gelde temakenzodat wellicht ook andere A.L.S. patienten op deze wijze kunnen wordengeholpen. Hartelijk bedankt voor uw bezoek aan deze site, Hennie en Femke
www.als-centrum.nl www.vsn.nl www.stichtingals.nl www.loesclaerhoudt.nl www.levenmetals.nl www.thburgers.nl www.alsliga.be www.alsa.org www.stinafo.nl spierziekten.pagina.nl members.home.nl/melanievandorst ALS.velelinkjes.nl gerrykram.web.log.nl www.gertenals.web-log.nl
Voorwoord Reizen zit ons in het bloed. Eenmaal besmet met het virus kom je er niet gemakkelijk vanaf. Ik heb het altijd een voorrechtgevonden om getuige te zijn vanhetgeen onze aarde te bieden heeft. Flora, fauna, resten van beschavingen. Het grijpt je. Er zijn weinig zaken waar ik meer van kan genieten dan een reis in den vreemde.Het heeft door de jaren heen een schat aan informatie opgeleverd. Onze ervaringen zijn voorhet merendeel opgetekend in de vorm van dagboeken en voor ons zijn het buitengewoon waardevolle dokumenten geworden. Ik heb altijd al iets met deze verslagen willen doen. Juist nu mijn aandoening onze grootste passie meer en meer bemoeilijkt hebben we besloten onze ervaringen te delen en wellicht kan het lezen van deze dagboeken voor lotgenoten alsmede reislustigen waardevolle informatie opleveren. Wij zijn in 2001 begonnen met het optekenenvan onze avonturen, van Egypte, Mexico, Florida, Venezuelaen de Dominicaanse Republiek hebben we helaas geen dokument bijgehouden. Hetzelfde geldt voor een aantal stedentrips w.o. b.v. Brugge en Berlijn... Wij wensen U hoe dan ook veel leesplezier! Hen en Fem
Dag 6, 13 maart … windkracht 4, toch een heerlijke dag Volledigheidshalve: ook gisteravond hebben we weer heerlijk gegeten. De details zal ik deze keer achterwege laten, anders krijg ik weer commentaar als we thuis komen. De dag is wederom begonnen met een bui maar al snel trekken de wolken boven Kuta zich terug. De middag is op zijn zachtst gezegd werkelijk heerlijk geweest. Het kwik loopt nog iedere dag op tot 32 graden maar omdat het steeds harder dreigt te gaan waaien is deze temperatuur heel goed te doorstaan. Insmeren blijft echter het credo want deze tropische weersomstandigheden blijven verraderlijk. Overigens hebben we vandaag heel veel geluk gehad met het weer want waar je ook kijkt ziet de hemel inktzwart boven de rest van het eiland Bali. We hebben de afgelopen dagen meerdere mensen gesproken en het schijnt dat de regenval vanaf januari tot op heden uitermate extreem is geweest. Het weer blijft hoe dan ook een apart verhaal. Het ene moment komt het met bakken uit de hemel, het andere moment straalt de zon, waarop het weer ineens weer kan omslaan in een soort nevel. We bekijken het maar van dag tot dag. Vandaag pakken ze in ieder geval niet meer af. We hebben vanavond ondanks de wind toch lekker aan het strand kunnen eten. Op dit moment zitten we in de lobby en proberen we de tekst van dit dagboek in te kloppen via het internet. Er is bijna geen beginnen aan. Het hotel heeft zogenaamd een gratis hotspot maar de verbinding is helaas zo traag als dikke … door een dunne trechter. Er bestaat de mogelijkheid om een code te kopen waardoor één en ander sneller zou moeten werken maar ik zie het verschil niet. Het blijft hoe dan ook een hele langdurige kwestie. Dit is trouwens ook de reden dat ik mijn hyves en facebook bezoek kort houd en niet alle reacties beantwoord. De komende dagen zullen we ons eens gaan verdiepen in de mogelijkheid om de rest van het eiland eens te gaan verkennen. Dag 7, 14 maart … water, water en nog eens water Gisteren hadden we dus geluk, vandaag even niet. Tijdens het ontbijt regent het en wanneer de dagelijkse ochtendbui weer voorbij is zoeken we ons gebruikelijke plekje weer op. Een half uurtje later, is het echter raak. Het komt met stralen tegelijk naar beneden en we blijven dapper onder onze parasol zitten. Wanneer echter de wind opsteekt worden we bijna weggeblazen en we rennen naar binnen of ons leven ervan afhangt. Met “we” bedoel ik natuurlijk Fem want het is al een tijdje geleden dat ik heb kunnen rennen. We realiseren ons al snel dat vandaag de zon verstek zal laten gaan. Op de kamer maken we maar het beste van: een beetje computeren, tv kijken, scheren en een beetje opknappen. Mocht het nog droog worden, dan kunnen we in ieder geval nog snel op pad om bijvoorbeeld een terrasje te pakken. Pas tegen half vier klaart het weer een beetje op en we besluiten dan ook om de drukte van de straat op te zoeken. Een terras is snel gevonden en we hebben beiden reuze lol in het bekijken van de mensen. Tegen vijf uur begeven we ons weer naar de boulevard aan het strand om een mooi plekje uit te zoeken om te borrelen en iets te eten. Het zonnetje is inmiddels gelukkig weer tevoorschijn gekomen en om de zon zo onder te zien gaan is een prachtig gezicht. Omdat we op een druk punt zitten, op steenworp afstand van het centrum, krijgen we voor het eerst te maken met een aantal opdringerige verkopers. We waren er al voor gewaarschuwd maar voor het eerst zien we ze in levende lijve. Vriendelijk nee blijven zeggen is het devies. Tussen neus en lippen door wil ik nog het volgende kwijt. Hoe dichter we bij het centrum van Kuta komen, hoe hoger de bergen afval worden. Beiden zijden van de boulevard liggen bezaaid met troep, troep en nog eens troep. En we hebben niet de indruk dat er ook maar iets wordt opgeruimd. Het was ons de afgelopen dagen op straat ook al opgevallen. Het is wel een beetje zonde want vooral de hotels doen hun uiterste best om hun straatje schoon en netjes te houden. Saillant detail: waar het smerige deel begint, staan parasollen met de tekst “Keep Bali Beach clean!”. Leuk verzonnen, maar dat gaat natuurlijk niet vanzelf.
Dan wil ik het volgende nog maar even kwijt: Tuban en Kuta zijn beiden niet geschikt voor rolstoelgebruikers. Nu wisten wij dit van te voren. Er zijn wel trottoirs aanwezig maar zelfs wanneer je gezond bent, breek je je nek al bijna. Fem duwt mij gewoon voort op de openbare weg. Overigens is ook dat nog een hele uitdaging, voornamelijk in het donker. De weg zit vol met gaten en het is een drukte van belang met auto’s en scooters. Maar goed, we zijn na al onze reizen inmiddels wel wat gewend. Waar we het even niet helemaal redden, is er altijd de helpende hand van de lokale bevolking. Balinezen zijn zeer hoffelijk, soms bijna tot het onderdanige toe en zowel binnen als buiten het hotel is men zeer behulpzaam. In een boekje over Bali hadden wij gelezen dat mindervaliden nogal eens meelijkwekkend worden bekeken maar die indruk heb ik in de verste verten niet. Dag 5, 12 maart … er zitten vissen aan mijn voeten… Ik werd vannacht wakker door de slagregens. Wanneer wij ons in de ontbijtzaal vervoegen, blijkt dan ook dat het nog steeds regent en donkere wolken hebben zich boven Bali samengepakt. Omdat het blijft miezeren besluiten we om maar weer eens een deel van Kuta te gaan verkennen. Fem heeft in de afgelopen dagen een goederenlift ontdekt in het Kartika winkelcentrum en via via weten we hier uiteindelijk binnen te komen. Het geheel heeft een nogal hoog Ralph Lauren Polo gehalte maar het is evengoed leuk om hier even rond te kijken. Er zijn in het buitendeel veel leuke eettentjes (waar we ook de lunch hebben gebruikt) maar helaas kunnen wij hier ’s avonds niet terecht want de goederenlift is tussen 17.00 en 23.00 uur niet in gebruik. Best wel zonde, want wat we hier op het menu vinden, kan onze goedkeuring wel wegdragen. Het complex is verder alleen te bereiken door mega-hoge trappen en binnen bestaan alleen roltrappen. Vervolgens zijn we terug gegaan naar de kleine strandboulevard en hebben we nog een wijntje gedronken bij Oceans 27. Best een trendy club, kan wel een goede dj gebruiken. Het grappige van deze club is dat men hier in het zwembad kan dineren. Nee, dus niet aan het zwembad maar in het zwembad. De tafeltjes en stoelen staan gewoon midden in het water dat een halve meter diep is. Na ons bezoek aan Oceans 27 zijn we verder gelopen in de richting van het echte centrum van Kuta. Deze wandeling heeft ons allebei de slappe lach bezorgd. Op het strand staan namelijk tientallen uit coca cola kratten opgetrokken minibarretjes en om de paar meter vind je hier wel één of ander lallend gezelschap. Het zijn voornamelijk Australiërs en eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat wij wel van een wijntje houden, maar zij lusten er echt wel pap van. We hebben echter geen last van ze en ze stralen alleen maar vrolijkheid uit. Door onze wandelingen weten we inmiddels wel de lay-out van Tuban en Kuta. Het is altijd prettig om de weg te weten. Er zijn overal straatjes om door te steken, overal kleine marktjes om te snuffelen. Kortom zoals eerder gezegd, het is hier een drukte van belang. Tenslotte hebben we nog iets heel komisch meegemaakt. Fem had gisteren namelijk een waardebon gekregen om je onderbenen te ontdoen van dode huidcellen door middel van … vissen! Fem is een beetje huiverig en ze wil het alleen doen als ik het doe. Enkele momenten later bungelen mijn onderbenen in een soort groot aquarium met algeneters. Het is een heel raar gezicht en gevoel. Op het moment dat mijn voeten het water raken worden ze bedolven onder duizenden visjes. Aan de ene kant kietelt het, aan de andere kant is het een heel prettig gevoel. Fem haar grote teen heeft alleen het water geraakt, en toen was ze er al klaar mee. Veel te eng. Ze zegt: vis is goed zolang het op mijn bord ligt. En nu we het toch weer over eten hebben, het is nu half acht ’s avonds dus het is er hier weer tijd voor.
Dag 4, 11 maart … we voelen nattigheid We hebben ons vanochtend maar eens op het Indonesische deel van het ontbijtbuffet gestort. Tja, nasi met kip en viscurry is inderdaad heel wat anders dan een gewone boterham met kaas. Rijsttafelen kan dus ook gewoon in de ochtend hoor. We zijn echter al meerdere malen in Azië geweest en kunnen dit soort hartige hapjes in de ochtend wel waarderen. Tijdens het ontbijt is het begonnen te regenen en wanneer ik zeg regenen, dan bedoel ik ook regenen. Het komt met bakken uit de lucht. Wanneer we een poging wagen om na deze bui lekker op ons plekje te gaan zitten, worden we wederom verrast door een tropische plensbui. In de middag klaart het echter op.
De zon wil niet goed doorkomen maar het is evengoed aangenaam vertoeven met een windje vanaf zee. Fem heeft weer veel gelezen en ik heb urenlang de oordoppen van mijn iPod in gehad. Niets doen kan zo lekker zijn. De enige zaken waaraan we hoeven te denken hebben louter en alleen te maken met eten, drinken of slapen. We zijn hier pas een paar dagen maar we zijn het met elkaar eens, we zijn beiden heel ontspannen.
Vertrek 6 maart, een nogal stroef begin…over mevrouw Huisman, een verdwenen vliegtuig en een hoosbui… Misschien komt boontje om zijn loontje, één van mijn verzorgsters is vorige week teruggekeerd van haar vakantie en ik heb haar nog al uitgelachen omdat er van alles was mis gelopen. Helaas waren we nu zelf aan de beurt… De problemen begonnen eigenlijk al toen we nog thuis op de bank zaten. Via het internet begrijpen we dat ons toestel vertraging heeft. Daar we meestal speciale zitplaatsen nodig hebben, reizen we toch maar af richting Schiphol op de vooraf afgesproken tijd, t.w. 17.15 uur. Tijdens het inchecken struikelen we over een volgend hobbeltje: volgens de papieren heet mijn echtgenote ineens Femke Huisman in plaats van Buisman. Heel dom van ons natuurlijk, dat hadden we thuis al lang moeten controleren. Gelukkig kunnen bij een aparte balie de tickets nog worden voorzien van een speciale opmerking dat de naam niet klopt. Het zou wel heel lullig zijn, wanneer we om een hoofdletter Indonesië niet in zouden komen. We gaan terug naar de incheckbalie en dan denk je er te zijn. Maar vervolgens verloopt één en ander wederom allesbehalve soepel. Bij een andere balie vragen we zoals gewoonlijk assistentie aan en dan blijkt het zaakje weer niet in orde. We kunnen ons dus weer vervoegen bij een andere balie om de juiste wheelchaircodes op het ticket te laten vermelden zodat ze ook in Bali weten dat er tilassistentie nodig is. Nou, mooi is dat, we gaan op vakantie naar Bali en topt nu toe hebben we allerlei Balies gezien, behalve de goede. Maar goed, we kunnen door de douane. We reizen nogal veel en we hebben daarbij een aantal vaste gebruiken. Zo drinken we bijvoorbeeld altijd wanneer we thuiskomen een wijntje (’s ochtends vroeg of ’s avonds laat, het maakt niet uit) en een andere traditie is dat we voor vertrek altijd wat gaan eten bij Café Amsterdam op Schiphol. Ook dit blijkt ons deze keer niet gegund. Het café is vandaag opnieuw geopend en alleen toegankelijk voor genodigden. Volgende keer beter dan maar. Wanneer we bij de gate komen blijkt al snel dat één en ander veel langer gaat duren dan voorspeld. De veertig minuten vertraging worden al snel anderhalf uur. Reden: er is geen toestel. Nu raken we bij ons thuis ook wel eens wat kwijt, maar een heel vliegtuig, nou nee. De reis naar Bali verloopt via Singapore en de vlucht bedraagt tien en een half uur. Het mooie van ’s avonds vliegen is dat je nog net wat kunt eten en een filmpje pakken, waarna we steevast porberen te slapen. Eerlijk gezegd lukt het ons vrij goed. Ik heb mijn medicatie ingenomen en na de nieuwe Harry Potter en een vleugje whisky met ijs val ik als een blok in slaap. Wanneer we wakker worden hoeven we nog maar minder dan 2 uur. Kijk, dat is dan even mooi meegenomen. Helaas gaat het ook bij de tussenlanding mis. Singapore wordt getroffen door een hoosbui en we cirkelen zeker dertig minuten van Noord naar West van West naar Oost van Oost naar Zuid van Zuid naar Noord en dan weer van Noord naar West om vervolgens vanuit het Westen te landen. In principe moeten alle passagiers van boord met alle handbagage. Eerlijk gezegd komt dat mij wel goed uit want inmiddels ben ik in hoge nood, zeg maar. Maar ook dit loopt niet helemaal lekker. De purser komt ons vertellen dat het nogal lang gaat duren voordat ik van boord kan. Dan maar even de plasfles gebruiken en de rest maar ophouden tot Bali. Plassen doe ik dus vanuit mijn stoel en normaliter is dit een routineklus maar wanneer er aan alle kanten schoonmaakpersoneel en stewardessen langs vliegen is dit toch wat lastiger. Nu geneer ik mij niet snel, maar even op je gemak plassen voelt toch lekkerder aan. Na een uur komen de passagiers weer terug aan boord. Er rest nu nog een vlucht van 2 uur en 10 minuten naar Denpasar, Bali. En ik verzin het niet maar de piloot roept eigenlijk direct om dat er problemen zijn met de rechtermotor. Tja, dat kon er ook nog wel even bij. Na een dik uur is het euvel pas verholpen en stijgen we eindelijk op voor de laatste etappe. Al met al landen we 4 uur later dan gepland op Denpasar. Gelukkig loopt alles hier van een leien dakje, worden we keurig door de douane geloodst en ik wordt door 3 man sterk het taxibusje in gedragen. Het heeft hier ook gehoost… Achteraf gezien had ik me deze reis toch wat rooskleuriger voorgesteld. Bij aankomst in het hotel zijn we allebei dan ook bekaf. De kamer maakt echter een hoop goed, evenals het gehele hotel overigens. Eigenlijk voldoet alles in de kamer wel, behalve het feit dat er een toilet voor pygmeeën aanwezig is. De pot is circa dertig centimeter hoog, dus dat wordt de komende weken nog zwoegen… We gaan naar bed alwaar we een heel goede nachtrust zullen hebben.
De eerste volledige dag in het hotel, 8 maart…Hen en Fem gaan op onderzoek uit… Ik hoorde het Fem nog in Nederland zeggen: volgens mij hebben ze in ons hotel niet zo’n bijzonder ontbijt. Dat blijkt dus wel even anders te zijn. Je kunt hier werkelijk van alles opscheppen. Wil je een droge boterham, dat kan. Wil je een rijsttafel, dan kan dat ook. Het hotel is overigens bijzonder fraai gelegen aan zee en beschikt over een schitterende tuin met diverse zwembaden. In de tuin staan overal kleine pagodes waar men gedurende de dag wierrook brandt, en kleine offerschaaltjes neerzet gevuld met voedsel en bloemen. Vandaag is een hete dag. Het kwik loopt op tot ca. 30 graden en je kan hier echt niet langer dan een uur in de zon zitten want je verbrandt levend. Ik heb duidelijk te maken met de verschijnselen van een jetlag want ik val bijna flauw in mijn rolstoel. Het is een combinatie van de warmte, de vermoeidheid van de reis en te weinig eten en drinken. Ik moet dus beter opletten. In de vooravond gaan we lekker douchen en het personeel van het hotel heeft speciaal voor mij een rolstoel geregeld die onder de douche kan. Dat is wel zo prettig. Bij gebrek aan een douchezitje hadden we al een teakhouten stoel van het balkon gehaald maar dit is nog veel gemakkelijker. Aangezien onze buikjes aardig tekeer gaan, besluiten we maar eens buiten het hotel te gaan kijken en een lekker restaurantje te zoeken. Het is direct een drukte van belang. Waar je ook kijkt, zie je auto’s, scooters, winkels en restaurantjes. Maar dat geeft niets, we houden wel van die drukte. We besluiten Indonesisch te gaan eten en komen uiteindelijk terecht in een klein restaurantje aan de straat. In feite ziet het er heel eenvoudig uit en de kaart kunnen we niet lezen dus we bestellen maar wat. We beginnen met garnalen en kip echter dit blijken kleine bijgerechten te zijn. Wanneer we af en toe een lekker bord voorbij zien komen voor een andere tafel, dan wijzen we dat gewoon aan. Tot grote hilariteit van de Aziaten aan de andere tafel trouwens. Uiteindelijk hebben we in totaal 7 gerechten gegeten met een fles wijn voor nog geen 30 euro. En het was verrukkelijk. Na ons laatste glaasje wijn, storten we allebei in. Op de kamer kijken we nog een aflevering van Lost op de laptop maar het lichtje gaat al snel uit. De eerste dag zit er op en we voelen ons nu al heerlijk. Dag 2, 9 maart …een oase van rust … We hebben allebei een mindere nacht gehad dus reden temeer om er vandaag een rustige dag van te maken. Het is om buiten te zitten veel lekkerder weer dan gisteren. Het is weliswaar 32 graden, maar er hangt een soort nevelige bewolking hetgeen de temperatuur iets dragelijker maakt. Bovendien komt er van zee duidelijk meer wind dan gisteren. Kortom, het is hier aangenaam vertoeven. Er hangt hier sowieso een heel relaxed sfeertje. Je kunt aan alles merken dat het nog geen hoogseizoen is. Het hotel is allesbehalve vol en je ziet dan ook geen mensen rennen om alvast zes bedden in beslag te nemen. We doen allebei ons eigen ding. Fem leest veel en ik luister lekker naar mijn muziek. Het blijft een heerlijk gevoel: niks moet, alles mag. Aan het begin van de avond besluiten we nadat we ons opgeknapt hebben om eens een kijkje te nemen aan het strand. Men heeft hier een soort van kleine boulevard aangelegd, overigens niet breder dan een fietspad. We gaan eerst maar eens linksaf en al snel komen we meerdere trendy restaurants tegen. Ook hier is duidelijk te zien dat de drukte op Bali nog moet komen. In de meeste restaurants zitten n.l. heel weinig mensen. In het laatste restaurant, genaamd Pantay, zitten echter wel veel mensen. Het terras ligt aan zee en er ziet er heel uitnodigend uit. M.n. ook vanwege het feit dat er werkelijk overal kleine lichtjes zijn aangebracht. Ik doe mij tegoed aan noedels en gadogado en Fem heeft gebakken rijst met vis in knoflookdressing. Het blijkt al snel veel te veel te zijn. Maar wederom blijkt dat je het voor de prijs niet hoeft te laten. Boven de zee is het inmiddels gaan donderen en bliksemen en we zijn nog maar net terug op de hotelkamer of de buien vangen aan. We hebben vanavond in vergelijking tot gisteravond een heel andere belevenis ondergaan. Je kunt in Tuban / Kuta alle kanten op. Enerzijds heb je er de drukte van de straat en het toerisme, anderzijds is het heel eenvoudig om je terug te trekken uit de menigte en op je gemak te genieten van het geluid van de golven en de wind. Dag 3, 10 maart … zie ginds komt de stoomboot… Eigenlijk is vandaag een kopie geweest van die van gisteren. Het weerbeeld is hetzelfde gebleven hoewel de wind nog iets meer is gaan opsteken. We hebben er een lange dag van gemaakt. Pas om half zeven verlaten we ons plekje aan de zee en eigenlijk moeten we ons nog haasten want we hadden om deze tijd gereserveerd in het Japanse restaurant in het hotel. We hadden van tevoren eigenlijk al besloten om vanavond te gaan steamboten. Bij het steamboten krijg je een gasbrander op tafel met daarop een soort van metalen tulbandpan met een bouillon naar keuze. Vervolgens worden er allerlei rauwe ingrediënten op tafel gezet waarna je deze zelf kunt klaarmaken. De ingrediënten bestaan uit diverse soorten vlees, groenten, noedels, vis, krab en schelpdieren. De bouillon krijgt naarmate de avond vordert ook steeds meer smaak en uiteindelijk kan je deze gewoon als soep eten. Na dit verrukkelijke diner worden we door het personeel door het zand even het boulevardje opgeholpen, vanavond lopen we maar eens de andere kant uit. In dit gedeelte bevinden zich een winkelcentrum (overigens voor mij niet te betreden m.u.v. de begane grond) en diverse clubs en restaurants. We belanden uiteindelijk bij een bar van een ander hotel, drinken hier een borrel en genieten van de mensen om ons heen. Het is nogal een kakofonie van geluid maar de muziek maakt veel goed. Ik heb hier trouwens een lokale whisky geprobeerd. Heel lekker…wanneer je van aceton houdt.
We hebben de avond maar weer eens een keer aan de drukke straat doorgebracht. We zijn vanuit het hotel deze keer een andere kant op gelopen en binnen enkele minuten zaten we alweer lekker in een restaurant.
Deze avond is de keuze gevallen op Indiaas voedsel. Het eten was weer overheerlijk, maar de muziek had men beter weg kunnen laten. Dat gepling en geplong is tot daar aan toe maar het klinkt alsof ze de hele avond aan het soundchecken zijn. Het is niet om aan te horen. Na het eten zijn we nog even op jacht geweest naar een flesje wijn en whisky. Hoewel het in Kuta moeilijker te krijgen is als gedacht, zijn we toch in onze missie geslaagd. Overigens drinkt men hier een lokale wijn van het merk Hatten. Het smaakt in het begin een beetje zurig maar wanneer je er eenmaal aan gewend bent, is deze wel te doen.
...lekkerrrrrrrrrrrrrr...
Canada 10 Mei ’06 – 31 Mei ’06 10 Mei - Vancouver We hebben de vlucht naar Vancouver eigenlijk heel erg goed doorstaan. Zelf heb ik zo’n twee uur geslapen maar ik voel me betrekkelijk fit. 1 ding is ons tijdens de vlucht opgevallen: waar het normaliter de kinderen zijn die lopen te zeuren en te dreinen zijn het deze keer de wat oudere medelanders onder ons. De vlucht heeft een rijkelijk hoog bejaardengehalte en zinsnedes als “doorlopen, doolopen” of “waarom staan we nu weer stil” zijn niet van de lucht. Alsof het vliegtuig hierdoor eerder zal vertrekken. We ervaren de oudjes als luid en ongeduldig. Waar komt die haast vandaan vragen wij ons af. We kunnen er in ieder geval smakelijk om lachen. De douaneformaliteiten worden snel afgewikkeld (voordeel van het hebben van een rolstoel) en ook de bagage hebben we in een handomdraai. Het transferbusje brengt ons in no-time naar ons geboekte Accent Inn. Onze kamer is meer dan uitstekend (zelfs op rolstoelers ingericht zoals veel faciliteiten hier) maar Paolo en Cecile willen direct switchen. Hun kamer lijkt op een vergaderkamer en het geheel stinkt. Alles komt gelukkig in orde. Na een kop koffie en even opfrissen laten we ons naar “downtown” Vancouver brengen om uit eten te gaan. Tijdens de rit is het al genieten geblazen: Vancouver is een stad om verliefd op te worden. Het doet een beetje denken aan San Francisco in het klein. Veel hoogteverschillen en een smeltkroes van culturen. De ene straat is nog leuker dan de ander. Werkelijk waar overal restaurants: Sushi, Indisch, Indiaas. Zelfs Mongools. Je kan het zo gek niet verzinnen. We hebben onze zinnen gezet op Indiaas en gaan volledig “los” op het buffet (11 dollar maximaal). Heerlijk gewoon!!! Na het eten storten we gezamenlijk in en besluiten snel terug te gaan naar het motel. Ik kan niet voor de anderen spreken maar binnen 2 minuten ben ik onder zeil. 11 Mei – Vancouver – Hope Na een heerlijke nachtrust word ik 6 uur ’s ochtends wakker. En wederom voel ik me opmerkelijk fit. Fem heeft duidelijk een stuk minder geslapen en heeft aanmerkelijk langer nodig om zich aan te passen aan het tijdsverschil.. De keuze voor het ontbijt blijkt eenvoudig: er bevindt zich een IHOP “next door” en voor we het weten zitten we aan de eieren, hash browns, worstjes en grote potten koffie en thee. Zalig gewoon!! Na het ontbijt hebben we nog een ruim uur voordat we worden opgehaald door Canadream, de camperverhuurder. Het dient overigens gezegd te worden: tot nu toe is alles optimaal geregeld en de mensen hier zijn megavriendelijk. Een dikke pluim dus. Na het invullen van de nodige papieren krijgen we voor het eerst onze “RV” te zien. Wat een apparaat, zeg! Schitterend gewoon en van alle gemakken voorzien. Het duurt een dik uur om alles uitgelegd te krijgen, zoveel mogelijkheden zijn er. Aparte slaapkamer, douche, toilet, slide out (!), keukentje, zithoek. Kneuterigheid ten top maar wel op een leuke manier. Nu de boodschappen nog. En weer verbazen we ons: wat een lekkere dingen vinden we hier in de supermarkt (die ongeveer net zo groot is als de Makro!). We hadden al een redelijke boodschappenlijst maar we doen er ruim 2 uur over om de supermarkt weer uit te komen!! Paolo heeft inmiddels wijn gescoord en vanwege het feit dat we nu toch wel graag willen gaan rijden duwen we snel even een pizzaslice naar binnen. Het avontuur kan nu pas echt beginnen. Over highway nr. 10 rijden we richting de nr. 1, een van de belangrijkste wegen. Deze weg brengt ons richting het dorpje Hope (bekend van de film “First Blood” met Sylvester Stallone) waarna we naar het noorden zullen ombuigen richting Hell’s Gate. Al snel vallen we met onze neus in de boter: een schitterende natuur, watervallen, door mineralen gekleurde rivieren (Fraser) en meren en herten (!!!) in het wild. We worden dus direkt al verwend!! Eenmaal voorbij Hope blijkt dat we een stukje terug moeten: veel RV campgrounds zijn vanwege het voorseizoen nog dicht dus het aanbod is beperkt. Het kan de pret niet drukken. Overigens krijgen we nog een plaats bij een local aangeboden (Sophie), typerend voor de charme van de bevolking, maar met het oog op het comfort nemen we het zekere voor het onzekere. Nadat we de camper hebben geïnstalleerd in Hope Valley Campground verorberen we nog een door Paolo gemaakte vegaburger. Maar dan gaat het licht toch echt weer uit. De bedjes zijn inmiddels gespreid (goede dekens en het oogt heel erg gezellig) en we krijgen allemaal heel erg veel zin om de ogen dicht te doen. 12 Mei – Hope – Hell’s Gate – Kamloops – Blind Bay Mede dankzij de naweeën van een jetlag zijn we allemaal lekker vroeg op. Douchen en lekker ontbijten is het plan. De hete stralen van de douche doen mij heel erg goed want eenmaal uit bed merk ik hoe koud het hier kan zijn. Het ontbijt geeft ons weer een echt picknickgevoel. De slide-out is naar buiten geschoven en we kunnen op deze manier met zijn allen aan een tafeltje lekker broodjes eten en thee en koffie drinken. Vandaag staat Hell’s Gate op het programma. Dit meest nauwe deel van de Fraser rivier ligt op 150 meter diepte en is alleen bereikbaar via een kabelbaan. Het uitzicht is overweldigend, zowel vanuit de gondel als beneden aan de rivier. Hell’s gate is beroemd vanwege zijn zalmtrek en speciaal vanwege de sterkte van de stroming zijn in de rivier holle plateaus van beton gebouwd om het de zalmen gemakkelijker te maken. Zonder deze plateaus en tunnels zouden deze vissen het geweld van de stroming niet kunnen bolwerken en geen van allen zou het redden tijdens het seizoen (september, oktober). De omgeving maakt me klein en nederig. De dichtbegroeide hellingen, de kolkende rivier en het flauwe zonnetje maken het een lust om naar te kijken. Gelukkig waren we bijtijds: wanneer wij ter plaatse aan de lunch zitten komen de busladingen vol bejaarden al aan. Overigens: we eten hier salmon chowder en een cheese sandwich (“today’s special”) en vooral de chowder is geweldig!!! En men hanteert hier Amerikaanse afmetingen als het om eten gaat. We rollen dus goed gevuld weer naar buiten. Vervolgens rijden we richting Kamloops, waar we weer wat boodschappen gaan doen. We kunnen blijven staren naar het landschap, vanaf het ontbijt eigenlijk al. Het vreemde is echter dat de omgeving dikwijls verandert van groen en vochtig naar droog en dor. De Fraser river verlaat ons en de Thompson river gaat ons nu vergezellen. Eenmaal in Kamloops gaan Paolo en Fem de inkopen doen terwijl Cecile zich op een boek stort en ik mijn MP3 speler tevoorschijn haal. Het idee is om na het inslaan van benzine nog Salmon Arm te halen maar eenmaal onderweg doet de heerlijke zon ons gewoonweg eerder stoppen. We willen proberen om nog even van het avondzonnetje te genieten en vinden hiervoor werkelijk een schitterende plaats: Timber Cove Campground aan het Lake Shuswap, 22 km ten westen van Salmon Arm. Het uitzicht over het meer is schitterend en we pakken de laatste zonnestralen nog even mee (al is het goed koud hier!) waarna we ons tegoed doen aan een heerlijke lasagne (terwijl ikzelf al een noodlesoep heb verorberd, vakantie maakt blijkbaar hongerig!). En ook nu valt direct na het eten het doek. 13 Mei – Blind Bay – Salmon Arm – Three Valley – Revelstoke National Park – Glacier National Park - Golden – Radium Hot Springs Vandaag hebben we een marathonetappe afgelegd. Na ons ontbijt te hebben genuttigd blijkt ons stekje aan de Blind Bay uitermate geschikt om in de stralende zon de koffie te nuttigen. We nemen het er dan ook van en genieten van de warmte welke om half 9 al meer dan aangenaam is. Na de koffie gaan we op pad. Het doel van vandaag is de plaats Golden (of iets verder) zodat we in de buurt komen van Banff National Park. Wederom genietend van de schitterende natuur rijden we langs de watersportparadijzen Salmon Arm en Sicamous, brengen we een kort bezoekje aan Craigellachie (waar ooit het oostelijk deel en het westelijk deel van de transcontinentale spoorweg aan elkaar genageld werden) en komen we in de buurt van Revelstoke National Park. Tot onze verbazing echter zijn hier alle uitzichtpunten en trials echter om onduidelijke redenen gesloten (later zal blijken dat de meeste wandelroutes en campgrounds pas rond 19 mei zullen worden geopend als start van het seizoen). Eenmaal het park uit besluiten we eerst maar eens te gaan lunchen bij de Canyon Hot Springs (35 km ten oosten van Revelstoke (het dorp) en wellicht een duik te nemen in de hete baden. Het ziet er echter allesbehalve imposant uit en besluiten verder te rijden. Maar als we het dan toch over imposant hebben: Glacier National Park met hierin de Rogers Pass (1330 m) doet ons om de twee tellen vergapen aan besneeuwde bergtoppen, tientallen gletsjers, wilde stromen en begroeide hellingen. Schitterend gewoon!!! Onderweg hebben we gelukkig ook de mogelijkheid om even met de laptop on-line te gaan. We hebben al diverse malen verontrustende wegbewijzeringen gezien met een omleiding vanaf Golden naar Yoho National Park, onze beoogde route, en willen de zaken even checken. De verkeersinformatie op het internet bevestigt een verschuiving van een bergwand (highway 1 blijkt afgesloten) en we zijn dus genoodzaakt een alternatieve route te kiezen of de gok te nemen en in Golden te blijven en hopen dat morgen het puin is opgeruimd. We nemen het zekere voor het onzekere en buigen af naar het zuiden via highway 95 richting Radium Hot Springs. Hoewel dit een omweg is is het zeker geen slechte keuze: het landschap verandert wederom, wordt wat vlakker en bestaat vaker uit moeras aan de rechterzijde en veegrond aan de linker. We krijgen eveneens een spectaculair uitzicht voorgeschoteld in de vorm van de Kootenay Rockie Mountains. Zo slecht is deze omleiding dus niet hoewel Paolo nu echt vermoeid oogt. De rit is door de omleiding nu eenmaal een stuk langer geworden. Maar de beloning volgt nog: wanneer we eenmaal aangekomen in Radium H.S. een plek voor onze RV hebben gevonden besluiten we direkt een bezoek te brengen aan de plaatselijke Hot Springs. Wat een weelde!!! Het water met een temperatuur van 40 graden celsius doet onze lichamen meer dan goed en na een uurtje weken storten we ons loom op een burger met patat. Het was een lange, vermoeiende dag maar…we liggen op schema en zijn weer eens zwaar onder de indruk geraakt van alle wisselende taferelen. 14 Mei - Radium Hot Springs – Banff Het feit dat we ondanks de detour voorliggen op ons schema brengt grote voordelen met zich mee. We kunnen “uitslapen”, uitgebreid ontbijten, koffie drinken in de warme zon (tot nu toe hebben we schitterend weer) en op ons gemak de ca. 130 km richting Banff dwars door Kootenay International Park afleggen. De rit is fascinerend. We hebben de afgelopen dagen al heel wat gezien en telkens wanneer we denken dat het eigenlijk niet mooier kan…juist, ja. Je kan hier bij wijze van spreken beter met de deur open blijven rijden, zo vaak springen we uit de camper. Ook zien we hier al meer herten. De taferelen doen mij denken aan de tv serie Centennial uit de jaren 70 over de ontdekking en ontginning van het nieuwe westen. Wederom wilde stromen, diepe dalen, gletsjers en besneeuwde bergpieken. We lunchen aan de Numa Falls en het landschap zou zich prima lenen voor het spotten van een beer. Die mazzel hebben we nog niet gehad maar wat niet is kan nog komen. In de namiddag rijden we Banff National Park in richting Banff en verlaten we Kootenay. Al direct spotten we rechts van de weg een wolf! Banff op zich oogt momenteel rustig (het is voorseizoen) en we slaan er de nodige boodschappen in. Eenmaal op zoek naar een campground vallen we van de ene verbazing in de andere: wat begint met het brullen om fratsen van grondeekhoorns wordt al snel gevolgd door talloze herten (vrouwtjes en pas later de wat grotere mannetjes) en wederom een wolf. In mijn enthousiasme denk ik nog twee wolven te spotten maar 2 tellen later zie ik pas de eigenaar van de twee huskies!!! Ik liet me een beetje meeslepen… We vinden uiteindelijk een campground en genieten hier van risotto met asperges en een lamsworstje. Overigens moeten we al het eten en de benodigdheden hiervoor binnenhouden: er is een zwarte beer in de omgeving gesignaleerd. We krijgen er echter niets meer van mee. Na een aflevering van “De Sopranos” gaan we zeer tevreden naar bed. 15 Mei – Banff – Upper Hot springs – Bow Valley Parkway (1A) – Lake Louise Wat ons blijft opvallen is het weer. We blijven maar zonnige dagen houden en we kunnen gerust stellen dat we tot nu toe heel erg veel geluk hebben. Wolkenloze dagen met ca. 20 graden zijn meer regel dan uitzondering en aangezien we een bezoek gaan brengen aan de Upper Hot Springs is zo’n temperatuur natuurlijk meer dan welkom. We genieten van de zon met wat tijdschriften, lunchen in het cafe (ik eet een heerlijke noodlessoep met chili, echt overheerlijk, en Fem dezelfde soep met een Caesar Salad) en besluiten om ca. 15.30 aan te gaan kleden om een gondel te nemen naar Sulphur mountain (2451 m) om ons ter plaatse te laten betoveren door een spectaculair uitzicht. Eenmaal aangekomen blijkt de trip echter dermate duur (CND 23) dat we besluiten het niet te doen. Voor dat geld gaan we liever een keer uit eten. Als alternatief besluiten we nog even Banff in te gaan. Banff is een typisch toeristisch wintersportdorp, dure winkels, heel netjes maar naar mijn smaak “klopt” het allemaal een beetje teveel. Het lijkt meer op een decor uit een film dan dat het naturel overkomt. Hoe dan ook: we drinken koffie, pinnen, winkelen wat en besluiten dan de reis te aanvaarden richting Lake Louise via de Bow Valley Parkway. Deze alternatieve route richting Lake Louise voert door de bossen en staat bekend om zijn overvloed aan dieren en zeker in het begin worden we rijkelijk verwend met herten en ongeveer een hele kudde bergbokken/geiten waarvan de leider duidelijk laat zien dat hij iets te beschermen heeft. Hij sprint werkelijk op de camper af en buigt pas op het laatste moment af de rotsen op. Wat een ervaring, zeg! We blijken te laat te zijn om in Lake Louise nog inkopen te doen. Het dorp is ook eigenlijk niets meer dan een winkelcentrum en twee benzinestations. We worden al direct geconfronteerd met het feit dat Lake Moraine “ferme” is. Zonde, want het schijnt net zo mooi te zijn als Lake Louise. We zijn aangewezen op het enige aanwezige trailerpark, ongeveer het saaiste tot nu toe. We vatten het plan op om morgen eerst naar het meer te rijden en dan te ontbijten vanwege de drukte. Maar eerst spelen Paolo, Cecile en Fem een potje Yahtzee waarna we een heerlijke viscurry met gebakken komkommer eten. 16 Mei – Lake Louise – Bow Pass (Bow Pass Summit) en Peyto Lake – Mistaya Canyon en River - Glacier Lake – Coleman Creek – North Saskatchewan River en Cirrus Mountain - Columbia Icefield – Stutfield Glacier – Sunwapta Falls – Athabasca Falls - Jasper Aangekomen bij Lake Louise blijkt dat we toch niet zo vroeg zijn: busladingen toeristen (lees Japanners) worden aangevoerd maar het grote voordeel is dat ze ook zo weer weg zijn. Even een foto en snel de bus weer in. Ze nemen nergens de tijd voor en schijnen alleen in Makroverpakkingen te komen. Eenmaal bij het meer valt onze mond bijna open. Het ligt er nog dichtgevroren bij maar dit doet niets af aan haar schoonheid en die van het dal waarin ze ligt. Ongelofelijk!!! Door het ijs heen kunnen we al de turkooizen kleur zien waarom het meer beroemd is. En gisteren liepen we n.b. nog in onze zwembroek… De gehele dag op de Icefields Parkway heeft overigens een hoog “Oohhhhh”, “Aahhhh” en “Wauw” gehalte. We passeren bevroren meren als het Hector Lake en het Bow Lake. We houden halt bij de reeds gesmolten Waterfowl Lakes welke eveneens die zo specifieke smaragdgroene en turkooisblauwe kleur hebben. Gletsjers domineren het landschap en het geheel oogt wat ruiger dan de omgeving van Banff. De eekhoorns eten uit mijn handen tijdens de lunch bij Coleman Creek waar twee stromen samenkomen. Het Columbia Icefield imponeert vanwege zijn dikke sneeuwlaag (tot 360 m!) en de Sunwapta en de Athabasca Falls doen ons heel even zwijgen. Wat een geluid en wat een kracht!!! En het hoogtepunt van vandaag? Bij Mount Fryatt spotten we onze eerste zwarte beer!!!! Het dier heeft maling aan ons en steekt de weg over, al grazend in de berm. Het is geen groot exemplaar maar zeer de moeite waard. Vervolgens krijgen we veel “elks” te zien en berggeiten. De dag is weer eens meer dan kompleet! In Jasper blijkt de stroom uitgevallen en alle restaurants blijven dus dicht. Daar we echter onze zinnen hadden gezet op sushi laten we Paolo de lokale Sushi-chef onder druk zetten waarna we heerlijk smullen. We eten echt ons buikje rond. We sluiten de dag af met tranen in onze ogen van het lachen: elks in het centrum van Jasper zijn blijkbaar gemeengoed maar als we er zes in iemands tuin zien staan trekken we het echt niet meer!!! Voldaan parkeren we de RV op Whistler’s Campground (tot nu toe de mooiste lokatie). 17 Mei – Jasper – Miette Hot Springs – Lake Maligne – Jasper Na het ontbijt aanvaarden we de reis richting Miette Hot Springs. Wederom is het heerlijk om te baden in het warme water (hetgeen normaal 56 graden is maar wordt afgekoeld naar 39) en te genieten van de warme zon. De locatie is echter niet om over naar huis te schrijven: er wordt hard gewerkt aan twee extra zwembaden dus het geluid van bulldozers is er niet van de lucht en het panorama is volledig dichtgetimmerd. Het stikt hier overigens van de geiten. Onderweg spot ik een hert met een reuzengewei! Voor het eerst dienen we deze reis keuzes te maken over wat we wel en niet gaan doen. In principe liggen we op schema maar de komende dagen zullen we aardig kilometers moeten maken als we de geplande route willen blijven volgen. Dus staan we voor de keuze: Lake Maligne of Wells Gray, of beiden, of rechtstreeks naar Prince George. We besluiten in ieder geval Lake Maligne te bekijken en de overige opties te bekijken onder het genot van een pizza later die avond. Lake Maligne blijkt een goede zet. De Maligne Canyon blijkt weergaloos mooi en erg diep. Je schijnt hier in de winter op de bevroren bodem van de canyon te kunnen wandelen o.l.v. een gids. Wij moeten het doen met de wilde stromen van dit moment maar ook dit uitzicht blijkt imposant. De weg naar het meer verrast ons echter nogmaals op aangename wijze: we spotten onze tweede zwarte beer en dit is echt een prachtexemplaar. Groter dan de eerste, glanzend zwart en duidelijk schuw gezien zijn achterover geslagen oren en zijn tred. Wat een plaatje!!! Het meer ligt er deels bevroren maar mooi bij. Er valt hier nog weinig te beleven, we zijn vroeg in het seizoen. Het is de gehele dag warm geweest maar aan het meer is het gelijk 10 graden kouder vanwege de wind die over het ijs komt aanzetten. Terug in Whistler steken we de koppen bij elkaar in “Jaspers Pizza” en ondanks dat de bediening hier bestaat uit een stelletje no-no’s zijn de pizza’s overheerlijk . Na wat leeswerk besluiten we morgen vroeg op te staan en toch richting Wells Gray te rijden. Maar eerst keren we terug naar Whister’s campground voor de nacht. 18 Mei – Jasper – Mount Robson National Park – Tete Jaune Cache – Clearwater – Wells Gray International Park – Clearwater De wekker gaat vroeg vandaag maar evengoed zijn we laat op weg door zaken als tanken, lozen, water bijvullen etc. Gelukkig winnen we ook een uur vanwege de overschrijding van een tijdszone in Mount Robson Provincial Park. Het uitzicht is hier overigens fantastisch. De Mount Robson is met zijn 4000 m de hoogste van BC en vanaf Mount Terry fantastisch om te zien. We spotten onze eerste elanden. De reis richting Clearwater is lang maar gaat voorspoedig. Wanneer we afbuigen naar het zuiden wordt het landschap ietwat vlakker en eenmaal in Clearwater zie je links en rechts de boerderijen. We zijn vanaf Mount Robson voortdurend in de buurt geweest van gebieden welke bekend zijn geworden door de goudkoorts, indianen en cowboys en dit zal voorlopig ook wel zo blijven. We zien zelfs bizons onderweg en tipis. Onderweg zien we echt bizarre taferelen: op de rails van de spoorlijn zien we een grote zwarte beer worstelen met een door een trein in tweeën gereden hertenkadaver. Hij/zij lijkt de romp niet te kunnen verslepen en weg te lopen maar keert terug en waagt nog een poging. Deze keer lukt het de beer om het hert van het spoor te slepen maar om het verder mee te tornen blijkt een illusie. Een “snack” wordt losgetrokken en meegenomen. Het hoofd blijkt minder interessant. Even verder worden we geconfronteerd met de consequenties van het toenemende verkeer. Twee trucks staan in de berm geparkeerd en 500 m verder zien we waarom: een hertenkadaver, zo te zien een jong, ligt levenloos op de weg. We hebben het er net over gehad en nu gebeurt dit. We worden er allemaal heel stil van. Daar we vroeg in Clearwater arriveren besluiten we eerst het Wells Gray Park te bezoeken. De uitzichten tijdens de lunch (the Shaden) zijn werkelijk fantastisch maar de publiekstrekkers doen ons echt verstommen: de Sphahats Falls en de Helmcken Falls imponeren ons werkelijk en lijken zo maar uit de wanden te spuiten. Deze hele omgeving en die van Maligne staat so wie so bekend om zijn vele ondergrondse rivieren. Reden ook waarom vele meren lijken droog te staan. Op de terugweg naar Clearwater minderen we vaart en tot onze verbazing horen we een wieldop losschieten. Gelukkig vinden we alle onderdelen terug. We besluiten een notitieboekje bij te houden want ondanks dat de camper rijdt als een trein vertoont deze toch wat kleine gebreken. Terug in Clearwater gaat na dagen eindelijk de BBQ aan. Het is nog steeds heerlijk weer en Cecile blijkt een kei in het aansteken hiervan: het ISS meldt aan de NASA tot op dit moment nog steeds grote onverklaarbare wolkenpartijen boven BC. Maar goed, uiteindelijk lukt het en we eten er allen smakelijk van. Ik ben al lang blij dat het eten nog goed is. Paolo had n.l. de avond ervoor tijdens het verplaatsen van de RV de stekker uit het contact gereden en zodoende de stroomvoorziening verbroken w.o. ook die van de ijskast!!! 19 Mei – Clearwater – Quesnel – Prince George De Bergen maken vandaag plaats voor een glooiend landschap met nog veel meer veeteelt als de dag van gisteren. Tussen de bospercelen ontdekken we met gele bloemen bedekte weiden en ranches en er bekruipt ons een “Hillbilliegevoel”. We ervaren de mensen hier als stug in vergelijking tot wat we tot nu toe hebben meegemaakt en de houthakkersbloezen, bretels en het “Deliverance” gehalte zijn, bij wijze van spreken meer regel dan uitzondering. Er duiken langs de weg ook direct diverse kerken op, die hadden we nog amper gezien. We rijden de weg op welke bekend staat als de Goldrushtrail (97, de oudste weg van West Canada) langs het “100 Mile House”, het “108 Mile House”, het “150 Mile House” etc. Allen waren ooit nederzettingen waar de paarden werden gewisseld voor de postkoets en er heerste schijnbaar een drukte van belang i.v.m. de goudkoorts. Tegenwoordig zie je er weinig van terug (alleen in Barkerville schijn je de sfeer nog te kunnen proeven). We ervaren deze weg als de meest saaie tot nu toe, ook al vanwege het feit dat plaatsen als “Williams Lake” en “Quesnel” gewoonweg kleurloos blijken te zijn. Beide dorpen geven je het gevoel dat je er nooit meer zou wegkomen, zou je er geboren zijn. We zijn overigens blij dat we vandaag zo’n afstand hebben afgelegd (470 km) en deze etappe achter de rug hebben. Het geeft ons iets meer lucht. Momenteel wordt er heerlijk gekookt. Ik ben benieuwd hoe dit nu weer gaat smaken… 20 Mei – Prince George – Smithers Achteraf gezien hebben we qua campground wellicht een verkeerde keuze gemaakt. Het ontvangst gisterenavond was al niet denderend, bij het ontbijt zijn we het er allemaal wel over eens dat we waarschijnlijk hebben overnacht bij Eichmann die tegen het einde van de tweede wereldoorlog nog snel even de wijk heeft genomen naar Canada. Er hangen overal borden met wat vooral NIET mag, aan de receptie hangen opzichtig twee camera’s hangen (met als zogenaamd grappig bedoeld bord “smile, you’re on Candid Camera!) en de toiletten en douches zijn beveiligd met pincodesloten. Er hangt nog net geen prikkeldraad aan de hekken en je zou bijna denken dat deze mijnheer het absoluut niet voor zijn plezier doet. Maar goed, we kunnen niet alles hebben… We hebben overigens wel een uitstekende tip gehad voor het nuttigen van een ontbijt: op twee minuten afstand bevindt zich het “Bon Voyage Inn” en we krijgen hier een gigantisch ontbijt voorgeschoteld. Eieren, worstjes, aardappelen, pancakes. Teveel om op te noemen eigenlijk. Zelfs de lunch moeten we er voor laten staan!!! Na dit gastronomisch hoogstandje maken we een begin met de etappe van vandaag. Wederom hebben we aardig wat kilometers voor de boeg en voor de tweede keer sinds onze aankomst is het druilerig, regenachtig weer. Het maakt niet zoveel uit. Er valt op deze weg nog steeds weinig te beleven hoewel het landschap weer wat ruiger wordt en de eerste besneeuwde bergtoppen en de eerste groene meren al weer zichtbaar worden. In Smithers (het schijnt hier bekend te staan als “Hockeycapital”) wordt Paolo met open armen ontvangen als hij de Tourist Information bezoekt. Twee Indiaanse dames blijken zichtbaar in hun nopjes en Paolo komt met bijna een ordner aan informatie naar buiten. Nu nog op zoek naar Glacier View Campground. Eenmaal aangekomen blijkt dat het qua gastvrijheid dus ook anders kan. We worden met open armen ontvangen en…de campground doet zijn naam eer aan!!! 21 Mei – Smithers – Moricetown, Bulkley Canyon, (New), (Old), (South) Hazelton, Ksan, Kitwanga, Kitwangcool, Terrace. De aan ons door de Indiaanse dames verstrekte informatie blijkt heel er nuttig. Er is ons een schema verstrekt welke ons puntsgewijs van Smithers naar Terrace helpt zonder ook maar iets te hoeven missen. Deze fase van onze reis gunt ons een blik in de levenswijze van de Indianen alhier. Het weer is ook weer eens opgeklaard dus we kunnen weer eens optimaal genieten van het gebodene. In Moricetown bekijken we de Bulkleyrivier en even verder de Bulkleycanyon waar de Indianen de zalmen in het najaar met haken en netten uit de rivier vissen. Bij Hazelton bezoeken we het Indianendorp Ksan (de inwoners stonden bekend om de nachtelijke visvangst) met al zijn nagebouwde huizen, totempalen en een klein museum en op de terugweg naar de Yellowhead Highway (16) houden we wederom even halt om een canyon te bekijken. We lijken in herhalingen te treden maar dat doen we pertinent niet. Deze formaties bestaan mogelijkerwijs nu eenmaal al honderdduizenden jaren en blijven de een na de ander reuze imposant. Bij de kruising met de highway 37 (Cassiar Highway, richting Alaska, “North to Adventure”) buigen we af richting het Noorden om via Kitwanga in Kitwangcool te belanden. Dit Indiaanse dorp ademt de sfeer uit van de situatie waarin de Indianen tegenwoordig verkeren: het dorp bestaat uit trailers en bijna vervallen huizen, geflankeerd door de oudste totempalen van BC. Verder is het er overal een puinhoop en zijn de “tuinen” bezaaid met allerhande zooi zoals gesloopte auto’s, campers, vaten en andere, voornamelijk metalen, troep. In eerste instantie oogt het geheel ronduit armzalig. Toch lijkt het alsof men hier alles dik voor elkaar heeft gezien de eigen brandweer, voetbalverenigingen, kerken en community centers. Selfsufficiency is hier het sleutelwoord. Paolo spot in deze omgeving een rode vos en ook dit dier lijkt zelf wel te bepalen wanneer hij komt of gaat, zoals alle dieren hebben gedaan tot nu toe. In de omgeving van Terrace gaan we op zoek naar het Waterlily Bay Resort, mede vanwege de in de buurt aanwezige hotsprings. Ondanks dat de springs niet bijster florisant zijn besluiten we hier te overnachten, al is het alleen al vanwege de locatie: klein opgezet en aan een meer gelegen. De voorzieningen zijn hier wat primitief (er is alleen een “droog toilet” en maar een enkele douche) en de eigenaar is misschien een beetje vreemd maar wederom blijkt deze campground een uitstekende keuze. 22 Mei – Terrace – Prince Rupert Met het oog op onze veerbootreis zijn we vandaag bijtijds op pad gegaan. Er staat niet bijster veel op het programma buiten een bezoek aan Port Edward waar we een kijkje willen nemen in de zogeheten “canneries”. Deze bedrijfjes dateren uit de vorige twee eeuwen en waren gespecialiseerd in het inblikken van zalm maar daar de wateren op een zeker moment waren leeggevist raakten deze bedrijven in de knoei en deelde de gehele regio mee in de malaise. De canneries blijken echter op maandag gesloten. Het maakt allemaal niet zoveel uit. We zijn al dagen gefocussed op de reis met onze veerboot en we willen het liefst een campground vinden (zo dicht mogelijk bij de ferry), de reis bevestigen bij de terminal en dan lekker uitgebreid eten in Cow’s Bay, het gezellig gelegen kleurrijke centrum aan het water. Alles loopt werkelijk op rolletjes dus voor we het weten zitten we in een op palen gebouwd visrestaurant aan zee te genieten van de gamba’s en een “Seafood Combo”, een combinatie van heilbot, gamba’s en inktvis. Biertje erbij. Heerlijk! Overigens eten we nu uitgebreid omdat we ’s avonds vroeg te bed willen. Het wekkertje gaat om 4 uur morgenochtend dus echt tijd om uitgebreid te koken is er even niet. Evengoed “rekken” we de boel tot half tien, dan is het aftaaien. 23 Mei – Prince Rupert – Port Hardy Om 4.15 ‘s ochtends heerst er een gezonde chaos. Natuurlijk moet er op het laatste moment nog van alles ingepakt, gesmeerd en bij elkaar geraapt worden maar we zijn ruimschoots op tijd. We krijgen een plaatsje apart bij de lift en settlen ons eerst in het restaurant op het zesde dek voor een riant ontbijt. Eenmaal uitgegeten gaan we op zoek naar de lounge om in de luie stoelen wat bij te slapen maar zoals het echte toeristen betaamd heeft “iedereen zijn/haar handdoekje al neergelegd” om vervolgens de stoelen niet te gebruiken. Wat een klootjesvolk, zeg! Dan maar een dutje in een andere stoel. Twee uurtjes verder is iedereen wel weer een beetje bijgekomen en keren we terug naar het restaurant. Het uitzicht is hier nu eenmaal magnifiek. Het weer is wisselvallig en wanneer het enigszins droog is zitten we buiten in de zon, bij regen keren we terug naar ons plekje in het restaurant. De omgeving blijft een plaatje om naar te kijken, zeker nu we vanaf het water toch een iets andere indruk krijgen dan vanuit de auto. Paolo is lekker een dagje vrij en hoeft niet te sturen en zelf ben ik als Stan-Stan (Tom-Tom) ook even een dagje van mijn navigatietaken ontheven. Hoewel: ik kan het niet laten een kaart te kopen van de “Inside Passage”, zoals deze 18-urige route per veerboot wordt genoemd. We spotten onze eerste dolfijnachtige (waarschijnlijk een orca) en zijn na een aantal uurtjes al dik tevreden dat we dit toch kostbare onderdeel van onze reis hebben opgenomen in ons al fantastische schema. Tijdens het avondeten worden we wederom verrast. Deze keer wordt door de kapitein een grijze walvis gemeld en de passagiers staan zo gelijktijdig op dat we geluk hebben dat het dier voor ons zwemt en niet aan bak- of stuurboord. Op het juiste moment duikt het dier op en toont zijn rug- en staartvin. Imponerend! ’s Avonds begint de lengte van de reis zich een beetje te wreken. De totale duur is zo’n 18 uur en we zijn al de gehele dag in touw. Wanneer we het sein krijgen om de camper op te zoeken om van boord te mogen zijn we zo’n beetje de eersten die zich naar beneden begeven. Eenmaal van de boot af parkeren we ons voertuig gewoon in het centrum van Port Hardy en begeven ons te bed. Toch gemakkelijk, zo’n camper… 24 Mei – Port Hardy – Campbell River Een relatief korte nacht na een 18-urige bootreis eist in mijn geval zijn tol: als ik wakker wordt voel ik me als of er een wals over me heen is gereden. Ik zal wel een dagje nodig hebben om bij te komen. Gelukkig maakt de omgeving alles weer goed. Ook op Vancouver Island overheerst het groen maar tijdens onze rit van Port Hardy naar Campbell River zien we duidelijk een meer tropische vegetatie. Lichtere kleuren, heel veel varens. Het is duidelijk dat hier het gehele jaar veel meer neerslag valt dan op het vaste land. Ik ben een beetje met de routeboeken bezig als Paolo schreeuwt: “een beer!”. Hij remt, rijdt stiekem een stukje achteruit en inderdaad zien we een groot exemplaar op zijn gemak in de berm zitten. Tot onze verbazing zien we echter nog iets bewegen. En dan nog iets! Deze beer blijkt drie jongen te hebben!!! Mama beer stuurt haar telgen snel een boom in. Dit is zo geweldig om te zien!!! Waarlijk een van de hoogtepunten van onze reis tot nu toe. Mams houdt ons overigens zeer scherp in de gaten. Normaliter schijn je uit te kunnen stappen voor een foto. Nu maar even niet doen… Eenmaal aangekomen lunchen we bij Taco del Mar (Taco Bell kan wel inpakken) en worden de boodschappen gedaan. En eindelijk…kunnen we eens internetten. Ik heb 143 (!) e-mails en het is ons wel duidelijk dat men thuis schreeuwt om een teken van leven. Het is ook zalig om alles even te checken. De burrito is overigens zo groot dat we ’s avonds in Campbell River in de camper alleen de antipasti eten. De pasta laten we maar even voor wat het is. Via de 19A cruisen we zuidwaarts. Deze weg heeft wat meer stoplichten maar qua uitzicht is het genieten geblazen! Langs het water, door de wat duurdere wijken. We overnachten op het Salmon Point RV Campground, rustiek gelegen aan het water en de meest indrukwekkende campground tot nu toe. 25 Mei – Campbell River – Cathedral Grove – Tofino We merken allemaal dat de druk een beetje van de ketel is. Tot onze reis per veerboot zat het schema toch vrij strak in elkaar maar nu we vrijwel zeker weten dat we ook weer op tijd zullen terugkeren in Vancouver laten we de teugels duidelijk iets meer vieren. Er is tijd om uit te slapen, langer te ontbijten en lunchen en we gaan wat later naar bed. Dat soort zaken. We hebben tot nu toe zeker niet hoeven haasten (eigenlijk hebben we onze reis samen meer dan nauwkeurig uitgevoerd en als geweldig ervaren!) maar er bekruipt ons wel een beetje het gevoel dat we alles hebben gezien wat we wilden zien en wat er eventueel nog volgt is “the icing on the cake”. Vandaag hebben we wederom ongelofelijk veel geluk met het weer. Tijdens onze rit naar het zuiden Parksville) en later het westen (higway 4 richting Tofino) regent het geregeld maar op het moment dat we het oerbos van Cathedral Grove bereiken blijft het weer wederom een uurtje meer dan uitstekend. We wandelen tussen de werkelijk kolossale reuzen door (waarvan sommige ca. 800 jaar oud zijn) en zijn zwaar onder de indruk van al dit moois. Alles zo groen. Alles zo groot. Een zware storm heeft in 1996 n.b. een aantal van deze reuzen weten te vellen. Ik moet er niet aan denken wat de kracht van deze orkaan moet zijn geweest. Ook het overige deel van de weg naar Tofino blijft indrukwekkend. Stijgingspercentages van 18% en een slechte weg zorgen bij Cecile en Femke voor een weeïg gevoel in de buik maar ook zij kunnen niet ontkennen dat de uitzichten blijven boeien. Kolkende rivieren, schitterende meren en de bergen op de achtergrond als ware het een schilderij van Bob Ross. Ik weet nu al niet hoe ik het thuis moet gaan beschrijven. Gelukkig hebben we de foto’s nog… Paolo ruikt duidelijk de oceaan. Eenmaal in het Pacific Rim National Park springt hij bij ieder strand uit de auto en is hij binnen no-time uit het zicht verdwenen om enkele minuten later met een bezweet hoofd terug te keren. Hij kan niet wachten om te gaan surfen, dat is wel duidelijk. 26 Mei – Tofino e.o. Ondanks dat de weersvoorspelling voor de komende dagen bar en boos was hebben we wederom alle geluk. De lucht is op een enkele wolk na hemelsblauw en iedereen krijgt dus zijn zin. Paolo kan zijn surfding gaan doen en ikzelf, Fem en Cecile krijgen de kans om aan de teint te werken, te lezen, muziek te luisteren, te wandelen enz. enz. Fem en ik maken een wandeling over het strand en het is genieten geblazen. Ik ondervind alleen wat last van mijn rug. Misschien gaat het camperbed mij nu opbreken. Paolo komt zichtbaar opgetogen terug. Het surfen blijkt de moeite meer dan waard geweest en tijdens zijn verblijf op de golven heeft hij ook nog eens een grijze walvis gespot. Lekker voor hem dat deze dagen voor hem geslaagd blijken te zijn. Met de golven schijn je het nooit te weten. ’s Avonds eten we in Tofino aan het water. Het is even zoeken geweest (voor een badplaats als Tofino is er toch vrij weinig te doen) maar onze speurtocht naar krab wordt beloond. Fem en ik hebben hier al dagen zin in en gelukkig helpt de aardige serveerster ons het dier te ontleden. Caesar’s salad erbij. Overheerlijk!!! En we hadden al gevulde champignons en popcorn shrimp als voorgerecht gehad. Wat een hoeveelheden, zeg! Dat wordt weer een “doggybag” mee. Eenmaal terug op de campground ga ik snel naar bed. Het is best een luie dag geweest maar ik voel me erg moe… 27 Mei – Tofino – Ucluelet – Nanaimo In de ochtend bezoeken we het alternatief voor Tofino: Ucluelet. Het is wat kleiner en schijnt goedkoper te zijn maar voor ons gevoel is er weinig te beleven hoewel het geheel wel aangenaam en gezellig aandoet. Er zit hier overigens wel duidelijk “geld”. Het ene huis is nog mooier als het ander en dan laat ik de locaties nog maar even achterwege. Een en ander is echter wel met stijl opgezet, d.w.z. qua kleurstelling, bouw en hoogte passend in het landschap. De rit naar de oostkust is wederom indrukwekkend. Op een uitstekende rots boven een rivier spot ik een adelaar. Het exemplaar lijkt enorm en tuurt om zich heen of hij de wereld regeert. Wat een uitstraling. We spotten eveneens onze tiende beer en ondanks dat deze alleen blijkt te zijn lijkt het een jong exemplaar. Afwisselend nemen we de oceanroute en de highway richting Nanaimo. Femke en Paolo slaan de nodige boodschappen in voor een BBQ en aan de Nanaimo Harbour, waar we een mooi gesitueerde campground vinden, kunnen de kolen vrijwel direct aan. Het is een beetje frisjes (maar het ken net) en we eten er heerlijk van. Voor het eerst gaan we vrij laat naar bed (tegen twaalven, na de “The Sopranos” natuurlijk). 28 Mei – Nanaimo – Victoria In Nanaimo maken we van de gelegenheid gebruik om een wandeling te maken langs de “Harbourfront”. Het geheel is niet zo bruisend als de Lonely Planet doet vermoeden maar het is een machtig gezicht om de watervliegtuigen hier op te zien stijgen en te zien landen. We wandelen nog even een “mall” door en checken een Chocolaterie. Nanaimo schijnt bekend te staan om zijn chocolade en de kleine chocolaatjes die we kopen smaken verrukkelijk. Op de klanken van de Supperclub zakken we langzaam af naar het zuiden richting Victoria en met de zon op het glooiende landschap is het weer eens heerlijk genieten. In de stad aangekomen zijn we verbaast over de schoonheid van deze stad. Het geheel doet echt Victoriaans aan. Overal zie je statige gebouwen, deels in Engelse en deels in Franse stijl, en de “high-tea” komt je bij wijze van spreken tegemoet. De geveltjes in het centrum ademen, mede door alle warme kleuren en authenticiteit, voortdurend warmte en charme uit. Net als Vancouver loopt de stad een iets trapsgewijs naar beneden richting de haven en wanneer we arriveren zijn de smalle straatjes bezaaid met terrasjes. Het is ook weer heel prettig om onder de mensen te zijn. We zijn de afgelopen weken logischerwijs genoeg mensen tegengekomen maar niet in deze aantallen dus het doet weer een beetje vreemd aan. Op aanraden van een Visitor Info Centre vinden we een campground bijna midden in de stad en Cecile en Paolo besluiten met een watertaxi richting de haven te gaan om de geur van Victoria echt op te snuiven en een hapje te eten. We winnen bij het Centre eveneens informatie in m.b.t. het whale-watching (en m.n. orka’s) en de vooruitzichten blijken gunstig: er was al een grote groep en er is er net een bij gekomen. Dat zou eens een mooie afsluiting van de vakantie zijn. Overigens blijven Fem en ik in de camper want het is een drukke dag geweest en mijn rug begint nu dermate op te spelen dat ik het wel mooi vind zo. We hebben overigens nog tijd zat om Victoria morgen nog eens te bekijken. Ik hou me bezig met internet (we hebben weer wi-fi!) en lees het nieuws. Heerlijk! 29 Mei – Victoria – Whale-watching – Vancouver We zijn vandaag extra vroeg opgestaan om bijtijds richting het centrum van Victoria te gaan waar zich het bedrijf bevindt dat zich specialiseert in het spotten van orka’s, de “Prince of Whales”. We hebben onze zinnen gezet op een vroege zodiac van 9.15 maar alles blijkt al vol. De eerste mogelijkheid is om 11.00 dus we reserveren maar alvast hoewel Fem, Paolo en Cecile zich nog steeds druk maken over mijn rug en hoe deze zich zal houden in zo’n kleine, snelle en bonkende boot. Eerst maar eens koffie doen in de stad, later zien we wel weer. Om 10.45 melden we ons wederom aan de haven. Het spel gaat beginnen en we zullen het weten ook: we worden in belachelijke oranje pakken gehesen en zien er uit als Teletubbies. Daar ik de gehele morgen ben rondgereden in mijn rolstoel is mijn rugpijn helemaal weg en heb ik er vertrouwen in. Ik ben alleen huiverig voor het in- en uitstappen van de boot. Onze stuurman James legt uit dat er orka’s zijn gesignaleerd maar van de melding is nog geen bevestiging. We hebben overigens begrepen dat de eerste boot onverrichter zake is teruggekeerd. Misschien was er in ons geval dus sprake van geluk bij een ongeluk? James vaart naar het gebied van de laatste melding en na een stevig stuk varen spot ik het eerste, springende, exemplaar. James legt de “rules of engagement” uit maar niemand luistert meer. Het ene exemplaar krijgt gezelschap van een ander. Twee worden er drie en voor we het weten kunnen we aan beide zijden van de boot genieten. Vooral de kleintjes proberen indruk te maken met hun sprongen en fratsen maar degene die in mijn ogen het meest opvalt is een mannetje van bijna 10 meter, 95 jaar oud een gewicht van 10.000 kilo! En dan hebben we die reusachtige rugvin nog buiten beschouwing gelaten. In totaal hebben we zo’n 15 exemplaren gezien en deze ervaring was dus de slagroom op de taart. Om op deze manier de vakantie af te sluiten is een droomscenario. Lange tijd hadden we gedacht dat het spotten van orka’s vanwege het seizoen er toch een beetje bij in zou schieten. Niets was minder waar. We hadden ons een dag eerder al voorgenomen om sushi te gaan eten voor de lunch en bij Market Place vinden we een uitstekende lokatie. Het geheel is een soort food-court en je kunt er bij diverse restaurants bestellen om vervolgens je maaltijd centraal te nuttigen aan picknicktafels in de zon. We doen onze bestelling en onze kleine Japanse vriend is deze “drukte” duidelijk niet gewend. Hij raakt in de stress als Fem en Cecile de bestelling gaan plaatsen en geeft vervolgens van alles gratis mee, bovenop onze reeds geplaatste bestelling. Wanneer de dames zich wederom melden bij het kleine winkeltje en de volledige bestelling meekrijgen blijkt pas hoe ontstellend groot de hoeveelheid verkregen sushi daadwerkelijk is. We kunnen er in totaal wel drie keer van eten en nemen dus grote hoeveelheden mee de camper in. Maar het feit blijft…deze meneer weet hoe hij sushi moet maken!!! We betwijfelen echter of deze meneer commercieel gezien wel goed bezig is. We hoeven nl. maar 42 CND af te rekenen! We besluiten de middag met het nemen van wat foto’s na een laatste wandeling door de stad. Hierna volgt nog een rit van 28 km naar Schwarz Bay waar de ferry naar Tsawassen op ons wacht. We verbazen ons over het feit dat deze boot zoveel luxer en nieuwer is dan degene waarop we hebben gebivakkeerd door de “Inside Passage”. 18 uur op een oude brik t.o. 1,5 uur op deze nieuwkomer. Een beetje vreemd maar men zal er wel een goede reden voor hebben bij BC Ferries. Aangekomen op het vaste land kamperen we in de buitenwijken van Surrey. RV campgrounds vindt je hier nog nauwelijks en we boeken deze voor 2 nachten mede omdat we de RV praktisch om de hoek in kunnen leveren. Maar…eerst hebben we nog een volle dag Vancouver voor de boeg. 30 Mei – Vancouver – Vancouver Na wat omwegen parkeren we de RV de gehele dag op een parkeerterrein en nemen vervolgens de “skytram” naar het centrum. Het korte ritje blijkt een unieke manier om toch nog even snel wat te zien van de stad terwijl we richting het centrum gaan. We wandelen door wijken als “Gastown” en “Chinatown” (waar we even in een verkeerde wijk belanden!), shoppen nog even in trendy Robson Street (hippe winkels en terrassen) om te eindigen in English Bay waar we nog even genieten van het avondzonnetje. English Bay lijkt op het Vondelpark aan het water en het is er gezellig druk. We sluiten de avond af in het Indiaase restaurant “Swagat” waar we drie weken geleden onze reis zijn begonnen. De cirkel is dus weer rond. 31 Mei – Vancouver – Amsterdam De RV inleveren blijkt een fluitje van een cent. Ondanks een aantal kleine gebreken heeft ons voertuig zich toch 4.500 km (in 3 weken!) goed gehouden. Allemaal hebben we het gevoel dat we veel langer onderweg zijn geweest. We hebben heel erg veel gezien en verlangen ook een beetje naar huis. De vlucht is redelijk (we krijgen gratis een upgrade) maar twee jankende kinderen maken slapen onmogelijk. Maar goed…je kunt niet alles hebben op zo’n fantastische reis. Hoewel, we hebben het aardig benaderd!!!
27/8/02 Zoals Fem al heeft aangegeven: het tijdsverschil was bepaald geen pretje. Om 5 uur was ik al wakker, 6 uur aan het ontbijt en om 7 uur jakkeren we al door het centrum. Nadat we geld gepind hebben (en het moest genoeg zijn want je schijnt alleen in San José met je pinpas te kunnen pinnen) gaan we terug naar het hotel. We kopen onderweg nog even een goede kaart want we hebben uiteindelijk een auto gehuurd. Toevallig op het moment dat we de receptie willen laten bellen staat de auto klaar. Na al het papierwerk en controle van de Daihatsu 4 x 4 gaan we om ong. 9.00 u. op pad. Niet zuidelijk naar de vulkaan IRAZU maar direct naar ons resort Tamarindo. De reis duurt nl. een uur of 5 en we willen het op ons gemak doen. Na de drukte rond San José genieten we echt van de zeer groene dalen en bergen. Slingerende wegen worden afgewisseld door vlakke stukken en goede (lees: redelijke) door slechte. Onderweg eten we voor het eerst echt Costa-Ricaans: rijst met bonen met vlees en gebakken banaan. Zeer smakelijk!! We vervolgen onze reis en arriveren om 15.15 u. in het Barcelo Beach Resort. Voluit: Barcelo Playa Langoste Beach Resort en Casino. Mensen: we zijn weer eens met onze neus in de boter gevallen. Een complex van net 3 jaar jong aan zee, met een groot zwembad en mooie ruime kamers. Alles lijkt of het net uit de catalogus is weggelopen. We genieten dan ook van een paar uurtjes welverdiende zon op basis van: jawel… all inclusive (de cocktails waren weer heerlijk Coby). We hebben ons net opgefrist en gaan ons nu opmaken voor het avondeten. 28/8/02 Wederom vroeg wakker maar het komt ons wel goed uit. We ontbijten direct om 7 uur en gaan dan op pad naar Rincon de la Vieja. Een National Park met vulkaan, modderpoelen en andere vulkanische verschijnselen. Het is ongeveer 2 uur rijden, 2 ½ als je direct uit het hotel de verkeerde kant op rijdt. Want heen, naar het hotel toe, staat alles perfect aangegeven, terug mag je het duidelijk zelf uitzoeken. Eenmaal van de Pan American af, is de weg een drama. Het mag eigenlijk geen weg heten, maar het is de moeite van de reis waard! Bij de ingang moet je je melden en je handtekening zetten dat je van de gevaren op de hoogte bent (bv. dat je verbrandt als je de krater ingaat en zo). Als je terug bent moet je je weer afmelden, zodat er niemand achterblijft, zeker met slecht weer daar heel belangrijk. Direct al na de eerste stappen in het park zien we een neusbeer. Woorden schieten eigenlijk te kort om op te schrijven wat we ervaren. Het is er een herrie van jewelste dankzij de brulapen, vogels, insecten en vulkaan. De tocht is prachtig, behoorlijk avontuurlijk ook, het is weer lekker klimmen en klauteren. We zien ook nog agouti’s, leguanen en vreselijk veel mooie vlinders. Hen ziet ook nog een fel-blauwe vogel. De vulkaankrater is ook indrukwekkend, hij werkt volop. Het riekt daar wel een beetje vreemd, een soort ragout-lucht. Verderop komt de zwavel-nevel overal uit de grond. De lucht is afgrijselijk maar het is een mooi gezicht. Helaas gaat het dan regenen. Als het regent in Costa Rica dan regent het echt!! We verlaten het park dat behoorlijk lastig te bewandelen wordt zo met al die modder. Verderop zouden nog heetwater bronnen zijn, maar wat we zien is één grote modderpoel en wat werklui. Wel leuk: er liep daar een soort das of stinkdier rond. Op de terugweg kom je door Liberia. Ik lees in het boek dat er geen drol te doen is, dat het echt een doorgangsstadje is met truckershotels en 4 pompstations op het kruispunt. We rijden dus in 1 keer door, op weg naar het hotel. We installeren ons met al onze reisboeken bij de zwembadbar en verzinnen wat en wanneer onze volgende uitstap wordt. (Bij het zwembad kun je trouwens de hele dag door hamburgers, patat, verse tacochips en fruit pakken, echt schandalig!) Na een lekker bad en weer een aflevering Friends (dit keer helaas een oudje) gaan we eten. Verwarring alom want er blijkt geen buffet te zijn, wat niemand ons vertelt, maar een aangepaste à la carte. De serveerster legt uiteindelijk onduidelijk uit dat hiervoor gekozen is i.v.m. te weinig gasten. Eenmaal in de week mag je gratis van de uitgebreide kaart eten, met speciale tickets. Tijdens het eten spring er tot 2 x aan toe een wasbeer op de tafel naast ons die suikerzakjes pikt, heel handig opent en leeg smikkelt. 29/8/02 Gisterenavond weer redelijk vroeg naar bed gegaan (ong. 22.00 u.) nadat we nog even aan de bar hebben gezeten. Vandaag lassen we even een rustdag in want we hebben het voornemen om morgen met de auto richting Arenal/La Fortuna af te reizen om de bekendste vulkaan van Costa Rica te zien, vervolgens ergens daar te blijven om dan weer de volgende ochtend te vertrekken naar de nevelwouden van Monteverde voor de Canopy-tour. Twee pittige dagen voor de boeg dus. Vandaag is het gelukkig schitterend weer en het is bloedheet. Het is heerlijk om even bij te komen en te genieten van de zon. De rust wordt echter verstoord door allerlei geluiden in de bomen naast ons en er ontstaat commotie! Er zit een hele kolonie apen op een paar meter afstand. Werkelijk schitterend en de camera’s klikken dan ook gretig. Dit is pas echt een verrassing!! Overigens hebben we ook al op het resort kolibries, hagedissen en leguanen gezien. De rest van de dag verloopt rustig: we eten, drinken en eten wat tot we om een uur of vijf even naar Tamarindo gaan. We sturen een mailtje naar huis, gaan op zoek naar een reisbureautje (niet gevonden) en drinken een biertje aan het strand terwijl gitzwarte wolken ons naderen en de felle onweer en bliksem al snel losbreekt. Snel terug naar Barcelo voor de regen losbarst. We kijken nog wat tv, gaan eten en vroeg naar bed.
Costa Rica 26/8/02 Poeh, poeh, wat een reis zeg! Eerst 9 uur en 13 minuten naar Orlando, daar 1 ½ uur overstap en dan nog 2 uur en 51 minuten naar San José. De immigratieformulieren waren uiteraard weer eens een drama. In Orlando bleken we de foute te hebben gehad van Martinair en in San José moesten we vanaf de balie helemaal teruglopen naar de gate voor een prutspapiertje dat dan 5 min. later weer wordt ingenomen. Wat ook niet helemaal vlekkeloos ging was onze transfer vanaf het vliegveld naar het hotel want……... die was er niet! De toeristenservice van het vliegveld was gelukkig zeer behulpzaam. Op hun toestel belden we met de organisatie die onze transfer had moeten verzorgen. Toen die er geen zin in hadden namen we een taxi. Wat een verkeer in San José zeg! Het was wel spitsuur (ca. 18.00 u.) dat wel, maar dit leek wel op Bangkok joh! Alles blijkt er één- richting verkeer en de straatbordjes zijn er vaker niet dan wel. Zelfs als je goed telt (de Avenida’s en Calles lopen op in getal) is het nóg lastig. We zijn beiden niet bijzonder gecharmeerd van deze superdrukke, chaotische stad vol Burger Kings en Mc. Donalds, waar je bovendien met onze pinpas maar bij 1 ATM terecht kan! Effe flink pinnen dus vóór we richting de Playa gaan. Het hotel (de goedkoopste die we vinden konden) is nog best oké: schoon en ruim genoeg (“The Tropical Breakfast” is een iets te mooie naam voor wat stokbrood en roerei en fruit, maar het smaakte ons perfect, al om 6.00 u.!). We liggen trouwens al om 20.00 u. op apegapen. Niet zo vreemd als je bedenkt hoe lang je al op de been bent… Alsof we straf hebben gaan we zonder avondeten naar bed, op wat pinda’s na die we nog van Martinair mee kregen. Nog in de war door het tijdsverschil worden we regelmatig wakker ’s nachts in het korte bed, maar we zijn blij dat we erin liggen!
1/09/02 We zijn toe aan een lekker dagje zonnen en installeren ons dus aan het zwembad. In het hotel is het vandaag, net als gisteren (zondag c.q. zaterdag) behoorlijk druk met Tico’s, oftewel Costaricanen. Voor het overige is het hier op een handvol bezoekers/gasten na echt uitgestorven. Voordeel is dat je je bedje voor het uitzoeken hebt bij de pool, nadeel blijkt echter dat ze i.p.v. het uitgebreide buffet nu een aangepast á la carte hebben omdat er anders veel te veel over zou blijven. Alleen toetjes en salade is nog in buffetvorm. Vandaag hebben we ons plannetje voor de laatste vakantiedagen uitgestippeld. Op zondag 8/09/02 om 7.10 u. vliegen we met een interne vlucht via San José naar Quepos, een plaatsje 7 km. van Manuel Antonio N.P. We laten ons dan door een taxi bij een hotel afzetten en gaan dan het N.P. in. Op maandag is het N.P. gesloten, dan hebben we die dag om nog wat te winkelen/wandelen/zonnen en kunnen we op dinsdag met de bus terug naar San José, alwaar we om 18.00 u. terug naar Nederland zullen vliegen. Het ticket vanaf Tamarindo naar Quepos is telefonisch snel geregeld, even later ontvangen we een fax ter bevestiging. Leuke plannen in het vooruitzicht dus! 2/09/02 + 3/09/02 Wederom lekker geluierd, een heleboel pelikanen gezien, en 3/9/02 in de middag ook heel veel regen en onweer, wat op zich mooi is om te zien. De auto hebben we op 2/9 al op laten halen (3/9 om 9.00 u. zou de officiële 7 x 24 uur erop zitten en pas om 16.00 u. was de pick-up afspraak). Maar aangezien we hem toch niet meer nodig hadden en het gewoon geregeld wilden hebben, hebben we gebeld, of liever gezegd laten bellen om de afspraak te vervroegen.
30/08/02 Om 7.00 u. ontbeten en om 8.00 u. op pad. Eerst een uurtje terug naar Liberia, dan ong. 40 minuten naar Caòas en dan begint de reis pas echt. De bergen in over zeer slecht begaanbare wegen (soms was men zelfs bezig de weg vrij te maken met bulldozers vanwege verschuivingen) dwars door de jungle langs het Lago Arenal. De reis duurt lang maar verveelt nooit. Je moet al rijdend alleen even op je qui vive blijven. Onze Daihatsu Terios blijft me verbazen terwijl vóór ons over de bijna onbegaanbare weg een Daihatsu Cuore voort ploegt. Niet te doen man! Om ong. 13.30 u. komen we bij de vulkaan La Fortuna en nemen onze intrek bij het Arenal Observatory Lodge. Dat is de beste uitgangspositie voor wandelingen maar voorlopig zeikt het echter van de regen. Hopelijk klaart het vanmiddag op en anders hebben we nog morgenochtend. Een grote patat mét en het uitzicht op de vulkaan (die nu even niet zichtbaar is vanwege nevel) maken de hele rit nu al de moeite waard!!! Het diner hier is werkelijk heerlijk! Eindelijk een goed stuk gegrild vlees met lekker pittige jalapeno peper saus; goed vlees schijnt hier uniek te zijn, waarschijnlijk door de “taaie” ossen. Dan zien we ineens dat de vulkaan rode walmen spuugt en het is een fantastisch gezicht om de brandende lava naar beneden te zien rollen tegen de pikzwarte nachtlucht als achtergrond. Heel indrukwekkend! Ook de vele felle vuurvliegjes maken het heel leuk om lekker buiten te staan en rustig te koekeloeren. Nog een unicum trouwens: Hen wil om 20.00 u. naar bed! En zo geschiedde nadat ik eerst nog een immense tor van me af moest slaan die zich verstopt had in de handdoek die ik gebruik. Even schrikken, maar je mag hier niks doodmaken dus dat respecteren we (kill nothing but time, leave nothing but footprints and take nothing but pictures, staat er op het bord van het hotel).
31/08/02 Vanochtend weer vroeg opgestaan (5.30 u.) om een wandeling te maken van ca. een uur naar een waterval. De jungle weer in en de waterval is indrukwekkend. Niet zozeer vanwege zijn grootte maar meer door de hoeveelheid water!!! We maken foto’s van de waterval. Foto’s van de vulkaan heb ik ’s ochtend al genomen (zonder wolken is het een schitterend plaatje). Om 7.00 u. ontbijten we (heerlijk klein buffetje) en om 7.35 u. zitten we uitgecheckt en wel weer in de auto. Monteverde is ons doel en dat zullen we weten ook. Wat een rit! Op zich al heel erg lang maar de laatste 35! km. door onbegaanbaar terrein. We houden vol en arriveren bijna 4 uur later (11.30 u.) in Santa Helena vlak bij Monteverde. Als we informeren naar de Canopy-tour krijgen we te horen dat deze pas om 14.30 u. aanvangt. Voor ons is dat een beetje laat want dat betekent weer ter plaatse overnachten en van half twaalf tot half drie niets doen. Zonde van de tijd dus. We besluiten een “skywalk” te maken. Wandelen door de jungle maar over diverse bruggen tot 60 meter hoog. Het uitzicht is spectaculair al zien we nauwelijks dieren. Zelf ben ik tot op het bot doorweekt maar het zien van Fem in haar poncho (het blauwe vrouwtje i.p.v. het rode mannetje) maakt een hoop goed. Nadat we ons afgedroogd en omgekleed hebben aanvaarden we de reis terug naar Tamarindo. Ieder jaar gebeurt er wel iets unieks (in Thailand het creditcard verhaal) en zo ook nu. Terwijl ik keurig mijn snelheid handhaaf (90 km.) word ik door een laser van de politie gepeild en naar de kant gedirigeerd. De agent vraagt naar mijn paspoort en kentekenbewijs (en dus niet mijn rijbewijs, hetgeen ik ook niet bij me heb) en besluit mij een bekeuring te geven van 10.000 colones (= 30 dollar) voor het met 10 km. overschrijden van de max. snelheid. Ik protesteer en zeg dat de borden echt 90 aangaven en na een aantal minuten doet de agent het voor de helft, dus 5000!!! (je verzint het niet). Ik protesteer weer in het Engels en met handen en voeten maar de agent is al aan het schrijven geslagen. Als ik het bijna opgegeven heb scheurt hij tot mijn verbazing de bon door en mag ik door. Blij dat ik mijn portemonnee niet getrokken heb want het gaat deze mensen duidelijk om een tweede salaris. Binnenkort in Nederland maar eens kijken of ik kan onderhandelen bij een bekeuring. Enfin, ik speel nu op safe qua snelheid en dat schiet dus niet op. De reis duurt (te) lang maar….. we zitten inmiddels aan een welverdiende cocktail. Het waren twee heel vermoeiende dagen maar de moeite meer, meer, meer dan waard!!
4/09/02 + 5/09/02 De dagen kabbelen lekker voort en we maken zoveel mogelijk gebruik van de zon (als ie er is natuurlijk want de factor regen heeft nu eenmaal vaak de overhand). Buiten zonnebaden en zwemmen we, eten we en drinken we en niet logischerwijs in die volgorde. Vandaag is het ’s ochtends bewolkt met een klein spatje regen en we besluiten een wandeling te maken richting Tamarindo (half uur heen, half uur terug). Het is nu nog eb maar de vloed komt al op. We genieten van de wandeling en nemen wat foto’s. De rest van de dag is het lekker zonnen en we houden het dan ook tot half 6 vol. Na het eten nemen we een taxi naar Tamarindo voor het uitgaansleven maar dat valt dus vies tegen. We hadden echter vanuit de taxi onderweg veel auto’s zien staan op een plek halverwege. Gewoon 4 zuilen met een dak erop, “the place is packed” en er staat muziek aan. Zeer gezellig en we weten gelijk waar alle mensen zijn gebleven want de rest was uitgestorven. Wel heel veel politie trouwens. Om 0.10 u. gaan we (lopend) richting hotel en liggen om 0.30 u. in bed. Latertje voor ons dus! P.S. ’s Middags zijn we overigens weer bij eb het strand op geweest. De riviermonding lag bijna droog. Heel maf gezicht! Later naar bed gegaan dus ook later opgestaan. Het is bewolkt (balen dus) maar het is droog en het zonnetje voel je toch wel een beetje. Tukkie doen, beetje lezen, maar na de lunch (3.15 u.) is de pret over: regen!! (maar het klaart nu weer iets op). We hebben er wel een vriendje bij gekregen: een klein rood katje die constant zit te mekkeren en te bietsen. Het is nu 4 uur. 6/09/02 + 7/09/02 Zon, zon, en nog eens zon. We liggen weer eens lekker bij de “pool”. Af en toe lopen we even naar het strand. Daar verbazen wij ons telkens weer over hoe snel eb verandert in vloed. Dat moet je echt goed in de gaten houden anders ben je echt de pineut. En als het vloed is, is het ook goed vloed: van het grote strand blijft echt nog maar 3 meter over. De natuur is erg krachtig in Costa Rica. Het is overigens weer weekend, wat inhoudt dat het hotel vol zit met tico’s. Vermoedelijk vrij vermogende tico’s, met hun hele familie, die zich hier gek vreten aan alles wat los en vast zit. Enkelen zuipen zich ook ’s ochtends al helemaal klem aan de cocktails, wat ze nou niet echt beschaafder maakt (dikke torren aan de bar die voor hun beurt MAZ RON, MAZ RON blèren, oftewel meer rum in mijn cocktail!). Maar ach, ook wel weer vermakelijk om te zien, buiten het weekend om is het hotel nagenoeg leeg namelijk. En ook een voordeel is dat we in plaats van de aangepaste á la carte nu tenminste een meer dan prima buffet krijgen. Gisteravond hebben we ons verschranst aan de kreeft! Echt heerlijk! Het is nu 7/09/02, onze laatste dag hier in Tamarindo, het is nu net bewolkt maar het is mooi geweest hier!! ’s Middags hebben we trouwens i.p.v. bij het zwembad nu eens bij het strand gelegen. Stom dat we dat niet eerder zijn gaan doen want door de wind is het er veel beter uit te houden, zelfs met je giechel vol in de zon. Wel luxe hoor, je loopt zo vanaf het zwembad-complex het strand op. Allereerst vonden we het wat jammer en vreemd dat er buiten wat bedjes en een volleybalnet niets is. Maar eigenlijk waarderen we het ongerepte van deze baai wel zeer. Het is tenslotte ook beschermd gebied, als in een Nationaal park. Helaas mag je om deze reden ook geen schelpen verzamelen want het ligt hier vol met van die torentjes. Wel begrijpelijk. 8/09/02 Vandaag is het, 2 dagen eerder dan gepland, check-out time. We staan om half zes op want we gaan met het vliegtuig via San José naar Quepos (en Manuel Antonio). De avond ervoor hebben we een taxi besteld en ondanks een beetje ongerustheid is deze ruim op tijd. We vertrekken om 6.00 u. richting het vliegveld en ter plaatse aangekomen barsten we weer eens in lachen uit: 4 pijlers met een golfplaten dak, dat is het dan ook wel! Ik heb overigens nog nooit meegemaakt dat we een snel stromende beek over moesten om een vliegveld te bereiken.
Enfin, helaas is er geen koffie of ontbijt te krijgen. De reis in het mini-vliegtuigje maakt echter een hoop goed. Er passen 6 of 8 passagiers in, wij zitten pal achter de piloot en alles is open dus het is allemaal perfect te zien! We hebben een tussenlanding op het (nationale) vliegveld (je) van San José. Hier landen alleen kleine vliegtuigjes die de binnenlandse vluchten doen, en helikopters. We moeten er inchecken bij een provisorische balie en pas hier worden onze koffers gewogen, wijzelf trouwens ook, maar weer niet onze handbagage……….. vreemd hoor! We moeten er 3 kwartier wachten op de aansluitende vlucht in een soortgelijk vliegtuig. Dat gaat ook weer allemaal prima op tijd (te vroeg zelfs!) en het duurt nu slechts 25 minuten voor we op een landingsbaan landen die ook weer niet veel meer voorstelt dan wat uitgestrooid grind. Taxi is snel geregeld en we laten ons afzetten bij een hotel genaamd Mar y Luna, wat “zee en maan” betekent. Klinkt romantischer dan het is want een cel in de Bijlmerbajes is waarschijnlijk luxer (daar kun je wel naar buiten kijken!). We haalden het uit ons boekje, we zouden er een “middelmatig geprijsd en redelijk comfortabel” hotel aantreffen. Goedkoop is het wel: $ 15,- per nacht. Er liggen geen handdoeken, als je die wilt hebben moet je $ 15,- extra betalen! Bizar hoor, net zo duur als de overnachting zelf. Maar ach, wat heb je nodig,voor 2 nachten is het oké. Eenmaal een beetje gesetteld gaan we eerst even ontbijten in de buurt (natuurlijk weer “tipico” en dan met de bus van 11.30 u. naar Manuel Antonio (kost 90 colones = 20 € cent). Wadend door ca. 20 cm. water betreden we het park wat er overigens aan de “buitenkant” al spectaculair uitziet. Eenmaal binnen val je van de ene verbazing in de andere: overal beesten (apen, leguanen, wasberen enz.) werkelijk schitterende stranden (van heel erg groot tot pittoreske baaitjes waar je overigens wel wat kilometers voor moet lopen). Kortom, de uitzichten zijn adembenemend en het is de trip meer dan waard!! We leggen deze dag ettelijke kilometers af en krijgen te maken met aanzienlijke hoogteverschillen. Soms gaat het dan ook rap naar beneden en dan moet je natuurlijk ook weer terug omhoog. Een aanslag op de (boven) benen dus. We houden het tot 14.30 vol maar als we het park willen verlaten blijkt dat het inmiddels vloed is geworden. Even wachten op een bootje dus. Na de oversteek pakken we lekker wat koude biertjes op een terras waar we nog te maken krijgen met een gestoorde vent die in 3 talen alleen maar onzin uitkraamt. Vervolgens nemen we de bus terug naar Quepos en ervaren we ’s avonds hoe slecht het slapen is onder een wel heel luide “fan”.
9/09/02 Dit is onze laatste “hele” dag. Bij gebreke aan een echt strand in Quepos, gaan we weer met de bus naar Manuel Antonio. Tot een uur of 1 liggen we lekker op het strand maar dan trekt het dicht en even later gaat het regenen. We zitten dan al lekker aan de lunch en kuieren daarna nog wat rond voordat we de bus weer nemen. Het zit er nu bijna op. We hebben inmiddels buskaartjes geregeld voor de “directo” naar San José (morgen 12.00 u.). Na het eten drinken we nog iets in een bar. Fem houdt het snel voor gezien en ik ga nog even terug naar de bar om de sport af te kijken. Om 23.00 u. vind ik het ook mooi geweest! 10/09/02 We zijn weer bijtijds opgestaan, ontbijten wat en zitten onze tijd uit tot 12 uur. We checken uit en drinken nog iets voor we naar het busstation lopen. De bus is iets te laat dus we worden al een beetje bezorgd. Het zal toch niet zo zijn dat we op de laatste dag tegenslag gaan krijgen? Gelukkig arriveert de bus en vertrekken we met 20 minuten vertraging en arriveren we ruim op tijd (13.20 u.) op het vliegveld van San José. Na een kleine vertraging gaan we naar Miami waar we letterlijk in een kamer achtergelaten worden als we de douane door zijn. Om 0.45 u. (n.b. 11 september!!!) stijgen we op voor de resterende 8 uur en 20 minuten. Gelukkig slaap ik er ongeveer 6 uur van!).
8 oktober … Puerta Caldera, Costa Rica Gisterenavond is op het laatste moment besloten dat de Westerdam niet zal aanmeren in Puerto Caldera. Waarschijnlijk heeft het met de ruwe zee te maken maar hoe dan ook hier dienen we gebruik te maken van de zogenaamde tendermethode. Er is ons inmiddels gevraagd of we assistentie willen hebben dus we nemen maar aan dat we met een kleine boot naar de wal kunnen. Overigens wordt bij de tendermethode gebruik gemaakt van de reddingssloepen van de Westerdam zelf. Achteraf gezien was het eigenlijk een peulenschilletje. Men heeft mij gisteravond wel gevraagd of ik enkele passen kan lopen maar het is in zijn geheel niet nodig. Ik word met rolstoel en al opgepakt en in de boot gezet. Aan land komen is andere koek: we dienen uit te stappen op een ponton en daar de zee aardig tekeer gaat ziet het er nogal heftig uit. Ik laat het personeel zijn gang maar gaan, zij weten verdomd goed wat ze doen. Na de ponton moet ik ook nog eens een meter of vijf omhoog maar alles loopt voorspoedig. We hebben besloten om een taxi te nemen naar Puntarenas. In 2002 hebben we al eerder dit natuurrijke land bezocht dus voor ons heeft het niet veel nieuws te bieden. Puntarenas is een havenstadje en we willen gewoonweg weer even de cultuur opsnuiven. De straatjes staan werkelijk bol van de winkeltjes en er zij nauwelijks toeristen te zien. Waarschijnlijk zitten de meesten van hen in een bus om op excursie te gaan naar het binnenland. We slenteren wat en drinken in een cafetaria lekker thee en koffie. Wat de koffie betreft zit het hier overigens wel snor. Het is een van de meest succesvolle exportproducten en de bak die ik voorgeschoteld krijg is meer dan verrukkelijk. Ik krijg hem gezien de afmeting niet eens op. Aan het begin van de middag houden we het voor gezien en nemen we een taxi terug naar de aanleghaven. We zijn weer eens net op tijd want het begint lichtjes te regenen en de donkere wolken dienen zich wederom aan boven het binnenland. Wanneer we eenmaal op het achterdek van het schip zitten breekt de hel dan ook goed los. Als het in Costa Rica regent, dan regent het ook echt. Langzamerhand keren ook de toeristen terug uit het tropisch regenwoud. Opmerkingen als “ het was veel te warm” en “het begon zowaar te regenen” zijn niet van de lucht. Tja, waarschijnlijk heet het daarom ook tropisch regenwoud… Het is en blijft grauw en grijs weer en we besluiten deze keer maar niet het wegvaarfeest af te wachten. We gaan ons lekker opknappen en aankleden voor het diner in de Vista Lounge. Het klinkt wellicht cliché (maar wel lekker cliché) maar we nemen na het diner nog een borrel, kijken de Soprano’s en gaan dan lekker naar bed.
11 oktober … San Blas We zijn vanochtend aangekomen in de San Blas Archipel. Deze eilandengroep voor de kust van Panama bestaat uit totaal 365 eilanden. De eilanden zijn beschermd grondgebied voor de laatste originele Inca-indianenstammen t.w. de Cuna. De Westerdam is voor anker gegaan in de nabijheid van een van de grotere eilanden genaamd Carti. Via de tendermethode hebben we de mogelijkheid om aan land te gaan maar we besluiten om vandaag aan boord te blijven. We hebben het voornemen om op het achterdek van de zon te gaan genieten maar het is zo heet dat het nauwelijks is uit te houden. Fem zoekt tussen circa 12 en 2 uur dan ook de schaduw op terwijl ikzelf in de zon mijn muziek beluister. Even na drieën kiest de Westerdam wederom het ruime sop en pas nu toont San Blas haar echte schoonheid. Om ons heen bevinden zich talloze eilanden waarvan sommige nauwelijks groter zijn dan enkele vierkante meters. Deze bestaan echt alleen maar uit een heel klein strandje en twee palmbomen. Er is zelfs geen plaats om een handdoek neer te leggen om op te gaan liggen. Het geweldige schouwspel duurt ongeveer een uur en het is voortdurend genieten. Dit is echt een plek waarvan ik zelf denk “wauw…bestaat dit echt?”. Fem zegt nog “ik vind het vreselijk mooi maar ik zou er niet dood gevonden willen worden”. Ikzelf denk daar dus anders over. Dan maar een schoteltje in mijn bek en een botje door mijn neus, ik zou er wel kunnen aarden. Hoe dan ook: De San Blas Archipel is in mijn ogen een van de mooiste plekjes waar ik ooit ben geweest. Wederom hebben we dus een heerlijke dag achter de rug. Het weer heeft vrijwel de gehele dag meegewerkt en ik wil nog eens benadrukken dat dit in dit seizoen zeker niet vanzelfsprekend is. Het is tijd om even lekker te gaan opfrissen…later meer.
18 oktober … aankomst Ft. Lauderdale voor vertrek naar Amsterdam Het is inmiddels al 19 oktober en knikkebollend van de slaap zitten we beiden thuis op de bank. Na aankomst in Ft. Lauderdale is het begin van de terugreis nogal stroef begonnen. Het ontschepen van de Westerdam duurde i.p.v. een kwartier ruim een uur en een kwartier, met als oorzaak de douane. Men is de laatste jaren in de VS wat grensbewaking betreft nogal doorgeslagen en menig toerist is daar flink de dupe van. Eenmaal door de douane verloopt de terugreis meer dan voorspoedig. Zeetours heeft een minivan geregeld om ons naar Miami te brengen, we zijn binnen no time de douane door, de vliegreis naar Detroit is een peulenschil en bij aankomst aldaar kunnen we bijna gelijk in het volgende vliegtuig stappen richting Amsterdam. Ook deze vlucht loopt op rolletjes. We hebben beiden een filmpje gekeken, 2 uurtjes geslapen en daarna nog een filmpje gekeken. En voordat we er erg in hebben staan we al bijna weer aan de grond in Amsterdam. We zijn nog nooit zo snel door de paspoortcontrole gekomen. Zoals gebruikelijk dienden we het vliegtuig als laatste te verlaten, echter de eerste 2 koffers zijn de onze en bij elkaar heeft het hele proces nog geen 5 minuten geduurd. De door ons gebelde OV-taxi (niet van Connexxion) arriveert ook een half uur te vroeg dus we zijn lekker snel thuis. De komende dagen zullen in het teken staan van bijkomen van de jetlag. Nog even een paar wetenswaardigheden die ik heb vergeten te melden tijdens onze vakantie: Columbia heeft de reputatie nogal crimineel te zijn. Ondanks dat wij er weinig van gemerkt hebben krioelde het er echter van de politieagenten en zwaarbewapende soldaten. Deze zullen niet voor niets zijn geweest. Dan nog even iets over Aruba: ik kan geen reden bedenken waarom ik hier ooit op vakantie naar toe zou gaan. Het eiland heeft een te hoog Dunkin’ Donuts gehalte en het stikt er van de Burger Kings, Wendy’s, Taco Bell enzovoort. Het eiland valt in een dag te bekijken en wat er te bekijken valt is eigenlijk niet veel. In Nicaragua zijn bij het van boord gaan 2 Amerikaanse toeristen overvallen. De cruise met de Westerdam heeft ook een paar slachtoffers opgeleverd: vanwege de hoge leeftijd van de medepassagiers zijn er een aantal valpartijen geweest waardoor sommige passagiers niet konden terugkeren op de Westerdam maar huiswaarts moesten keren i.v.m. een operatie. Tenslotte wil ik als rolstoelgebruiker langs deze weg nog eens benadrukken dat een cruise zeer goed te doen is wanneer je mindervalide bent. De meeste invalidenhutten zijn ruim van opzet en het personeel alsmede de medepassagiers zijn bijzonder behulpzaam. Wellicht een idee voor een volgende vakantie? Wij gaan maar eens nadenken wat de volgende bestemming wordt. Hopelijk wordt dit Monterrey, Mexico…
9 oktober … weer een dag op zee Fem heeft een beroerde nacht achter de rug. Terwijl we beiden het idee hadden dat het de goede kant op ging. Zij heeft immers gisteravond voor het eerst weer uitgebreid gegeten en alles leek op rolletjes te lopen…dus niet. Tot elf uur ’s ochtends bevinden we ons nog in Costa Ricaanse wateren. Via de Golfo Dulce varen we zuidwaarts richting Panama. We worden tijdens het ontbijt nog eens getrakteerd op tientallen dolfijnen. Het lijkt wel alsof ze ons uitgeleide willen doen. Helaas is het vandaag niet bijzonder zonnig. Door het dichte wolkendek voelen we weliswaar de zonnestralen echter helemaal opentrekken doet het niet. Even wat feitjes op een rij dan maar. Het merendeel van de passagiers valt in de categorie bejaard tot hoogbejaard. Ik denk dat Fem en ik samen de gemiddelde leeftijd behoorlijk naar beneden schroeven. Het schip heeft vanaf beneden naar boven een C, B en een A dek (voor het personeel) en boven de waterlijn dek 1 tot en met 11. Dek 11 is het zogenaamde Crow’s Nest, oftewel het kraaiennest, bekend van de piratenschepen uit het verleden. Het van boord gaan alsmede het aan boord komen geschiedt als volgt: wanneer men de boot verlaat wordt je persoonlijke pas gescand waarna je foto op een monitor in beeld verschijnt. Bij het wederom aan boord komen doet men hetzelfde zodat de juiste personen weer aan boord komen en er niemand achterblijft. Internet is peperduur, al het internetverkeer geschiedt via satteliet. Over het eten hebben we het nog niet gehad: kwade tongen in Nederland beweren n.l. dat wij alleen maar reizen om te eten. Bij uitzondering zullen wij het deze keer dan ook niet hebben over de overheerlijke sushi bij de lunch, de lamsbout, aspergerisotto, kreeftenbisque, kalfsmedaillons, seafoodplatters, escargots, Foie Gras, garnalencocktails, Indiase buffetten, steak tartare enz. Zojuist zijn we met zijn tweetjes lekker naar de bioscoop geweest (the Taking of Pelham 123, met in de hoofdrol “Denzel” en John Travolta) en we hebben het zeer naar ons zin gehad. Het was alleen jammer dat je er een ijsbeer uit kon laten zo koud was het er. Inmiddels stijgt onze lichaamstemperatuur weer een beetje van een Alice White en gaan we ons klaarmaken voor het diner in de Vista Lounge. Het is galavond dus ik zal ongetwijfeld een jasje aan moeten. Overigens waren we vanavond uitgenodigd voor het Captains diner maar dat hebben we aan ons voorbij laten gaan.
10 oktober … apotheose! Vandaag is DE dag. Vandaag moet het hoogtepunt worden. We hebben de wekker om kwart over zes gezet en we zijn gisteravond voor ons doen vroeg naar bed gegaan. Rond de klok van 6 uur zal de Westerdam het Panamakanaal (ad. 1913) binnen varen en we zijn beiden zeer nieuwsgierig en opgewonden. Wanneer we het dek op de 4e etage betreden (overigens met de nodige hulp) blijken we niet de enigen te zijn. Meerderde mensen zijn op het idee gekomen om vandaag vroeg op te staan. Rond half acht varen we via een klein stuwmeer de Miraflores-sluizen in. Ik probeer vanuit mijn rolstoel een glimp op te vangen van de omgeving en wanneer ik mijn plekje heb gevonden moet ik toegeven dat dit al uitermate indrukwekkend is. Locomotieven zorgen voor het transport. Dit zijn nog maar de “kleine” sluizen. Wanneer dit een voorbode is voor de rest van de dag dan kunnen we onze handen dicht knijpen. Het weer werkt in ieder geval mee want ondanks dat het regenseizoen is staat de zon helder aan de hemel. Na ons eerste sluisavontuur gaan we samen even ontbijten want iets na negenen staan de Pedro Miguel sluizen (via de Gaillard Cut) op het programma. Deze sluizen waren eveneens spectaculair, wat echter volgt is werkelijk betoverend te noemen. We bevinden ons nu in het natuurlijke deel van het Panamakanaal en de beide oevers zijn begroeid met tropisch regenwoud. Je kunt hier nog de resten zien van de aanleg van het Panamakanaal: in de diverse rotspartijen zijn de vele gaten nog zichtbaar waar men in het verleden de dynamietstaven heeft geplaatst. Hier en daar zwemmen er krokodillen en op deze vroege ochtend vinden we het nu al een hele belevenis. We vallen echter van de ene verbazing in de ander. Wanneer het kanaal langzaam overgaat in een stuwmeer zijn we echt even sprakeloos. Het meer bestaat uit vele lagunes, kleine strandjes en eilandjes en hier en daar zien we nog een verdwaalde dorre boom boven het water uisteken als teken dat vele jaren geleden hier het land onder water is gezet. Het is hier zo mooi, je weet gewoon niet waar je moet kijken. Het Gatun Stuwmeer is overigens gevormd door het bouwen van een stuwdam in de rivier de Chagres. Tegen de klok van één uur bereiken we de wereldberoemde Gatun Sluizen. Je moet hier echt even met je handen in je ogen wrijven en dan nogmaals kijken wat er allemaal gebeurt. Wat een bedrijvigheid! Wanneer je de omvang van het schip bekijkt en vervolgens de drie sluizen, dan denk je al snel “dit gaat niet passen”. Maar met een marge van circa een meter aan beide zijden lukt het de locomotieven toch om de Westerdam trapsgewijs via de drie sluizen naar de Atlantische oceaan te loodsen. Let wel: deze actie neemt ca. 2 uur in beslag en we overbruggen een hoogte van bijna 40 meter. Bij het uitvaren van de laatste sluis zien we wederom dolfijnen zwemmen. Momenteel liggen we voor anker in Limon Bay waar de Westerdam wordt bijgetankt. Dit bijtanken duurt n.b. 5 uur. Dat is wel even wat anders dan een Toyota Yaris volgooien. Al met al hebben we een geweldige dag achter de rug en ik denk dat we nu al kunnen stellen dat de reis door het kanaal het absolute hoogtepunt is van deze cruise.
CRUISE DOOR HET PANAMAKANAAL 2009 29 september …een vervelend begin Ik verzin het niet: vandaag is de dag van vertrek en ik heb een dramatische nacht achter de rug. Op de koop toe voel ik een verkoudheid opkomen terwijl ik de afgelopen weken voortdurend heb lopen roependat ik nooit iets heb, op mijn ALS na dan. Ik heb ook echt nooit wat. Met in het vooruitzicht de diverse vluchten naar en door Amerika, onder begeleiding van hoogstwaarschijnlijk knallende airconditioning voel ik de bui al een beetje hangen. Op dit moment loopt het water reeds uit mijn neus en hoogstwaarschijnlijk zal het niet beter worden. Zowel de rit naar Schiphol, het inchecken en de 8,5 uur durende vlucht naar Detroit verlopen voorspoedig. Zelf kan ik mijn lol op met de nieuwste films en Fem probeert wat te slapen wat niet echt lukt. Toch zijn we voor mijn gevoel al snel in Detroit. Hier dienen wij een aantal uren te wachten op een aansluitende vlucht naar San Diego en ook deze periode gaat gelukkig snel voorbij. De laatste 4,5 uur naar San Diego zijn echter een ware hel. Het duurt enorm lang, voor ons gevoeldan, en de service aan boord is m.i. ver beneden peil. Gelukkig hangt er niet zo’n klein schermpje met zo’n lullig vliegtuigje waarop je kunt kijken hoe lang er nog te gaan is. Het moet gezegd: na de landing verloopt alles weer uitermate gladjes en we zijn binnen no time met de rolstoeltaxi bij het Sheraton Hotel aangekomen. Ook het hotel voldoet aan alle eisen. De aangepaste kamer voldoet uitstekend en na een laatste borrel gaan we snel naar bed. Het was een lange dag. Hier is het half elf in de avond, in Nederland echter al dik na vier uur ‘s ochtends. Een lange ruk, zeker wanneer je nagaat dat we om 9 uur gisterochtend al zijn opgehaald.
30 september …Het boarden van de Westerdam We hoeven alleen maar om 9 uur onze koffers buiten te zetten, voor de rest hebben we hier geen omkijken meer naar. Uitermate goed geregeld. Na een riant Amerikaans ontbijt gaan we na het uitchecken van de kamer even lekker buiten zitten in het zonnetje. Het is hier 21 graden en vrijwel onbewolkt. Logistiek gezienzijn we ingeroosterd voor bus 2, deze bus heeft een speciale invalidenlift. De rit naar de haven duurt nog geen tien minuten en vanaf een afstand zien we het schip al liggen. Wat een apparaat! Het boarden gaat op een vrijwel zelfde manier als bij een vliegtuig. Ook nu zijn we binnen een tiental minuten in onze hut voor de komende drie weken. De hut is aan de kleine kant maar zeker ruim genoeg voor de rolstoel en is voorzien van diverse aanpassingen. We gaan maar even uitgebreid aan de wandel. Zo langzamerhand krijgen we een indruk van het schip en het lijkt nu al Las Vegas op zee. Er is zoveel te doen, dat wordt de komende weken nog keuzes maken. Even na vijf uur worden de trossen losgegooid en nu begint onze reis pas echt. In het avondzonnetje genieten we van een glaasje wijn. Morgen zullen we de gehele dag op zee doorbrengen waarna we overmorgen de eerste halte zullen aandoen, t.w. Cabo San Lucas, Mexico. Vooralsnog gaan we maar eens lekker het schip verkennen en uiteraard bepalen we waar we gaan eten, hoe kan het ook anders. 1 oktober …een dag vol ontdekkingen Vandaag hebben we het merendeel van de dag doorgebracht op het achterdek van de Westerdam . Onze eerste volledige cruisedag brengen we in zijn geheel door op zee. Met 21 graden en een zuidwesten wind is het in de zon uitstekend vertoeven. In de loop vande dag hebben we voor het eerst min of meer een idee gekregen van alle luxe van op schip. Er is voor ieder wat wils. Zo kun je ervoor kiezen om in je korte broek en je sandalen te dineren aan de hand van het buffet op het Lido-dek. Mocht je het wat chiquer willen, dan kan je gekleed terecht in de Vista-lounge of de Pinnacle Grill. En mocht je het nog niet genoeg vinden: er is de mogelijkheid om in smoking en galajurk het captains diner bij te wonen. Eten kan je sowieso de gehele dag van half zeven ’s ochtends tot 2 uur in de ochtend de volgende dag . Er altijd wel ergens een buffet, snack, of restaurant voorhanden. Overigens is de service geweldig. Het personeel bestaat voornamelijk uit Filipino’s en Indonesiërs en ik schaam mij een beetje om dit te zeggen, maar ze dweilen nog net niet het dek waar je op loopt. Er wordt twee keer per dag schoongemaakt, we ontvangen iedere dag nieuwe informatie op papier, er wordt gebeld wanneer jeeventueel assistentie nodig hebt en je drankje wordt van het ene naar het andere restaurant gebracht. Zelfs het vlees wordt voor mij gesneden. Het ontbreekt er nog maar aan dat ze me gaan voeren. Je hoeft hier werkelijk om niets te vragen. Ik maak me momenteel toch een beetje zorgen om mijn verkoudheid. Deze is alleen maar heftiger geworden en ik heb al een aantal malen met de gedachte gespeeld om de dokter te bezoeken.Echter met in mijn achterhoofd de paranoia n.a.v. de Mexicaanse griep besluit ik het nog even aan te kijken. Ik heb weinig trek in een quarantaineperiode. Op de koop toe is Fem ook begonnen met snotteren. Gezien onze snotneuzen hebben we het ons vanavond gemakkelijk gemaakt en maken we gebruik van het diner op het Lido-dek . We hebbengeen zin in verkleedpartijen. Na een drankje in de Oceanbar gaan we toch naar bed. Vannacht hebben we ondanks de opkomende verkoudheid heerlijk geslapen en we hopen allebei dat het vannacht weer het zelfde zal zijn. Het idee om op zeven uur op te staan hebben we vooralsnog laten varen. We hadden graag het schip Cabo San Lucas in zien varen. Een goede nachtrust is momenteel echter even belangrijker.
2 oktober ... Cabo San Lucas Noodgedwongen zijn we toch maar om zeven uur opgestaan. Na een betrekkelijk goede nacht zijn we op dit tijdstip allebei toch klaarwakker. Hoestend en proestend begeven we ons naar het Lido dek. Het is de moeite meer dan waard. We zijn Cabo San Lucas tot op enkele mijlen genaderd, de zon is net op en mijn dag is al direct goed wanneer ik een aantal dolfijnen zie springen. Aan de horizon zien we het brede strand waarvan gebruik is gemaakt voor de film Troy. Toch leuk om even te zien zeker wanneer je filmliefhebber bent. Cabo is een van de badplaatsen waar men gebruik maakt van de zogenaamde tendermethode: we kunnen hier alleen van boord m.b.v. kleine bootjes en we hebben er nog even aan gedacht om assistentie te vragen maar nadat we ons hebben ingelezen (we hebben van een vriendelijke Nederlandse passagier een boekje gekregen) besluiten we lekker aan boord te blijven. Het uitzicht is magnifiek. M.n. de rotspartijen springen in het oog. Omdat we in een baai liggen en hetmomenteel 28 graden is maken we er een schaduwdagje van, het voelt namelijk veel heter aan. We vermaken ons evengoed wel: onder het genot van een lekker wijntje en biertje bellen we even naar huis en werken ons dagboek even bij. Overigens krijgen we heel goed nieuws uit Nederland m.b.t. een eventuele stamcelbehandeling in Mexico. Of we de15 oktober“even” langs kunnen komen. Tja, dat zit er natuurlijk niet in, maar het geeft ons wel een verdomd goed gevoel. Omdat we ons vanavond allebei toch een klein beetje beter voelen, besluiten we om wat op te tutten om te gaan dineren in de Vista-lounge. Het eten is werkelijk overheerlijk. Na het diner gebruiken we nog een drankje op de kamer en bekijken nog even een aflevering van de Soprano’s. Een hele aflevering redden we echter niet, de koek is op voor vandaag. Morgen hebben we weer een volledige dag op zee en varen we verder zuidwaarts langs de kust van Mexico.
4 oktober … Going loco down in Acapulco We hebben vandaag een zalige dag beleefd. We zijn gearriveerd in Acapulco, ooit een mondaine badplaats ( vooral in jaren ’70) maar inmiddels heeft deze stad een stukje van zijn glans verloren. Acapulco staat echter nog wel bekend als de stad van de rotsduikers en die willen we vandaag zeker niet missen. Wanneer we van boord gaan worden we echt belaagd door taxichauffeurs en excursieverkopers. Er lijkt geen doorkomen aan en vooral in de directe omgevi ng van de pier zijn het net vliegen. Persoonlijk vind ik het bijzonder storend. We besluiten eerst maar eens een korte wandeling te maken maar eerlijk gezegd is het hier eigenlijk te warm voor. Aangezien we nog steeds zuidwaarts varen wordt het ook met de dag warmer en in Acapulco is het 33 graden. We genieten nog wel even van de vele vissers en het aanbod van vissoorten, schaal- en schelpdieren. Uiteindelijk besluiten we toch maar een taxi te nemen naar het hotel Mirador. Hier hebben we een schitterend uitzicht op de dertig meter hoge rotsen vanwaar de veelal jonge jongens afduiken in slechts vier meter diep water. Ik zou het graag proberen maar ik zie er van af: het zal best lastig duiken zijn met een rolstoel aan mijn kont! Onder het genot van een cocktail genieten we van de kunsten van de duikers en ook na de show blijven we nog even heerlijk zitten. Aangezien we hier nogal hoog zitten biedt de best wel harde wind ons aangename verkoeling. Tegen één uur laten we ons door een taxi via het oude centrum terugbrengen naar de boulevard. Op de heenweg hebben we n.l. een zeer uitnodigend terrasje gezien, gelegen op een pier en we gebruiken hier de lunch in de beschutting van de parasols. Ook hier is de wind gelukkig volop aanwezig.Het is zondag en dit is duidelijk te zien aan het feit dat een groot deel van de lokale bevolking zich ook op het strand bevindt. In de loop van de middag aanvaarden we de korte wandeling terug naar het schip en we betrekken weer ons plekje op het achterdek. Zoals gebruikelijk steken we pas van wal nadat het wegvaarfeest is begonnen. Wanneer een aanleghaven wordt verlaten wordt er een feest gegeven van ca. een uur en hierbij worden cocktails geschonken onder begeleiding van een live band. Qua eten houden we het vanavond simpel en maken gebruik van het diner in het Lido restaurant. Ook vanavond gaan we bijtijds naar bed. Van niets doen kan je blijkbaar ook heel moe worden.
3 oktober … weer op zee We blijven beiden gelukkig goede nachten maken. Gelukkig maar, want de verkoudheid hakt er zo langzamerhand wel een beetje in. We zijn de dag wederom begonnen met een heerlijk ontbijt in buffetvorm en wanneer je niet persé wil genieten van het uitzicht over de oceaan kan je je lol op met het bekijken van de medepassagiers. Nu zijn we allebei niet perfect (nou, we benaderen het wel natuurlijk, grapje…) maar qua kleding hebben een hoop mensen er duidelijk geen kaas van gegeten. Sommige dingen doe je gewoon niet: witte hoog opgetrokken sokken in sandalen is niet van deze tijd en ook niet bevorderlijk voor de eetlust in de vroege ochtend. Een korte broek kan je gewoon op heuphoogte dragen, in plaats van tot onder je oksels. Dame Edna brillen zijn hier blijkbaar nog steeds in de mode en zo vallen er nog wel een aantal smakeloze zaken op te noemen. Femke is inmiddels door het personeel gebombardeerd tot “Miss Femki” a.k.a. “Miss Alice White Chardonnay “. Dit n.a.v. het feit dat we in de regel ’s middags een fles van dit merk Chardonnay bestellen op het achterdek. Een nadeel is overigens dat het personeel steeds vroeger op de dag een fles wil slijten maar om nou direct na het ontbijt al aan de Chardonnay te beginnen, nou nee. De Westerdam kan af en toe aardig schommelen, vooral op open zee. Vannacht werd ik even wakker en het schip ging op dat moment best wel tekeer. Ik vond het echter wel een aangenaam gevoel. Ik kan mij heel goed voorstellen dat een baby het plezierig vindt om heen en weer gewiegd te worden.Overigens is het af en toe ook oppassen geblazen: terwijl we in de bar zaten had ik vergeten mijn rolstoel op de rem te zetten en dan is het toch een lullig gezicht wanneer je opeens anderhalve meter van de tafeltjes zit. Bijkomend voordeel is echter dat je bij de volgende golf gewoon weer bij je glas kan. Maar even zonder dollen: vooral bij de transfers (bijvoorbeeld naar het toilet of naar bed) is het echt opletten geblazen. Samen het evenwicht bewaren is al moeilijk genoeg, laat staan dat er een onvoorspelbare oceaan meespeelt. Vanavond gaan we weer op chique uit eten, hetzij in de Pinnacle Grill, hetzij in de Vista Lounge. Daarna zien we wel weer, maar eerlijk gezegd denk ik dat weer geen latertje wordt. Morgenvroeg bereiken we onze volgende halteplaats…
5 oktober … een vreemde aanlegplaats Vanochtend zijn we aangekomen in Huatulco. Huatulco is zo ongeveer de meest zuidelijke badplaats in Mexico en is schitterend gelegen in een omgeving van maar liefst 30 stranden, verspreid over 7 baaien. Helaas is het dorpje verworden tot een commerciële mengelmoes van markten, winkeltjes en terrassen. Huatulco is duidelijk opgezet om nog even op het laatste moment de Mexicaanse dollars uit de zakken van de toeristen te kloppen. Zonde want zoals eerder gezegd is de ligging wonderschoon. Men had de omgeving duidelijk beter kunnen benutten. Wij vinden dit soort zaken altijd een beetje jammer. Het had gewoon wat authentieker gemogen. Om één uur ’s middags gaan de trossen van de Westerdam al weer los en onder begeleiding van marinevaartuigen verlaten we de Mexicaanse wateren. Aan boord is het in de middag door de stevige wind heel goed toeven op het achterdek. Het windje is overigens levensgevaarlijk want wanneer je niet goed wordt ingesmeerd verbrand je levend. Femke heeft telefonisch gereserveerd voor de Pinnacle Grill. Dit restaurant is eigenlijk het meest luxe restaurant op het schip. Wanneer we ons ter plaatse melden blijkt echter dat het een “formal night” is. Men dient dus als heer gekleed te gaan in een jasje en als dame in een avondjurk. Het jasje heb ik echter niet bij me maar er wordt keurig voor gezorgd door de maître. In het begin voel ik me niet op mijn gemak maar dat verandert gelukkig snel. De ober komt de diverse vleessoorten tonen en zorgt voor een korte beschrijving. Samen zoeken we een uitstekende fles wijn uit en worden vervolgens in de watten gelegd. Voor dit restaurant dienen we bij te betalen maar we willen het toch niet missen. We willen nu eenmaal alles een keer meemaken. Na het luxe diner gaan we voor de tweede keer deze week een kijkje nemen in het casino. We zijn er niet zozeer om zelf te spelen, maar m.n. meekijken aan de blackjacktafel vinden we gewoon heel erg leuk. Bovendien leer je aan de tafel al snel wat andere mensen kennen. Overigens heeft het casino een groot nadeel: er mag hier ongestoord worden gerookt en binnen korte tijd heb ik er al behoorlijk veel last van. Ons bezoek is dan ook van korte duur. Na een aflevering te hebben gekeken van de Soprano’s gaan we naar bed. 6 oktober … een gemiste kans Fem en ik hadden ons deze dag vooraf heel anders voorgesteld. We zijn vanochtend aangemeerd in de haven van Puerta Quetzal, Guatemala en juist Guatemala waren we bijzonder nieuwsgierig naar. Het nadeel is alleen dat we hier maar een dag blijven en de kortste excursie neemt minimaal 4,5 uur in beslag (de langste excursie duurt n.b. 8 uur!). Gisteren hadden we ons nog voorgenomen om met een taxi naar Antigua te rijden (reisduur ca. 2 uur, één van de mooiste steden van Midden-Amerika) maar inmiddels hebben we dit plan laten varen. Fem heeft n.l. een bijzonder slechte nacht achter de rug in verband met buikloop. In deze situatie kunnen we het niet riskeren om uitgebreid op pad te gaan en we moeten het doen met een bezoek aan wal en uiteraard weer een markt. Ik overweeg nog om alleen te gaan maar ook deze optie zou niet verantwoord zijn. Jammer maar het is nu eenmaal zo. We brengen de middag door op het achterdek van de Westerdam terwijl de zon plaats moet maken voor zware bewolking en af en toe een druppeltje regen. Ikben wel zoet met mijn muziek en Fem probeert wat te slapen. Hopelijk vliegt dit virus snel weer over. Momenteel is het vijf uur ’s middags. We zien wel wat de avond brengt.
7 oktober … Corinto, Nicaragua De dag van gisteren heeft in de avond een nogal curieus slot gekend: terwijl we al lang en breed in onze badjassen naar een DVD zitten te kijken, lassen we een plaspauze in en tot onze grote verbazing is mijn plasfles verdwenen.Nu valt er op onze kamer wel het een en ander te halen, maar de plasfles…?! We begrijpen er allebei niets van, trekken alle kasten open maar het eindresultaat is nul komma nul. Als laatste redmiddel belt Fem met de housekeeping en ze vraagt of er iemand langs kan komen. Tja…ga daar maar eens in je beste Engels aan een Filipijn uitleggen wat je exact kwijt bent… Gelukkig komt het ding na een tiental minuten toch boven water. Wat ze er nu mee gedaan hebben weten we tot op dit moment nog steeds niet.Misschien wilden ze het alleen maar een keertje uitproberen. Dan de dag van vandaag. Terwijl we ons richting het ontbijt begeven lopen we juist de haven binnen van Corinto, Nicaragua. We hebben het voornemen om een destillerij te bezoeken in de omgeving van Chinandega. Op de bonnefooi nemen we een taxi en reeds enkele minuten later krijgen we eindelijk een echt beeld te zien van Midden-Amerika. Dit is nu echt wat we willen zien. Er gebeurt van alles en nog wat aan beide zijden van de weg. Eerst zien we mangrovemoerassen langzaam overgaan in suikerrietplantages, de berm bestaat voornamelijk uit krotten waarin wel degelijk mensen wonen, de herders hoeden er hun kuddes. Waar je ook kijkt, zie je jongens en meisjes in schooluniform. De rit naar Chinandega duurt ca. dertig minuten maar van grote afstand kunnen we de in nevelen gehulde vulkanen w.o. de San Cristobal al zien die dit gebied zo typeren. Het is een wonderschoon gezicht. Dit is Nicaragua! Onze taxichauffeur heeft het niet helemaal begrepen. Een destillerij komen we dan ook niet tegen. We vallen echter met onze neus in de boter want in Chinandega is het momenteel markt. En met markt bedoelen we dan ook echt een lokale markt. We vragen de chauffeur of hij ons door de straatjes wil rijden en zowel Fem als ik hebben het idee dat dit helemaal niet mag. Het voordeel is echter wel dat we slechts stapvoets kunnen rijden (ook al vanwege het feit dat het stikt van de fietstaxi’s) en zodoende alles in ons kunnen opnemen. De lokale verkopers en verkoopsters zien er de lol ook wel van in want waar we ook komen worden we begroet met een brede glimlach. Een van de verkoopsters laat merken dat ze het warm van me krijgt en ook Fem heeft veel sjans. In de loop van de middag laten we ons weer terug brengen naar Corinto. We bezoeken nog even de toeristische markt en nemen nog wat te drinken op het terras. Overigens stikt het hier van zwaarbewapende politie. Hard nodig ook want er loopt hier echt een zooitje ongeregeld rond. Vanwege de warmte (ondanks de bewolking) gaan we maar weer aan boord van de Westerdam. Op het achterdek staat veel wind en de donkere wolken boven het binnenland beloven niet veel goeds. We houden het echter droog en tegen vijven gaan de trossen weer los. Van wat wij er van gezien hebben is Nicaragua een prachtig en vooral een groen land. Terwijl we de haven uitvaren genieten we nog even van de rijkelijk begroeide eilanden voor de kust en als slagroom op de taart ontwaren we nog een aantal dolfijnen. Vandaag is werkelijk een heerlijke dag geweest. Met Fem gaat het inmiddels ook een beetje beter maar we besluiten vanavond toch nog maar even veilig te eten. Hopelijk gaat het morgen dan weer een beetje beter.
12 oktober … Santa Marta, Colombia Het is vandaag een nationale feestdag in Colombia t.w. Columbusdag. En dat is duidelijk te merken: het strand en de boulevard worden gedomineerd door de" locals" die zichtbaar genieten op het strand of zich op dit vroege uur al een aardig stuk in de kraag drinken op een van de vele terrasjes. Santa Marta is een stuk kleiner dan we aanvankelijk dachten. Het maakt een wandeling echter extra leuk want binnen een paar uurtjes krijgen we een heel duidelijk beeld van dit havenplaatsje. Zoals we al eerder hebben gezien is het verschil tussen arm en rijk erg groot en heel goed zichtbaar. Dit is voornamelijk te zien aan de in veelal koloniaal opgetrokken huisjes waarvan sommigen picobello zijn afgewerkt en dik in de verf zitten. Anderen zijn verworden tot een bouwval. Op zich is het vreselijk jammer want de meeste huizen hebben nog immer de "trekjes" uit de koloniale tijd: veel ornamenten, schattige kleine balkonnetjes, snoepkleurtjes en vele prachtige soorten hekwerk. Er wordt overigens in Santa Marta wel degelijk aan de weg getimmerd, letterlijk. Zo is men druk doende met het opnieuw bestraten van de pleinen en de straatjes maar momenteel oogt het nogal rommelig. Na onze wandeling welke ons onder andere voert langs het Parque Simon Bolivar, de vele drukke winkelstraatjes en de Plaza de la Catedral, besluiten we tegen het middaguur ons bij de locals op een van de terrasjes te voegen voor wat verkoeling. Het is hier momenteel 34 graden. Aangezien we nog geen zin hebben om terug te gaan naar het schip, wagen we nog een poging om e.e.a. te verkennen maar vanwege de warmte zitten we alweer snel op een ander terras. En ja hoor … ook deze vakantie gebeurt ons weer wat want we blijken bijna voor de deur van een ouderwetse hoerenkast te zitten. Het is een komen en gaan van "dames" en we hebben zelden zoveel gekakel bij elkaar gezien. Het blijft overigens heel vermakelijk om te aanschouwen. Na deze verfrissing gaan we weer aan boord van de Westerdam en brengen nog enkele uurtjes op het achterdek door. Uiteraard is er tegen vijven weer een wegvaarfeest, deze keer met sangria. Morgen bereiken we de Nederlandse Antillen.
13 oktober … Oranjestad, Aruba We zijn allebei in het verleden wel eens op de Nederlandse Antillen geweest, maar ik kon mij niet goed voor de geest halen welke eilanden ik reeds had bezocht. Fem is hier in ieder geval al eerder geweest, ik blijkbaar niet. Op het eerste gezicht oogt Oranjestad heel uitnodigend. Het stukje boulevard bij de haven doet vanwege de suikerzoete gevels van de gebouwen heel liefelijk aan, echter achter deze façade bevindt zich een soort aaneenschakeling van PC Hooft straatjes. We worden haast overstelpt door Louis Vuitton, Hugo Boss enz. We hebben een lange dag voor de boeg want de Westerdam zal pas tegen middernacht de ankers lichten. Na een korte wandeling door het Wilhelminapark en langs het Fort Zoutman, keren we terug naar de haven om even verkoeling te zoeken onder het genot van een drankje. Aangezien we toch de tijd hebben, besluiten we eens te gaan kijken of we met een taxi of een bus een wat duidelijker beeld van het eiland kunnen krijgen. Bij de uitgang van de pier staat zowaar een bus met een rolstoelteken erop, dus we informeren snel naar de beschikbaarheid en de prijs van een "eilandtour". Ons wordt te kennen gegeven dat de excursie 10 dollar per persoon kost bij een bezetting van minimaal 6 personen. We moeten dan wel even geduld hebben. Geduld is hier Arubaans geduld, even wachten dus. Het komt echter in orde maar dan blijkt dat niemand ooit met de rolstoellift heeft gewerkt. Het personeel kijkt elkaar verward aan en uiteindelijk moet Fem zelf uitleggen hoe de lift werkt. Eenmaal op pad krijgen we stukje bij beetje een beeld van het eiland. We stoppen eerst bij de Casibari Rock Formation. Na een beklimming van deze mooie natuurlijke rotsformatie krijg je een schitterend uitzicht voorgeschoteld over het eiland. Vervolgens rijden we langs de westkust van het eiland naar het meest noodwestelijke punt waar de California Lighthouse staat. Daar heb je een goed uitzicht op de ruige noordoostkust met zijn ongerepte zandduinen. Men noemt de huizen aan de westkust het Beverly Hills van Aruba en we begrijpen wel waarom: het is een lange rij van gigantische villa´s pal aan het strand. Wanneer je in dollars een tonnetje of vijf overhebt, zit je hier wel goed. Tenslotte rijden we via de vele resorts aan de westkust terug richting de haven. Het ene resort komt nog pompeuzer over dan de ander maar eerlijk is eerlijk, de ligging is meer dan riant. Vrijwel aan het einde van de keten van resorts, nemen we nog een kijkje bij de oude windmolen die in delen uit Nederland is gehaald en hier stukje bij beetje weer is opgebouwd. Eigenlijk wilde ik er geen woorden vuil aan maken maar bij de aankomst bij de pier begint men te zeuren over de te betalen prijs. De 10 dollar p.p. wordt uiteindelijk 15 dollar en eerlijk gezegd doet die vijf dollar extra p.p. ons helemaal niets. We hebben nu eenmaal een heel fijne dag gehad. Waar ik mij eigenlijk drukker om maak is het feit dat degene die ons gepaaid heeft voor deze excursie ons recht in de ogen kijkt en glashard staat te liegen. De chauffeur van de bus heeft gedurende de trip ons herhaaldelijk verzocht om thuis te vertellen dat men vooral naar Aruba op vakantie moet gaan. Tja…dat wil ik best wel maar dan moet je dit soort kunstjes achterwege laten . Eenmaal aan boord komen we tot de verrassende ontdekking dat er een Caribische BBQ op het achterdek op het programma staat. Eerlijk gezegd vinden we het allebei wel prettig: het is weer even wat anders, we hoeven ons niet om te kleden en het eten is meer dan verrukkelijk onder het genot van Caribische muziek. Men heeft er ook behoorlijk werk van gemaakt gezien de aankleding, het uitgebreide vlees- en visassortiment en de uit ijs gehouwen sculpturen. Erg smaakvol allemaal.
14 oktober … een na laatste dag op zee Over vandaag kunnen we kort zijn: We hebben op het achterdek genoten van een strakblauwe lucht, een aangename westelijke wind, een Budweiser en een Alice White Chardonnay. En hier hebben wij dan ook werkelijk niets meer aan toe te voegen. 15 oktober … Santo Domingo, Dominicaanse Republiek Exact 10 jaar na ons eerste bezoek aan de Dominicaanse Republiek zijn we wederom in Santo Domingo. Destijds hebben we van Santo Domingo niet meer gezien dan de luchthaven daar ons resort zich aan de noordzijde van het eiland bevond. We zijn benieuwd... We zijn vandaag buitengewoon aangenaam verrast. Hoewel het voor Fem een hele klus is geweest om met mij het centrum te bereiken (het koloniale centrum ligt op 1 van de hoogste punten in de stad en er zijn zodoende veel trappen), is het uiteindelijk via een omweg en steile wegen toch gelukt. Het was de beklimming meer dan waard. Santo Domingo ademt geschiedenis uit. Waar je ook kijkt, ontdek je de vele Spaanse invloeden uit de tijd van Columbus die hier in 1492 aan land kwam. De oude fundamenten van de vestingmuur, de overal aanwezige kanonnen, de fraaie kerken, het is eigenlijk teveel om op te noemen. Eerlijk gezegd hadden we beiden een stad vol armoede verwacht. Maar wanneer we door het oude centrum wandelen zien we vele pittoreske straatjes en onwaarschijnlijk mooie gebouwen met gietijzeren balkons. Er zijn overal winkeltjes en aangename terrasjes, kortom, in Santo Domingo is genoeg te zien en voor mijn gevoel is het best een “hippe” stad. We hebben ons dan ook bijzonder goed vermaakt. We hebben verder o.a. een sigarenfabriekje bezocht en een deel van de middag doorgebracht op het terras in het gezelschap van een Canadees echtpaar waarvan de man uitstekend Nederlands sprak omdat zijn moeder Nederlandse is. De Dominicaanse rum is overigens meer dan uitstekend te noemen, zeker wanneer je hem door een rietje drinkt. Voor wie ooit een bezoek brengt aan de Dominicaanse Republiek voor een vakantie: een bezoek aan Santa Domingo is zeer zeker de moeite waard.
16 oktober … laatste dag op zee Waar we dachten dat het niet heter kon, zaten we er dus volledig naast: in de ochtend is het al niet uit te houden, maar tussen 12 en 3 hebben we echt het idee dat we in een tosti-ijzer zijn beland. Er staat nauwelijks wind en voor mijn gevoel (en ik kan toch aardig tegen de warmte) loopt de temperatuur momenteel wel tegen de 40 graden aan. Voor het eerst in bijna 3 weken ben ik dan ook verbrand. Vanaf een uur of 4 neemt de bewolking wat toe en steekt er een licht briesje op. In het gezelschap van een groepje Nederlanders hebben we de middag afgesloten vol lol en vermaak en ik heb er nu nog pijn in mijn kaken van. Wederom een leuke dag dus. Omdat het einde van de vakantie op de Westerdam in zicht komt, heeft het personeel een entertainmentavond georganiseerd tijdens het diner. Wij hebben zelf al nauwelijks trek in een show tijdens ons avondeten, maar op het moment dat het voorgerecht geserveerd wordt betreed het overige personeel al dansend de Vista Lounge. Eigenlijk hebben we er een beetje medelijden mee. Deze jongens werken 10 maanden lang, 12 uur per dag aaneengesloten en nu moeten ze dan ook nog eens huppelen tussen de tafeltjes door. Het is pure armoede. We hebben onze eigen tafelheer gevraagd wat hij er zelf nou van vond, en hij moest bekennen dat hij de “normale” dagen wel veel leuker vindt. Tja, daar kan ik mij wel iets bij voorstellen… Het zit er bijna op. Morgen rest ons alleen nog een bezoek aan de Bahama’s.
17 oktober … Half Moon Cay, Bahama’s We hadden het gisteren over de temperatuur, maar het kan dus degelijk nog wel gekker. We zijn vanochtend via de tendermethode naar Half Moon Cay gebracht, een eilandje welke in het bezit is van o.a. de Holland Amerika Lijn en de hitte is niet te harden. Half Moon Cay is op zich overigens een schitterend eiland: een azuurblauwe zee, hagelwitte stranden en veel vegetatie. Een groot nadeel is echter dat het nauwelijks rolstoelgeschikt te noemen is. Weliswaar is er over een groot deel van het eiland een verhard voetpad neergelegd, bij de stranden en de vele barretjes kunnen we niet komen vanwege het feit dat we overal op de laatste meters nog zand tegenkomen. Bovendien heeft men heel onpraktisch overal trappetjes en treden aangelegd. Nu is dat voor mij als rolstoelgebruiker al ingewikkeld, het zal voor het merendeel van de passagiers ook geen prettig gegeven zijn, daar de meesten van hen al de 70 zijn gepasseerd (of ze kunnen niet lopen omdat ze te dik zijn!). Men heeft op Half Moon Cay wel de beschikking over 2 speciale rolstoelen met hele grote banden, deze mogen echter alleen gebruikt worden voor transfers en hebben aan de voorzijde een niet weg te klappen beugel zodat ik er geen gebruik van kan maken. We hebben derhalve de middag doorgebracht in het beschutte Rum Runners Cafe een eerlijk gezegd was het hier bepaald niet slecht toeven. Op het eiland is overigens genoeg te doen. Natuurlijk kun je er zonnebaden, maar is bijvoorbeeld ook gelegenheid tot paardrijden, kajakken, snorkelen en je kan er zelfs per boot een bezoek brengen aan een lagune met pijlstaartroggen. Wij houden het na een paar uurtjes weer voor gezien en trekken ons weer terug op het achterdek van de Westerdam. Vanavond is het “laatste avondmaal”. Morgen moeten we vroeg op en zullen we de reis terug naar huis aanvaarden. Over de cruise zelf kunnen we heel kort zijn: het was meer dan fantastisch. Op meerdere fronten. Het enige nadeel wat hebben ervaren is de beperkte tijd die je hebt wanneer je ergens aanland gaat. Dit heeft overigens ook te maken met het feit dat we steevast in kleine havenplaatsen hebben aangemeerd en zodoende buiten het bereik bleven van de vele bezienswaardigheden die al die landen te bieden hebben.
El Gouna Verandering van spijs doet eten, zegt men. Niets is minder waar, zoveel is mij de afgelopen week wel duidelijk geworden. We hebben een week kunnen genieten van een totaal andere omgeving en het heeft ons bijzonder goed gedaan. We hadden het ook even nodig na een zeer drukke en moeilijke periode. Ik bezoek in de regel een land nooit voor een tweede keer: er is gewoonweg teveel te bewonderen en te ontdekken in deze wereld en ondanks dat ik vele geweldige zaken heb mogen aanschouwen keer ik zelden terug en ga liever op zoek naar “het nieuwe”. Egypte vormt hierop een uitzondering. In 1997 bracht ik al eerder een bezoek aan dit schitterende land van de farao’s in de vorm van een rondreis maar mijn huidige lichamelijke conditie laat dit helaas niet meer toe. Deze vakantie dus geen Luxor en de Vallei der Koningen, geen Nijlvallei met haar spectaculaire zonsondergang. Gizeh, Karnak, Hatsepsut en de Kolossen van Memnon gaan aan onze neus voorbij...helaas. Ik had het Fem graag willen laten zien. Deze keer zijn we afgereisd naar El Gouna, Egypte (een dertigtal kilometers ten noorden van Hurghada) en het kleine dorpje bleek een goede keuze. El Gouna is weliswaar in zijn geheel “aangelegd”, het dorpje oogt als een oase in de woestijn vanwege de vele lagunes en de in typisch egyptische stijl opgetrokken huizen, resorts en hotels. Vrijwel de gehele omgeving is toegankelijk en rolstoelgeschikt, zowel binnen als buiten het resort en zelfs een bezoek aan het strand in mijn rolstoel behoorde hier tot de mogelijkheden, mede dankzij de uitstekende strandmanager Abbas. Aangezien ik in jaren niet op het strand was geweest had ik mijn plekje snel gevonden… El Gouna heeft zelfs een heuse “downtown”. Bepaald geen Manhattan maar groot genoeg om gezellig te eten, te drinken, uit te gaan en te winkelen en klein genoeg om charmant te blijven. Voor wie aan het drukke Hurghada wil ontsnappen is El Gouna een uitstekend alternatief. Er is hier weinig te doen,je komt er tot rust.Duikliefhebbers zitten hier uitstekend. Een weekje was genoeg en de tijd vliegt om. Maar koud een dag terug in Nederland heb ik al spierpijn. Het is ook weer even wennen: van 30 graden en onbewolkt naar 8 graden en pisweer. God, wat mis ik die warmte…
29 november … Key West dag 1 We zijn inmiddels in het meest Zuidelijke gedeelte van de Verenigde Staten gearriveerd. Key West: 14 jaar geleden was ik hier voor het eerst en voor mijn gevoel is er sindsdien niets veranderd. Het was en is nog steeds een heel knus eiland. De talloze kleine straatjes in vooral het historische gedeelte ademen gewoonweg geschiedenis uit. Overigens was de route via de eilandengroep eveneens zeer de moeite waard. Een strakblauwe hemel, een tweebaansweg met aan beide zijden de ene keer een azuurblauwe zee gevolgd door eindeloze mangrovemoerassen. Vanochtend heb ik met mijn laptop reeds een kamer geboekt omdat het zoeken naar een hotel in verband met een rolstoelkamer toch wat kleine probleempjes kent. En deze manier van boeken blijkt dus heel goed te kunnen. Voordat we inchecken, parkeren we de auto in het centrum en genieten van de vele winkeltjes die Duval Street te bieden heeft. Aan het einde van de middag vinden we een heerlijke plaats aan de jachthaven en na het nuttigen van een aantal heerlijke drankjes doen we ons tegoed aan kreeft, garnalen en St. Jakobsschelpen. Het klinkt, weet ik, decadent, maar alles is hier heel betaalbaar. Voor minder dan 20 euro kan je je hier tegoed doen aan de meest luxe vissoorten. Overigens wil ik nog eens benadrukken dat werkelijk alles hier rolstoeltoegankelijk is. Of het nu gaat om een toilet, parkeerplaats of een winkel, het wordt je hier overal gemakkelijk gemaakt. Dit was alvast een heerlijke dag en we hebben besloten om morgen nog een dag en een nacht te blijven op dit heerlijke eiland. 30 november … Key West dag 2 We hebben in hetzelfde hotel eenvoudig een nacht bij kunnen boeken. Vandaag hebben we de auto even lekker laten staan omdat we de hele dag gaan doorbrengen in het historische centrum en de chauffeuse van dienst kan dan ook een wijntje nuttigen. We zijn lekker na het ontbijt gaan winkelen en Fem heeft een leuk jurkje gekocht. Verder is het gewoon geweldig om de vele winkeltjes af te struinen en verder alleen maar in de hitte lekker te eten en te drinken. We zoeken daarvoor wederom ons favoriete plekje aan de jachthaven op. Vlak voor het diner begeven we ons nog even naar de pier om van de schitterende zonsondergang te genieten. Morgen nemen we afscheid van de Florida Keys en zullen dan langzaam terugkeren naar Miami. 1 december 2010 We zijn weer terug in Miami. Goodbye Hemingway, pier en karakteristieke houten huisjes. Goodbey Key West. Vanochtend hebben we na het uitchecken een riant ontbijt genuttigd bij de IHOP. Het was weer eens teveel van het goede. Gebakken eieren, worstjes, bacon, hash browns en op de koop toe 2 pannekoeken. Het maakt eigenlijk niet uit wat je bestelt, er komt bijna altijd een bord op tafel waar minimaal 6 mensen van kunnen eten. Deze ochtend lijkt het weer om te slaan. Donkere wolken pakken zich samen en er waait een harde wind. Naarmate we Miami naderen draait het weer wat bij maar het blijft fris. Onderweg stoppen we op één van de eilanden, Islamorada, bij het “Theatre of the Sea”. Dit is een soort van kleine lagune waar men gezonde dieren houdt maar het dient ook als opvang van gehandicapte dieren. Zo zien we bijvoorbeeld een zeeschildpad met nog maar 1 voorpoot en 1 achterpoot en er zwemt er zelfs een rond met een zwemvest om hem drijvende te houden. We zien diverse kleuren papagaaien, ibissen, zeeleeuwen en dolfijnen. Vooral de laatste voeren met een aantal instructrices een schitterende show op. Fem heeft mij zelfs kort verlaten om met een dolfijn te zoenen. Wat heeft hij wat ik niet heb? Tenslotte hebben we tijdens een papagaaienshow heel veel over deze diersoort kunnen leren en dan bedoel ik echt leren. Ik hou normaliter namelijk helemaal niet van shows met dieren. Aan het einde van de middag rijden we verder richting Miami. Eigenlijk heb ik dit moment verkeerd gekozen want vanaf Key Largo begint het verkeer al vast te lopen. We zijn dan ook veel later in het hotel dan gepland. Ik heb dit overigens vanochtend online weer geboekt en het Holiday Inn bevindt zich in het midden van Downtown Miami tegenover de Bayside Area. Bijna 7 jaar geleden waren wij hier ook al en ook hier lijkt er helemaal niets veranderd. Bij toeval lopen we tegen een grill-restaurant aan en aangezien we allebei wel zin hebben in een lekker stuk vlees, duiken we naar binnen. Het bleek een uitstekende keus. Morgenochtend ga ik even het internet op om te zien of een eventuele uitstap naar Orlando en met name Seaworld nog de moeite is. 2 december 2010 … Downtown Miami We hebben het plan laten varen om naar Orlando door te reizen. We hebben nog maar 2 dagen in Florida en Orlando is 4 uur rijden en we moeten dan weer later ook weer 4 uur terug. Acht uur rijden in 2 dagen om louter en alleen Seaworld te kunnen bewonderen is een beetje teveel van het goede. Als alternatief blijven we de komende dagen gewoon lekker in Miami en aangezien Downtown Miami wemelt van de winkels zullen we ons wel uitstekend vermaken. Ik heb vanochtend echter wel een iets goedkoper hotel uitgezocht op een steenworp afstand van waar we nu verblijven. We hebben inmiddels een aantal kleine zaken gekocht. Zo hebben we een nieuw reiskoffertje aangeschaft want de mijne is inmiddels aan het overlijden. En Fem is op het briljante idee gekomen om een bepaald merk zonnebrand te kopen welke in Nederland niet of lastig te krijgen is. Een grappig idee eigenlijk: In Nederland is het zo ongeveer 4 graden onder 0 en Fem koopt zonnebrand en een reiskoffer. En dan wil ik het nog eens niet hebben over het feit dat wij ons wijntje en ons biertje drinken bij 27 graden terwijl Frank Sinatra op de achtergrond “Let it snow” zingt. We moeten maar niet teveel wennen aan dit klimaat. Zondag zijn we weer thuis en misschien kunnen we dan sneeuwballen gooien. We hebben ons zojuist ingecheckt in het River Park Hotel and Suites. Op de kaart van Miami leek het allemaal zo eenvoudig. Maar je moet echt hogere wiskunde hebben gestudeerd om er in 1 zucht naar toe te rijden. Na 3 rondjes Downtown Miami is het uiteindelijk toch gelukt. Voor morgen hebben we nog geen plannen. We zijn beiden nu wel toe aan een fikse borrel. Oh ja, voordat ik het vergeet: we hebben zojuist overheerlijke fajitas en nacho’s gegeten.
25 november 2010 We zijn in het holst van de nacht gearriveerd in Monterrey. Al met al zijn we bij elkaar toch bijna 24 uur in touw geweest. De KLM heeft ons op de vlucht naar Mexico Stad aardig in de watten gelegd. We hebben stoelen in de Comfort Class gekregen, t.w. 11 D en 11 E en dit zijn zonder meer de beste plaatsen. Niemand voor je en werkelijk meters beenruimte. Bovendien zijn we getrakteerd op champagne. Tja, als zo´n vlucht dan toch dik 10 uur moet duren, kan je het maar beter aangenaam hebben. Bij aankomst op de luchthaven van Mexico Stad is het weer een herkenbare chaos. De liften werken niet en voor het eerst ben ik in mijn rolstoel de roltrap omhoog en omlaag gegaan. Een ervaring op zich. Bovendien is het vliegtuig dat ons naar Monterrey brengt, zo klein dat men niet anders kan doen dan mij met een vliegtuigrolstoel de trap op te tillen. Het zijn de gebruikelijke taferelen en je kunt het maar beter gewoon ondergaan. We hebben trouwens nog een moment van verassing gekend: bij het uitstappen van de terminaltrein op de luchthaven van Mexico Stad ontmoeten we Hans Koch. Hij heeft mij destijds geholpen om naar Monterrey te komen en de stamcelbehandeling te ondergaan. Iedere keer was hij een aantal dagen voor mij ter behandeling in Mexico maar telkens liepen we elkaar mis. Het is leuk om elkaar nu eens in het echt gezien te hebben. Het is inmiddels tegen twaalven (middag) en ik moet eerlijk bekennen dat we allebei wel redelijk hebben geslapen. Na een heerlijk uitgebreid ontbijt zitten we in de tuin en na zes maanden is het best een beetje vreemd om hier terug te zijn. Vanmiddag om 15.00 uur worden we opgehaald en zal ik een MRI-scan ondergaan. Ik zal blij zijn wanneer dat er in ieder geval op zit. Overigens maakt men hier gebruik van andere taxi’s dan 6 maanden geleden. Toen moesten we het doen met een oud busje, tegenwoordig maakt men gebruik van 2 Renault Kangoos. Een grappig detail is wellicht dat we overal worden herkend. Dat begon eigenlijk al tijdens het ontbijt op Schiphol en nu we in het hotel zijn is het niet anders. Later meer… Het is inmiddels avond geworden en ik dank god op mijn blote knieën dat ik de MRI scan achter de rug heb. Toen ik die torpedobuis voor me zag was het weer even flink peentjes zweten. Veertig minuten op je rug liggen zonder optimaal te kunnen slikken is echt geen pretje. We hebben het samen dan ook gevierd onder het genot van een Mexicaanse maaltijd in de foodcourt met een flinke borrel als toetje. Zoals beloofd heb ik even aan jullie allemaal gedacht. Hoewel we vandaag verder weinig hebben uitgericht slaat de vermoeidheid vroeg toe. Het is half negen, ik ga naar bed. 26 november 2010 De afgelopen nacht hebben we een stuk minder geslapen. Eenmaal wakker doezel ik af en toe nog wel even weg, maar echt de slaap vatten, ho maar. Om 8 uur staan we naast ons bedje met in ons achterhoofd het feit dat we om 10.30 worden opgehaald, We melden ons dan ook om een uur of 9 bij de plaatselijke Starbucks. Vooraf zag het programma er vrij rustig uit. Ik had begrepen dat we om 11 uur een gesprek zouden hebben met de artsen waarna er nog een longtest plaats zou vinden. Ik was echter eigenlijk een beetje vergeten dat er nog uitgebreid lichamelijk onderzoek zou plaats vinden alsmede video-opnamen, bloedafname, longonderzoek en een ECG. Vooral het ECG was weer lachen gieren en brullen. Wanneer je namelijk zoals ik nogal wat borsthaar hebt blijven de plakkers niet op hun plaats plakken. Dus worden er weer uit allerlei hoeken stukken plakband getoverd met als eindresultaat dat het toch nog een keer opnieuw moet worden gedaan. Er was teveel storing. Mijn antenne is zeker niet goed aangesloten… Hoe dan ook, ik heb het hele onderzoek er op zitten. Vanavond hebben we een tequilaatje gedaan, geshopt en heerlijk Chinees gegeten en momenteel zijn we allebei weer behoorlijk moe. Het zijn gewoon 2 hectische dagen geweest ondanks dat we voor ons gevoel weinig hebben gedaan. Morgen vroeg checken we uit. Om half twaalf vliegen we naar Miami, Florida.
27 november Monterrey - Miami …een niet geheel vlekkeloze dag We zijn uiteindelijk in Miami aangekomen maar ik had me het verloop van deze dag toch anders voorgesteld. Laat ik beginnen met te zeggen dat ik een waardeloze nacht achter de rug heb. Eigen schuld, dikke bult…ik ben vergeten mijn medicatie in te nemen. Heel lang wakker liggen was het gevolg. Vervolgens treedt er bij het uitchecken lichte paniek op: Fem is haar pinpas kwijt en dientengevolge moeten we halsoverkop naar Nederland bellen om het zaakje te blokkeren. Gelukkig weet de Postbank te melden dat er geen verdachte transacties zijn uitgevoerd na ons laatste pinnen. Nadat we keurig op tijd op het vliegveld zijn gearriveerd, blijken we een uur vertraging te hebben. Maar helaas wordt dat ene uur er twee…en dan drie. Het is bijna niet te geloven, 3 uur vertraging op een vlucht van 2,5 uur. Dat schiet lekker op. Maar het kan helaas nog erger. Tijdens het passeren van de douane kan ik vanwege mijn aandoening niet goed mijn vingerafdrukken laten nemen hetgeen betekent dat ik apart wordt genomen. En vanaf dat moment denk ik echt dat ik in een slechte B-film terecht ben gekomen. Fem en ik worden namelijk afgevoerd naar een ruimte waar ca. 97 Mexicanen zitten, 2 Amerikanen en nu dus 2 Nederlanders. Ik zie het scenario al voor me: achter aan aansluiten en dan maar afwachten wanneer je aan de beurt bent. Dat kan dus echt wel een aantal uren gaan duren. Ik vind het overigens een beestachtige situatie. We zitten er echt bij als criminelen. Tenminste, zo voelt het. Het enige wat er nog aan ontbreekt is dat er een mannetje op me afkomt met een latex handschoen om mij even te visiteren. Achteraf valt het gelukkig mee. De luchthavenassistent die ons al die tijd geholpen heeft is gelukkig trouw bij ons gebleven, haalt de koffers op en regelt dat er een auto komt met lift om ons naar de autoverhuurder te brengen. Hij gaat zelfs nog even door de knieën om voor me te bidden. Nou geloof ik niet maar beter mee verlegen dan om verlegen. Het is in ieder geval heel lief bedoeld. De afwikkeling van de autohuur gaat razendsnel. We nemen een upgrade van economy naar comfort maar we vallen met onze neus in de boter. Er zijn namelijk geen comfort auto’s meer over en we kunnen derhalve een keuze maken uit 5 verschillende luxe uitvoeringen. Bij Fem zie ik de eerste zweetdruppels al verschijnen. Ze heeft nog nooit in een automaat gereden en nu krijgt ze ook nog eens een grote pooierbak voor haar kiezen. Het is even wennen maar ze rijdt als een routinier. Uiteindelijk checken we om 22.00 uur in bij het Hilton. Het is allemaal toch weer goed gekomen.
28 November 2010...Miami Beach and Ocean Drive Na het uitchecken zijn we binnen 10 minuten bij onze bestemming van vandaag: Ocean Drive in het Art Deco district. Terwijl we vanuit het Zuiden Ocean Drive opdraaien komt de tropische sfeer ons als het ware tegemoet. Parkeren is een peulenschil. Om de 50 meter is er een invalidenparkeerplaats en het parkeren zelf kost $ 4,50 voor 3 uur. Daar kan men in Nederland nog een puntje aan zuigen. Voor de brunch hebben we uitstekend plekje opgezocht aan de boulevard. Het is werkelijk een genot om hier alle zomerse taferelen te aanschouwen. Langzaam trekt er een colonne van luxe auto’s voorbij, uiteraard cabriolets. Tussendoor schaatsen schaars geklede dames op inline-skates en aan de horizon hangen de para-sailers achter de palmbomen in de lucht. En dat alles in een kerstdecor. Het is even wennen. Zevenentwintig graden en je kunt hier in je zwembroek een kerstboom kopen. Natuurlijk kan je dat in Nederland ook, maar daar worden sommige za(a)kjes heel klein van… Na de verrukkelijke brunch met keihard Usher op de achtergrond, kuieren we langzaam van Zuid naar Noord, van Noord weer naar Zuid en van Zuid weer naar Noord. Er zijn hier gewoon teveel leuke dingen om te zien. En ook deze vakantie beleven we weer iets speciaals: bij 1 van de vele hotels is een travestietenshow aan de gang en we krijgen een tafeltje op het terras midden in het feestgedruis. Het is een komen en gaan van schaars geklede diva’s en 1 van de “dames” heeft het uiteraard weer op ondergetekende voorzien. Een dragqueen om mijn nek dus. Een cameradame heeft er foto’s van genomen en hopelijk kan ik ze terug vinden op het internet. Ik zal ze dan zeer zeker plaatsen. Overigens hebben we zelf ook de nodige foto’s. Er wordt ons zelfs een polsbandje aangeboden om in de loop van de dag verder te feesten. Maar we hebben besloten om richting het Zuiden te gaan rijden. We winkelen wat bij Coral Gables en belanden uiteindelijk in Coconut Grove. We checken hier in bij een Mariott Courtyard Hotel. Wanneer we op pad zijn voor het avondeten krijgen we weer een uitstekend voorbeeld van hoe sommige medemensen denken over mindervaliden. Wanneer we een BBQ-restaurant willen betreden wordt mij even fijntjes medegedeeld dat ik met mijn rolstoel alleen maar andere mensen in de weg ga zitten. Het eerste wat in mij opkomt is “dat moet jij nodig zeggen, bitch, met je dikke reet neem je meer plaats in beslag dan mijn hele rolstoel”. Helaas krijg ik dat door mijn ziekte mijn mond niet meer uit. Maar ieder nadeel heeft z’n voordeel: we komen uiteindelijk in een “Cantina de Cuba” terecht en we weten zeker dat het BBQ-buffet niet heeft kunnen tippen aan wat wij gegeten hebben.
Zaterdag 11 juni 2011 Nadat wij uitgebreid hebben ontbeten in het op deachtste verdieping gesitueerde restaurant van het Oran Hotel, nemen we een taxi naar het Topkapi Paleis. We zijn beiden in ons nopjes met ons besluit om het paleis vandaag te bezoeken i.p.v. gisteren. Het is vandaag weliswaar drukker dan op een doordeweekse dag, maar in een tijdsbestek van een paar uurtjes is een bezoek brengen aan dit schitterende paleis niet te doen. Je hebt hier minimaal een hele ochtend of middag voor nodig om een goede indruk te krijgen van al het moois dat het paleis te bieden heeft. Het complex is gelegen in een park en wanneer je het paleis door de indrukwekkende poort betreedt, valt al snel op dat het paleis bestaat uit 4 grote binnenplaatsen omringd door galerijen. Wat hier direct weer opvalt zijn de vele mozaïeken, het schitterende bladgoud, glas in lood creaties en met name het oog voor detail. Deuren, ramen en muren zijn ook hier schitterend bewerkt. In één van de galerijen is een expositie ingericht met attributen uit dezevende eeuw na Christus. Het is hier ten strengste verboden om te fotograferen. We begrijpen het wel. We lopen namelijk langs vitrines met schitterende rijkdommen zoals kleding, gebruiksvoorwerpen,sierraden en wapens en de meeste voorwerpen zijn van edelmetaal en ingelegd met onwaarschijnlijk mooie edelstenen. Een aantal open balkons gunt ons een schitterend uitzicht over de oude vestingmuren en de Bosporus. Wanneer we het paleis willen verlaten, begint het zachtjes te regenen en we besluiten daarom maar even koffie te gaan drinken op een overdekt terrasje. Na de koffie miezert het nog wat maar het mag geen naam hebben.
Althans, dat dachten we…want ons hotel is blijkbaar ons hotel niet meer. De manager heeft zonder overleg onze spullen w. o. mijn laptop en paspoorten van de kamer gehaald en onbewaakt op de gang gezet waarna hij ons toevoegt dat het reisbureau in Nederland de reservering heeft gecancelled. Omdat we op dit moment nog geen alternatief hebben verhuizen we het hele spul maar weer naar binnen en telefoneren we vervolgens wederom met Nederland. In Nederland benadrukt men dat zij het gaan uitzoeken en derhalve kunnen wij gewoon in het hotel blijven. Tenminste, dat denken we. Want nadat de hotelmanager ons met een brede glimlach heeft uitgewuifd omdat wij uit eten gaan krijgen wij uit Nederland een telefoontje met de mededeling dat diezelfde manager ons pertinent niet meer in het hotel wil hebben. We voelen ons op dat moment aardig inde rug geschoten en we vinden de maat nu wel vol. Fem besluit linea recta terug te keren naar het hotel om alle eigendommen op te halen want we zijn er nu wel klaar mee. Fem gunt de manager dan ook geen blik waardig, trekt een gezicht van “je bekijkt het maar” en voegt zich weer bij mij op het terras met alle spullen. We hebben vanuit Nederland inmiddels een ander hotel geboekt gekregen en na onze mixed grill en een raki stappen we in een taxi. Even later checken we in het wat verderop gelegen Oran Hotel. Wat de oorzaak is van onze uiteindelijke exit uit het Megara Hotel weten we nu nog steeds niet. Aan ons gedrag kan het niet liggen, wij hebben namelijk die eerste dag, nacht en ochtend heel veel water bij de wijn gedaan. Wij hebben zelf het vermoeden dat ze onze kamer duurder konden verkopen als wat wij ervoor hadden betaald. Het leuke is echter dat internet een heel machtig medium is dus wanneer de kans krijg zal ik hen vanuit huis tot op de bodem afbranden. Het Oran hotel voldoet aan alle eisen. Het is weliswaar klein en het blijft behelpen, het is in ieder geval 200% beter. Klein nadeel is dat we iets meer met een taxi zullen gaan moeten doen. Maar ja, van deze problemen kan je maar beter af zijn.
Donderdag 9 juni 2011 We zijn in Istanbul! Met enige uitloop zijn we vanochtend vertrokken van Schiphol en op dit moment bevinden we ons dus aan de Bosporus. Wanneer we met assistentie door de douane zijn geloodst, treffen we beiden een ware bijenkorf aan. Het is hier echt een wirwar van taxi’s en mensen. We horen dan alleen ook maar veel geschreeuw en getoeter en we weten nu al dat men in het verkeer geen regels kent. Wanneer we uiteindelijk een ruime taxi hebben bemachtigd gaan we onderweg naar de oude stad. Bij het verlaten van het vliegveld doemen links en rechts al de oude stadsmuren op, de resten van het oude Ottomaanse rijk. We rijden langs de Zee van Marmara en het zilt dringt diep in onze neusgaten door. Aan de oever zien we talloze gezinnen aan de bbq in de beginnende avondzon, we kunnen de kebab bijna proeven. Temperatuur? Momenteel 34 graden C. Welkom in Istanbul! Wanneer we het oude centrum naderen blijkt dat we een goede locatie hebben uitgezocht: het is hier een doolhof van kleine straatjes, plenty restaurantjes en met op de achtergrond o.a. de Blauwe Moskee hebben we de sfeer dan al ook goed te pakken. Een bijkomend nadeel is echter dat er tussen de straten nogal veel niveauverschil zit. Het wordt de komende dagen dus aanpoten. De ligging van ons hotel is ideaal, het ligt midden in de oude stad t.w. Sultanamhet en in feite kunnen we alles lopend afdoen. Er wacht ons echter een heel onaangename verassing. Het hotel heeft geen invalidenkamer en zelfs helemaal geen gehandicaptenfaciliteiten. We kunnen hier dan ook totaal niet uit de voeten. De badkamer heeft een opstap en de deur is te smal om met mijn rolstoel naar binnen te komen. Bovendien ligt b.v. het restaurant op de vierde verdieping terwijl er geen lift is. En zelfs de entree naar de receptie bestaat uit 3 grote treden. Nu hebben we al vaker een tegenslag gehad, maar dit slaat werkelijk alles. We zijn op onze reizen wel wat gewend en creatief genoeg maar hier kunnen we helemaal niks mee. Het verbaast ons dan ook dat het hotel een essentie voor de rolstoelkamer heeft afgegeven. Gelukkig kunnen we nog net even tegen zessen met Nederland bellen. En bij ons reisbureau gaan dan ook alle bellen rinkelen. Helaas zitten we twee uur later nog steeds in de receptie van het hotel. Men heeft vanuit Nederland de vrijheid gegeven (ook financieel) om naar een ander hotel uit te kijken maar alle hotels blijken bomvol te zitten. We kunnen niet anders dan het hotel voor deze nacht maar te accepteren en het personeel heeft toegezegd dat zij mij morgenochtend gaan assisteren bij de gang naar het toilet. Nou, ik ben heel benieuwd.
Na de lunch wijzigen we even ons plan. Het was eigenlijk de bedoeling nog vandaag het Topkapi Paleis te bezoeken maar in plaats daarvan flaneren we door de drukke winkelstraten. Als bij toeval echter, komen we in de Grand Bazaar terecht. Deze bazaar bestaat uit een overdekt en een onoverdekt gedeelte en het overdekte gedeelte is met meer dan 52.000 vierkante meter de grootste in de wereld. Beverwijk? Laat me niet lachen! Je kunt hier echt van alles kopen. Er is een overdaad aan nagemaakte merkkleding en lederwaren maar je kunt hier ook terecht voor schitterend zilver, goud, met de hand beschilderd aardewerk, waterpijpen, kruiden enzovoort. Wanneer we in het buitengedeelte komen worden we wederom geconfronteerd met kinderhoofdjes en één en ander loopt nogal steil bergafwaarts. Het is een hevige inspanning voor ons beiden en wanneer we op het laagste punt arriveren blijken we ook nog eens verdwaald. Met veel gebaren vragen we de weg en via een omweg komen we weer bij de Aya Sofia terecht. Enkele minuten later bereiken we ons hotel.
Istanbul
Na een stevige wandeling besluiten we een taxi te nemen naar de wijk Beyoglu in het Europese gedeelte van Istanbul. Voor de goede orde: Istanbul wordt doorkruist door de rivier de Bosporus en deze rivier is feitelijk de grens tussen Europa en Azië. Wanneer we de brug oversteken naar het Europese gedeelte en arriveren op het Taksimplein, kunnen we dan ook direct een aantal verschillen waarnemen. Zo zien we hier vooral in en om de drukke winkelstraat Istiklil Caddesi een geheel andere architectuur, dure winkels van A tot Z, een handvol ambassades en moderne shoppingmalls. Wat eveneens opvalt is dat homoseksuelen zich hier duidelijk vrijer voelen om hun geaardheid te laten zien. En ook wandelen over de relatief goede bestrating is een verademing na alle kinderhoofdjes en andere obstakels in het Aziatische deel van Istanbul. Vanwege het feit dat het zaterdag is, is het een ware mierenhoop van mensen. Aangezien er door deze straat ook nog een trammetje rijdt en er alom gedemonstreerd wordt i.v.m. de verkiezingen, is het overal bere-druk. Maar bere-druk maakt het ook bere-gezellig. Tegen de avond laten we ons in één van de vele zijstraatjes een drankje en een hapje wel smaken. We zijn blij dat we ook deze kant van Istanbul hebben kunnen zien. Wanneer we in de loop van de avond terugkeren naar ons hotel wacht ons nog één hele grote verrassing. Alle moskeeën, minaretten, bruggen en kerken zijn verlicht en we zijn sprakeloos door de schoonheid. Het lijkt werkelijk een sprookje uit 1001 nachten, wonderschoon…
Zondag 12 juni 2011 We zijn vandaag in de buurt van ons hotel gebleven. We hebben weliswaar een aardig stuk gelopen, maar de hoogtepunten hebben we in de afgelopen dagen wel gezien. Het is zondag en dat is duidelijk te merken. Er zijn veel minder mensen op straat dan gisteren, veel winkels zijn gesloten en de Grand Bazaar is vandaag ook dicht. Het is een dagje om even koffie en thee te leuten, een aantal nieuwe dingetjes te kopen en in het zonnetje te rusten. Om drie uur vanmiddag nemen we een taxi naar de luchthaven. We zijn een ervaring rijker. Istanbul heeft voor elk wat wils. Je kunt hier dagenlang cultuur opsnuiven, of net zolang winkelen tot je creditcard het begeeft. De mensen zijn hier heel erg vriendelijk en behulpzaam. We hebben met de rolstoel nogal wat bekijks gehad. En eveneens respect afgedwongen. Een Turkse mijnheer zei bijvoorbeeld dat Turkse mensen met een handicap nauwelijks of niet buiten komen. Ik moet er echter wel bij vermelden dat deze stad eigenlijk niet te doen is wanneer je in een rolstoel zit. Istanbul is nu eenmaal op 7 heuvelen gebouwd, het wegdek laat te wensen over en dat is duidelijk te merken, hotels zijn nagenoeg niet uitgerust om mindervaliden te ontvangen en geen enkel restaurant houdt er rekening mee. Ik overdrijf dan ook niet, wanneer ik zeg dat dit tot nu toe de zwaarste stedentrip is geweest die we hebben gemaakt. Maar voor mijn gezonde medemens is Istanbul een must-see!
We zijn vandaag bij de blauwe moskee geweest en dit gebouw mag je gerust een wonder op zich noemen. Het is de grootste moskee die we ooit gezien hebben en het geheel heeft daadwerkelijk een blauwe gloed. Vanwege mijn rolstoel kan ik niet overal komen maar met behulp van een aantal be hulpzame locals kom ik toch bijna tot in het centrale gedeelte. Voor mij stopt het hier maar Fem mag wel even op haar blote voeten een kijkje nemen. Ze hoeft ook niet door de toeristeningang maar ze mag gewoon met de Turkse bevolking mee naar binnen. Uiterst vriendelijke mensen allemaal! Na ons bezoek aan de Blauwe Moskee begeven we ons naar het Hippodrome. Het Hippodrome bestaat uit een groot plein met twee enorme obelisken waarvan er één onlangs helemaal is gerestaureerd. De ander staat nog in de steigers. Ze hebben hier een knap staaltje werk verricht. Langzaam bewegen we ons richting de Aya Sofia. Dit is een christelijke kerk maar wel met een typische uitstraling van een moskee. Net als overigens in de Blauwe Moskee zijn de beschilderde plafonds, het vele glas in lood en mozaïeken werkelijk schitterend te noemen. En wanneer je b.v. één van de vele zuilen bekijkt, zie je duidelijk dat alles met de hand tot in detail is bewerkt. De dag is nu al lang in de middag overgegaan en aangezien de temperatuur 25 graden C bedraagt is en Fem aardig heeft lopen zwoegen besluiten we de schaduw even op te zoeken voor een hapje en een drankje. Heel typerend is overigens de lucht van versgebrande kastanjes die op bakplaten op een soort bakfiets vers worden geroosterd. Het is een heerlijke geur. Naast de kastanjes grillt men ook veel maiskolven en waar je ook kijkt zie je verse lekkernijen zoals broodjes, chocola en Turks fruit.
Maar we laten ons natuurlijk niet uit het veld slaan. We hebben onderweg een heel knus straatje gezien met talloze restaurants en barretjes waarvan het merendeel heel sfeervol is ingericht als bedoeïenentent en wanneer we aan een wijntje en een biertje zitten, daarbij smullend van Turkse lekkernijen vergeten we de ellende al snel. Morgen is er weer een dag. We zullen wel zien. Vrijdag 10 juni 2011 Ooit gezien hoe een ALS-patiënt door vreemde mannen op een toilet wordt geholpen? Nou, ik wel, en van heel dichtbij. Ik word door twee man sterk uit mijn rolstoel getild en vervolgens vanaf de gang op het toilet gezet. Weliswaar nog met mijn broek aan en men biedt terstond hoffelijk aan om mij nog even uit mijn kleding te helpen ook. Ik pas daar even voor. Ik vind dat n.l. meer een zaak voor Fem en mij. Na de behoefte treedt men ook weer aan om mij weer te verplaatsen naar de rolstoel en al met al is het heel goed gelukt. Persoonlijk vind ik het echter geen optie voor de komende dagen. We besluiten om tijdens onze uitgestippelde route door de oude stad maar even uit te kijken naar een alternatief voor de komende nachten. Hoe dan ook we zijn in Istanbul en het is hier helemaal te gek. Istanbul kan je m.i. het beste omschrijven als “oud ontmoet nieuw”. Veel overblijfselen uit vroegere dynastieën en toch modern. Over de gehele stad toornen de minaretten en moskeeën boven alle andere gebouwen uit. Alleen moet die man die twee keer per dag ervan af staat te gillen af en toe zijn mond houden. Een grapje natuurlijk , het ochtend- en middaggebed blijven schitterend om te zien.
Kenia 2007 Reisverslag en een verkorte cursus Keniaans in 15 stappen… Dag 1 (Zondag 2 September) – Ready for take off… Voor het eerst in 12 jaar hebben we een nachtvlucht op de heenreis met vertrek om 21.00. Maar waar in eerste instantie enthousiasme de overhand had (“dan kunnen we rustig inpakken en na het diner in het vliegtuig direkt gaan slapen”) constateren we ’s middags om een uur of twee dat de verveling toeslaat. Feit is dat we klaar zijn voor vertrek en samen zitten we naar de klok te staren terwijl dat ding echt niet sneller gaat lopen door onze norse blikken. “Een Sopranootje dan maar?” vraagt Fem en aangezien we de tv-serie “The Sopranos” geweldig vinden en de Dvd-collectie van vrienden hebben geleend wordt de tijd met succes gedood. Twee afleveringen verder is het tijd om aanstalten te maken. Peter heeft toegezegd ons weg te brengen en ondanks dat het zondag is heeft hij rekening gehouden met het verkeer en is hij aan de vroege kant. We zijn al lang blij: liever op Schiphol wat extra tijd doorbrengen dan nog langer thuis zitten. Bovendien willen we vroeg inchecken om zodoende wellicht aanspraak te maken op stoelen voorin het vliegtuig met indien mogelijk extra beenruimte. We hebben weliswaar alle informatie m.b.t. mijn ziekte in een vroeg stadium doorgegeven aan het reisbureau en zelfs volgens instructies Martinair nog even gebeld, je weet het met luchtvaartmaatschappijen echter nooit. En dat blijkt ook deze keer weer: het is een charter en geen lijnvlucht en dan zijn de spelregels weer even anders. Thomas Cook heeft het vliegtuig gecharterd en derhalve volledige zeggenschap en wij hebben niet via hen geboekt. Gelukkig maakt de grondstewardess alles in orde. We krijgen de beoogde stoelen: de eerste rij na de Comfort Class, aan het gangpad met extra veel beenruimte. Het is voor ons al jarenlang een traditie om voor vertrek wat te eten bij restaurant/grand café “Amsterdam” en deze keer is het niet anders. We bekijken nog wat taxfree winkels, kopen nog wat leesvoer en wandelen wat rond. En dan…is het eindelijk tijd om te boarden!!! We rijden met de rolstoel door de slurf tot aan het vliegtuig en Fem helpt me voetje voor voetje naar de stoelen die inderdaad uitstekend zijn. Eenmaal in de lucht kan het late avondmaal me nauwelijks meer boeien. Ik eet nog een paar happen pasta. Enkele ogenblikken later voel ik de slaap al komen… Dag 2 (Maandag 3 September) – Jambo (= hallo) Met nog zo’n twee uur voor de boeg word ik tegen zonsopgang wakker. Dat is een meevaller! Ik heb zo’n 5,5 uur geslapen en voel me opmerkelijk fit. Het is iedere keer maar weer afwachten hoe je een vlucht doorstaat. Door de jaren heen zijn we gelukkig aan lange vluchten gewend geraakt en het feit dat er nauwelijks sprake is van tijdsverschil (+1) heeft natuurlijk ook zo zijn voordelen. Bij het begin van de slurf word ik direkt ontvangen door een “hospitality” medewerker met een vervangende rolstoel. Mijn eigen rolstoel zal met de bagage worden uitgeladen en op de bagageband verschijnen. Alles loopt op rolletjes. Zoals ik al had verwacht hoeven we nergens te wachten, worden we via alternatieve routes langs rijen wachtende mensen gemanoeuvreerd en staan we binnen no-time met de bagage buiten. Als klap op de vuurpijl worden we met zijn tweetjes een luxe minibus ingeloodst: wij blijken de enigen te zijn met als bestemming het “Papillon Lagoon Reef Resort”. Zo zie ik het graag, hoor! Als laatste het vliegtuig uit, als eerste onderweg! Onze chauffeur legt uit dat de rit zo’n anderhalf uur zal bedragen omdat we midden in de spits zitten en we bovendien met de veerboot een rivier moeten oversteken. De luchthaven is n.l. gesitueerd op een eiland. We krijgen nog toegeworpen dat “je het met die veerboten nooit weet”. De ene keer kan je er zo oprijden, de andere keer moet je twintig minuten wachten”. Het zal me worst wezen. Terwijl de chauffeur honderduit verteld over Kenia geniet ik al met volle teugen van de rit. Wat een contrasten! We zien bouwvallen met golfplaten daken grenzend aan in aanbouw zijnde appartementen. We zijn getuige van een aan de weg gelegen open vuilnisbelt met daar op drie koeien die zich te goed doen aan rottende resten. Een gigantisch billboard van Barclays doemt op achter een aaneenschakeling van gesloopte en vergane auto’s. Mannen lopen op blote voeten door de modder op weg naar het werk. Vrouwen zie je nauwelijks. De wegen verkeren in erbarmelijke staat, een vierwiel aangedreven terreinwagen zou de grootste moeite hebben met dit wegdek maar gammele minibusjes (taxi’s) denderen vrolijk toeterend en met grote snelheid voort. Mombasa ademt armoede uit. Voor de lol hoef je hier niet te verblijven. Het geheel doet me in alles denken aan Gambia maar dan op grote schaal. Eenmaal bij de veerboot aangekomen worden we geconfronteerd met drommen Kenianen. Voor voetgangers is de overtocht gratis en velen maken gebruik van de primitieve schuit om naar het werk te komen. De overtocht verloopt gelukkig vlot en voorspoedig. Een dik half uur later arriveren we bij ons hotel. Na het welkomstpraatje van de dienstdoende gastheer, een welkomstdrankje en een ontmoeting met Harry, de host van Sudtours begeven we naar onze kamer. Niet verkeerd, al zeg ik het zelf. Faciliteiten voor rolstoelgebruikers zijn niet aanwezig maar daar had ik ook niet echt op gerekend. Qua ruimte is het goed te doen. We besluiten om eerst maar eens om te kleden en het resort te verkennen. Aangezien één en ander zich op een heuvel bevindt en afloopt naar de oceaan gaan we op zoek naar een voor een rolstoel geschikt wandelpad zoals omschreven op de website van het resort. Maar waar we ook zoeken, we vinden het niet. Dan maar terug naar de receptie. Een medewerker zal ons wel even de weg wijzen. We rijden met de rolstoel om het restaurantgedeelte heen, passeren een scherpe bocht en dan…staan we tot onze grote verbazing aan het begin van een pad dat iets weg heeft van een skischans. “Moeten we hierlangs naar beneden en omhoog?“ vraag ik. “Dat redt je nooit in je eentje, Fem, of we moeten onderweg een anker uit kunnen gooien”. De hoek bedraagt zo ongeveer zestig graden, het geheel is allesbehalve egaal en bovendien moeten we tussen de opgehangen lakens en handdoeken van de wasserette door. Van een “gently sloping path” zoals op de website omschreven is geen sprake maar met de nodige assistentie komen we beneden. Het uitzicht op het zwembad, het strand en de Indische oceaan maakt alles goed. Palmbomen wuiven in de heerlijke zeewind. Het zand op het strand oogt maagdelijk wit. Azuurblauwe golven rollen ons tegemoet. De gehele omgeving straalt een tropische sfeer uit en vooral de oceaan is veel mooier dan ik had verwacht. We kijken elkaar aan. Hier zijn we voor gekomen…en voor een eventuele safari natuurlijk! Het is tijd om te relaxen, we zoeken een ligbed uit maar tegen half één worden we nieuwsgierig wat het buffet te bieden heeft. We hebben allebei reuze trek en al gauw blijkt dat het genieten geblazen is. All Inclusive: het blijft een wereldvondst. Na de lunch ontmoeten we Harry opnieuw. Harry is een echte Keniaan, spreekt uitstekend Nederlands en heeft een hoog knuffelgehalte. Hij wil zijn praatje als host houden en uiteraard excursies verkopen. Aangezien we een safari willen meemaken laten we hem alles uit de doeken doen. Hij weet het leuk te vertellen: alleen het beste is goed genoeg voor ons volgens Harry maar gemakshalve vergeet hij de prijskaartjes. Ik weet echter eigenlijk al lang wat ik wil: met het vliegtuig naar Masaï Marai en er twee dagen verblijven. Een dure grap en voor mij een intensieve onderneming…maar nu we er toch zijn gaan we het doen ook!!! De datum voor vertrek laten we alvast vastleggen i.v.m. de vliegtickets, over de accommodatie moeten we nog even nadenken. Er zit nogal wat prijsverschil tussen de typen accommodaties en Harry blijft maar hameren op het “Governors’ Camp”, de duurste lokatie, maar deze lodge kost 1000 USD p.p en daar willen we toch wel even een nachtje over slapen. Er zijn overigens genoeg goedkopere alternatieven, de één wat rolstoelvriendelijker dan de ander. De rest van de middag besteden we aan het zwembad en nu pas merk ik hoe moe ik ben van de reis. “Dat wordt geen latertje, Fem” zeg ik. Tussen vier en vijf is er koffie en thee in het restaurant maar vooral het schitterend gelegen terras aan zee nodigt uit om deze hier te nuttigen. Er waait een constante zeewind en het uitzicht over de Indische Oceaan is magnifiek. Een langgerekt rif, enkele honderden meters van het strand, zorgt er voor dat eventuele haaien niet in de buurt kunnen komen en bij eb wordt het duidelijk zichtbaar. Koffie en thee met cake. Etenswaren mogen overigens niet worden meegenomen uit het restaurant naar het terras. Het stikt hier n.l. van de apen en ze zijn hondsbrutaal. Overdag hebben we al aan den lijve kunnen ondervinden dat je een vruchtensapje niet langer dan drie seconden onbeheerd kunt achterlaten want je bent deze onherroepelijk kwijt. En ga nou niet proberen deze apen weg te jagen want ze gooien de tanden bloot, laten zich niet intimideren en gaan eerder over tot de aanval dan dat ze bakzeil halen. Vooral de volwassen mannetjes met hun enorme blauwe zaadballen hebben hier een handje van. Er loopt en vliegt hier trouwens verder van alles rond: duizendpoten zo groot als frikadellen, varanen, hagedissen, vliegende kevers, eekhoorns en allerhande vogels. We knappen ons op voor het avondeten en vallen met onze neus in de boter: het is Afrikaanse avond en dat betekent typisch Afrikaanse gerechten in buffetvorm: irio (stamppot van maïs), samosas (knapperige deegpakketjes met een vulling van pittig gehakt of groente), kingfish (een lekkere stevige vis) en ugali (een brij van maïsmeel). We laten het ons goed smaken, hebben geen zin meer om via de schans naar beneden te gaan voor het entertainment en nemen een borrel in de lobby. Maar het licht gaat langzaam uit voor me. Het is een lange dag geweest en ik verlang naar mijn bed… Dag 3 (Dinsdag 4 September) – Hakuna Matata (= maak je geen zorgen) Het slapen is me niet tegen gevallen maar het had beter gekund. Fem is ondanks de klamboe al lek gestoken maar het aantal muggen en andersoortige insecten valt over het geheel genomen best mee. Het is hier overigens we l malariagebied maar in de regel nemen we hiervoor geen voorzorgsmaatregelen. Probate middelen zijn n.l. vaak erger dan de kwaal zelf en je kunt van deze middelen behoorlijk ziek worden. Goed de vinger aan de pols houden wat betreft eventuele koorts is het motto. Voor het eerst zetten we ons aan het ontbijt en evenals de lunch en het diner is één ander uitstekend verzorgd. De chef bakt of kookt de eitjes waar je bij staat en de staf is weer bijzonder behulpzaam en vriendelijk. Dat blijkt maar weer na het ontbijt: onze ligbedden zijn klaar gezet zonder dat we ook maar iets hebben hoeven vragen, de handdoeken liggen al gespreid (zonder dat we hiervoor hoeven tekenen hetgeen gebruikelijk is) en men heeft op mijn ligbed een extra matras gelegd omdat men gisteren heeft geconstateerd dat ik moeilijk overeind kan komen. Op mijn verzoek heeft men eveneens een stoel van het terras gehaald zodat ik af en toe “gewoon” kan gaan zitten. Pure luxe, zoveel aandacht en comfort, ik kan niet anders zeggen. Tegen de lunch komt Harry weer opdagen. Wij hebben inmiddels een accommodatie uitgezocht voor ons tweedaags verblijf in Masaï Mara maar op het moment dat wij onze keuze kenbaar maken begint hij te zweten en ruik ik onraad. Hij verspreekt zich en al snel wordt duidelijk dat hij er van uit is gegaan dat we wel “duur” zouden boeken. Hij heeft het dure“Governors’ Camp” al besproken, tegen gemaakte afspraken in. Nu wij anders hebben besloten oogt hij bedrukt, raakt hij een beetje gestrest en begint druk te telefoneren. Hij is in de problemen geraakt en dit kan hem geld kosten. Na zijn telefonisch overleg blijkt dat de door ons gekozen accommodatie nu vol zit voor de geplande datum en dientengevolge moet hij waarschijnlijk ook nog eens de plaatsen in het vliegtuig annuleren. Wij dienen eveneens een aantal andere data te prikken. Gelukkig zijn we flexibel, we hebben immers tijd zat en geven hem een aantal alternatieven door. We hebben echter wel zoiets van “je regelt het maar, we horen het wel”. Hij is inmiddels aardig gaan zweten, onze Harry, maar hij belooft het te regelen. Morgen weet hij het definitief. In de loop van de dag staat ons nog een verrassing te wachten: de manager biedt ons een andere kamer aan. Onze huidige kamer bevindt zich op de begane grond boven in het resort. Het alternatief bevindt zich eveneens op de begane grond maar is gesitueerd in het lager gelegen gedeelte van het resort in de nabijheid van het zwembad, het terras waar de animatie plaatsvindt, de bar en het strand. Deze kamer is weliswaar iets kleiner en we moeten hoe dan ook één keer per dag naar boven en naar beneden vanwege het diner maar het feit dat we moeiteloos ’s avonds op het terras aan zee kunnen plaatsnemen is te aanlokkelijk. Bovendien vind ik het een uitermate prettig idee om een “eigen” toilet in de nabijheid te hebben. Er is weliswaar een toilet in het zwembadgedeelte, bij de aanbouw van het resort heeft men echter om de bestaande vegetatie heen gebouwd en, geloof het of niet, in de passage naar het herentoilet staat een boom. Nu kan ik aardig uit de voeten met mijn rolstoel…bomen beklimmen als ik nodig moet kan ik niet! Buiten het feit dat er regelmatig kokosnoten uit de bomen vallen regent het ook…hagedissen!!! Deze kleine klimmers bevinden zich boven in de palmbomen en net op het moment dat Fem overeind gaat zitten op haar ligbed neemt er één een duik van een meter of tien hoog…en mist Fem op een haar. Het is weliswaar een klein exemplaar maar ik had er veel voor over gehad om de reaktie van Fem te mogen aanschouwen na een buiklanding. Haar gezichtsuitdrukking zou ongetwijfeld onbetaalbaar zijn geweest. De kokosnoten worden overigens regelmatig geraapt en geplukt, open gehakt en aangeboden aan de gasten. Ze zijn overheerlijk maar het blijft oppassen met de apen. Ze liggen op de loer. ´s Avonds is er tijdens het diner live muziek. Twee Masaï bespelen instrumenten en zingen liederen. Hoewel vermakelijk oogt het niet authentiek, en dat geldt voor zowel de heren als de muziek. Het entertainment is überhaupt nogal onderhevig aan schommelingen in kwaliteit merken we die avond: een leuke acrobatenshow wordt gevolgd door een optreden van de huis-dj. “Showtime”, zoals wij hem noemen omdat hij blijkbaar niets anders kan uitkramen, is werkelijk een drama en een betere reden om vroeg naar bed te gaan valt niet te bedenken. Overigens ga ik steevast pas te bed na een bruine rum met ijs. Dit drankje is inmiddels mijn slaapmutsje geworden. Dag 4 (Woensdag 5 September) – Karibu (= niets te danken) Het is heerlijk om de dagen lezend, muziek luisterend en etend en drinkend door te brengen. Na maanden van drukte is niets doen een zegen. Het enige smetje wordt veroorzaakt door een babbelzieke Nederlandse van Poolse komaf. Ze heeft lucht gekregen van het feit dat we Nederlanders zijn en ze kan haar klep niet houden. Het gaat maar door en het gaat nergens over. Het resort wordt trouwens voor het merendeel “bewoond” door Engelsen, Duitsers en een klein aantal Italianen. Harry heeft inmiddels via de receptie laten weten dat de safari toch doorgang kan vinden op de geplande datum en in de lodge van onze voorkeur. Bovendien heeft hij een aardige korting kunnen regelen. Maandag a.s. gaan we dus twee dagen op safari met in totaal drie zogenaamde “gamedrives” (ritten per Landrover) van elk 2,5 uur. Ik zie er enerzijds tegen op vanwege de te leveren inspanning. Anderzijds kan ik niet wachten. We zijn nu al zeer benieuwd! Voor het eerst worden we getroffen door een tropische regenbui. Aangezien het tegen half één is maken we maar van de gelegenheid gebruik om de lunch te nuttigen. Het blijkt een goed plan: een uurtje later is de hemel weer schitterend blauw en kunnen we onze plaats op de ligbedden weer innemen. Genietend van de zon besteden we middag wederom lezend en luierend en om vijf uur lonkt het terras aan het strand weer. Ik pleeg hier overigens mijn oefeningen te doen. Ik ga dan naast mijn rolstoel staan en werk mijn serie rek- en evenwichtsoefeningen af. Ik voel me af en toe net een circusnummer: mijn handelingen trekken veel bekijks. Maar het is nu eenmaal noodzakelijk en dat is wat telt… Dag 5 (Donderdag 6 September) – Asante (= bedankt) Meer en meer beseffen we dat we t.o.v. medehotelgasten een fiks aantal privileges genieten en we kunnen duidelijk merken dat men ons respecteert. De Kenianen zijn zeer beleefd en behulpzaam. Misschien heeft het ook te maken met het feit dat ik ondanks mijn handicap de stap heb genomen om Kenia te bezoeken. Daar lijkt het tenminste op gezien de aandacht die we krijgen. Al eerder maakte ik melding van het feit dat men iedere dag de ligbedden en de handdoeken regelt maar ook zaken als drankjes halen, borden met het ontbijt, de lunch of het diner komen brengen zijn meer regel dan uitzondering. Men wilde mij zelfs gedurende ons tweewekelijks verblijf een permanente assistent toewijzen tegen een kleine vergoeding maar dat is me te gek. Ik wil voorkomen dat we twee weken lang iemand achter ons aan hebben lopen. Als we hulp nodig hebben dan vragen we het wel… Als het aan de bevolking ligt is het slechts een kwestie van tijd en dan is mijn genezing een feit. Mits ik in God blijf geloven, bepaalde kruiden ga gebruiken en mijn spieren ga insmeren met een geneeskrachtige olie uit India. Waar de olie uit bestaat kan men niet prijsgeven maar ik hoef het sein maar te geven en het wordt zondag a.s. (uiteraard na het kerkbezoek) voor me geregeld. Ik pas even. Het is allemaal goed bedoeld maar ik geloof voornamelijk in mezelf. De lunch bestaat vandaag uit een waar wokfestijn. Net als in een wokrestaurant dien je zelf de ingrediënten uit te zoeken waarna één van de koks de bereiding op zich neemt. Aangezien ik van eten met pit hou neem ik noodles met kip, knoflook en chilipepers. Het is inderdaad pittig maar overheerlijk. Ook vandaag hebben we een licht buitje. Voor de rest wordt het een beetje routine: liggen, slapen, lezen, slapen, muziek luisteren, slapen, terrasje pakken, omkleden, diner, terrasje pakken met entertainment en vervolgens naar bed. Klinkt het saai? Doe mij dan nog maar twee weken saai erbij! Dag 6 (Vrijdag 7 September) – Polle Polle (= rustig aan) We dachten dat we alles wel gezien hadden maar vandaag begint met de nodige commotie: werkelijk een kolos van een baviaan (ik heb nog nooit zo’n groot exemplaar gezien) dendert tussen de ligbedden door met in zijn kielzog de “poolman” met een zelfgemaakte speer. Ik waan me in een tekenfilm, het is zo’n mal gezicht. Uiteindelijk is het beest de poolboy te snel af en verdwijnt in het aangrenzende resort waar hij waarschijnlijk een zelfde lot zal ondergaan. We worden eveneens getrakteerd op een bezoek van een stel Neushoornvogels. Ze hebben waarachtig echt een immense “hoorn” op de snavel. Dieren in het wild, hun vertrouwde omgeving, het blijft een machtig gezicht. Vandaag regent het vanaf het middaguur echt flink en deze bui duurt een aantal uren. We besluiten om na de lunch maar te blijven zitten in het restaurant om wat te lezen. Rond drie uur klaart het gelukkig op want we verheugen ons op de BBQ welke iedere vrijdag plaatsvindt. En niet onterecht want het aanbod is immens en er is veel variatie: gepofte aardappel, maïskolven, viskebabs, allerhande soorten vlees etc. etc. Na de BBQ zijn we getuige van het meest dramatische entertainment dat we ooit hebben meegemaakt. Drie Kenianen spelen en zingen, waarschijnlijk met de beste bedoelingen, liedjes uit de jaren 70 van o.a. The Carpenters en Kenny Rogers m.b.v. een gitaar en een toetsenbord. Het ziet er niet uit en het is werkelijk niet om aan te horen. Als er nu een ober langs komt vraag ik of hij een fles rum wil neerzetten i.p.v. een glas want nuchter kan ik dit niet aan. Na afloop komt de manager van het trio het terras op om een verzamel CD van het optreden te koop aan te bieden. Fem wimpelt de verkoper keurig af. “Wij houden van een andere stijl muziek” zegt ze. “En dat is nog lichtjes uitgedrukt”, fluister ik… Dag 7 (Zaterdag 8 September) – Haraka Haraka (= snel, snel) Het dagelijkse buitje begint me een beetje te irriteren maar zolang het tot de lunchtijd beperkt blijft kan ik er wel mee leven. Het wordt ons wel duidelijk dat er de laatste tijd meer regen is gevallen dan gebruikelijk is voor deze periode. Zo wordt het tenminste uitgelegd. Het weer is dus van slag…ook in Kenia. De apen worden steeds brutaler. Hun streken bleven tot nu toe beperkt tot de ligweide, inmiddels duiken ze letterlijk uit de bomen op de ontbijttafel. De bewakers, gewapend met katapulten, ten spijt. Voor je het in de gaten hebt is je brood verdwenen. Ze zijn zo snel! Na het diner raken we in gesprek met een leuk stel. Stephen en July komen uit Noord-Ierland en vooral Stephen heeft zo’n zwaar accent dat ik mijzelf in de film “Braveheart” waan. Het is vermakelijk om hem te horen praten en praten doet hij graag. Hij heeft een grote dosis humor. Hij wil ons persé iets laten zien en pakt zijn camera erbij. Hij heeft een filmpje geschoten van onze ligbedden op een moment dat wij net twee tellen weg zijn om te lunchen. Tot onze grote verbazing laat hij een opname van een bewaker die een twee! meter lange slang onder onze bedden vandaan haalt! Aangezien men niet weet om wat voor soort het hier gaat wordt het beest afgemaakt. Dit is zo bizar om te zien!!! Een gedachte doemt op: Hen en Fem gaan iets later lunchen en één van ons trapt met de blote voeten op zo’n twee meter lange jongen. Die eventueel giftig is…we moeten er even niet aan denken, zeg. Dag 8 (Zondag 9 September) – Habari (= hoe gaat het?) De spanning neemt toe. De safari moet toch eigenlijk het hoogtepunt van deze vakantie worden en al dagenlang speculeren we er op los. Wat zullen we te zien krijgen? We hebben al vaak verhalen over “The Big Five” gehoord (leeuw, luipaard, buffel ,olifant, neushoorn) maar met drie van de vijf zou ik persoonlijk al tevreden zijn. Alles wat we extra zien is voor mij slagroom op de taart. Nog steeds ben ik nerveus voor hoe één en ander zal verlopen. Ik zal het in veel gevallen moeten doen zonder mijn rolstoel en flink moeten inboeten op mijn huidige “luxe” welke al een stuk minder is dan thuis. Maar ik wist het van tevoren, had het zelfs ingecalculeerd dus ik laat het maar op me afkomen en. Ik reken er op dat ik bij eventuele problemen wel wordt geholpen. We regelen een “early breakfast voor morgen want we moeten vroeg uit de veren. Voor Stephen en July is het de laatste dag dus na het diner, “Showtime” en een acrobatenshow nemen we afscheid. We gaan voor ons doen zeer vroeg naar bed. Dag 9 (Maandag 10 September) – Masaï Mara De wekker gaat om 5.45 af. We hebben al een klein koffertje klaar staan met daar in kleding en overige benodigdheden voor ons samen. Er is ons aangeraden toch vooral wat warme kleding mee te nemen want in het binnenland kan het snel afkoelen en de temperaturen zijn er in deze periode altijd lager dan aan de kust. We doen ons om half zeven nog even te goed aan koffie, thee en een broodje voordat we ons naar de receptie laten brengen. Wederom zijn we maar met zijn tweeën en dat is voor mij wel zo gunstig: het betekent n.l. dat we opnieuw per luxe mini-bus worden vervoerd naar het vliegveld. We vliegen deze keer overigens niet vanuit Mombasa maar vanaf een klein vliegveldje in de buurt van het resort: Ukunda airstrip. Na ca. tien minuten rijden arriveren we aldaar. Meer dan een landingsbaan met een stenen wachtruimte is het niet. De chauffeur regelt dat hij om het gebouw heen mag rijden om mij zo dicht mogelijk bij het vliegtuig af te zetten. We mogen vanuit de auto onze paspoorten laten zien. Typisch weer een voorbeeld van de Keniaanse gastvrijheid en behulpzaamheid. Het is weliswaar maar één kleine landingsbaan, het is een komen en gaan van kleine toestellen. Nauwlettend hou ik in de gaten hoe het in- en uitstappen verloopt. Twee treden om in het vliegtuigje te komen. Dat moet lukken. Om acht uur worden onze namen omgeroepen en kunnen we aan boord van het toestel (max. 18 personen). Het vliegtuig betreden gaat betrekkelijk eenvoudig en de meest dichtstbijzijnde stoel is inmiddels vrijgemaakt. De piloot zegt dat de vlucht twee uur zal gaan bedragen en we al naar gelang de bestemming één of meerdere tussenlandingen zullen maken. Enkele minuten later hangen we in de lucht. De vlucht verloopt op zich voorspoedig. Fem is nog steeds niet gewend aan kleine vliegtuigen en net voordat de eerste landing wordt ingezet verschijnen de kotszakjes ten tonele. Ze houdt het gelukkig droog. We zijn geland bij het “Governors’ Camp” en op het moment dat Fem de hoop uitspreekt dat het aantal tussenlandingen beperkt zal blijven worden onze namen omgeroepen door de piloot. Of we maar even uit willen stappen. “Dat kan niet kloppen” roepen we beiden. Tot drie keer toe laten we onze gewijzigde voucher zien maar de piloot blijft bij zijn standpunt: volgens zijn gegevens hebben we onze bestemming bereikt. Wanneer ook de host van het “Governors’” er zich mee gaat bemoeien en benadrukt dat we worden verwacht besluiten we maar uit te stappen. Uitstappen is in mijn geval niet een goede woordkeuze: ik word door twee Kenianen onder mijn oksels vastgepakt, sla snel mijn armen om hun schouders en in een bijna vloeiende beweging word ik uit het vliegtuig gedragen en in een Landrover gezet. De bagage en mijn rolstoel volgen en over drassige wegen rijden we richting “Governors’ Camp”. Vrijwel direkt worden we getrakteerd op de aanwezigheid van gnoes, struisvogels, wrattenzwijnen en gazellen. Als dit geen goede voorbode is… Eenmaal aangekomen krijgen we een heerlijk vers welkomstdrankje aangeboden op het terras aan de rivier de Mara. Een tweede verrassing dient zich aan: een nijlpaard komt op zijn gemak aanlopen door het ondiepe water. Een schitterend gezicht! Ondertussen vragen we ons echter af wat er nu mis is gegaan. Het probleem wordt snel duidelijk: men heeft hier de mutatie m.b.t. de lodge niet door gekregen. Plotseling wil men het liefst zo snel mogelijk van ons af en ons wederom op een vliegtuig zetten. Nu is dat voor mij geen prettig vooruitzicht en dat proberen we ook duidelijk te maken maar al snel blijkt dat we geen prioriteit meer zijn. Iedereen gaat zijn gangetje en naar een oplossing wordt niet gezocht. We wachten een half uur. Het half uur wordt een uur. Het uur wordt anderhalf uur en op dat moment zijn we zo over de zeik dat we daar even blijk van gaan geven. We dreigen zo langzamerhand een lunch en een gamedrive mis te lopen en dat pikken we niet. We nemen de receptie in (hetgeen niet wordt gewaardeerd gezien de boze blikken) en bellen zelf wel even met de organisatie (Southerncross Safaris). Tenslotte hebben zowel zij als “Governors’” geblunderd. Ze gaan het nu maar oplossen ook. Aangezien er geen plaatsen in het vliegtuig voorhanden zijn dient men ons een onderkomen aan te bieden. En een wonder geschiedde: waar men een dik uur geleden helemaal zat volgeboekt is er nu een tent vrij. Fem gaat deze even inspecteren en alles blijkt dik in orde. Ik besluit om na de lunch wel te gaan kijken. Het is inmiddels 13.00 uur en ik barst van de honger. Er wordt voor ons een tafel gedekt en even later blijkt waarom “Governors’ Camp” aan de prijzige kant is: het is, ondanks dat het zich midden in de wildernis bevindt, een vijf sterren accommodatie. Het vlees smelt bijna op je tong, de wijnen zijn uistekend, er is een kaasbuffet en de lokatie is eveneens om van te watertanden. Na de lunch hebben we gelukkig ruimschoots de tijd om onszelf te installeren. Onze accommodatie bestaat uit een riante tent op een betonnen fundering met een aangebouwde luxe betegelde badkamer. Het geheel oogt heel luxe en toch op de één of andere manier stoer. Men heeft overigens de bedden op zo’n manier verplaatst dat ik met mijn rolstoel meer dan genoeg ruimte heb om te manoeuvreren. We kunnen ons nu gaan opmaken voor de eerste gamedrive welke om 15.30 zal beginnen!!! Terwijl we wachten bij het terras zien we een dertigtal Mangoesten, een marterachtige. Ze zijn nergens bang voor en één exemplaar betast nieuwsgierig mijn schoen! Om 15.30 melden we ons bij het parkeerterrein. Er staan zo´n 30 Landrovers opgesteld en de indeling volgt. We komen met een Engels stel, Paul en Joan (zij zijn hier al drie dagen) terecht in de auto van chauffeur Amu. Hij helpt me met Paul de Landrover in. Mijn rolstoel blijft achter bij de receptie, we hebben deze toch niet nodig. Onderweg uitstappen lijkt me niet zo’n goed idee… Wekenlang heb ik geprobeerd een voorstelling te maken van onze gamedrive maar op het moment dat we de vlakte oprijden kom ik ogen tekort. We zijn in de juiste periode naar Kenia afgereisd: de grote trek vanuit Tanzania is nog in volle gang en waar we ook kijken, er lopen beesten, beesten en nog eens beesten. We zien kuddes zebra’s, allerhande soorten gazellen (w.o. de Thompson gazelle), impala’s, topi’s en zover het oog reikt gnoes, letterlijk duizenden!!! Buffels grazen ogenschijnlijk ongeïnteresseerd verder terwijl we stapvoets langsrijden, gieren bevolken de spaarzame bomen nauwlettend speurend naar overblijfselen van prooi. Bavianen schooien door het hoge gras, wrattenzwijnen lopen druk rond. We kunnen al het moois van minder dan enkele meters aanschouwen. Het “moment suprême” moet zich echter nog aandienen. Er is een jachtluipaard gesignaleerd! Enkele minuten later staan we oog in oog met een moeder met twee jongen. Het is werkelijk een fantastisch tafereel. De moeder zit met haar kroost op een termietenheuvel en maakt zich klaar voor de jacht. We zijn getuige van de sprint maar haar poging mislukt. Amu besluit ze met rust te laten en gaat op zoek naar ander wild. Zijn getrainde ogen blijken wederom succesvol: in het hoge gras ontwaart hij een viertal jonge leeuwen en leeuwinnen, een honderd meter verder twee volwassen leeuwen luierend in het intredende schemerlicht. Vervolgens is het plotseling een drukte van belang op Amu’s radio. Zijn collega’s maken melding van een gigantische kudde gnoes. Tienduizenden exemplaren denderen richting de rivier de Mara maar op het moment dat de eersten de oversteek willen wagen ontwaren ze de aanwezige krokodillen en houden ze halt. De kudde blijft echter maar groeien en op de andere oever ontstaat inmiddels een tweede “stampede”. Een deel van deze kudde waagt de oversteek wel en de krokodillen tonen geen interesse. Ik heb in mijn leven nog nooit zoveel beesten bij elkaar gezien… Inmiddels is het tijd geworden om naar de lodge terug te keren want het wordt zo langzamerhand donker en bijzonder koud. Bovendien is het licht beginnen te regenen. Evengoed krijgen we op de terugweg nog mooie dingen te zien: een struisvogel met een nest met gigantische eieren, een stel noordelijke hoornvogels en een giraffe. Eenmaal terug bij de lodge laat Amu even zien hoe sterk hij is: in zijn eentje pakt hij mij onder mijn armen vast en tilt mij uit de wagen. Paul heeft inmiddels de rolstoel gehaald. Iedereen is dus weer heel behulpzaam. Wanneer we bij onze tent aankomen blijken de aanwezige gaslampen aangestoken en deze geven buiten het broodnodige licht (het is hier echt aardedonker) een aangename warmte af. Wanneer we gereed zijn voor het diner schijnen we met een zaklantaarn naar buiten. Het is het teken voor de bewakers om ons te escorteren naar de bar en het restaurant. ’s Avonds en ’s ochtends vroeg mag je hier zonder begeleiding niet rondlopen i.v.m. eventueel loslopend wild. We komen net droog over. Het komt met bakken uit de hemel. In de bar nemen we de dag door, maken we wat aantekeningen en zijn we getuige van de aanwezigheid van een “Bushbabe”, een soort wasbeer. Het woord “Bushbabe” is overigens ook de benaming voor een dame van lichte zeden in dit land. Na het drankje in de bar worden we naar onze tafel in het restaurant gebracht en dienen we door te geven hoe laat we wensen op te staan en of we koffie of thee willen. De eerste gamedrive zal n.l. al om 6.30 plaatsvinden. Het diner blijkt in navolging van de lunch eveneens een feestmaal: we worden o.a. getrakteerd op een voorgerecht van overheerlijke vis in mosterddille saus en een nagerecht bestaande uit geflambeerde flensjes. Het hoofdgerecht wordt bereid waar je bij staat nadat je zelf de ingrediënten hebt uitgezocht. Je kunt het zo gek niet bedenken of het is aanwezig: kip, verschillende soorten vlees en vis. Rijst, aardappelen, curry’s, groenten en natuurlijk weer allerlei kaasjes. Het is weer eens genieten geblazen. De manager komt even informeren of alles naar wens is. Hij heeft natuurlijk één en ander vernomen en is heel attent. Tijdens het diner krijgen we nog een optreden van de Masaï te zien. Na een afzakkertje in de bar laten we ons naar de tent begeleiden. Om 5.45 zullen we worden gewekt… Dag 10 (Dinsdag 11 September) – Simba (= leeuw) Fem had voor de zekerheid de wekker gezet, zit al overeind in bed en is blij dat ze een t-shirt aan heeft. Tot onze verbazing horen we om 5.45 n.l. de rits van de tent omhoog gaan. De gaslampen worden aangestoken en we krijgen koffie en thee met koekjes op bed!!! Het moet niet gekker worden! Om half zeven zitten we weer in de Landrover met Paul, Joan en Amu voor de eerste gamedrive van vandaag. De zon komt net op boven de Masaï Mara en het is een schitterend gezicht. Deze keer rijden we een andere richting uit en binnen de kortste keren stuiten we op een dertiental olifanten. De kudde beweegt zich al etend voort en bestaat buiten volwassen dieren uit een drietal peuters. We zien eveneens een immense kudde zebra’s, de nodige aantallen gnoes, jakhalzen, een slangarend en een serval, een kleine katachtige die normaal gesproken zelden wordt gezien. De hoogtepunten van deze ochtend moeten echter nog komen en volgen elkaar in rap tempo op. Er zijn weer leeuwen gesignaleerd! Amu loodst ons met al zijn ervaring richting de doorgegeven lokatie en we worden geconfronteerd met een volwassen leeuw en drie leeuwinnen. Kort ervoor hebben de leeuwinnen een zebra gedood en aangezien de dames jagen en de meester zelf altijd eerst eet zet de koning der dieren zijn met bloed besmeurde gezicht in het kadaver. De leeuwinnen doen zich inmiddels te goed aan wat kleine resten. Enkele minuten later verlaat de leeuw de groep om een plekje in de schaduw te zoeken want ondanks het vroege tijdstip begint de zon al weer aardig te branden. De leeuwinnen strijden onderling om het beste stukje vlees. Hyena´s jammeren in de nabijheid. Ze zijn echter nog nergens te zien. De gieren zitten al klaar. Ook wij verlaten deze plaats maar een honderd meter verder bevinden zich opnieuw een leeuw en een leeuwin. Deze keer is het een parend stel. Blijkbaar is het daar nog niet te heet voor… De radio doet weer van zich spreken en we rijden richting een rotsachtig gedeelte op de vlakte. Wat zich daar afspeelt is eigenlijk te bizar voor woorden: een jonge leeuw heeft een baby Thompsongazelle te pakken maar i.p.v. het dier te doden speelt de jonge leeuw met het kalfje, likt het bij tijd en wijle en hij houdt het angstvallig weg van andere jonge leeuwen. Het gegil van het blijkbaar nog onaangetaste jong gaat door merg en been. Dit tafereel is even fascinerend als hartverscheurend. We hopen allemaal dat het voor het jong snel voorbij zal zijn. Hoewel dit natuurlijk de wet van de natuur is blijft het even slikken. Amu vertelt ons dat dit gedrag van de leeuw uitzonderlijk is en dat hij het vandaag voor het eerst heeft mogen aanschouwen. Dit gedrag komt normaliter voor bij jachtluipaarden. I.t.t. leeuwen moeten zij hun kroost n.l. jachtgedrag aanleren en dat doen ze door het gevangen wild levend te overhandigen zodat de jonge jachtluipaarden leren doden. Leeuwen handelen instinctief en bijten in de regel in één keer de luchtpijp door van hun slachtoffer. Wanneer we terugrijden naar de lodge zien we wederom een jachtluipaard, deze keer een solitair mannelijk en groot exemplaar. Een blauwgekleurde vogel met een lila borst beneemt ons de adem. Deze vogel is zo mooi van kleur dat je deze eerder zou verwachten in het tropisch regenwoud dan op deze vlakte. We zien kraanvogels, ibissen, een slangarend en wrattenzwijnen met jongen. Amu mag nog één keer zijn chauffeurskunsten tonen want vanwege de hevige regenval van gisterenavond en vannacht komen we vast te zitten. “Everybody hold on tight” roept hij en terwijl de bagger om ons om de oren vliegt trekt hij de :Landrover uit het moeras.. Terug bij de lodge kunnen we zo aanschuiven voor het ontbijt. Ondanks het feit dat mijn darmen al een dag lang kuren vertonen bestel ik roereieren “Spanish Style” (met allerlei soorten groenten erdoor) met een croissant, toast en koffie en het is het beste ontbijt dat ik ooit heb gegeten. Om half twaalf zijn we al weer toe aan de laatste gamedrive. Ook voor Paul en Joan is het de laatste. Zij zullen in de loop van de dag terugvliegen naar Nairobi, wij naar Ukunda. Maar zo ver is het gelukkig nog niet. Ook deze keer rijden we een andere kant uit en terwijl we langs de rivier de Mara rijden zien we grote aantallen nijlpaarden, sommigen met jong. We ontmoeten een aantal Masaï, ontdekken wederom een kudde olifanten, stuitten op een immense bavianenkolonie, een buffel en allerlei soorten gazellen en dan zit het er op. We rijden terug naar het kamp en nemen alvast afscheid van Amu hoewel hij ons na de lunch nog zal wegbrengen naar de landingsbaan. Hij is een geweldige gids gebleken en heeft er voor gezorgd dat we, buiten de met uitsterven bedreigde neushoorn, alles hebben gezien wat we wilden zien. We zijn een buitengewone ervaring rijker. Na de lunch checken we uit, nemen we afscheid van Paul en Joan en voordat we het weten hangen we weer in de lucht. In eerste instantie is er sprake van een overstap en ik zie mezelf al weer naar buiten klimmen om in een ander vliegtuigje weer plaats te nemen maar van dat idee wordt (tot onze opluchting) afgezien. Na een tussenlanding arriveren we twee uurtjes later na een rustige vlucht op de Ukunda airstrip. Tot onze verbazing staat er deze keer een megabus te wachten. “Dat wordt dus weer klimmen”, zeg ik maar na de werkelijk schitterende ervaringen van de afgelopen twee dagen en de nodige klimpartijen kan dat me eigenlijk niets meer schelen. In het resort reageert men verbaast op onze terugkeer. Het personeel dacht dat wij al huiswaarts waren gekeerd en men is enthousiast wanneer we vertellen dat zondag a.s. pas onze laatste dag is. Het feit dat wij naar Masaï Mara zijn geweest vindt men geweldig! Voordat we naar de kamer gaan nuttigen we een drankje op het terras en nemen we gezamenlijk de afgelopen dagen door. Vervolgens is het lekker lang douchen geblazen, aankleden en weer terug naar het terras. We gebruiken het diner en maken het logischerwijs niet laat. Alle indrukken zijn nog nauwelijks bezonken en we zijn moe van de inspanningen van de afgelopen dagen… Dag 11 (Woensdag 12 September) – Bwana (= mijnheer) Ook de “poolboy” is verbaast wanneer hij ons hedenochtend ziet. Na het ontbijt blijkt dat hij, ondanks dat er een hoop nieuwe gasten zijn, ons “eigen” plaatsje bij het zwembad heeft geprepareerd. We vervallen weer in onze routine van lezen, eten, slapen etc. Achteraf gezien had de planning van het bezoek aan Masaï Mara niet beter kunnen uitpakken: halverwege ons verblijf en op dit moment hebben we nog vijf hele dagen over voordat we weer naar Nederland vertrekken. Ik sterf overigens van de pijn in mijn lippen. Ik heb mezelf tot nu toe iedere dag goed laten insmeren (zelfs meer dan me lief is maar het is noodzakelijk vanwege de ligging van Kenia op de evenaar) maar ik ben mijn lippen vergeten en de zon en de zeewind hebben inmiddels hun werk gedaan. De pijn is niet om te harden en het eten en drinken gaat me niet gemakkelijk af. Na de lunch komt Harry weer eens opdagen. We zijn heel erg benieuwd naar zijn verhaal. Hij biedt wel tien keer zijn excuses aan maar daar zitten we eigenlijk helemaal niet op te wachten. We hebben immers een geweldige tijd gehad en ondanks dat er sprake was van een misverstand is een flinke fooi wel op zijn plaats. Hij is zichtbaar opgelucht. Deze middag zijn we weer eens getuige van het feit dat sommige toeristen zich niet weten te gedragen en/of maling hebben aan de regels. Ondanks de huisregel dat het ontbijt en de lunch in het restaurant niet in badkleding mogen worden genuttigd blijkt dat sommige lui Oost-Indisch doof zijn. Nu kan ik mij aan een schaars geklede dame niet of nauwelijks storen mits ze er een beetje uit ziet maar een Michelinvrouwtje, behangen met tatoeages bevordert mijn eetlust niet. Andere hotelgasten blijken niet te kunnen lezen: overal hangen borden waarop in vier verschillende talen staat geschreven: “a.u.b. de apen niet voeren, deze kunnen zich agressief gedragen” maar er is altijd wel weer een Oosterbuur (jazeker, ik heb een vooroordeel) die denkt dat hij het beter weet, vervolgens een hele zak chips aan de kolonie voert en tenslotte zijn vrouw de rest van de dag achtervolgd ziet worden door losgeslagen apen die heel goed weten waar Abraham de mosterd haalt. En dan de mannier waarop sommige gasten omgaan met het hotelpersoneel. Er kan geen lachje van af en commanderen lijkt vanzelfsprekend. Bah!!! Gelukkig weet de meerderheid van de gasten hoe het wel kan en vriendelijk gedrag wordt in Kenia altijd beloond, al is het maar met een leuk gesprek of met een glimlach. Dag 12 (Donderdag 13 September) – Bibi (= mevrouw) Wat ons tot nu toe echt is opgevallen is dat we hier meer dan ooit verstoken blijven van nieuws. Het resort heeft geen internetvoorzieningen, kranten zijn hier een zeldzaamheid en het dichtstbijzijnde dorp bevindt zich op vier kilometer en bestaat uit een aantal restaurants en een Barclays Bank met pinautomaat. Het weinige nieuws dat doorsijpelt gaat van mond tot mond en vindt zijn oorsprong meestal bij één van de bewakers. Zo horen we pas van een tsunamiwaarschuwing vanwege een aardbeving bij Indonesië op het moment dat een aantal gasten een frisse duik in zee neemt en de lokale bevolking er alles aan doet om de mensen het water uit te krijgen. Ook het gegeven dat 17 landen in Afrika w.o. Kenia in de problemen zijn gekomen vanwege hevige regenval en dat zowel oogsten als levens verloren zijn gegaan is totaal langs ons heen gegaan. We zijn wel gewezen op het feit dat het momenteel uitzonderlijk veel regent en in Masaï Mara hebben we het aan den lijve kunnen ondervinden, we hebben op geen enkele wijze ook maar een idee gekregen van de gevolgen. Het is best een vreemd gevoel dat we in een land vakantie vieren terwijl een deel van de bevolking tegelijkertijd nog meer moet vechten dan gebruikelijk om het hoofd boven water te houden. Vandaag is er het weerzien met Kena. Wij hebben hem vorige week al leren kennen. Kena (hetgeen “de hoogspringer” betekent) werkt hier in de bediening en is een echte Masaï. Zijn wangen zijn in zijn jeugd twee keer gebrandmerkt en de grote gaten in zijn oren verraden een overmaat aan sieraden welke worden gedragen wanneer hij bij zijn volk is. Kena is trots, leergierig, gelovig en een uitstekende gastheer. Hij heeft gestudeerd, weet alles van flora en fauna en ooit hoopt hij een tweede taal te leren om zodoende aan het werk te kunnen als gids in één van de nationale parken. Deze dag krijgen we ook te maken met een vervelend voorval. Na het diner wordt Fem na een toiletbezoek opgewacht door een vaag Keniaans heerschap. Deze persoon, genaamd Jumo, behoort tot de gasten en vraagt Fem om haar mobiele nummer zodat hij haar kan bellen wanneer hij in Nederland is. Nu is Fem niet op haar mondje gevallen en wimpelt hem af. “Ik ken jou niet genoeg om telefoonnummers uit te wisselen” zegt ze en loopt vervolgens terug naar haar plaats bij mij in de bar waarna ze mij het verhaal vertelt. Saillant detail: Jumo is al twee weken in het gezelschap van een Duitse, op leeftijd zijnde dame. Deze combinatie leverde al de nodige vraagtekens op en het feit dat hij in een eerder stadium al een onsamenhangend verhaal heeft opgehangen over zijn “relatie” bevestigt mijn vermoedens: het is een parasiet die teert op het kapitaal van anderen. Het feit dat hij Fem heeft opgewacht zit mij nog het meest dwars. In mijn situatie heb ik helaas de mogelijkheid niet om verhaal te halen. Overigens is hij direkt na het voorval verdwenen… Dag 13 (Vrijdag 14 September) – Hapa napenda (= ik vind het hier fijn) De volgende ochtend komen Jumo en zijn metgezel ons tegemoet lopen en krijg ik sterk de neiging om het verhaal aan te kaarten. Waar hij bij zit haar telefoonnummer vragen lijkt me wel leuk, al is het maar om te kijken hoe hij reageert. Maar het feit dat hij me niet eens meer durft aan te kijken zegt genoeg. Ik laat het er maar bij zitten. Harry komt de vertrektijden doorgeven. We vliegen om half negen maar vanwege de veerboot en overige op te halen gasten worden we al om half vijf opgehaald bij de receptie. Er gaan deze keer meerdere Nederlanders weg. Het is vandaag weer BBQ dag dus we laten het ons weer smaken. Kena heeft voor deze gelegenheid een tafel gereserveerd, het geheel met bloemen opgeleukt en voor Fem al een wijntje neergezet en voor mij een sodawater. Heel attent van hem. Met mijn mond gaat het gelukkig weer iets beter en Fem moet meerdere malen lopen om op te scheppen. Ze doet het met liefde. Na de BBQ kunnen we weer “genieten” van het drietal met het toetsenbord en de gitaar. Evenals vorige week is het een monotone martelgang. We begrijpen er weinig van. Bijna iedere avond krijgen we een leuke show voorgeschoteld met acrobaten, Masaï dansen e.d. Het klinkt wellicht niet spectaculair maar het is op zijn minst heel vermakelijk. En dan krijgen we nu weer dit amateuristische gebeuren. Overigens hebben we tijdens het diner ook al eens een optreden van een live-artiest meegemaakt. Ook dat was geen vreten. Dag 14 (Zaterdag 15 September) – Kukula (= eten) De tuinman biedt aan mee te reizen naar Nederland. Hij legt uit dat hij voor mij zal zorgen zodat Fem kan blijven werken. Heel lief bedoeld natuurlijk maar we passen even. Overigens begrijpen we zijn standpunt wel. Europa is voor veel arme Kenianen het beloofde land. Vandaag bestaat het entertainment uit een reptielenshow. Maar geleur met beesten, daar kan ik niet tegen. Slangen, hagedissen en kameleons gaan van hand tot hand, alleen maar voor een fotootje. Waar ter wereld je ook komt zie je het gebeuren: dansende beren, apen en vogels aan kettingen, gedrogeerde roofdierpups. Vaak moet je er voor betalen. Ik word er misselijk van. Gelukkig hebben wij de gelegenheid gehad om zoveel moois aan flora en fauna te aanschouwen in de meest pure vorm. Dag 15 (Zondag 16 September) – Kukunywa (= drinken) De laatste dag is aangebroken. Enerzijds is het jammer dat het er bijna op zit, anderzijds is het wel weer lekker om naar huis te gaan. Ik zal vooral het klimaat en de vriendelijkheid van de bevolking gaan missen. We besteden de dag zoals we inmiddels gewend zijn: rustend, etend, drinkend en genietend van de zon. We eindigen de middag op het terras aan zee. Een Nederlands stel biedt belangeloos aan morgenochtend te helpen met de bagage en de rolstoel. Ze zaten op de heenreis ook bij ons in het vliegtuig. We zijn er blij mee want we weten eigenlijk niet of er om 4.30 uur al personeel aanwezig is. Gezien het feit dat het zondag is en het merendeel van het personeel kerkganger is en derhalve (deels) een vrije dag heeft zijn we zo vrij geweest om gisteren al de fooien uit te delen. Voor diegenen die we hebben gemist hebben we een dichtgeniete envelop achter gelaten. Kena brengt ons na het diner voor de laatste keer naar beneden. Wederom had hij vanavond een speciale tafel geprepareerd. We besluiten om na ”Showtime direkt naar bed te gaan. Fem heeft de spullen al gepakt. Alles staat klaar. Dag 16 (Maandag 17 September) – Kwaheri (= dag) De wekker gaat om vier uur. Dit belooft een lange dag te worden. Het stel dat ons heeft aangeboden om te helpen (helaas weten we hun namen niet) staat keurig klaar om een deel van de bagage te dragen en mij naar boven te duwen. Een grote bus staat reeds te wachten en na het uitchecken en het betalen van de rekening klim ik met de nodige hulp aan boord. Het is een druilerige ochtend en ik ben nog niet echt wakker. We stoppen onderweg bij nog twee resorts om gasten op te halen en met de veerboot bereiken we het centrum van Mombasa en het vliegveld. Wederom genieten we de voordelen van de rolstoel en we krijgen overal voorrang en begeleiding. Vanwege het feit dat we meer beenruimte willen krijgen we een gratis upgrade naar Comfort Class. Dat is luxe! Nadat we de douane zijn gepasseerd bekijken we de winkeltjes en we kopen een fles bruine rum. Er is hier verder weinig te zien en te doen. Het is nu eenmaal geen Schiphol. Er is hier tot mijn opluchting wel een invalidentoilet, de eerste die we in Kenia tegenkomen, en na het bezoek ga ik opgelucht aan boord. Men biedt nog aan om me te helpen met een speciale vliegtuigrolstoel maar ik red me wel. Drie films en twee maaltijden later landen we na een voorspoedige vlucht op Schiphol waar het uiteraard koud en regenachtig is en we aansluiten achter in de file. Kenia…ik mis het nu al!
Het Laguna Albatros is een 4 sterren hotel en aan de ene kant verdient het die 4 sterren wel, aan de andere kant ook weer niet. Er ontbreken gewoon te veel puntjes op de i. Zo is onze kamer eigenlijk te klein om met de rolstoel te kunnen manoeuvreren terwijl de badkamer wel goed is aangepast. Er is daar ruimte genoeg, er hangen overal beugels en er is een hoog toilet. Er is een douchezitje, een onderrijdbare wastafel en een kantelbare spiegel. Dik in orde dus. Het hotel heeft 2 grote zwembaden en een pierebad maar er bestaat niet de mogelijkheid om een badhanddoek te lenen voor de aanwezige ligbedden. Misschien ben ik verwend maar bij een 4 sterren hotel lijkt het me een plus. Aan de andere kant is het buffet meer dan geweldig. We kunnen er ´s ochtend, ´s middags en ´s avonds terecht en ook buiten deze tijden kan je eigenlijk altijd wel ergens terecht voor eten en drinken. Maar All Inclusive heeft ook zo zijn nadelen: 80% van de gasten is van Russische afkomst en ze weten zich gewoonweg niet te gedragen. M.i. moet je het lekker zelf weten of je na het ontbijt lekker aan het bier of de wodka gaat zolang je andere gasten er maar niet mee lastig valt. En indirect doen ze dat toch. Bepaalde groepen zijn luid, lomp, arrogant en er kan werkelijk geen lachje vanaf. Fem houdt de deur open voor een Russische “dame”, er kan geen woord of gebaar vanaf. De mannen zijn ronduit lelijk, hebben zichtbaar in het verleden een sportschoolabonnement gehad maar zijn vergeten af te trainen. Ze hebben vrijwel allemaal een geschoren hoofd en tatoo’s. Het grappige is dat er naast elke lelijke Rus vrijwel altijd een knappe vrouw loopt. Deze vrouwen lijken mij niet te zijn gevallen voor het karakter van de man. Geld maakt niet gelukkig maar daar denken deze dames duidelijk anders over. Het geluk straalt er echter in de verste verte niet vanaf. Chagrijnige gezichten voeren de boventoon. Gezellig, zo’n vakantie. Overigens laten onze landgenoten zich ook niet onbetuigd. Er zijn natuurlijk weer azijnzeikerds bij, die klagen over het eten. Het is “hun keuken” niet. Jezus, mens…je kan hier werkelijk alles eten bij wijze van spreken. Van droog brood tot heerlijke gebakken vissoorten en als je perse boerenkool wil eten, moet je geen All Inclusive boeken of maar lekker thuis blijven. Wij hebben het hier meer dan uitstekend naar onze zin. We hebben lekker aan het zwembad gezeten, zijn een dagje richting het strand gekuierd en we eten en drinken er goed van. Voor morgen hebben we een auto gereserveerd en gaan we de omgeving eens verder verkennen. Het weer is inmiddels weer opgeklaard, dus we gaan weer even lekker naar buiten.
Zondag 18 Juli. We zijn inmiddels 5 dagen in Porec, Kroatië. Normaliter hou ik per dag een dagboek bij maar vanaf woensdagochtend is het dermate mooi weer geweest dat ik gewoonweg de zin niet had om er aan te beginnen. Wellicht kunt u het nu dus wel raden: het dondert, het bliksemt, het waait en het regent… De vlucht naar Pula was voor ons eigenlijk een makkie. Ik moet lang terug in de tijd gaan om me te herinneren wanneer ik voor het laatst maar 2 uurtjes heb gevlogen. Tijdens de vlucht vallen we ook nog eens met onze neus in de boter want naast ons zit Marije, de brandmanager van Ferio, de organisatie waarbij wij hebben geboekt. Tot onze verbazing biedt zij aan om ons met haar huurauto naar het Laguna Albatros te brengen en we waarderen het zeer. Het scheelt tenslotte een taxirit van een minuut of dertig met uiteraard de bijkomende kosten. Ik kan nu eenmaal niet gebruik maken van een transfer naar het hotel per bus vanwege de hoge instap. Eenmaal in het hotel (het is inmiddels half twee in de ochtend) blijkt dat de door ons geboekte rolstoelkamer niet beschikbaar is. Het zal weer eens niet zo zijn. We besluiten vanwege het tijdstip om maar een gewone kamer te accepteren. We regelen het verder in de ochtend wel. Na een korte nachtrust lijkt dit echter ook een illusie. De rolstoelkamer is tot zaterdag volgeboekt. Pas wanneer Fem vraagt waar ik de komende 4 dagen dan moet douchen en het toilet moet bezoeken en of ze Ferio willen bellen voor ons gaan ze overstag. Binnen het tijdsbestek van een uur is de gebruiker van de rolstoelkamer blijkbaar verwijderd en kunnen we onze intrek nemen. Tot op heden begrijp ik de situatie nog steeds niet. We hadden toch deze kamer al geboekt? Hoe kan het nou zo zijn dat deze dan toch aan een ander is vergeven? Zo zie je maar weer: je kan blijven bellen, e-mailen enz., wanneer het puntje bij paaltje komt is het vaak toch weer niet in orde.
In de tweede week is het weer wat aangenamer geworden. Tegen de avond is het wat vaker gaan onweren en regenen en het maakt de avonden wat koeler en overdag staat er wat meer wind. Het is derhalve beter uit te houden in de zon. Ter afwisseling zijn we nog een tweetal avonden richting de baai gelopen om het entertainment van het hotel even te ontvluchten. Er treden wekelijks Kroatische bandjes op en het niveau ervan verschilt nogal. In de eerste week hadden we een aardige zangeres maar aangezien de hotels rouleren zitten we de tweede week opgescheept met een soort Beiers gebral. Ik knikker er iedere avond vooraf twee whiskey met ijs in maar hier is geen alcohol tegen opgewassen. De tranen springen spontaan in je ogen…tranen van verdriet welteverstaan… Enige dissonant blijft eigenlijk het gedrag van onze Russische “vrienden”. Ook in de tweede week hebben zij zich niet weten te gedragen. Poep in het zwembad, mensen omver lopen, deuren in je gezicht dicht gooien enz. Ik zou er een aparte blog aan kunnen wijden maar ik voel mijn nekharen nu alweer overeind gaan staan. Ik wil er dan ook niet meer over kwijt dan dat ik me uitermate heb geërgerd aan deze lieden. Kroatië kan ik iedereen aanraden, probeer echter wel een plekje te vinden op afstand van het “nieuwe geld”.
Woensdag 27 Juli. Inmiddels zijn we weer thuis. Vorige week maandag hebben we inderdaad een auto gehuurd en we zijn vanuit Porec via Vrsar en Bale langs de kust zuidwaarts gereden naar Pula. Kroatië is werkelijk een schitterend land. De kustweg voert ons langs pittoreske dorpjes (waar de tijd lijkt te hebben stil gestaan, varkens aan het spit, grappastokerijen, truffelolie, honing), grote wijngaarden en azuurblauwe baaien zoals Lim. We houden halt in Rovinje om even een bak koffie te halen en de geur op te snuiven van het oude Joegoslavië. Rovinje is schitterend gelegen op een schiereiland en doet een beetje Venetiaans aan. De huizen lopen letterlijk door tot in de zee. Vanuit Rovinje zijn we doorgereden naar Pula. Eenmaal in de oude haven aangekomen verbaast het me eigenlijk hoeveel cultuur er hier te vinden is. Er staat hier bijvoorbeeld een heus colloseum en een oud openluchttheater. In de namiddag aanvaarden we de reis terug richting het centrum van Porec alwaar we de dag afsluiten in een restaurant aan de haven. We doen ons tegoed aan een vers visplateau en nemen de dag nog even door. Het centrum van Porec is overigens net als het centrum van Rovinje en Pula niet echt rolstoelvriendelijk. De oude dorpskernen liggen n.l. allemaal aan de haven en het merendeel van de straten is voorzien van “Romeinse blokken”, een soort kinderhoofdjes. Bovendien lopen de steden vanuit de haven direct heuvelop. Het was dan ook een pittig dagje. Voor mij was het auto in en auto uit en Fem moest natuurlijk het nodige duw-werk verrichten. We hadden het er graag voor over. Zoals gezegd, Kroatië is een schitterend land. Oh, ja…vertrouw niet altijd op de wegenkaarten. Wij zijn o.a. een weg ingeslagen die wel op de kaart stond maar na 5 meter was het al klaar…
Ik ben net terug van een weekje Marokko. Specifieker nog: ik ben in Agadir geweest. Laat ik gelijk duidelijk zijn, aan Agadir is helemaal niets Marokkaans behalve de naam van het plaatsje en de mensen die er wonen en werken. Agadir is een dertien kilometer lange boulevard met werkelijk niets eraan en als je me zou vertellen dat ik in een Spaanse badplaats zou zijn, had ik het ook geloofd. Voor de rest is het een bouwput. Maar goed, ik was er voor het mooie weer, lekker eten, uitrusten etc. Kortom het was een weekje bakken en braden. Gezien de ontstane situatie rondom Fem en mijzelf was het voor mijn gevoel een “vreemde” week. We hebben ons eigen ding gedaan. Eigenlijk is er weinig gesproken over de problematiek. Dat hadden we vooraf al gedaan. We zijn het eens geworden dat we tijd nodig hebben, wellicht zelf professionele hulp moeten zoeken. Het zijn pittige gesprekken geweest…overigens bedankt voor alle lieve, hartelijke en begripvolle reacties. Natuurlijk ging er weer van alles mis tijdens deze reis: één dag vooraf aan de reis geen tickets, vertraging bij de tussenlanding vanwege twee “vermiste” passagiers (dus alle bagage het vliegtuig uit}, het rolstoelvervoer was weer eens niet geregeld en het hotel had geen boeking dus we moesten eigenlijk naar een ander hotel…ja, makker, ik dacht het dus even niet. Vanaf het moment dat de receptionist ons na een discussie blijft negeren besluiten we om niet meer te verplaatsen en wachten we net zo lang tot het geregeld is. Gelukkig had Fem het boekingsformulier ook meegenomen. Tja, we hebben na al die jaren reiservaring veel geleerd…
Het hotel is overigens immens groot, heeft drie zwembaden en we verblijven op basis van all-inclusive. De kamer lijkt in orde met een hoog bed, beugels in de badkamer en de ruime opzet. Één nadeel: er is een bad aanwezig en geen douche. Een tuinstoel biedt uitkomst. Het ziet er lullig uit, zittend op een stoel in bad. Maar hé, het werkt wel! Ik ben in deze week ook voor het eerst in mijn leven geconfronteerd met het balspel polo. Of liever gezegd: de yuppen die dit spel plegen te spelen. Nou had ik al niet een hoge pet op van het spel polo (je hebt nu eenmaal sporten en sporten) maar wat ik in de bewuste week heb mogen aanschouwen passeerde duidelijk de grenzen van ultieme decadentie. Voor diegenen die het spel polo niet kennen: wellicht kent u het spel croquet. Bij dit spel dient men met een hamertje een balletje door een poortje te slaan. Polospelers doen dat ook, echter zittend op een paard met een wat grotere hamer. En in de pauze mogen de spelersvrouwen de losgeraakte polletjes terug leggen. Spannend! Nu hebben we in Haarlem de Polobar en we zijn dus wel wat gewend. Vooral op vrijdagmiddag zou je er niet dood gevonden willen worden tussen alle studenten, aspirant advocaten, makelaars enz. Maar het kan blijkbaar toch nog erger. In het hotel in Agadir waar ik heb mogen verblijven was een compleet poloteam uit Frankrijk aanwezig, in gezelschap van echtgenotes en kinderen. En helaas, er was geen ontkomen aan. Het gezelschap moest gezien worden, was iedere ochtend, middag en avond vooral luid en aanwezig, in minder dan Dolce & Gabana vertoont men zich niet en zelfs de 3-jarige kleuters lopen met een handtas van Louis Vuitton. Ik heb nog nooit zoveel kapsones bij elkaar gezien. Nadat we de groep een aantal dagen hadden kunnen aanschouwen was mij echter wel duidelijk geworden dat je klasse niet kunt kopen. Ook niet bij Dolce & Gabana of wat voor trendy merk dan ook. De ene “dame” na de andere blèrt haar kroost bij elkaar alsof men zich op de vismarkt bevindt en de mannen, uiteraard collectief in poloshirt, zijn vooral goed in het zuipen, roken en vooral niet naar de vrouw en kinderen omkijken. Wat een blamage zeg… Men deed mij altijd geloven dat polo een spel was voor de elite…niet dus. Waarschijnlijk hebben de paarden meer klasse. Ze maken in ieder geval minder lawaai…
Vrijdag 23 mei Een week New York blijkt eigenlijk precies lang genoeg om een goede indruk te krijgen van deze metropool. Nu we nog zo’n anderhalve dag over hebben wordt het eens tijd om de winkels te plunderen. We vermaken ons uitstekend op 7th Avenue, Broadway, Times Square en het Theatre District. Op een terrasje nuttigen we een sobere lunch waarna het winkelen weer prioriteit krijgt. We slaan aardig in: Kleding, CD’s, schoenen. Mede vanwege de lage stand van de dollar is alles spotgoedkoop en aangezien het aanbod gigantisch is, is het prettig shoppen. Ook vandaag besluiten we de middag in Bryant Park onder het genot van een drankje. Mijn vader maakt echter een inschattingsfoutje: hij nuttigt zijn Corona zonder papier zak eromheen en aangezien drinken in het openbaar in de VS bij wet verboden is, hebben we al snel een bewaker in ons nek. Toegegeven: een beetje dom en duidelijk een foutje van onze kant maar de scène die deze bewaker dan schopt is weer typisch Amerikaans. Dreigen, dreigen en nog eens dreigen en vooral laten blijken wie hier de baas is. Het is een beetje Amerika op zijn smalst. In New York vindt men het geen enkel punt dat er heel veel armoede bestaat (elke prullenbak heeft zijn eigen zwerver en her en der liggen op straat mensen te slapen) maar je moet vooral niet op een zonnige dag een biertje gaan drinken in het park want dat is aanstootgevend. Wat is er nou belangrijk? We gebruiken ons laatste avondmaal op een terras van een restaurant in Bryant Park en ja, ook hier is het weer heerlijk. Bij toeval worden we bediend door Vivian en, het moet niet gekker worden, zij blijkt 2 jaar in Haarlem te hebben gestudeerd en gewoond en vertelt hoezeer ze de poffertjes mist op de grote markt! Detail: ze laat voor mij een uitstekende mojito maken.
Donderdag 22 mei Na een goede nacht en een uitgebreide opknapbeurt stappen we in de metro richting Wall Street en Ground Zero. Het onvermijdelijke gebeurt: Fem ontdekt een schoenenwinkel. Ze weet na een kort bezoek voor de lunch, er ook na de lunch nog een uur door te brengen. Via het Financial District en Battery Park bereiken we Ground Zero. Eigenlijk is het een beetje een teleurstelling want er is hier niets meer te zien. Het maakt de locatie echter ook heel macaber. De grote leegte tussen alle hoge gebouwen schetst een onwerkelijke indruk. Men is hier overigens al weer druk in de weer met bouwwerkzaamheden. Nadat we het Flat Iron District hebben bezocht (het Flat Iron Building is de eerste wolkenkrabber ooit gebouwd in New York), keren we terug naar Bryant Park om hier van het namiddagzonnetje te genieten. Dat is een beetje vaste prik geworden. We besluiten het avondeten te gebruiken in de Oyster Bar onder Grand Central Station. Het wordt een beetje cliché maar ook hier is het eten meer dan verrukkelijk. Jammer genoeg eindigt het diner deze keer met een valse noot: De ober wijst mijn vader er fijntjes op dat er wat weinig fooi is gegeven. Hij zegt zonder blikken of blozen dat we er de huisregels nog maar eens op na moeten lezen. Ik heb het in eerste instantie niet in de gaten maar mijn nekharen gaan vrijwel direct overeind staan wanneer het tot me doordringt. Deze meneer heeft blijkbaar het lef om geen genoegen te nemen met 10% fooi terwijl hij niets anders heeft hoeven doen dan 2 keer een fles te ontkurken. Zelfs een half uur later op de kamer ben ik nog over de zeik door het gedrag van deze man. Niet tevreden zijn met een fooi is een ding, dit aan tafel komen vertellen is een ander. Het is dat ik mijn bekkie niet goed meer kan roeren…bah! Ik moet het maar snel van me af zetten.
Dinsdag 20 mei We hebben uitstekend geslapen en krijgen net geen koffie op bed want we zijn al klaar voor de stad wanneer mijn ouders met de bekende koffiebeker “to go” binnen komen. Vandaag ondergaan we onze vuurdoop met de metro. Aangezien circa een kwart van de metrostations is voorzien van een lift is het wel even puzzelen alvorens we onze bestemming van vandaag kunnen bereiken: Chinatown en Little Italy, dit laatste ook wel Nolita genoemd. Beide wijken grenzen aan elkaar, hoewel de Chinezen in toenemende mate de Italiaanse wijk opslokken. Chinatown valt met het weer van vandaag (het miezert) een beetje tegen. Little Italy maakt echter een hoop goed. Het buurtje wordt gekenmerkt door leuke boetiekjes, delicatessenwinkeltjes en ontelbare Italiaanse restaurants. Wij treffen het en vinden echt het perfecte restaurantje. Eigenlijk ziet het er van binnen niet uit, maar het eten is er meer dan voortreffelijk. Het tentje is constant afgeladen en ook de afhaalservice doet goede zaken. We doen ons tegoed aan onder andere kreeftravioli met kreeftsaus en supergrote garnalen Parmigiano. Overheerlijk! Aangezien het ondertussen flink is gaan regenen, besluiten we het geplande bezoek aan Ground Zero maar te laten voor wat het is en nadat we de plaatselijke slijterij hebben leeg gekocht begeven we ons naar het hotel. Nadat we ons hebben verschoond, dwalen we door het uitgebreide gangenstelsel van het Grand Central Station. We vergapen ons aan de luxe winkels, de foodmarket en de vele gebakswinkeltjes. Om hier even de boodschapjes te doen moet je portemonnee wel erg dik zijn. Wat een hoeveelheid luxe bij elkaar! Wederom gebruiken we het diner in de foodcourt hetgeen gelukkig wel betaalbaar is. Woensdag 21 mei Onze plannen worden een beetje door de war geschopt: we hebben ons verslapen. We lopen een klein uurtje achter op schema maar besluiten toch met zijn tweeën uitgebreid Amerikaans te ontbijten. Natuurlijk is het weer allemaal even lekker en veel en we krijgen onze borden dan ook niet helemaal leeg. Zoals afgesproken ontmoeten we hier mijn ouders en na een kopje koffie gaan we op pad. We hebben het plan opgevat om vandaag een boottocht te gaan maken over de rivier de Hudson. Via 42nd Street, dwars door het Theatre District, bereiken we de kade. De 3 uur durende tocht om het eiland Manhattan heen, voert ons langs het vrijheidsbeeld en de vele brugverbindingen en geeft ons een indrukwekkend beeld van de skyline van Manhattan. Uit de woorden van de gids blijkt eens te meer hoe groot de Nederlandse inbreng in deze omstreken is geweest. Het is ook wel even lekker zo: veel zien en weinig hoeven lopen. De tijd lijkt om te vliegen en eer we er erg in hebben bereiken we weer vaste wal. Ook vandaag moeten we het bezoek aan Ground Zero aan ons voorbij laten gaan. De metro in de spits blijkt namelijk zo overvol dat het met een rolstoel gewoonweg niet te doen is. We gebruiken het avondeten in hetzelfde café-restaurant als waar we ontbeten hebben en dit is wederom overheerlijk maar veel te veel. Vooral het dessert, t.w. cheesecake, valt werkelijk als een anker in de maag. Traditiegetrouw gebruiken we op de kamer nog een drankje voordat we tevreden naar bed gaan.
Maandag 19 mei We hebben beiden een goede nachtrust gehad. Mijn ouders hebben de slaap echter niet kunnen vatten en zijn vanaf 7 uur ’s ochtends al in touw. Wanneer we bijna klaar zijn om op pad te gaan, hangt tot onze grote verbazing mijn tante Tony aan de telefoon (zij woont in de States). Dat is pas een verassing! Aangezien mijn ouders inmiddels de weg al weten (mijn vader dan, want aan het eind van de week weet mijn moeder de 24 keer gelopen weg naar buiten nog steeds niet), worden we door hen naar een koffietentje in het Grand Central Station gedirigeerd. Koffie to go dus. We besluiten gezamenlijk om vandaag een bezoek te brengen aan Central Park. Pas nu kunnen we goed zien wat een mierenhoop het hier is op straat: een voortdurende stroom aan mensen in maat- of mantelpak met in de ene hand een koffiebeker en in de andere hand een telefoon dendert aan ons voorbij. Grote witte sportschoenen onder nette kleding lijken meer regel dan uitzondering en eerlijk gezegd vinden we het geen gezicht. Overigens zijn de wegen en de trottoirs werkelijk niet om aan te zien. Waar je ook kijkt zie je gaten en kuilen. Even een straatje afzetten en opnieuw asfalteren is er hier niet bij. Mijn geluk is dat er zich op elke hoek wel een oprit bevindt. Via 7th avenue betreden we Central Park. Dit park blijkt zo groot dat je zelfs met een plattegrond gemakkelijk de weg kwijt kan raken. Het is hier een drukte van belang mede vanwege het feit dat er filmopnames worden gemaakt (When in Rome). Na een aantal uren gewandeld te hebben vinden we het wel mooi geweest. Via 5th avenue aanvaarden we de terugreis en qua winkels hebben we hier het walhalla wel bereikt: Armani, Gucci, Louis Vuitton etc. voeren hier de boventoon. Het blijft voor ons in deze straat dus bij windowshopping. Al wandelend passeren we bij toeval Rockefeller Plaza en aangezien ik mij van tevoren goed heb ingelezen, weet ik dat een bezoek aan het dak (70 verdiepingen) tot de mogelijkheden behoort. Mijn moeder geeft al direct aan dat zij voor geen prijs naar boven gaat en besluit beneden te wachten terwijl wij ons naar de lift begeven. In de lift vallen we van de ene verbazing in de andere. Het plafond blijkt doorzichtig en er worden historische beelden op geprojecteerd. Met een noodgang worden we de mooi verlichte liftschacht in gelanceerd waardoor het gevoel ons bekruipt te zijn beland in “back to the future”. Eenmaal boven, op “the top of the Rock”, genieten we van het adembenemende uitzicht. Om New York van deze hoogte te aanschouwen, is wat mij betreft een unieke ervaring. Een blik vanaf het dak biedt een fraai overzicht van alle karakteristieke objecten als het Empire State Building, the Chrysler Building, het lelijke Metlife gebouw en nog tal van andere gebouwen. Ook hoe groot Central Park eigenlijk is, is vanaf hier goed te zien. Eenmaal beneden is het (natuurlijk) weer tijd om te eten. We vinden een klein tentje waar je letterlijk alles kunt krijgen. Wraps, burgers, quesedilla’s, salades, het is teveel om op te noemen en de porties zijn vooral groot, groot en nog eens groot. “Veel” is blijkbaar het credo hier. “Lekker” gelukkig ook. Aan het einde van de middag zijn we weer terug bij het Grand Central Station en in het foodcourt nuttigen we nog een thee, koffie en een biertje. Het is heerlijk om hier te zitten want overal valt wel iets te zien. Forenzen zitten aan de sushi, de zwervers aan de prullenbak. Het is ons overigens inmiddels wel duidelijk geworden dat er binnen Manhattan ook veel armoede heerst. Na een aantal uurtjes op de kamer te hebben uitgerust keren we naar het foodcourt terug. Het leuke is dat men hier een volstrekt eigen keuze kan maken uit de diverse keukens en toch bij elkaar kan zitten. Zo neemt Fem sushi, mijn ouders Mexicaans en ikzelf Chinees eten. Alles van uitstekende kwaliteit voor, naar Nederlandse begrippen, een prikkie. We sluiten deze goed gevulde dag met zijn vieren af op de kamer. De ijsmachine op de gang zorgt hierbij voor koude witte wijntjes en whisky.
Zaterdag 24 mei 2008 Het zit erop. Voor het uitchecken hebben Fem en ik onze hoop gevestigd op een sushi-ontbijt maar helaas is de foodcourt alleen open voor “echt” ontbijt. Op 42nd Street weten we echter een eettentje te vinden waar we uitgebreid ontbijten met megagrote sandwiches en “with compliments” (gratis)...chilisoep. Een beetje vreemd…maar wel lekker. Na het uitchecken rest ons niets anders dan de terugreis te aanvaarden. Tot onze verbazing is er voor ons een speciale taxi aangehouden door het hotel, waarin ik met rolstoel en al aan de zijkant naar binnen kan rijden. De auto is niet groter dan de gemiddelde SUV en ik vind het pure luxe. Op de luchthaven blijkt dat we een kleine vertraging hebben maar de vlucht verloopt verder voorspoedig. Het was een fantastische week. New York heeft me op geen enkele wijze teleurgesteld en me precies gebracht wat ik ervan had verwacht! “The city that never sleeps” heeft deze titel dik en dik verdiend
Zondag 18 Mei Na een vlucht van 7 uur arriveren we op JFK, de grootste luchthaven van New York. Deze keer worden we vergezeld door mijn beide ouders en dat is een unicum: mijn vader gaat nooit op vakantie en het is dan ook precies 25 jaar geleden dat we samen hebben gereisd! Eens te meer blijkt dat je het beste zelf zoveel mogelijk tijd kunt steken in de voorbereiding wanneer het om speciale voorzieningen gaat: wanneer we op zoek gaan naar het vooraf gereserveerde rolstoelvervoer vangen we bot. Leve het reisbureau… Uiteraard zijn we niet voor één gat te vangen en al snel word ik in een minivan gehesen. Het verkeer is een chaos en zo ver we kunnen kijken is het een vierbaansfile op de Van Wijck Expressway (what’s in a name?). Onze chauffeur heeft duidelijk lak aan de verkeersregels en ragt zijn busje van vluchtstrook naar vluchtstrook. Tja, zo komen we er wel! In de mistige verte doemt de skyline op en enkele minuten later rijden we via de tunnel Manhattan binnen. Ik kijk nu al mijn ogen uit mijn hoofd. Wat een gebouwen! Massa´s mensen. Overal gele taxi’s. Het is zo herkenbaar… Ons hotel, het “Grand Hyatt” bevindt zich pal naast het Grand Central Station en het Chrysler building en qua hotel en locatie hadden we het niet beter kunnen treffen: alle bezienswaardigheden bevinden zich op loopafstand, de metro stopt onder het hotel en het hotel is pure luxe. Daar we alle vier nog relatief fit zijn besluiten we een beetje te gaan wandelen en bij toeval (en zonder kaart) belanden we pardoes op Times Square! Aangezien deze plaats voor mij de absolute nummer 1 inneemt op mijn favorietenlijstje, val ik dus gelijk met mijn neus in de boter. De neonreclames spetteren ons tegemoet en ik heb moeite om mijn een wijd openstaande mond dicht te houden. We zijn duidelijk niet de enigen. Wat mij betreft is mijn hele week al goed. Rond 8 uur ’s avonds besluiten we naar het hotel terug te keren, want de vermoeidheid slaat toe (voor ons gevoel is het natuurlijk 2 uur ’s nachts). Onderweg nuttigen we nog wat pizza, pasta en salade bij 1 van de filialen van Cafe Metro. In het hotel sluiten we een vermoeiende dag af in de bar met een mega-bier en whiskey voor mijn ouders en een chardonnay voor Fem. Vervolgens storten we in het spreekwoordelijke wak.
Een week lang heb ik me in een bioscoopfilm gewaand. Jarenlang heb ik de locaties op de televisie en het witte doek voorbij zien komen: “The Godfather”, “CSI New York”, “Daylight”, “The Day After Tomorrow”, “The Sopranos”, “New York, New York”, “I Am Legend” en nog veel meer kaskrakers zijn in deze metropool opgenomen en deze keer stond ik er zelf: New York, the city that never sleeps...een lang gekoesterde wens is in vervulling gegaan…
27/6/04 Na gisteravond heerlijk uitgebreid gedoucht te hebben (een douche met heet water en voldoende druk is niet altijd vanzelfsprekend in Peru hebben we al gemerkt) en nog wat gelezen te hebben voor het slapen, staat Hen vanochtend weer fit op. Dat geldt niet helemaal voor mij, de kussens waren niet naar madams zin, ach, je moet wat te klagen hebben, als het hostal verder zo perfect is, met bovendien zeer gastvrij en aardig personeel. We ontbijten licht, want om 8.00 u. worden we opgehaald voor onze vlucht over de Nazcalijnen. Samen met nog 3 andere toeristen worden we snelsnel een minivliegtuigje in gedirigeerd. In zo¡¯n kleintje hebben we nooit gevlogen, zelfs niet in Costa Rica. We krijgen een overzicht met de figuren die we vanuit de lucht zullen gaan zien. Het zouden er 13 zijn, maar ertussen stikt het nog van de geometrische figuren. Het is werkelijk zeer indrukwekkend en bovendien zo duidelijk te zien, echt fascinerend hoe en door wie/wat dit gemaakt is! Ik vind de aap met z¡¯n krulstaart de fraaiste, Hen de kolibrie en de condor. Nadeel alleen van dat superschuine rondvliegen, dat ik vanaf figuur 1 al straalmisselijk was. Het zweet stond op mijn voorhoofd, ik hoopte dat het snel voorbij zou zijn. Toch heb ik alle figuren kunnen bekijken zonder over te geven! Blij toe! Eenmaal weer op vaste grond herstelde ik gelukkig snel, na wat droge crackers. De excursie ging nog verder langs een keramiekfabriekje waar ze pre-Inca keramiek maakten (en uiteraard, hoe toevallig, ook verkochten), en langs een goudextractie werkplaats waar uitgelegd werd hoe d.m.v. kwik, goud uit rotssteen gewonnen wordt. Toevalligerwijs kon je hier ook gouden snuisterijtjes kopen. Grappig om te zien, dat is zeker, maar de Nazca lijnen en niet te vergeten het Chauchilla-kerkhof, maakten de meeste indruk. Het kerkhof beslaat 10 km. bij 200 m. en ligt vol geplunderde graftombes. De pre-Inca doden die hier in begraven werden, werden gebalsemd en zijn dus nog in best goede staat. Het is bizar om te lopen door zo¡¯n groot stuk land waar overal het zand vermengd is met beenderen en gekleurde katoenproppen (hiermee vulden ze de skeletten op na verwijdering van de organen). Het maakt een macabere indruk, te meer omdat de plaats midden in een soort woestijn ligt. Wederom very impressive! Ondanks al dit dode spul dat we bezoeken, hebben we alweer mega-trek gekregen. We lunchen bij het beste restaurant van het dorp volgens ons boek: Las Lineas. Het is inderdaad verrukkelijk! Je hebt hier overal een menu met 2 gangen (ruime keuze) voor ca. 5 tot 8 soles (1tot 2 euro!). (1 euro = 4 soles ). In het hotel genieten we nog wat van het zonnetje (ik in de hangmat) en E.K. (Hen). Na het avondeten laten we ons naar het busstation van Ormeño brengen. Want, we gaan al om 21.30 u. met de nachtbus in 9,5 uur naar Arequipa. Al na een half uur wordt ik straalmisselijk en krijg ik last van erge diarree. Ik kan je vertellen dat dit afschuwelijk is in een heftig schuddende bus met een minitoiletje zonder licht! (in de donkerte van de nacht). Ik had al een paar dagen wat krampjes en vermoedelijk heeft de vlucht boven Nazca Lines het één en ander in me losgemaakt. Een uur later kotste ik het gangpad vol. Twee Engelsen boden (net iets te laat) een plastic zak aan, de rest ging helaas m¡jn sjaal in. Ook zo leuk:loop je met een zak vol kots in diezelfde heftig schuddende , pikdonkere bus, en geen afvalbak te bekennen! Echt dramatisch! Slapen was er voor mij ook niet meer bij. Hen bracht het er beter vanaf, na de ergste drukte mijnerzijds heeft hij wel wat kunnen slapen. Aan de stoelen lag het niet, die waren op zich prima.
28/6/04 Om 7.15 u. kwamen we aan op het busstation van Arequipa. De taxi bracht ons bij Casa de mi Abuela: een schitterend hostal met heel leuke kamers en binnentuinen en zwembad. Ik voel me gebroken en ga even 3 uurtjes slapen en me daarna opfrissen. Hen verkent de stad vast. Als ik me enigszins oké voel gaan we samen op pad. Arequipa is werkelijk een schitterende stad, die ook wel de witte stad wordt genoemd. Dit door zijn vele oude wit-stenen gebouwen (die ook prima onderhouden worden, dit in tegenstelling tot b.v. Lima). Ook zien we dat hier de straten goed schoongehouden worden, wat we ook nog niet eerder gezien hebben. Het weer is prima: stralende zonneschijn, lekker temperatuurtje, namiddags koelt het af, ’s avonds is het best koud. De Plaza de Armas (die ze in Peru in elke stad lijken te hebben) is hier echt supermooi: aan 1 kant een imposante kathedraal, een plein met veel groen, duiven en een fontein, en aan de zijkanten winkeltjes met daarboven witte galerijen met terrassen van restaurants. We lopen wat rond, wisselen wat dollars voor soles (ze zijn hier zo dol op dolars dat ze nooit commissie rekenen!) en bezoeken het Santa Catalina klooster. Dit is geen sober leventje geweest voor de nonnen die hier woonden: de luxe is overal te zien. Het is groot (een stad binnen een stad) en erg mooi. ‘s Avonds, na nog een beetje zonnetje gepikt te hebben in de tuin, eet Hen alpaca (soort lama), ik proef slechts een ministukje i.v.m. mijn buik. Het is héérlijk!! Hen vindt het het lekkerste vlees ooit! 29/6/04 We ontbijten op één van de galerijen aan de Plaza de Armas. Het plein staat vol met schoolkinderen in tenue, drumbands, en er wordt door de bisschop een mis in de buitenlucht opgedragen met live koor. Het blijkt een feestdag te zijn en de hele binnenstad blijft de hele dag vol drukte. (Leuk!) We wandelen vandaag langs alle mooie kerken (en dat zijn er vele) en bezoeken een museum. In dit museum is de best bewaarde mummie te zien die als offer aan de goden gebracht is. Ook is er te zien hoe ze haar vonden, en met welke voorwerpen en kledij ze is gevonden op expeditie naar de vulkaanberg Ampato, hier niet ver vandaan. Erg indrukwekkend. Overigens zie je hier overal de grote, prachtige bergtoppen in de verte van o.a. de El-Misti vulkaan (die nog werkt). Het is weer schitterend weer en dus gaan we lekker wat zonnen bij het zwembad als we alles gezien hebben. Lekker kuieren hoort immers ook bij vakantie nietwaar? Zodra de zon weg is wordt het wel rap koud en dus poedelen we wat en eten daarna superlekker in La Quenta. Met mijn buikje gaat het gelukkig wat beter dus ook ik eet voorzichtig wat gegrilde kip (zalig!) rijst en gekookte groenten. Hen smikkelt van een heel groot bord vol lokale specialiteiten: een heerlijke (speenvarken?) karbonade, een soort aardappelgratin en een gevulde paprika met pittige runderstoof erin. Helaas was de grootste lokale specialiteit niet beschikbaar: cavia! Voldaan gaan we te bed. De cavia komt wel in Cuzco.
30/6/04 Tussen 8.00 en 8.30 u. zouden we worden opgehaald door Santa Catalina Tours. De portier bij het hek zei dat we in de binnentuin konden wachten en dat ze ons wel zouden halen. Helaas, om 9.00 u. kwam de touroperator voor de tweede maal want de eerste maal waren we dus niet gewaarschuwd…… In een best luxueuze bus met toiletje gingen we vervolgens door de bergen de hoogte in, op pad naar Chivay. Onderweg legt de reisleidster van alles uit over de flora en fauna. We zien veel viquna’s, lama’s en alpaca’s onderweg. Ook de uitzichten zijn heel erg gaaf! Van de reisjuf krijgen we cocabladeren tegen de hoogteziekte. Tien minuten kauwen en dan uitspugen is het bijgaande advies. Maar……. al na 2 minuten moet ik afhaken want ik kokhals omdat het echt té ranzig is! Bikkel Hen houdt het wel vol. Van onze buren krijgen we coca bonbons, deze zijn wel lekker. Ook schijnt het belangrijk te zijn veel te drinken. Dat doe ik dus, en dus moet ik ook veel plassen, zeker nu de bus over erg hobbelig wegdek rijdt. Het asfalt hield al na 2 uur op. We stoppen op een hoogtepunt: 5 km. Hoog! Het sneeuwt er licht en het is koud. Ik bemerk een hoofdpijn die vast het gevolg van de hoogte is. Gelukkig geen misselijkheid, waar Mieke last van had. Onderweg koop ik voor 15 soles nog een mooie warme sjaal van alpaca haar. Mijn vorige sjaal heb ik immers op moeten offeren in de nachtbus naar Arequipa. Eenmaal in Chivay lunchen we met de hele groep (18 man, uit verschillende landen). Wederom zalig alpaca vlees. Het dorpje zelf (of zeg maar gerust GAT) stelt echt niks voor. Een klein Plaza de Armas (uiteraard: hebben ze overal), een marktje met een paar winkeltjes eromheen en voor de rest een paar verlaten straatjes. We hadden nog een kwartier van de E.K. kwartfinale Nederland – Portugal kunnen zien mits er hier ontvangst van de Sportchannel was geweest. Helaas……. Gelukkig hebben ze wel internet hier, helaas was het nieuws dat we er op lazen niet goed…..Oranje ligt er uit! Het wordt behoorlijk fris en dus gaan we ons lekker opknappen. De douche is zalig heet en er is veel druk. Als de watervoorziening hier tekortschiet hebben ze n.l. altijd nog de warmwater bronnen 3 km. verderop (Calera). Als we daarna weer naar buiten lopen voor het avondmaal, is het écht koud geworden! Bij de pizzeria hebben ze een houtoven lekker opgestookt en daar drinken we lekker koffie en hete chocola. De “café tipico” hier is trouwens niets anders dan een erg slappe bak. Voor de rest schenken ze in Peru oploskoffie en, heel af en toe, koffie extract met heet water. Dit laatste is nog het lekkerste. In een ander restaurant eten we wat en in de Ierse Pub drinken we nog wat. Omdat er verder niets te beleven valt in Chivay, en het bovendien koud is, gaan we nog wat tv kijken op onze kamer (we kunnen 1 net ontvangen…..) en slapen. Van het hotel krijgen we heerlijk een hete kruik mee voor in bed: genieten!!
26/6/04 We hebben vandaag een busreis op z’n Peruaans meegemaakt; we moesten van de busmaatschappij om 8.30 u. aanwezig zijn voor de bus van 9.00 u. Wij dus keurig op tijd. Na 20 minuten komen er nog 4 toeristen en geen bus te zien. Om 9.00 u. stoppen er twee auto’s die al een eeuw meegaan zo te zien. De veren van de zitting prikken in ons achterste. We rijden 10 minuten met de auto en worden langs de kant van de grote weg gedropt. We moeten de bus nemen richting Lima (dus weer terug!) voor 5 minuten. In één of ander gat langs een kruispunt moeten we bij een gebouwtje van Ormeòo (onze busmaatschappij) een uur achten, zegt een mannetje. Het wordt een uur en 3 kwartier! En we zijn pas 5 km. van Pisco af! Wat zonde van de tijd zeg! Afijn, uiteindelijk komt de bus en zitten we zo’n 3,5 uur in de bus. Eigenlijk hadden we gehoopt de hele wedstrijd Zweden - Nederland te zien. Eenmaal in het hostal, Don Agucho (heel leuk! met zwembad, leuke binnentuin en prima kamer) zet de eigenaar voor ons speciaal een tv in de tuin zodat we de tweede helft nog kunnen zien. En THANK GOD: we winnen met penalty’s! Vreugde alom, het hostal personeel is blij met ons! Na de ergste vreugdetranen begeven we ons te voet richting de Plaza de Armas, dit plein hebben ze werkelijk in elk stadje, het heet overal hetzelfde. We internetten na de (heel late!) lunch wat met mammen en pap. In onze mailbox zit al een mail van mam (Em): ze schrijft dat het nog erg onrustig is op straat door de voetbaluitslag, met veel getoeter. Nou daar kunnen ze hier in Peru ook wat van zeg! Typische machocultuur: hun toeter zal wel een verlengstuk zijn van hun…….. je weet wel! We hebben tot nu toe geen enkele vrouw zien rijden. Beter, vindt Hen….(hoezo macho?) Dat toeteren heeft werkelijk geen enkel doel lijkt zo. Wel is het verkeer in Peru een grote chaos, met alleen maar gigantisch oude brikken en veel busjes en taxi’s. Verkeersregels zijn er volgens ons nauwelijks. Een zebrapad betekent hier trouwens ook niet dat je als voetganger voorrang hebt. Opletten dus. We zitten nu trouwens op een terrasje aan de Plaza de Armas aan het Christal-bier te luisteren naar een live zangeres. Het is tenslotte zaterdag avond. Leuk altijd om te zien hoe de lokalo’s hun weekend vieren. Het is een drukte van belang (alhoewel het zelden rustig is op straat hier, is onze indruk). Wel maakt Nazca op ons een veel relaxeter indruk dan Pisco (en zeker ten opzichte van Lima!). We hebben ook niet het idee dat er onveilige situaties zijn hier in de buurt, anders dan in Pisco en Lima. Omdat sightseeing en reizen best moe maakt, en Hen ook duidelijk baat heeft bij bijtijds naar bed en weinig alcohol, gaan we weer bijtijds naar het hostal terug.
1/7/04 Voor ons begrip slapen we uit (8.oo u). We willen naar buiten lopen voor het ontbijt maar de beheerder roept ons: het ontbijt is hier inbegrepen. Omdat Peruanen zelf niet of nauwelijks ontbijten, stelt wat wij krijgen ook nooit zo veel voor. Wel op zich lekkere harde broodjes (wit), met wat boter en jam, koffie, thee en een glas vruchtensap. Vandaag gaan we lopen naar de heetwater bronnen van Calera. Het is maar 3 km. Maar soms best steil omhoog. Toch wel vermoeiend dus. Af en toe staat er een heel harde, heel koude wind, ’t is niet echt goed weer. Bij de bronnen, of beter gezegd termaal baden, kunnen we ons in een keurig hokje omkleden en gaan we het binnenbad in. Heerlijk heet: zo’n 40 graden schatten we. Helaas zijn er ook wat Peruanen die erg aan het schreeuwen zijn. Het galmt er nogal. Op een gegeven moment proberen ze een praatje met ons aan te knopen in zeer gebrekkig Engels. Als ze horen dat Hen geen werk heeft nodigen ze hem uit om hier in Peru Engelse les te gaan geven want er is een tekort aan Engelse leraren in Peru; dat horen we zo al…. (we kennen zelf meer Spaans dan zij Engels!) Na de hete douche gaan we met een (gedeelde) taxi terug. We lunchen heerlijk en lopen wat over de markt. Ik heb het wel gehad in Chivay en trek me terug in het hotel. Hen loopt nog wat de andere kant op. We besluiten de dag met een houtovenpizza. 2/7/04 Wauw! We hebben vandaag condors gezien. Wat een mooie beesten zijn dat zeg. De dag begon voor ons om 5.30 u.! We werden gewekt en konden wat ontbijten. Ik kreeg er slechts wat thee in. Ik voel mij hier ’s nachts en ’s ochtends allesbehalve goed: het lijkt of mijn hoofd gaat exploderen zoveel druk staat er op: pijnlijk! De rest van de dag heb ik gewoon fikse koppijn die niet reageert op pijnstillers. Ik schrijf het toe aan de hoogte en probeer dus steeds veel te drinken. Door de kou heb ik bovendien ook een stijve nek gekregen, want dat ik te weinig dikke kleren meegenomen heb is me nu wel duidelijk. Het heeft vannacht zelfs wat gesneeuwd! Maar goed, om 6.30 u. vertrekken we met nog 6 toeristen in een minibusje de bergen in. We doen verschillende dorpjes aan. In de eerste zijn ze op straat in folklore kledij aan het volksdansen. Lijkt me niet echt normaal om 7.00 u. ’s morgens, maar ach, het is grappig om te zien. Dan rijden we verder de Colca Canon in. Schitterend, adembenemend uitzicht!! Ondanks dat de zon slechts heel voorzichtig wat van zich laat zien. Om 9.00 u. stoppen we bij het uitzichtpunt “Cruz del Condor”, met ons nog vele anderen. We hebben geluk want we zien er direct 3 van heel dichtbij langs vliegen in de vallei. Ze zijn zwart/wit en dus volwassen legt de gids uit. Bruine zijn onvolgroeid. Verderop cirkelen er nog 7 of 8 rond, maar da’s erg ver. We zijn tevreden met onze 3, het is een aparte ervaring om deze vogelreuzen van zo dichtbij in het wild te mogen aanschouwen. Verderop laat de gids ons nog Incagraven in de rotswand en een kaart van de valleirivier uitgegroefd in een kei zien. We genieten nog wat van het grootse uitzicht alvorens we terug naar Chivay rijden. We lunchen helaas in de verplichte toeristische eetzaal waar we heen ook aten. Lekker hoor, maar het verplichtende karakter, de prijzen en de overdreven toeristische live-muziek staan ons tegen. We zijn niet zo van die groepsexcursie types, dat wisten we al. Helaas schijn je er soms niet omheen te kunnen. In de sneeuw en regen rijden we in 5 uur terug naar Arequipa. Ik koop er snel een lekker jack voor als het nog eens koud wordt. We eten weer eens zalig en uitgebreid (Turks!) en omdat de dag vroeg begon gaan we lekker in bed wat tv kijken.
22/6/04 We zijn inmiddels in Bonaire aanbeland. Best verrassend als je van te voren denkt een tussenstop in Aruba te zullen hebben. Het is ons om het even. Eigenlijk vind ik het zelf lekker omdat ik dan nog een extra land aan mijn lijstje kan toevoegen. Op Aruba was ik immers al geweest in een ver verleden (met een verre kennis…) De vlucht A’dam – Bonaire verliep prima. Naast ons zit een Zweedse soloreizigster waar we geen last van hebben want ze is erg verlegen en heel stil. Op Bonaire mochten we uit het vliegtuig, de bedoeling was voor 1 uur maar het werden er 2 i.v.m. een lekke leiding die gerepareerd moest worden. Hen kon mooi in de transitruimte Italië uitgeschakeld zien worden voor het E.K. Tijdens de transit valt het ons op hoe weinig Nederlanders er meereizen. Peruanen, Zweden, Denen en Italianen en een verdwaalde Fransman, dat is wat we om ons heen zien. Ik verbaas me er over, dacht dat Peru wel populair was onder de Nederlanders. Het zal wel aan het voorseizoen liggen. Het is nu 15 uur later dan het moment van opstijgen in A’dam: we zijn in Lima! 9,5 uur naar Bonaire, 2 uur stop en dan nog 3,5 uur door naar Lima. Pfff, zeker vermoeiend omdat het voor ons gevoel nu diep in de nacht is (het is hier in “onze” zomer 7 uur vroeger). Eenmaal geland gaat alles heel vlot. De stempeldozen van de Immigration stempelen gretig, de douane werkt met het stoplichtmodel maar ondanks dat ik rood sein kreeg was mijnn tas zó door de scan. Even pinnen, wel opletten want als je vergeet een minitoetsje met “soles” in te toetsen krijg je dollars! We hebben al in één seconde onze transfer in de peiling die ons in 20 minuten naar hostal Mami Panchita brengt. De rit is niet erg boeiend: Lima is druk en grauw en zoals we al van te voren hadden gelezen hangt overal een miezerige motregenachtige nevelsluier. over de stad. Het is ook niet warm (overdag zou het 20 graden C. zijn). Er is veel volk op de straat te zien, evenals veel politie en bij het hostal ook particuliere bewaking. Het hostal is van een Nederlander die ons hartelijk verwelkomt.
23/6/04 Na het ontbijt spreekt de hostal eigenaar de rest van de reis nog even met ons door. Hij is van Raijmi Travel, het lokale bureau hier dat alles voor S.N.P. geboekt heeft. Met zijn tips in ons achterhoofd vertrekken we rond 9.30 u. naar het oude centrum. De taxi’s zijn goedkoop en dus een goed vervoermiddel. Allereerst verkennen we de markt in de wijk van ons hostal (San Miquel). Hij is zeer nauw en de dooie kippen komen er op ons af. Leuk om gezien te hebben maar niet om lang te blijven. We laten ons afzetten bij één van de grote pleinen: Plaza San Martin, en lopen naar de Plaza Major. De straten zijn vol toeterende auto’s en smog. De gebouwen op de pleinen (en in sommige straten) zijn echter zeer mooi! Oud koloniaal, mooi bijgehouden, veel bewaking (m.n. bij regeringsgebouwen), we zijn blij dat we door de grauwigheid van deze megagrote stad heen kunnen prikken. We lunchen vlakbij Plaza Major. De Peruanen eten veel, heel veel. Wij krijgen het in ieder geval niet op. Specialiteiten hier zijn o.a. kiptamales (soort mais-pap pastei) lômo saftida (rund+ei+tomaat) en ceviche (rauwe vis in limoen). We laten het ons voor een prikkie zeer goed smaken. Later die dag lopen we nog naar de Chinese wijk, het busstation voor kaartjes voor morgen naar Nazca in de wijk Barranco. Dit is de wat luxere buurt van Lima aan de villa’s met prachtig houtsnijwerk en geschilderd glas te zien. In Barranca bezoeken we de “brug de zuchten”. Op zich gewoon een houten brug over een vallei, maar het plekje is leuk: een mooi uitzichtpunt over zee en leuke barretjes/restaurants. In de namiddag komen we er nog terug voor een aperitiefje. Tussendoor zijn we ook nog op microbus avontuur geweest naar het vissersdorp Chorillos. De microbus is erg goedkoop maar stopt niet waar jij er uit wilt blijkt ons…..Ze roepen soms wel wat in één of ander Spaans dialect maar je moet altijd een takke-end terug lopen omdat je alweer veel te ver bent. Chorillos zelf stelt ook niet veel voor, beneden is een haventje, maar wij staan helemaal boven da’s best een eind weg. Van korte duur dus, deze trip naar Chorillos. Terug in Barranco zien we in een restaurantje de tv aanstaan met E.K. We dachten oranje shorts te zien, het is echter Duitsland-Tsjechië. We kijken de wedstrijd tijdens thee en koffie. De uitslag is gunstig en tussendoor zien we dat Makaay 3-0 scoort. Jubelstemming dus! We internetten nog wat en e-mailen naar het thuisfront en eten heerlijk (maar uiteraard kregen we weer veel te veel, zelfs voor ons!) naast de brug der zuchten. We zijn aan het instorten en Hen heeft blaren op zijn poezelige voetjes (we hebben ook flink gelopen!) dus gaan we vroeg ons mandje in (21.00 u!)
3/7/04 Vandaag zijn we naar Cuzco gevlogen. Een vlucht van ¾ uur, weliswaar met vertraging, maar dat hoort er natuurlijk bij in Peru. Helaas regent het bij aankomst (de regen zal nog tot 16.30 u. duren). We zitten al in een zelf geregelde taxi als een man van ons hostal hier in Cuzco (Casa di Campo) ons eruit haalt. De rit naar het hostal wordt door hen verzorgd. Prima geregeld dus! We slaan de straten en het verkeer hier met grote verbazing gade: Het is een super wirwar van heel nauwe straatjes (van 2 tot 2,5 meter! Breed met tweerichting verkeer en een stoepje van 20 cm. Breed. De hele stad is bovendien tegen de berg opgebouwd dus zit het nog eens vol met trapjes ook. Het één en ander oogt trouwens wel ONWIJS leuk, echt te gek, charmant. Het hostal is ook tegen de berg opgebouwd en de verschillende appartementjes zijn via de buitenlucht, dus ook weer alleen via 100.000 stenen en houten treden te bereiken. Het mag de pret niet drukken want de kamer is mini maar perfect en heel schattig ingericht. De douche blijkt later ook nog eens perfect. Het uitzicht vanaf onze waranda is trouwens adembenemend. Zeker ’s avonds, als alle mooie kathedralen prachtig verlicht zijn (en dat zijn er best veel hier). Overdag verkennen we de stad met z’n heel leuke Plaza de Armas en mooie koloniale gebouwen. Waar wij heel dichtbij zitten met ons hostal heet trouwens San Blas (= een wijk). Deze wijk zit dus vol van die heel schattige ministraatjes en heeft veel leuke barretjes, restaurantjes en handwerk- en kunstzaakjes. Middelpunt is het leuke Plaza San Blas met mooie waterval fontein. De hele stad is erg in trek bij de typische backpackers, wat een leuk sfeertje met zich meebrengt. Cuzco heeft voor ons Arequipa nu al van de eerste plaats gestoten van “heerlijkste stad van Peru” en we zijn er net. We eten heerlijk en zeer goedkoop een lokale specialiteit: forel. Erg lekker, met panfluitband erbij bovendien (in poncho met geinig mutsje). Nu zitten we nog even na te genieten van alle mooie indrukken van vandaag, in de serre van het hostal, met haardvuurtje en wijn: wat wenst een mens zich nog meer?
24/6/04 Op tijd uitgecheckt, een taxi werd voor ons geregeld door het hotel want de reis gaat vandaag naar: Pisco. We gaan met de “gewone” bus (Economico). Die zit best oké, hij rammelt een beetje, dat wel en hij stopt heel vaak om mensen of verkopers in te laten stappen. Het mooie was ook dat we keurig op tijd vertrokken van het busstation terrein, om vervolgens bij de uitgang een uur lang met draaiende motor te blijven staan tot de bus enigszins vol raakte. De buskaartjes gingen in de uitverkoop: een kaartje kostte nu nog maar 5 soles i.p.v. 8! schreeuwden de chauffeur en z’n hulpje. De reis duurde zo’n 4,5 uur en was best te doen. In Pisco schijnt de zon: een verademing na de nevelsluier over Lima. Het temperatuurtje is ook een stuk aangenamer, al koelt het in de namiddag wel flink af. Tijdens de reis is trouwens niets te zien dan kale, glooiende, lege zandheuvels. Er groeit niets op, 2 hutjes waar mensen wonen, dat is alles. Het doet haast surrealistisch aan, zeker de eerste helft van de reis want toen hing de nevel er nog overheen. Pisco is klein en naambordjes van straten ontbreken. We lopen wat; ons doel is de Plaza de Armas, het hoofdplein met een mooie kathedraal. We vinden hem niet en nemen dus een soort van tuk-tuk-achtige taxi (3 wielen, erg geinig), zal wel de Smart van Peru zijn! In een restaurantje aan het plein bestellen we blind onze lunch. Het pakt wederom prima uit. Heel smakelijk. Ook drink ik hier een heerlijk rood wijntje. De Pisco Sour (cocktail van gedistilleerde wijn) moeten we nog uitproberen. Omdat we toch onze rust moeten pakken, ook al voelt Hen zich best fit, blijven we in het restaurant E.K. voetbal kijken. Dan lummelen we nog wat door het enige winkelstraatje hier en gaan we terug naar het hotel voor een uitgebreide opknapbeurt. Als we ’s avonds het hotel uitlopen om wat te eten rent de receptioniste ons achterna. We lopen de verkeerde kant op, een gribusbuurt in, het centrum met de restaurantjes is de andere kant op, wijst ze. Weinig te verkennen dus, als er naast het hotel een no-go area ligt. Het maakt niet uit, we eten heerlijk op het balkon van een restaurant in de “Kalverstraat” van Pisco. We worden geholpen door een superenge travestiet of ombouw,. Ze zit vol littekens, is zwaar opgetut, maar mist 7/8 van haar gebit: echt geen porum! We liggen wederom vroeg in ons mandje want om 6.45 u. gaat de wekker morgen weer. Oh ja, we hebben uiteraard ook de Pisco Sour uitgeprobeerd. Ik vind het niet lekker, mij te bitter. Hen vond het wel lekker en heeft de hele (flinke!) bel leeggedronken.
25/6/04 Om 7.15 u. staan we keurig voor ons hotel om opgehaald te worden voor onze excursie naar de Ballestas-eilanden. Maňana, maňana geldt ook in Peru dus wordt het 7.45 u. eer het busje voorrijdt. Het is helaas vandaag weer bewolkt maar gelukkig wel droog (het schijnt hier in juni nauwelijks te regenen.) Eenmaal in Paracas worden we met ongeveer 20 man in een open motorbootje gescheept met zwemvest en al. Het is ca. 15 minuten varen voor we bij een in de bergen (van een rotseiland) uitgehouwen kandelaar stil houden. Het is een onwijs groot figuur die zeer intrigeert mede daar hij alleen vanaf zee te zien is en op dezelfde as ligt als Tiahuanaco in Bolivia en de lijnen van Nazca. Onderweg zwemmen er trouwens een paar dolfijnen langs de boot, heel dichtbij! Na nog ca. 1 uur varen komen we bij de Ballestas (rots) eilanden. Ze zijn overbevolkt door diverse bijzondere vogels w.o. de Humboldt pinguïns. Super grappige beestje vind ik dat, ze waggelen zo leuk. Ook heel bijzonder zijn de pelsrobben/zeeberen (soort zeeleeuwen). Zeker de jonkies, die in grote getale rondzwemmen, zijn te gek! Het maakt diepe indruk op ons, ik vind het jammer als we op een gegeven moment weer terug varen. De lucht in Paracas is overigens vergeven van ansjovis. Er wordt hier de grootste vangst ansjovis gedaan ter wereld, lezen we. In de visverwerkingsfabriek wordt er vismeel van gemaakt. Ik vind de lucht wel oké na de eerste gewenning. Hen denkt er anders over. We warmen ons terug op het land aan hete thee en koffie en eenmaal terug eten we een flinke maaltijd. De zeelucht maakt hongerig. Omdat Pisco niet zo gek veel te bieden heeft, en we onze rust willen nemen, gaan we borrelen en E.K. voetbal kijken. Na het eten gaan we wederom bijtijds te bed.
4/7/04 Nou, een heel hete douche na een leuke maar vermoeiende dag bijvoorbeeld. Nogal een tegenvaller, m.n. omdat ze hier zeggen 24 uur per dag heet water te hebben. We warmen ons aan de kachel in de serre. Vandaag is het zondag en aangezien we gister pas om 23.00 u. gingen slapen (voor ons doen laat i.v.m. het vroege opstaan) “slapen we vandaag uit” (tot wel 8.00 u!!) We ontbijten werkelijk FABELTASTISCH! Koffie, thee, sinaasappel-aardbei sap, fruitsla, gevuld omelet, pancakes met vanille saus, broodjes, boter , jam en als toetje een heerlijke tamale. En dat voor S./10! (2,50 euro) We zitten bovendien prima op een balkonnetjes schuin aan de achterkant van de Plaza de Armas waar het een drukte van belang is. Er is namelijk een zeer uitgebreid defilé gaande. Het plein staat vol met allerlei soorten militairen en mannen in pak. Denk nou niet dat je mag blijven zitten als zij uit volle borst het volkslied zingen! Zelfs de toeristen moeten uit de bankjes op het plein opstaan. De ober vertelt ons dat dit elke zondag zo is. Waarom kon hij niet uitleggen. Peruanen zijn erg op uiterlijk machtsvertoon, da’s ons wel duidelijk nu. We wandelen vandaag langs de vele resten van Inca muren die de stad rijk is. Het zijn soms knap in elkaar gezette stenen met meer dan 4 hoeken, soms lijkt het net een puzzeltje. De 12-hoekige steen trekt onze speciale aandacht, niet alleen die van ons overigens, de meeste toeristen nemen hem, net als wij, op de foto. De “nieuwe” gebouwen zijn trouwens gewoon op de resten van Inca muren gebouwd. In het Koricancha tempel complex, dat in een klooster bewaard is gebleven, zien we nog meer zeer goed bewaard gebleven overblijfselen van de Inca’s. Ook de superlange stadswandeling door de pittoreske ministraatjes hier, hebben we zeer leuk (maar wel vermoeiend!) gevonden. In een overvolle Ierse pub kijken we de E.K. finale Port. – Griekenland. Dolkomisch en lekker puh voor de Portugezen: Griekenland wint het E.K.! (Het avondeten moeten we maar snel vergeten: koud, niet erg lekker, keiharde storende radiozender, ruziënd personeel, noem maar op…..)
5/7/04 Ze zijn nooit op tijd die Peruanen, behalve als je dus om 6.15 u. de trein naar Machu Picchu moet halen! Om 5.45 u. werden we van het hotel opgehaald (5.15 u. op dus!!). De treinreis duurt zo’n 4 uur en eindigt in Aqua Callientes. En dan ook midden in het dorp! Zo’n 1 meter van de rails staan allerlei kraampjes en restaurantjes. Het is een georganiseerde trip dus “Senor Willy” zorgt dat we in de bus naar boven komen. De rit duurt nog zo’n 20 minuten en voert ons hoog de berg op. Machu Picchu ligt immers op 2400 m. hoogte. Eenmaal aangekomen ergeren we ons afschuwelijk aan het hoge “excursie-gehalte” en de traagheid die daarvan het gevolg is. Omdat de groep opgesplitst wordt in Engels en Spaans en iedereen nog moet poepen/piesen/eten/drinken/omkleden/bagage afgeven en noem maar op, gaan we pas een half uur later naar binnen. Mijn ongeduld kan ik richting de gids niet geheim houden, hij vindt mij vast niet aardig……(lekker belangrijk!) Zoveel tijd om al dit moois te ontdekken hebben we nu eenmaal niet, want om 15.55 u. gaat de trein alweer terug naar Cuzco. Dit is het moment waar we beiden al heel lang van droomden: Machu Picchu!! Na de ingang moeten we stevig omhoog klimmen; op die hoogte een “adembenemende” bezigheid. Het maakt niet uit, niets maakt meer uit, want wat we dan zien…..hebben we zo vaak op foto’s en National Geographic en Discovery gezien: het giga-fantastische overzicht over de Inca ruïnes van Machu Picchu!! We klimmen en klauteren niet en toch is het adembenemend wat we nu meemaken! Echt het superhoogtepunt van deze vakantie! Het uitzicht over de omringende bergen is trouwens ook te gek, het is haast onvoorstelbaar dat de Inca’s op dit punt zo’n complex hebben kunnen bouwen, midden in de dichtbegroeide Andes jungle. De gids leidt ons rond en legt het één en ander uit. Het maakt allemaal diepe indruk op ons. Het is trouwens heerlijk weer dus we treffen het, ook voor de foto’s. Mijn wangetjes zijn zelfs een beetje verbrand. Na de rondleiding moeten we helaas weer snel met de bus naar beneden, al waar Hen na 1 uur wachten het smerigste broodje warm vlees ooit eet (en ik een best lekker broodje kip, maar ook na 1 uur wachten….). Vier uur terug met de trein, het was het allemaal dubbel en dwars waard (ook al word je in die 4 uur flink door elkaar geschud….). We besluiten de dag met superlekker Aziatisch eten (Hen Indiaas en ik Vietnamees) omdat we even wat variatie in het Peruaanse menu wilden. Een fikse Amaretto (voor mij) en een whisky (voor Hen) in het gezellige Macondo tot slot, en we kunnen terugkijken op een supergoeie dag! Erg voldaan vallen we in slaap zodra we onze kussens ruiken.
6/7/04 We ontbijten weer uitgebreid want op ons programma staan de Incaruïnes van Kenko en Sacsayhuaman, in de omgeving van Cuzco. Met de taxi laten we ons steil bergopwaarts naar Kenko brengen. Een bizarre offerplek van de Inca’s. In een “natuurlijke” tunnel in de immense rots, is een perfect offeraltaar te zien, compleet met zigzag afvoergoot voor het bloed. Buiten is nog een soort amfitheater te zien. het is klein maar heel leuk (bizar!) om te zien. Te voet gaan we een stukje bergafwaarts naar het grote complex Sacsayhuaman (na 5 x kun je het redelijk uitspreken….). Dit complex is met name indrukwekkend door 3 enorme zigzaggende muren opgebouwd uit immense rotsblokken die weer eens perfect op elkaar aansluiten, ondanks het feit dat ze geen van alle rechthoekig zijn. De stad is vroeger in de vorm van een poema gebouwd, de 3 zigzagmuren vertegenwoordigen de tanden. Nadat we over poema’s gebit heen hebben gelopen, aanvaarden we de terugreis naar de binnenstad al lopende. Een stevige tippel bergafwaarts die zo’n 1½uur heeft geduurd. ’s Avonds zullen we merken dat we beiden behoorlijk onze spiertjes voelen wat niet vreemd is, want wat hebben we gelopen vandaag! Na de koffie zijn we nog naar het Incamuseum geweest, dat een grote hoeveelheid Inca en pre-Inca resten herbergt. En daarna zijn we winkeltjes gaan kijken. Qua mode lopen ze hier flink achter op een enkel kledingstuk en paar schoenen na dan. De verkopers zijn bovendien erg plakkerig en springen direct in je nek als je binnenkomt, ze laten je niet met rust. Iets dat wij allebei niet erg waarderen. Ook heel grappig: voor gewoon pinnen rekenen ze 5 soles extra……….. zelfde als we met Visa extra kwijt zijn… Erg vreemd. Het wordt donker en we gaan ons in het hotel een beetje opknappen en even wat lezen bij het haardvuur. We eten zalig kip en alpaca in het tentje waar we gisteren onze slotborrel hadden (Macondo). Moe maar wederom voldaan gaan we (met spierpijn in de benen) naar bed.
7/7/04 Het hostal regelde onze taxi om 7.15 u. naar het treinstation. Het is een ander station dan die vanwaar we naar Macchu Pichu vertrokken. Om 8 uur vertrekt de super-de-luxe trein van Peru rail naar Puno. We zitten in luxe fauteuils aan met linnen gedekte tafels compleet met verse bloemen en een leeslampje. Echt schitterend. De trein omvat verder nog een restaurantcoupé en een open balkon met te gek uitzicht op de Altiplano. We zitten hier een hele poos onszelf te vergapen aan de prachtige bergen. Tijd zat, want de rit zal zo’n 10 uur duren! Van de menukaart mogen we een keuze maken uit 2 voorgerechten en 3 hoofdgerechten (toetje zit er ook nog bij) want de rit is inclusief luxe lunch. We laten het ons prima smaken. Vóór de lunch echter schrok ik me rot: Hen was al een poosje van onze plek weg en net op het moment dat ik wilde gaan kijken waar hij bleef, werd hij door het personeel naar zijn stoel “getild”, half van de wereld. Bleek hij met zijn middelvinger tussen de wc deur te zijn klemgeraakt, omdat degene die na hem ging niet in de gaten had dat hij zich nog aan de deurpost vast hield i.v.m. het schudden van de trein. Gelukkig was Hugo en de rest van de crew snel ter plekke om zijn vinger te ontsmetten, te verbinden, ijs aan te bieden (en zelfs zuurstof toen hij zo flauw werd) en hem naar de stoel te escorteren. Prima gereageerd. De hele service was sowieso heel erg goed. Met Hen’s vinger gaat het zozo, hij is flink aangedaan, maar hij kan hem gelukkig nog bewegen. De 10 uur durende rit is in deze luxe trouwens zeer goed te doen, het vliegt echt voorbij. Aan het einde genieten we nog van de mooi ondergaande zon met bijbehorend avondrood, onder het genot van een Peruaanse rosé. De rosé is heel anders dan we gewend zijn, veel zoeter namelijk, maar smaakt ons goed. Bij aankomst in Puno hebben we snel een taxi naar Cofre Andino. Nauwelijks een hostal te noemen, zo klein is het (5 kamers!) maar vreselijk knus en kneuterig. Wederom een goede keuze van SNP en Baymi Travel. De eigenaar is bovendien zeer behulpzaam en spreekt Engels, Duits en Frans. Hij legt ons met een kaartje uit dat we maar even naar Jinon Lima moeten om onze trip van morgen te bevestigen. Uit de Trotter en Lonely Planet hadden we al begrepen dat Jinon Lima en de Plaza de Armas het enige is aan Puno dat enigszins de moeite waard is. Het lijkt te kloppen. Een druk winkelstraatje vol banken en restaurants. We kiezen het restaurantje “Tradiciones de Lago” uit om koornaarvis en cavia te eten. Een uitstekende keus! Leuk altijd om de lokale specialiteiten uit te proberen! Hen bestelt als voorafje een “blinde” soep. Het blijkt een soep te zijn van een speciale zwarte aardappel. Erg smakelijk, beetje vreemd grijzig-zwart kleurtje, dat wel. De cavia is gefrituurd en smaakt een beetje als kip. Het is vrij lastig eten, meer kluiven, wel lekker. De Peruanen eten overigens alleen cavia bij speciale gelegenheden. In restaurants is het derhalve niet altijd beschikbaar. De koornaarvis (of Kingfish) is een heerlijk gebakken visje waarvan je niet snel zou zeggen dat het hier om een zoetwatervis gaat. Het lijkt een beetje op gebakken schol. We hebben smakelijk gegeten bij het heerlijk warme vuur van de houtoven, want ’s avonds is het hier flink koud!
8/7/04 Dit is een ervaring apart: we zitten (bijna in het donker) bij een Indianenfamilie in de keuken op het eiland Amantani in het Titikaka meer. Een heel bijzondere trip! Vanochtend begon niet zo denderend: we werden opgehaald door een fietstaxi. De straat waar het hotel in ligt is echter erg steil en dat redde de fietsriksja met ons er in niet. We belandden tegen de muur. Ik wat blauwe- en schaafplekken, Hen zijn scheenbeen lag flink open, bloed everywhere….. Toen we bij de boot aankwamen (die ons naar de eilanden zou brengen) werd Hen’s been verbonden bij een mobiele dokterspost. Je dient dan direct te betalen, wat niet zo erg is want het kostte maar 2 soles (een halve euro). Na 3 kwartier varen kwamen we aan bij de Uros eilanden. Dit zijn drijvende rieteilanden, heel leuk om te zien. Het eiland dat wij bezochten heet Tupini en zal zo’n 100 bij 100 meter zijn geweest. Er is zelfs een (basis) school! Middels een speciaal project beschikken ze tegenwoordig over zonnepanelen en dus over elektriciteit. Vreemd: een rieten hutje als huis met stereotoren erin! Na nog een eiland van riet bezocht te hebben (met een bootje van riet, heel stevig!) varen we met een gemotoriseerd bootje zo’n 2 ½ tot 3 uur verder het meer op, naar Amantani, een gewoon, zeg maar natuurlijk, eiland. We zitten op het dak en de zon is heerlijk! Hij gaat wel heel snel want de wangetjes zijn alweer aan het verbranden. De uitzichten zijn weer eens prachtig, we zien zelfs een besneeuwde mega-berg die al tot Bolivia behoort! Bij het eiland aangekomen worden de toeristen over de gastgezinnen verdeeld. De Amantani’s hebben dit systeem zelf bedacht, dus zijn geen slachtoffer van het toerisme. Ze spreken m.n. Quechua (de Indianentaal) maar de jonge generatie spreekt ook Spaans en onze “Marleni” spreekt zelfs wat woordje Engels. Zij is één van de 4 zussen van ons gastgezin en leidt ons rond. Het huis is van steen met hout en wij slapen op de eerste verdieping. Deze is te bereiken via een eng houten trapje vanaf de binnenplaats. Het is ook maar goed dat we onze zaklamp mee hebben want het is hier pikkedonker en de “wc” is in de tuin. Op de boot kregen we nog een spoedcursusje Quechua (Allillanchu betekent b.v. hallo). Leuk gedaan! In de “keuken” serveert ons gastgezin ons de lunch: een soepje van Quinca (soort graan), aardappel en groente. Zeer smakelijk. Als hoofdgerecht krijgen we 3 soorten aardappel (“gewone”, een blanke langwerpige soort en een paarse langwerpige soort) met een plak gebakken kaas en 3 schijfjes tomaat. We zitten best te smullen. Erbij serveren ze een soort munt/tijm thee. Niet mijn favoriet maar zeker ook niet smerig. Na de lunch gaan we met de hele groep van Edgar Adventures de berg hier beklimmen om de prachtige zonsondergang te zien. We lopen terug in het avondrood, en later het donker. Best heel romantisch. Ik voel mij wederom een rijk mens dat we dit allemaal kunnen doen. Ons gezin: - José Mamami M. - Rufina Yanarico - Flora Mamani Yanarico - Gladys Mamani Yanarico - Marleny Mamani Y. - Wike Mamani Y. Terwijl ik dit schrijf wordt voor ons het avondmaal bereid op een vuurtje. De zussen en moeder zitten op hun hurken voor het vuur. Later zitten de zussen met z’n allen muisstil te luisteren naar een soort hoorspel op een transistorradiootje. Het lijkt wel of we terug zijn in de tijd! Het avondmaal bestaat wederom uit (dezelfde soort) soep en als tweede gang rijst met een aardappel/wortel prutje. Voor ons worden in keramieken kommen flinke hoeveelheden geserveerd. De familie zelf eet een minimale hoeveelheid uit een metalen kommetje. Best gênant want ik krijg het allemaal helemaal niet op, al die zetmeel bommen! En dan weten dat ze echt niks hebben…. Ik blijf maar wijzen op mijn buik dat ik vol zit, maar krijg toch een grote portie. Na dit maal worden we (bij kaarslicht) door Marleni in folkloristische kledij gehesen. Ik twee hele dikke rokken en een soort corsetband, blouse en hoofddoek. Hen een kleurig mutsje en poncho. In het donker lopen we naar de feestzaal waar alle andere gastgezinnen en hun gasten (in dezelfde kledij) ook naar toe komen. De panfluitband speelt, er wordt gedanst en we drinken een biertje. Wij zijn niet zo van het meedans type dus kijken we toe. Het biertje hakt er na de bergbeklimming van vanavond flink in, dus bijtijds brengt Marleni ons in het pikkedonker terug naar “huis”. We slapen onder 5 dekens, met shirt aan, tegen de kou. Het “bed” bestaat uit een houten bodem met een 2 cm. keihard, stromatras. Ik slaap bijzonder beroerd, ondanks mijn moeheid. Hen slaapt wonderwel goed. (gelukkig staat er een potje onder het bed waar we ’s nachts dankbaar gebruik van maken!).
9/7/04 Heb ik weer: om 5.30 u. word ik met flinke (darm) krampen wakker…. Ik kleed me dus maar aan en begeef mij naar de wc-pot (omgeven door golfplaten, geen stromend water en wc-papier). Het is (weer) helemaal mis, vermoedelijk van het water dat ze hier gebruiken. Naast de wc in de tuin staat een open waterton, het water daaruit wordt gebruikt om de wc-pot mee door te spoelen, en om mee te koken, begrijp ik nu. Een kraan zie ik niet, fleswater evenmin. De buikmalaise zal nog tot en met de lunch aanhouden. Ook Hen’s buik gaat flink tekeer, maar durft het ontbijt wel aan. Ze maken er weer veel werk van, met een soort pannenkoekjes en wat brood. Wederom geef ik in alle talen (inclusief lichaamstaal) aan dat ik echt geen ontbijt hoef, het maakt niet uit, het wordt gewoon neergezet. De excursiegroep gaat vandaag Amantani weer verlaten voor een bezoek aan het nabijgelegen eiland Taquile. Helaas blijkt dat we bij aankomst op dit eiland eerst een uur de berg op moeten lopen, voor ons beiden een zware opgave. Voor Hen omdat de benen zo’n beetje wel op zijn nu, voor mij omdat ik mij ronduit ziek, zwak enzovoort voel… De hoogte zorgt tevens voor acute kortademigheid zodra je je inspant. Het eiland is wat ons betreft een bezoek eigenlijk niet waard, alleen de uitzichten van bovenaf zijn mooi. De dorpskern bevat 1 kaal plein met een coöperatieve handycraft zaak. Maar dat hebben we al genoeg gezien deze vakantie. De gezamenlijke lunch daarna is wel leuk: koornaarvis en uitleg over de gebruiken hier. (De gids (Henny) doet het heel leuk en vertelt boeiend). Ik nuttig slechts droog brood en gewone thee, en begin mij dan wat beter te voelen. Gelukkig maar, want na het eten moeten we weer een uur bergaf, en 3 uur op de boot. Na de bergafdaling hebben we beiden geen benen meer over dus relaxen we lekker op de boot. Hen op het dak in de felle zon, ik binnen want mijn toetje is al rood genoeg. Bij ons hotel in Puno terug hebben we een andere kamer gekregen waar ik zowaar een warme!!! douche kan nemen. Ik ben zeer dankbaar want ik voel me echt erg vies! Hen besluit pas na het diner te gaan douchen. Achteraf een foute keus, want warm wordt de douche ’s avonds weer eens niet!! De eigenaar zegt dat hij morgen om 6.30 u. pas weer heet water heeft…. We eten zalig en uitgebreid voor ’t laatst een diner in Peru, Irish coffee en Bailey’s toe: compleet voldaan!
10/7/04 Ondanks dat we bij de hostal eigenaar hebben aangegeven dat we pas om 9.00 u. zullen worden opgehaald, en we dus pas om 8.30 ontbijt wensen, maakt hij ons om 6.15 u. wakker: er is heet water is de boodschap! Ja kluns, heel fijn, maar we hadden nog 2 uur kunnen pitten! Om 8 uur kan Hen eindelijk zijn hete douche nemen. We pakken onze boel voor de laatste keer bij elkaar en gaan op een privé toer met Edgar Adventures naar de graftorens van Sillustani. Zeer speciale plek wederom, bij een mooi meer, op een berg op een schiereiland gelegen (dus weer de berg op en af…): 4 verschillende pre Inca en Inca bouwstijlen bij elkaar. We genieten voor het laatst van de overblijfselen van deze beschavingen in Peru onder een stralend blauwe hemel met heerlijke zon. Dan worden we naar de luchthaven van Juliaca gebracht voor onze binnenlandse vlucht naar Lima (via Arequipa). Op de luchthaven bestellen we een cheeseburger die ons n.b. voor ¾ rauw wordt geserveerd! We sturen hem terug en krijgen hem warm (maar nog steeds ¼ rauw…)terug. Het is niet te vreten en we zien steeds meer mensen om ons heen het eten terugsturen. Het was dan ook wel zeer goedkoop…. De vlucht verliep prima en na een heerlijke sushi maaltijd en wat taxfree shoppen op Lima Aeropuerto aanvaarden we het laatste deel van onze terugreis: de 14 uur durende vlucht van Lima naar Amsterdam (met 1 uur stop in Bonaire). We zuchten beiden: dit was een volmaakt perfecte droomreis!!!
Zaterdag 30 mei 2009 Het is vandaag een roerig dagje geweest. Fem heeft de afgelopen nacht goed geslapen maar voor mij is deze nogal dramatisch verlopen. Ik heb geen oog dicht gedaan. Eveneens is vanmorgen duidelijk geworden dat de badkamer niet aan de eisen van een rolstoelkamer voldoet. Ik moet me in allerlei bochten wringen om überhaupt in de douche terecht te komen en wanneer ik er onder vandaan kom, zit ik al helemaal stuk en de dag moet nog beginnen… Het voornemen om een Hop-on-hop-off-bus te nemen valt voor een deel ook nog eens in het water. De kaartjesverkoopster maakt ons duidelijk dat er voor ons vandaag maar 1 hop-on-hop-off in zit want vanaf 1 uur ’s middags rijden de bussen niet meer. Reden: in het centrum vindt een demonstratie plaats tegen de G8. Het is sowieso een turbulent weekend in Rome want buiten deze demonstratie vindt er vanwege Pinksteren een pauselijke mis plaats en op dezelfde dag eindigt in Rome de Ronde van Italië (wielrennen) met een tijdrit door het centrum. We besluiten om ons af te laten zetten op het Sint Pieters Plein en wanneer we de massale stroom aan mensen zien zijn we blij dat we dit niet voor morgen op de agenda hebben staan want je kunt nu al over de hoofden lopen. Van buiten af oogt het plein en de Basiliek van Sint Pieter kleiner dan ik had verwacht. Eenmaal binnen piep ik wel anders, zeker wanneer we in de loop van de dag nog het Vaticaan en de Sixtijnse kapel bezoeken. Het gehele complex is enorm. Overigens ervaren wij het als een luxe dat we met de rolstoel overal mogen doorlopen, nergens hoeven te wachten en men constant alternatieve routes aanbiedt. Tja…wat valt er nog allemaal te zeggen…het Sint Pieters Plein imponeert alleen al door de door Bernini ontworpen zuilengalerijen. Het interieur van de basiliek is een aaneenschakeling van pracht en praal, geschilderde afbeeldingen, uit marmer gehouwde beelden en een werkelijk schitterende koepel.
Donderdag 28 mei 2009 Vanavond laat zijn we na een uur en 40 minuten vliegen in Rome gearriveerd .Voor onze begrippen een korte vlucht: na twee keer met de ogen geknipperd te hebben staan we al weer aan de grond. Het is een voorspoedige reis geweest Tijdens de half uur durende taxirit richting het centrum zit ik al met open mond en vol verbazing te kijken naar de vele schitterende bouwwerken die Rome voor ons in petto heeft. Het is nu al duidelijk dat de geschiedenis letterlijk en figuurlijk van Rome afdruipt. Het hotel is wel even slikken. De rolstoelkamer bevindt zich op de vierde verdieping en via 2 liften en dubbel zoveel branddeuren bereiken we uiteindelijk de kamer. In het hotel is het werkelijk overal passen en meten. Zo kan ik bijvoorbeeld de liften niet betreden zonder dat mijn voetsteunen eraf gehaald zijn. Maar goed, we zullen ons de komende dagen wel weer redden. De kamer is overigens kneuterig, klein maar wel gezellig. Voor ons doen gaan we laat naar bed, t.w. 1 uur.
Zondag 31 mei 2009 Ik voel me gelukkig een stuk fitter dan gister. Fem heeft ook goed geslapen. Eerst maar eens checken bij de receptie of ze wat voor ons kunnen doen met betrekking tot het lekke bandje. Na een hoop “prego” zegt men toe er aan te gaan werken maar eigenlijk hebben we beiden het gevoel dat het niet in orde komt. We hadden gisterenavond al besloten om ons met een taxi naar het Colosseum te laten brengen maar wanneer ik eenmaal in de taxi zit, wordt ons te kennen gegeven dat men niet verder kan rijden dan het Piazza di Venezia. Dit i.v.m. het parcours van de tijdrit. Deze begint namelijk vlakbij de Piazza di Venezia en eindigt bij het Colosseum. We laten ons toch maar bij de Piazza afzetten en het is er al een drukte van belang. Omdat het trottoir hier wel redelijk is, kunnen we ondanks het lekke bandje toch redelijk de weg vinden richting het Colosseum. We kunnen zelfs nog gebruik maken van de weg tussen start en finish van het wielerparcours, waarvan het middelste gedeelte uit asfalt bestaat, redelijk zeldzaam in Rome. Een saillant detail is overigens dat ondanks de aanwezigheid van duizenden recreatieve en prof wielrenners, het niet lukt om iemand te vinden met een passend pompje om het lekke bandje letterlijk eventueel nieuw leven in te blazen.
Vrijdag 29 mei 2009 Na een korte nacht zitten we om 9 uur aan het ontbijt. Met de koffie en de kaart van Rome op tafel, besluiten we om richting het Piazza del Quirinale te lopen daar dit ten opzichte van het hotel nogal nabij moet liggen. Zodoende kunnen we hopelijk een duidelijk beeld krijgen van de afstanden tussen de diverse bezienswaardigheden. We zijn net de hoek om en vallen direct met ons neus in de boter. De Palazzo del Quirinale en de enorme obelisk op het plein ervoor doemen direct op. Het plein geeft een schitterend uitzicht over een deel van Rome met in het middelpunt de meest schitterende gebouwen w.o. de Sixtijnse kapel. Eveneens wordt echter duidelijk dat het bezoeken van Rome met een rolstoel een aardige kluif kan worden. De stad is op 7 heuvels gebouwd en we dienen dus een eindje om te rijden voor we een enigszins geschikte weg hebben gevonden richting de Trevifontein. Overigens wil ik nog benadrukken dat het hier echt wemelt van de schitterende stukjes architectuur welke af en toe niet eens op de kaart voorkomen. Bij aankomst bij de Trevifontein vallen onze monden weer open. Het bouwwerk is werkelijk schitterend en het is er ook een drukte van belang. Het is werkelijk adembenemend. Fem gooit volgens de traditie met haar rechterhand een muntje over haar linkerschouder in de fontein.
Na een drankje op het terras gaan we richting Vaticaanstad. En ook hier worden we met behulp van het personeel keurig door het complex geloodst. Alles maakt hier indruk. De gebouwen van het Vaticaan, de eromheen liggende tuinen, de beschilderde gangen, de vele exposities maar vooral het handwerk van Leonardo da Vinci in de Sixtijnse Kapel. Wekunnen wel blijven kijken, iedere keer vallen er wel nieuwe details op. Je kan jezelf afvragen hoeveel tijd hierin heeft gezeten. Werkelijk fenomenaal. Omdat we vandaag een trage start hadden is het alweer ver in de namiddag wanneer we na een drankje besluiten om een taxi te nemen naar het Plaza di Pietra nabij het Pantheon. We willen graag weer in dit buurtje wat gaan eten voordat we richting het hotel gaan. De chauffeur van de taxi scheurt al tierend en vloekend door de straatjes van het centrum maar eerlijk gezegd weet hij wel waar hij mee bezig is. Ik verwacht dan ook dat het nieuwe Formule 1 seizoen tenminste 1 debutant zal kennen. Eigenlijk tegen beter weten in besluiten we terug te lopen naar het hotel. En aangezien ons hotel zich op een heuvel bevindt, is het voor Femke eigenlijk een beetje teveel van het goede. Op de koop toe constateren wij bij de receptie van het hotel dat de rolstoel een lekke band heeft. Nou moet ik zeggen, mijn stoel heeft het lang volgehouden maar het zat er een keer aan te komen. Aangezien het morgen eerste Pinksterdag is, zal er van een reparatie waarschijnlijk weinig terecht komen. Maar ja, morgen weer een dag.
Eenmaal bij het Colosseum aangekomen ben ik wel even sprakeloos. Niet alleen het Colosseum zelf is indrukwekkend, ook het nabij liggende Palentijn (waar wij helaas niet in kunnen met de rolstoel) alsmede de triomfbogen en de talloze ruines ademen zoveel geschiedenis uit dat het bijna niet te bevatten is. Na een kleine wandeling naar het Circo Massimo besluiten we om het Colosseum te bezoeken. Net als gisteren wordt het ons bijzonder gemakkelijk gemaakt want vrijwel direct worden we langs de mensenmassa geloodst en hoeven we geen entreegeld te betalen. Het uitzicht op de arenavloer en de catacomben vanaf de benedenverdieping is al prachtig maar nadat we met de lift op de bovenste etage komen, krijgen we pas een goed beeld van de grootte van deze arena. Wat heeft zich hier allemaal afgespeeld in dik 2000 jaar tijd? Op het moment dat we het Colosseum verlaten trekt de reclamekaravaan van de Giro net voorbij en het is heel vermakelijk om te zien hoe volwassen mensen elkaar bijna omgooien voor een petje, een wielrentasje of een pakje olijven welke uit de talloze auto’s en bussen worden gegooid. Maar het moet gezegd: het is een groot spektakel en ik ben blij dat ik er een glimp van kan opvangen. De tijdrit is inmiddels begonnen en wanneer we terug proberen te lopen richting het Piazza di Venezia mogen we tot onze verbazing het wegdeel gebruiken waar ook de wielrenners gebruik van maken. Dit is wel even heel mooi meegenomen. Ik zie een groot aantal bekende wielrenners zoals Lance Armstrong, Gilberto Simoni, Levi Leipheimer en de inmiddels gestopte Mario Cippolini. We kunnen tot vlakbij het startpodium komen en doen dan gewoon alsof ons neus bloedt. Pas na een half uurtje worden we weg gedirigeerd en vinden we het wel een mooie tijd om wat te gaan eten en drinken aan de rand van het parcours. Ik kan zodoende af en toe nog een glimp opvangen van de voorbijkomende renners. Het is ontzettend leuk om dit een keer mee te maken. We zijn dit weekend toch al verwend met beroemdheden want Mart Smeets zat bij ons in het vliegtuig en bij het parcours zien wij hem weer, vanaf een terrasje heb ik Silvio Berlusconi zien telefoneren in zijn auto en nu dus al die bekende wielrenners. Ik heb het wel vaker gezegd: Wij hebben altijd wat als we op vakantie gaan!
Maandag 1 juni 2009 Wanneer we wakker worden en Fem de gordijnen openslaat constateren wij helaas dat het miezert. We gebruiken het ontbijt om 9 uur en we hebben de kaart van Rome en het boekje meegenomen om een plan voor vandaag te maken. We hopen beiden dat het weer nog een beetje opklaart want hoewel we bijna alles hebben gezien wat we op de rol hadden staan, zou het jammer zijn wanneer we de laatste dag binnen door moeten brengen. Na het ontbijt is het echter gestopt met miezeren en inmiddels hoost het. Nadat we een uurtje al werkende aan het dagboek in de lobby hebben doorgebracht, klaart het weer een beetje op en besluiten we de gok maar te wagen en naar buiten te gaan. Een taxi brengt ons naar het Piazza Spagna waar de beroemde Spaanse trappen zijn gesitueerd. We vinden het weinig indrukwekkend en besluiten door te lopen naar het Piazza di Popolo. Dit plein met zijn obelisk en de vele beeldhouwwerken w.o. sommige in Egyptische stijl, ziet er indrukwekkend uit. Wanneer we dezelfde weg teruglopen doen we ons tegoed aan een espresso en een chocolade-ijsje waarna we onze weg vervolgen over de Via del Corso richting het Piazza di Venetia. De Via del Corso is de winkelstraat van Rome. Merken zoals Prada, Gucci, Armani, Cartier etc. voeren hier de boventoon en de omgeving lijkt dan ook voornamelijk te bestaan uit mensen met heel veel tassen, volgeladen met aankopen. Als laatste bezichtigen we het gedenkteken voor Marcus Aurelius, één van de keizers van Rome, bekend van de bioscoophit “Gladiator”. Na een aantal spatjes regen breekt nu langzamerhand het zonnetje toch nog door en we besluiten om toch nog maar uitgebreid te lunchen voordat we richting de luchthaven gaan. Het eten is wederom verrukkelijk en relatief goedkoop. Het is ons overigens de afgelopen dagen opgevallen dat een verblijf in Rome niet persé duur hoeft te zijn. Je kunt bijvoorbeeld vanaf 5 euro al eten, al voor 10 euro een set-menu bestellen en ook een rit met een taxi blijft veelal onder de 10 euro. Ook de vele musea en bezienswaardigheden zijn veelal gratis.
We vervolgen onze weg door de pittoreske straatjes en het is een genot om de vele gebouwen, talloze terrasjes en de kleurrijke winkeltjes te bekijken. Als het tijd is voor een echte Italiaanse espresso, stoppen we bij een terrasje op het Piazza del Pietro. Op het plein bevindt zich de gevel van een tempel in de vorm van een zuilengalerij waarachter zich nu een beursgebouw bevindt. Tegenover de gevel is er in een vitrine een maquette te zien van de originele tempel. Het zal vele eeuwen geleden een indrukwekkend geheel zijn geweest. Femke flirt onderweg op een bankje met Pinokkio en enkele minuten later staan we voor de volgende bezienswaardigheid: het Pantheon. Wie de kaft van “De ontdekking van de hemel” van Harry Mulish kent, weet wat je te zien krijgt als je in het Pantheon omhoog kijkt. De koepel vormt een perfecte cirkel en de enige lichtbron is een oog bovenin, dat open is. De lichtinval bezorgt ons schitterende uitzichten. Het is inmiddels tegen één uur en de vele terrasjes in de zon hebben een uitnodigende werking op ons. We besluiten dan ook om wat te gaan eten en drinken en aangezien we op dit plekje tegenover het Pantheon prinsheerlijk zitten besluiten we om onze excursietocht voor vandaag af te breken, nog een biertje en een wijntje te nemen om vervolgens gewoon wat te kuieren door de binnenstad. Tijdens onze wandeling komen we echter nog plenty bezienswaardigheden tegen. Zo bezoeken we onder andere nog Piazza della Minerva met Bernini’s marmeren olifant met een obelisk op zijn rug en het beroemde Piazza Navona, een plein vol fonteinen en kunstenaars. Aangezien het al met al een vermoeiende dag is geweest, vinden we het tijd om in één van de vele straatjes een restaurantje op te zoeken waar we kunnen uitrusten, borrelen en een uurtje later lekker een pizza eten. Zelf zit ik er wel door en langzaam zoeken we de weg terug naar ons hotel. Het is voor Fem nog een zware dobber want wie omlaag gaat, moet ook weer omhoog. Maar uiteindelijk redden we het weer. De komende dagen zullen we proberen om gebruik te maken van de Hop-on-hop-off-bus welke geschikt lijkt te zijn voor rolstoelgebruikers. Het is inmiddels 10 voor 9 en ik denk dat we vanavond vroeg gaan slapen.
We hebben vanavond in een van de kleine straatjes in de omgeving van het Pantheon een iets luxer restaurantje uitgezocht en we moeten eerlijk bekennen dat het eten overheerlijk is. We doen ons tegoed aan bruchetta, een schaal met antipasti en als hoofdgerecht heeft Fem polpetti (gehaktballetjes) in wijn-uiensaus en ik een heerlijke lasagne met paddenstoelen en buffelmozzarella onder het genot van een heerlijke fles wijn. Na het diner nemen wij een taxi terug naar het hotel. Ondanks een lekke band hebben we er wederom een succesvolle dag van gemaakt.
Na de lunch (het is inmiddels al half 5) bellen we nog even naar huis en bereikt ons het droevige nieuws dat mijn oma is overleden. Het is even slikken maar gezien haar lichamelijke en geestelijke gesteldheid na een herseninfarct, had ik eigenlijk al een voorgevoel dat ze tijdens dit weekend zou komen te overlijden. We hebben dan ook allebei een gevoel van berusting. Het is beter zo. Om 6 uur laten we ons met een taxi naar het hotel brengen, we laden de bagage in en gaan richting de luchthaven. Het lange weekend Rome zit er op en het is voor ons beiden een onvergetelijke ervaring geweest. Een aanrader, ik kan niet anders zeggen! PS: Na deze reis ben ik ervan overtuigd dat de paus ons aan het stalken is. Vorig jaar tijdens ons bezoek aan Sydney was hij er ook al en nu we in Rome zijn is hij er weer! Dat kan geen toeval meer zijn…
19/8/01 Uitgecheckt en om 8.15 u. opgehaald voor de 2-daagse jungletrek. Het lijkt erop dat we met zijn tweeën een privé tour krijgen in een variant van de rode pick-ups. Echter….. 15 minuten van het hotel rijdt onze pick-up een gloedjenieuwe Mercedes aan de zijkant in de prak! Niemand is gewond maar al snel wordt duidelijk dat de tour als gepland niet door kan gaan. Na 1000 x “Xluse me” en “sorry” en “maybe you can go with other peoper tomorrow”, gaan we uiteindelijk weer terug naar het hotel en het VIENG bureau, waar we opperen dat we de 1-daagse tour morgen doen omdat we nu eenmaal niet willen dat onze treinreis in gevaar komt. No risk! Vieng probeert nog wat zodat ze minder geld terug hoeven te geven, maar we leggen uit dat deze tour en vakantie precies gepland is en dat tijd ons grootste verlies is. Als tegemoetkoming krijgen we een “Kantoke” diner aangeboden (traditioneel Thais eten en dansen, we worden om 19.00 u. opgehaald, hopelijk heeft deze chauffeur wél zijn rijbewijs… het schijnt n.l. dat ze hier regelmatig zonder rijden!!). Omdat we onze tijd toch zo nuttig mogelijk willen besteden (en ook moeten wil je alles zien en doen) gaan we, nadat we onze rugzakken weer op dezelfde kamer 206 hebben teruggezet, op pad naar Wat Phra Sing, alwaar bij voldoende mensen pick-ups naar “Wat Phra tat Doi Suthep” gaan. Nadat we met een aardige Engelse jongen en de pick-up chauf een prijs zijn overeengekomen, gingen we de stad uit en bergopwaarts. Behoorlijk bergopwaarts wel te verstaan! Op een uitzichtpunt op vier-vijfdevan de berg kun je Chiang Mai heel mooi overzien. Eenmaal bij de “wat” aangekomen klimmen we de 300 treden op (het schijnt dat als je dit 3 x doet zonder onderbrekingen, je verzekerd kunt zijn van een zorgeloos bestaan, wij hijgen al na 1 x!), die aan beide zijden omgeven wordt door 2 prachtige ge-mozaïekte naga-slangen. Boven huren we een mooie sarong en bekijken we de tempel. Hij is heel mooi en hangt vol met klokkenspelen (waar op staat: “don’t touch” maar waar niemand zich iets van aantrekt, dus dat geeft een mooi kabaal!) en een mega-gong en mega-trommel. Op de terugweg worden we weer langs zilverfabriek en lakwerk fabriek gebracht, maar we geven te kennen dat we daar geen trek in hebben. Duidelijk zijn helpt hier wel. In de oude stadskern genieten we in één of ander aftands restaurantje van een fantastische curry-noodle soep, waarna we al het zweet van ons af plonsen in het zwembad. Overigens, die stadskern waar ik het net over had, is heel grappig omgeven door de stadswallen (waar nog enkele stukken van overeind staan) en water, die een heel precies vierkant vormen. Op de Doi Suthep berg echter zagen we dat Chiang Mai heel veel uitgestrekter is dan dit vierkantje. De stad staat echt volgebouwd met “Wat’s” (tempels), je struikelt er haast over zodat we Chiang Mai omgedoopt hebben tot “watjesstad”. Tegen vijven gaan we naar onze kamer om ons wat op te knappen in afwachting van ons door Vieng-travel aangeboden “Kantokediner”. Om 7 uur worden we opgehaald om te dineren terwijl we kunnen genieten van een show bestaande uit Thaise muziek en dans. Het moet gezegd: het eten is heerlijk en zeker niet te weinig (= onbeperkt!) en hoewel één en ander zeer zeker is opgezet uit commercieel oogpunt is het zeer de moeite waard (op de drankjes na). Tijdens het eten wordt het eerste deel van de voorstelling opgevoerd: heel mooie diverse soorten Thaise dansen en als afsluiting een “messenartieste”. Na het meer dan riante diner, bestaande uit 6 á 7 verschillende Thaise gerechten met 2 soorten rijst (o.a. “sticky rice”) wordt ons verzocht buiten plaats te nemen om een demonstratie te krijgen van originele “Hilltribe dansen/rituelen”. Aan het einde van deze zit begint de vermoeidheid al parten te spelen en gaan we met de bus wederom naar het hotel, waar we onze bloemenkransen (gekregen bij het diner) afdoen en ons klaarmaken om te bed te gaan. Ik kijk nog wat American Football (sport is hier so wie so bijna 24 uur per dag) maar tegen twaalven gaat ook bij mij, letterlijk, het licht uit. Fem is dan al in diepe slaap.
22/8/01 6.00 u. Eerder dan gepland worden we wakker gemaakt. Gelukkig kan ik constateren dat ik in ieder geval beter heb geslapen dan op de heenreis, ondanks een Thaise SMS-bitch die constant in de weer was met haar mobieltje in het slaapvertrek naast ons. Fem heeft er schijnbaar iets meer last van gehad dan ik. Nadat we uitgestapt zijn (precies op rijd gearriveerd) gaan we na een “bakkie” op zoek naar een bus. Even vragen levert succes op en “off we go”. Na een half uurtje komen we in de buurt van Khao San Road. Wel nog even zoeken maar snel gevonden. Even snel vinden we een Questhouse (heel primitief maar in ieder geval schoon dit “Chart Quest House”) dus hier moeten we het maar een nachtje mee doen. Reeds na 10 minuten hebben we het programma voor morgen qua tijd al iets omgegooid: i.p.v. om 13.30 u. naar Kanchanaburi te vertrekken (v.a. Thonburry Station, aankomst 16.31 u.) besluiten we nogmaals vroeg uit de veren te gaan op donderdag en de trein te nemen van 7.35 u., aankomst 11.10 u. Zo “winnen” we eigenlijk een dag en er is nog zoveel te zien. Daar het nu nog vroeg is gaan we de route naar het station even verkennen om te zorgen dat we op tijd zijn morgen: lopend naar de rivier (Chao Phaya), per expressboot oversteken en we zijn er al. Lijkt een fluitje van een cent, we moeten er alleen even vroeg voor op. Terug aan de Khao San zijde kuieren we wat rond, gaan we lekker wat eten (Fish Meat Balls, very spicy voor Fem en Tom Ka Kai, rijst met een soort van kokossoep met kip voor mij) en daarna lekker op een terrasje om wat te drinken en (dit) te schrijven. Gezapig dagje dus, maar in Bangkok hebben we al zoveel gezien dat dit gewoon even een dagje is om te rusten, douchen e.d. voor de volgende stap: Kanchanaburi! ’s Middags verzint Hen ineens dat hij zijn haar wel wat korter wil. Geen probleem hier, zoals al eerder geschreven: het stikt hier van de massage/kapsalons/beautysalons (waar je ook kunt eten en internetten!). We zoeken er één uit waar ze alleen haar en make-up doen. Hen gaat er keurig gekapt de deur uit, voor 100 baht zit het heel goed! (Aan mijn haar laat ik ze echter niet komen hoe graag ze ook zouden willen.) Na nog wat geshopt te hebben bij de vele kraampjes op Khao San Road, en weer wat gegeten te hebben bij de beste restaurants van Thailand: de gaarkeukens!, gaan we vroeg te bed. Hen kijkt beneden in de bar nog wat film en dan gaat ook voor hem het licht uit. Lakens over ons hoofd trekken kan hier niet, ze ontbreken simpelweg (net als de zwanenhals onder de gootsteen, de w.c.-bril, de stortbak en de handdoeken). Maar voor 1 nacht is het te doen.
20/8/01 De wekker gaat weer vroeg vandaag. Wat een 2-daagse trekhad moeten worden wordt dus een 1-daagse tour. We gaan lekker samen ontbijten en worden iets later dan gepland opgehaald (8.15 u. i.p.v. 8.00 u.). Nadat we verschillende hotels zijn afgereden om andere deelnemers op te halen, begint onze trip naar de olifantenshow )ca. 45 min. rijden ten noorden van Chiang Mai. Eenmaal aangekomen worden we direct in de eerste show gestort. Het optreden van de olifanten die diverse werkzaamheden doen is heel leuk om te zien, maar al snel verzand één en ander in dansende en voetballende olifanten en zelf vind ik dit geen vermaak) maar zo om me heen te horen vinden sommige mensen dit leuk. Veel leuker is detweede show, die eigenlijk geen show is. De olifanten gaan lekker badderen in de rivier en duidelijk is te zien dat ze hier heel veel plezier in hebben, zeker als je naar het kleinste olifantje kijkt. Vervolgens worden we in de gelegenheid gesteld om zelf mee te rijden en dit is een hele aparte ervaring, zeker ook gezien het landschap waarin we vertoeven: het is groen, groen en nog eens groen. Jungle wordt afgewisseld met rijstvelden en halfwilde olifantjes. Echt de moeite waard. Na een wandeling van ong. 3 kwartier worden we afgezet bij een Lisu-dorp (één van de vele hill-tribe volken in dit gebied). Hoewel leuk opgezet toch weer té toeristisch en we kopen dan ook niets. We worden met os en wagen naar de lunch vervoerd (geen pretje voor mensen met een slechte rug). Lunch is Thais in buffetvorm en (wen er nu maar aan) voortreffelijk. Deze excursie is trouwens, in tegenstelling tot de eerder geplande 2-daagse, geen privé tour. Dit vinden we zeker niet erg want dan lult de gids die geen Engels kent tenminste niet de hele tijd alleen tegen ons aan! (Deze gids, Ms. Krab kan trouwens wel behoorlijk Engels). We toeren met 3 Japanners, 3 Dubai-ers en 2 UK-ers (aardig meisje en man, zij is haar vriend nagereisd die in Bangkok 9 maanden lesgeeft, hij is hier voor zaken). Na de lunch gaan we naar een extra ingelaste “snakeshow”, omdat de “Dubai-peoper” daar al kaartjes voor hadden (?). Heel toeristisch wederom maar best grappig om te zien. De commentator blèrde continu: “you be carefull” door “the final countdown” heen… Als laatste bezochten we een orchideeën kwekerij en vlinder farm. Ms. Krab legde kort uit hoe de orchidee gekweekt wordt waarna we mochten rondkijken tussen de echt schitterende soorten. Om de vlindertuin hebben we erg gelachen. We zagen er n.l. maar 3!! De rest was zeker met koffiepauze of zo. Wat ik trouwens het meest enge vond van deze trip sla ik hierin over: Na easy-going bamboe-raften (door schitterend natuurgebied) joeg een “vogelspin look-a-like” ons echt de stuipen op het lijf! (en er liep een dunne versie over mijn voet!).
21/8/01 Zijn trouwens gisteravond weer wezen eten in de foodcourt “Galare” waarna we daar heel lang zijn blijven zitten om naar al die lelijke mensen te kijken (en dat kan daar heel goed met dat T.L. licht). Weer voerden ze er een show op van traditioneel Thaise dansen en klederdracht. Opeens viel ons de toch wel regelmatig verschijnende travo”s en homo’s en ingehuurde hoeren op. Haast voor het eerst, maar niet vreemd want rondom de night-bazaar liggen de hoerenbars. Het daadwerkelijke homo-paradijs ligt een heel stuk verderop. In het magazine: “What’s on in Chiang Mai” wordt hiervoor druk geadverteerd: “Torpedoclub”, “Man-male massage” en “Sparoma”. We houden het wel bij de foodcourt. Vanochtend na het ontbijt uitgecheckt bij Chatree en op zoek gegaan naar die ene “niet-louche en ranzig uitziende” massagesalon. We vonden er één, maar wat we wilden (een half uur neck and back) kon ineens weer niet, behalve als we er een kwartier bijnamen (á 100 baht, terwijl wij die van 150 baht wilden). De Thai zijn wel mensen die graag zoveel mogelijk aan je verdienen, want overal zit wat achter! (bij velen althans). Terug in het hotel zagen we een advertentie van een soortgelijk massagecentrum, teven opleiding. Wij weer op pad, met de riksja dit keer (heel comfortabel en je ziet een hoop!). Bij aankomst oogt één en ander in ieder geval professioneel. We hebben hier in ieder geval te maken met een echte massagesalon (de meeste salons bestaan ook nog een keer uit een reisbureau en internetcafé). Samen worden we naar een “tweepersoonskamer” gedirigeerd en al snel krijgt de lach de overhand: we moeten een soort van Hare Krishna-achtige wikkelbroek aan en Femke krijgt nog een vaag hemdje aan. Maar, het moet gezegd, het uur wat volgt is dan ook helemaal fantastisch. Er wordt ons verzocht op onze rug te gaan liggen en op uiteenlopende manieren worden we vanaf de voeten tot onder het middel gekneed, opgerekt, gestretcht, en hoor ik in ieder geval allerlei vreemde spiergroepen en ligamenten losspringen. De dames schromen ook niet hun benen, borst en sterke armen te gebruiken om ons in de juiste positie te krijgen. Af en toe had ik het idee dat is ergens wat zou afscheuren. vervolgens waren rug en nek aan de beurt. Af en toe tegen de pijngrens aan werd het hele zaakje losgegooid (maar heerlijk was het wel!!!). Als laatste kwamen we terecht met het hoofd in de schoot van de dames (nog steeds op onze rug liggend dus!!!) en kwamen zowel nek en zelfs hoofd aan de beurt. Nog even moesten we recht overeind gaan zitten om rug en nek het laatste behandelingetje te laten ondergaan en klaar waren we. Voor eenieder die dit ooit leest: met schrijven over Thaise massage doen we dit fenomeen alsmede de dames tekort!!! Krijg je ooit de kans: zeker doen! We voelden ons als herboren. Voldaan aanvaardden we de wandeling terug naar het hotel. Fem eet nog wat rijst met “crisped pork” onderweg. We liggen nu nog even bij het zwembad. Als voorbode van de reis met de nachttrein naar Bangkok. Het enige dat ik vandaag nog kan wensen is dat ik in de trein beter slaap. Next stop: Khao San Road, Bangkok!! Bijtijds kleden we ons aan en wandelen omstreeks 16.30 u. naar de weg om daar een opstap-taxi te nemen. De chauffeur vraagt 60 baht (te veel) vanwege het spitsuur, maar hij moet het met 40 baht doen. We zijn inderdaad door de drukte een half uur onderweg. Bij het station slaan we nog wat drinken en chips in voor in de trein waarna we nog wat tijd nemen om wat te eten (lekkere noodle-soep!). Om 17.45 u. stappen we aan boord van de trein en stipt om 18.00 u. verlaat deze het station. Doordat het nog een uurtje licht is kunnen we nog wat naar buiten kijken maar we hebben besloten lekker vroeg naar bed te gaan. We moeten tenslotte (wat ik begrijp van de “beddenopmaker” om 6.20 u. weer op! We nemen nog snel even wat boekjes door en dan: welterusten!!!
17/8/01 08.00 u. Geslapen hebben we beiden zeer slecht. De trein ruist nou ook niet echt geruisloos over het spoor. Maar goed, we hebben het gehad. Op naar ons volgende avontuur: Chiang Mai. Voor we het treinstation uit waren werd ons al ca. 100 x gevraagd of we tuktuk of taxi wilden. Maar helaas voor de heren: ten eerste gingen we eerst ontbijten met gebakken rijst en ten tweede heb je hier goedkope opstaptaxi’s. Als er al mensen inzitten en jouw adresje ligt op de rit, dan is het maar 8 baht. Anders 10 of 15. Het Chatree is sober en schoon qua kamers en heeft een leuk zwembad. Eerst maar lekker een duik nemen en een beetje bij-luieren na die trein nacht. Veel Nederlanders hier. Chiang Mai is 100% anders dan Bangkok, veel gemoedelijker en kleiner. Op de grotere wegen is het echter wel ook zo’n chaos. We zijn gaan lopen in de middag, we hoopten dat de zon wat minder zou zijn. Nou, een heel klein beetje dan. Het zou hier in het noorden zgn. überhaupt wat koeler zijn dan in Centraal Thailand. Poeh, dat valt vies tegen (of het is gewoon toevallig een heel mooie dag). We hebben kraampjes gekeken op de bekende night-market en gegeten op het foodcourt. De koopwaar is veel van hetzelfde. Er zitten wel mooie spullen tussen zoals “perkamenten lampionnen” en wat Chinese kledij. Maar ook al ding je heel stevig af, je betaalt so wie so veel. Alleen dus maar een regenponcho voor Hen gekocht. Noodzakelijk voor de 2-daagse jungle-trek die we zondag gaan doen. De rest van de benodigdheden huren we van N.B.B.S. Verder zijn we vanavond vroeg te bed om de slapeloze nacht in de trein in te halen.
18/8/01 Vanochtend om ong. 7.00 u. opgestaan. We hebben een wandeling op het programma staan (uit een boekje over Thailand opgedoken). In het restaurant van het Chatree Questhouse drinken we een kopje koffie om ons daarna om een uur of 8 weg te laten brengen naar het startpunt van de wandeling: de Muang Mai Market aan de Menam Ping Rivier. Één ding wordt ons al heel snel duidelijk: dit is geen toeristenmarkt en we trekken als enige buitenlanders al snel veel bekijks. Net als Chinatown in Bangkok is het er een komen en gaan van tuktuks met allerlei soorten waar voor de vele kraampjes: van verse vis (levend en wel) tot allerhande groenten, van groente tot fruit, kruiden en nog zo veel meer. Fem koopt een pakje zoete wafels voor ontbijt en genietend en fotograferend banen we ons een weg door de vele straatjes en overdekte halletjes. Zo komen we bij de Warorot Market. Een soortgelijk tafereel, minder druk maar niet minder indrukwekkend. We slaan rechtsaf de Tapae Road in en ontdekken al snel twee mega grote Nagaslangen (al eerder gezien vanuit de taxi) welke de toegang markeren naar een klooster (Wat Saen Fang), nauwelijks zichtbaar vanaf de weg maar heel erg mooi. Waar onze route zou moeten eindigen bij Tapae Gate gaan we nog een stukje verder: we gaan de poort door om nog een aantal Wat-tempels te bezichtigen. We zien er tientallen maar de twee waarvoor we komen (Wat Chedi Luang en Wat Phra Sing) zijn wel de indrukwekkendste. De eerste is echt een ruïne (verwoest in dezestiende eeuw) maar toch heel anders dan de andere tempels. Wat Phra Sing wordt voor een groot deel gerestaureerd. Alleen het grootste gebouw staat niet in de steigers en is ontzettend mooi. We besluiten hierna maar eens wat te gaan eten. Daar Fem nog vol zit van de wafels neem ik een echte Thaise Noodlesoep die ik zelf lekker pittig maak. Na de soep koopt Fem nog iets zoetigs met kokos, gewikkeld in bananenblad en gaan we terug naar het questhouse om nog lekker bij het zwembad te gaan liggen (het is nu 11.30 u.). Als we ’s avonds weer trek krijgen, nemen we ons voor om eerst nog even de treintickets voor dinsdag te regelen, om daarna te gaan eten bij “The Gallery”. Chiang Mai is heel rijk aan reisbureautjes, dus lopen we er een paar binnen. Ze kunnen er alles voor je regelen, behalve treintickets. Anders dan in Bangkok….. Toch maar even naar het station hiervoor. Ook hier zijn ze weer niet dol op Visa, of het apparaat is echt blocking? Stevige tippel gemaakt en uiteindelijk aangekomen bij The Gallery. Eenzeventiende eeuws teakhouten huis (antiek) met een restaurant (Thais) en een galerij deel vól met mooie en grappige snuisterijen. Het eten is wederom heerlijk (beiden een rode-curry gerecht) alleen haal je hier in Thailand wel snel de prijzen uit zijn verband! Op straat en in een foodcourt eet je heerlijk voor ong. 25 baht (F. 1,50) en dan vind je 70 baht voor een hoofdgerecht in een restaurant al snel duur, terwijl dat dus maar F. 4,- is, waar je heerlijk van eet…. Af en toe dus even de knop om! Alles ingepakt voor de check-out en op tijd naar bed (Fallen was op het lokale net, nagesynchoniseerd in het Thai, niet om aan te horen!) i.v.m. de jungle-trek van morgen en overmorgen.
Thailand 13/8/01 Goede vlucht (weg met stortregen!). Half uur te laat weg (05.17 u.) maar maar 10 minuten te laat aangekomen. Ging allemaal heel snel, bijna als eerste bij de immigratiedienst en direct onze rugzakken (sms-je van Peet, Anja en Dara: veel plezier. Heel leuk!). Taxiritje geregeld: 500 baht, binnen een half uur bij het giga-luxe Rembrandt Hotel. Heerlijk: douchen. Nog geen moeite met wakker blijven nu. Buiten word je aan alle kanten taxi’s en tuktuks in gepraat. Nee, zeggen we vriendelijk, we gaan fijn lopen. Oei, toch wel heel groot: Bangkok. De kaartjes die we van het hotel kregen zijn we vergeten.Eerste fout: mee laten lokken in de tuktuk naar “Shopping Mall”. Alleen maar luxe juwelen dus. Lumpini Park was z.g. dicht. Nou we scheurden erlangs en het was één en al bedrijvigheid! Dus we wilden een tuktuk of taxi daar naar toe. Weg van dat idiote “shopping mall”. Helaas, ze willen je alleen brengen als ze je eerst naar de sponsor brengen (mall of café). Gewoon afgekapt en de openbare bus 45 gepakt. (5 baht). Gek park: in foodcourt voor het eerst tussen alleen maar Thai, met stokjes gegeten. Heerlijk en lekker weg van de verkeersherrie en smog! Beetje rondgezworven, ziet er wel leuk uit. Ik (Fem) begin wel wat moe te worden. De kousenband met gegrild kippenvel en noodles met paddenstoelen geven me nog even niet de energie die ik goed kan gebruiken. Flink neusverkouden! Terug gelopen vanaf het Lupini Park naar ’t hotel. Heel stevige tippel. Wel al een beetje in de gaten hoe het met de straten zit. Dan in de “lobbybar” onze welkomstdrank: (vruchten-iets met ijs, lekker fris). Ca. 13.00 u. Heb Femke naar boven gebracht. Ze wil nu echt proberen even een paar uurtjes te slapen. Zelf ga ik nog even de directe omgeving verkennen maar dit is van korte duur. Buiten enkele kleine restaurantjes is er weinig te beleven en besluit ik mijzelf te trakteren op een ijskoud Thais biertje (zéér lekker) in de lobby van het hotel, van de gelegenheid gebruik makend om de stadskaart van Bangkok nog eens goed te bekijken. Na het tweede biertje begint bij mij nu ook de vermoeidheid toe te slaan en na nog even het zwembad op devierde verdieping gecheckt te hebben ga ik om 14.30 u. mijzelf naast Fem neervlijen om mijn oogjes, na nu al zoveel indrukken, dicht te doen. Overigens: na ongeveer over de hele wereld in hotels, motels e.d. te hebben vertoeft is dit toch wel het absolute walhalla: het Rembrandt Hotel. Zeg maar gerust een oase van luxe. Van eigen closethouder en telefoon in de badkamer tot zwembaden op devierde verdieping. Het is werkelijk te gek voor woorden. We hebben een grote kamer op de twaalfde verdieping (zeer luxe) voorzien van een minibar, waterkoker met thee en koffie, gratis kluis, schitterend grote badkamer met bad en een grandioos uitzicht over Bangkok. Zelf een deur open doen? Ik dacht het niet! Ze lopen hier bijkans met een doekje voor je om te zorgen dat je voetzolen niet smerig worden (en dit bedoel ik niet als minderwaardig). Je word hier bijna alleen aangesproken als “sir”of “ma’am”of “my lady”, kortom we worden als Royalty behandeld. 20.15 u. Thaise rijsttafel in T.L. gelegenheid: springroles/ingelegde shrimp/garlic-basil-pork/ fried shrimp in currypaste/ kip-chili-kousenband-garlic met fried rice en saus-standaard. Singha bier erbij. We willen niet anders meer! (F. 24,- incl. bier!).
15/8/01 Tot 14.00 u. lekker bij de pool gelegen. Als de wind wegvalt heb je die pool echt wel nodig om af te koelen. Met skytrain en expressboot weer de “bekende route” genomen en het koningsplein (Sanam Luang) gezien. Dit zou vol staan maar dat viel allemaal wel mee. Wel wat handlezers. Op zoek naar Kao San Road, shopping voor zilver. Leuk vol straatje met winkeltjes, bars en questhouses. Mooie armband (ook voor Nico) en oorbellen gekocht. Voor weinig. Wat ook opvalt zijn weer de vele karretjes en kraampjes aan de straat waar je gewoon heel goed kunt eten. Dus met even snacken tussendoor” hebben we (vooral Femke) geen moeite. Nu is het tijd om op zoek te gaan naar hetgeen ik heel graag wil zien: het Thai-boksen in het Ratchadamnoen Thaiboxing stadium. We hebben even tijd nodig om het te vinden maar na veel vragen komen we er uiteindelijk. Natuurlijk wordt er weer geprobeerd ons de duurste kaarten aan te smeren, maar wij hebben onze zinnen gezet op de goedkoopste kaartjes (230 baht, de duurste zijn 1000 baht) op de bovenste ring, tussen het gewone, helemaal gek van gokken-de volk. Volgens de kaartverkopers op straat is dat niet mogelijk (uitverkocht) maar eenmaal aan de kassa blijkt het geen probleem. Eenmaal binnen is het rustig maar naarmate de wedstrijden voorbij gaan komen er meer en meer (voornamelijk Thaise) mensen bij. Het is precies zoals ik het me had voorgesteld: driftig gokkende Thaise mannetjes opeengepakt n.b. achter een hekwerk. We worden tot 2 keer toe weggebonjourd, maar dederde keer vinden we het wel mooi en blijven lekker zitten waar we zitten. Na een uur of twee vinden we het wel mooi en lopen we terug naar de Khao San Road. We hebben honger en laten voor ons wat noodles met groente klaarmaken en we kopen er een spiesje met vlees bij (weer zeer smakelijk). Het is hier heel erg druk en we besluiten hier even lekker te terrassen (heel wat biertjes gedronken). Het is schitterend om hier de mensen te bekijken. Tegen 11 uur nemen we, na stevig afdingen, een taxi terug. Flinke rit en maar 100 baht betalen (F. 6,-). Bij het hotel aangekomen besluiten we nog iets te drinken bij een restaurantje aan de overkant (Chili House) en Fem neemt nog wat “Fried Rice”. Tegen half 1 stappen we, weer voldaan, in bed.
14/8/01 Grandioos ontbeten: alles d’rop en d’ran en nog geen last van de ingewanden. Veel gezien! Met de sky-train naar de Chao Phaya rivier (ideaal!) en dan met de expressboot naar Wat Pra Kheo. Heel mooi en vol goud en een soort mozaïek. Hierin staat de Boeddha van smaragd, maar het bouwwerk op zich is al ontzettend mooi. Ook het koninklijk paleis is op dit terrein. Lopend is het prima te doen naar Wat Po. Hier ligt een 30 meter lange (blad) gouden Boeddha, nu helemaal in de steigers. In feite zouden we ook nog naar Wat Arun, aan de overkant van de rivier, maar overdaad schaadt heb ik wel eens gehoord (bij Wat Po hebben we ongeveer 100 Boeddha-beelden gezien………..). Nog wat verder lopend kom je dan bij Chinatown. GAAF!! Echt hutje-mutje-op-een-krukje verkopen ze hier vooral eten, wierook en bloemenslingers. Iedereen doet er iets (slingers rijgen, á la minuut wokken, of hele bergen chili pepers van steeltjes ontdoen). Heerlijke geuren van kruiden, eten en wierook. Ik durfde de traditionele viskoekjes aan: LOVELY! en alles uit een zakje natuurlijk, zelfs cola! Moest er wel even aan denken om het zakje met links vast te houden en te eten met rechts. Ook de kledingregels hebben we keurig aangehouden: Hen lange broek, ik rok tot over de knietjes en beiden dichte schoenen. Wat we echter nog niet wisten, is dat je bij de tempels ook geen genegenheid mag tonen tegen elkaar (wij zaten natuurlijk allang weer te zoenen….. mag dat? nee dus!). Met één of andere longtailboot, die we privé afhuurden, zijn we door de klongs gevaren. Hier zie je de achterkanten van de van de soms hele dure en vaak hele arme huisjes. Je krijgt een aardig beeld hoe de mensen hier leven. Wat me opvalt is dat, ook al hebben ze een krot van hier tot Tokio, ze proberen het toch heel gezellig te maken met veel planten en tierelantijntjes. Eenmaal weer op de grote rivier dacht onze kapitein dat we op de Duitse autobahn zaten: dat ding ging wel 150 km./u!. Vervolgens hadden we onze zinnen gezet op het alvast regelen van de tickets voor de nachttrein naar Chang Mai. Van te voren hadden we het idee opgevat om dat op het treinstation te doen (Hua Lampong). Wederom met handen en voeten gebarend de juiste bus te pakken gekregen gingen we voor het vorstelijke bedrag van 8 baht (= 50 ct.) p.p. op weg. Nadat we vlak bij het station waren uitgestapt werden we net voor het station aangehouden door een jongedame die in haar beste Engels (en dat wil je echt niet horen) ons wist te overtuigen dat kleine reisbureautje in te gaan. En dat was het begin van een aflevering van: “the comedy capers”. Nadat alles was geregeld op papier, moest er nog betaald worden. Hoewel ik van te voren had gevraagd of ik met Visa kon betalen bleek dat de “slipsheet” op was. Dus of we even contant wilden betalen? Daar we dat bedrag niet op zak hadden probeerden de Thaise heren ons te leren hoe de acceptatie van Visa in Thailand gebruikelijk is: ze accepteerden wel Visa maar dan liepen ze even mee naar de Visa-pinautomaat ons proberend te overtuigen dat ze het geld al hadden voorgeschoten. Wat de heren niet wisten is dat wij nooit pinnen met Visa (en überhaupt ook de pincode niet weten) omdat dit vreselijk ongunstig is. Stug volhoudend en ons van pinmachine naar pinmachine slepend (en in woord en gebaar duidelijk makend hoe zielig ze wel waren) waren we het op dat moment zat. En wat gebeurde er toen? Het kon allemaal wel! Opeens! Zo maar! Op het station! Alleen was dit een ramp voor ze want nu kregen ze pas hun centjes…… de volgende dag! Gelukkig hebben we voet bij stuk gehouden. Dat hadden we na 2 dagen Bangkok al snel geleerd. Eenmaal buiten hoosde het. Na een stief kwartiertje wachten waagden we een poging en vonden we weer een bus(de verkeerde dus). Snel overstappend op een andere zaten we in ieder geval even droog. De busconducteur maakte ons (in zijn beste Engels, ahum) duidelijk waar we eruit moesten voor de skytrain die ons vlak bij het hotel brengt. Rennend door de regen bereikten we deze halte en konden we naar ons hotel. Toen we uitstapten was het (gelukkig) weer droog en kunnen we nu al zeggen (hoewel de dag nog niet om is) dat vandaag een groot succes is geweest. Helaas waren we een beetje te laat om nog geld te wisselen. Bij het hotel was de koers nu niet echt gunstig. We hadden nog 110 baht, zo’n F. 6,- dus. Jemig, geen avondeten denk je dan….. Mooi niet: voor F 3,- p.p. hebben we gegeten en gedronken, en lekker ook! Dat kan allemaal hier!
16/8/01 Vanochtend kalmpjes aan uitgecheckt (snel op de kamernog even van de misschien voorlopig wel laatste luxe gebruik gemaakt: Ally Mc. Beal op t.v. en scheren voor de spiegelwand). Beetje bewolkt dus dan maar ff naar Siam Shopping Centre. Niet voor de modale Thai, deze Esprit- en nog veel duurdere merken winkels. Wegaan op zoek naar een terras. Hebben ze hier niet! geen wonder eigenlijk met die smog hier, en de herrie. Opvallend hier is trouwens dat de vrouwen (die met hun iele lijfjes beter omschreven kunnen worden als meisjes) allemaal op plateauzolen lopen, waarschijnlijk om hun lengte te compenseren (bij ons reeds lang uit de mode). En dat ze er zo keurig uitzien, mannen ook hoor. Welgeteld misschien één of twee hoeren gezien. We zijn dan ook niet naar Pat Pong geweest. Poeh, al 6 dagen verheiratet! 17.40 u. Met onze echte bakpackerslook misstaan we zeer zeker niet op het Hua Lu Angor Station. Klaar voor de reis naar Chang Mai, zoals vele anderen met ons. Voor F. 2,- (30 baht) p.p. weer uitstekend gegeten op dit treinstation. De trein zelf heeft 1 uur vertraging (ach, wij zijn de N.S. gewend) maar is erg grappig en de moeite waard! Eigen hokje met bed en wastafel en airco en ven. Piesen, poepen en roken doe je aan het einde van de wagon. Na 5 minuutjes rijd je langs de sloppenwijken van Bangkok. Zo ongeveer tegen de trein aangebouwd zijn de van golfplaten in elkaar geflanste krotjes. Heel bizar. 22.30 u. Een “mannetje” komt onze bedden opmaken, keurig netjes! (Boven elkaar).
Vietnam 3/9/03 Nou, de eerste dag van onze vakantie hebben we dan nu alweer bijna in onze zak zitten. We hebben hem doorgebracht in het avontuurlijke…. Haarlem!! Uiteraard moet er weer wat bijzonders zijn met onze vakantie. Dit keer is het een tyfoon die voorbij Hongkong raast of heeft geraasd, waardoor onze vlucht naar Hongkong 5 uur later vertrekt. Hierdoor missen we de aansluiting naar Saigon en hebben we i.p.v. de tussenlanding van 1 uur nu een tussenstop van 9 uur. “Gelukkig” zegt de dame aan de telefoon van Cathay die ons omboekt, mogen we dan wel van de luchthaven af want “Hongkong is ook hartstikke leuk”. Hen’s vader tipt ons als ervaren Hongkong-bezoeker over de sneltrein die ons in 15 minuten in het hart van Hongkong brengt: Kao Lung/Koo Loon. Vooralsnog dus alleen nog maar het terras van Brinkmann op de Grote markt gezien…. 4/9/03 De eerste 11 ½ uur vliegen viel mee. Zoals Hen al had gehoopt, zaten er tv-schermpjes in de stoelen. Hen keek Matrix 2 en ik lag blauw om Jim Carrey in Bruce Almighty. Aardig wat slaap gepakt ook wel. Wonderwel hebben we eens de juiste immigratieformulieren gekregen om in te vullen en, SARS-obsessed als ze in Azië zijn, een uitgebreide “Medical Form”. Het gaat in Hongkong allemaal snel, we staan zo bij de speciale ronde trein-ticket balie waarover Hen’s vader het had en 3 min. Later zitten we in de “Airport Express” trein. Ca. 15 min. later zijn we in Koo Loon, 1 halte vóór Hongkong. Daar zouden alleen wolkenkrabbers zijn. Nou, Koo Loon kent ook aardig wat hoogbouw hoor. En druk, DRUK, overal; met verkeer, met mensen op straat, met uithangborden, met geluid. Wel grappig: miniwinkeltjes met van alles en nog wat, restaurantjes die er niet uitzien maar wel smakelijk geroosterde eend/varkensrib/gans in het raam hebben hangen. We lopen wat af, zeker omdat nergens een normaal cafeetje of barretje (zoals bij ons) te vinden is. Het is óf eten, óf sleasy… Inmiddels zitten we ingecheckt en wel in het Vien Dong hotel in Saigon. We weten nog niet echt waar we zitten en dus lopen we even rond. De mensen leven echt op straat hier, ook slapen doen ze vaak op stretchers op de stoep. Al snel lopen we een drukte van belang in. Overal staan manden met groenten en kruiden te koop, en liggen kinderen te slapen terwijl pa en ma verkopen en bosuien bundelen. Het is de Ben thanh market waarin we verzeild zijn geraakt, zoals terug op de kamer uit de kaart zou blijken. Voorlopig weten we even genoeg: we gaan lekker douchen (héérlijk na zo’n wereldreis) en te bed (2.24 u., in Nederland 5 uur vroeger dus voor ons gevoel 21.24 u.). P.S. het verkeer is wel een gekkenhuis. De brommertjes rijden je zo van je sokken. Gelukkig rijden ze wel rechts hier: in Hongkong rijden ze links en kijk je met oversteken dus steevast de foute kant op. Stoplichten zijn er zelden en dan alleen nog voor gemotoriseerd verkeer.
5/9/03 Vannacht oké geslapen in het Vien Dong ($ 25,-) met ontbijtje (zoet én soep en zo), maar omdat we weten dat het goedkoper kan, checken we na het ontbijt bij Myanh hotel in aan de overkant ($ 18,- per nacht). Overdag gaan we lopen, lopen en nog eens lopen. Het pinnen gaat makkelijk. 16.800 V. Dong doet het hier voor € 1,-. Ze hebben alleen papiergeld gelukkig, anders hadden we nu al krom gelopen van het muntgeld. Als we langs de weg even een colaatje drinken, schuift een tour/taxi verkoper bij ons aan waar we haast niet meer vanaf komen. Les 1 is dus: haal alle krukjes rondom je tafels weg. We gaan dus te voet naar het War Remnants museum. Veel foto’s, wat overblijfselen van gevechtsspul, niet groots maar wel indrukwekkend. Met name de foto’s met verhalen en mismaakte baby’s op sterk water die het gevolg zijn van agent orange, met littekens van napalm/ zwavelzuur/ martelingen. Ook de tijgerkooien (gevangeniscellen) zijn nagebouwd en maken indruk. Om 11.45 u. gaat de bel en moet iedereen uit het museum want er is lunchpauze in het openlucht museum. We lopen verder door de drukte. Oversteken duurt soms wel 3 – 4 minuten door het gekkenhuis-verkeer. Rare gewaarwording om dan ineens in het Aziatische Vietnam een kopie van de Franse Notre Dame kathedraal te zien staan. We kopen bij een straatventer wat sesam-kroepoek (lekker!) voor lunch en lopen verder naar de jade – keizer – pagode. Het is erg lastig vinden want we verwachten een hele grote happening terwijl het (na 4x hetzelfde rondje te hebben gelopen) een kleine verstopte tempel blijkt te zijn. Die overigens (aan de buitenkant althans) wel mooi is. We lopen weer terug, je moet hier elke 5 minuten nee zeggen tegen cyclo-taxi aanbieders als je alles lopend wil doen. Onze ervaring is dat je lopend nu eenmaal het meeste ziet van een land. De Saigon-rivier blijkt een grote tegenvaller. Vies, met industrie aan de oevers. We zetten de boottocht hierover dus snel weer uit het hoofd. Als we ons wat opgefrist hebben in het hotel, lopen we richting Tai Binh markt. Echter deze is al gesloten en dus gaan we heerlijk eten waar de vietnamezen zelf ook eten. Ze hebben er een Engels menu en ik heb gebakken groenten en springroles. Hen heeft gegrild zwijn. De dame van het restaurant doet me voor hoe je de springroles eet: verse rijstvellen, daarop noedels, sla, kruiden, gebakken springrole en zuur en dan oprollen en in azijn/zoet/zout/peper dippen. We eten ons buikje rond (voor een prikkie!!). 6/9/03 We zijn vandaag met de Express bus naar My Tho gekomen. De taxichauffeur die ons van het hotel naar het busstation bracht, had ons in 2 minuten de goede bus in mét kaartje en rugzakken op het dak gebonden. Helemaal niet echt oncomfortabel, die 1 ½ uur in de bus. Alleen de 50-jarige tandenloze buurvrouw van Hen viel telkens in slaap op Hen’s schouder. Schattig gezicht hoor. Bij aankomst werden we bij het uitstappen haast overladen met cyclo en motor taxi chauffeurs die ons naar een hotel wilden brengen. Wij besloten eerst even wat te drinken. De opdringerige chaufs bleven gewoon aan ons tafeltje staan en doorzeuren. Uiteindelijk zaten we dan in een cyclo-taxi, erg grappig, zo zie je nog eens wat. We lijken zelf overigens de grote bezienswaardigheid hier. We hebben verder nog geen toerist gezien. Alle kindjes beginnen luidkeels HELLO te roepen als ze ons zien. Eerst brengt de cyclo-taxi ons nog naar een ander hotel dan we verzochten. Zal wel een bevriende hotel eigenaar zijn. Maar we dringen aan op het Grand Abac hotel, en daar checken we in voor V.D. 150.000 per nacht (ong. $ 10,-). We lopen wat door het stadje waarin het wel lijkt of ze geen toeristen wensen. Behalve de cyclo-taxi chaufs en de boottoer verkopers dan. We gaan op zoek naar de Jade keizer pagode. Het blijft bij een zoektocht. Want ondanks dat we hem vanaf ons hotelbalkon kunnen zien, is hij nu echt onvindbaar. We lopen nog wat rond in het stadje, onder andere in de Chinese wijk, wat één grote markt is. Omdat we het idee hebben dat we niet echt welkom zijn, vinden we er niet echt veel aan hier. Er is ook niet zo gek veel te zien in My Tho. Uiteraard hebben we wel weer heerlijk gegeten hier. Echte Vietnamese loempia’s bijvoorbeeld, die vers zijn en niet gebakken. We gaan vroeg te bed want we hebben na lang onderhandelen een boottocht naar Vinh Long geregeld. We moeten dan echter wel om 5.30 u. klaar staan! De zaterdagavond wordt hier erg grappig doorgebracht: alle tieners cruisen op hun scooters uren achter elkaar hetzelfde rondje. Aan de zijkant kijken ze toe. 7/9/03 Poehpoeh,om 5.00 u. op is niet niks. Als we willen uitchecken om 5.30 u. zit alles nog dicht en ligt de receptioniste nog in diepe slaap voor de balie. De botentourman probeert nog of hij $ 5,- extra kan krijgen, zogenaamd voor een gids o.i.d., maar we gaan op pad voor de $ 25,- die we hadden afgesproken. Een echtpaar van wie de boot blijkbaar is, dat geen Engels spreekt, brengt ons in 5 uur naar Vinh Long. De boot is oké, er kunnen 12 man op, maar wij zijn de enigen. Onderweg stoppen we nog even bij een absoluut on toeristische drijvende markt in Cai Bè (4 uur varen vanaf My Tho). In Vingh Long checken we in in het Cuu Long Hotel. Het boekje zegt date er een oud en een nieuw gebouw is, maar voor we het weten hebben we een kamer in het oude deel. Het is een oude kamer maar wel ruim en schoon met airco aan de rivier, dus we besluiten hem te nemen. We hebben nu toch echt wel behoorlijk trek in ontbijt/lunch/brunch gekregen dus lopen we het hotel uit. Het blijkt hier één grote markt te zijn zoals waarschijnlijk meer het geval is in de Mekong-Delta. Onderweg was het uitzicht trouwens heel mooi, zodra je de eerste 30 min. hebt gevaren dan, want daar zijn allerlei bedrijfjes aan de rivier gevestigd die niet zo heel fraai ogen. 5 Uur is wel lang, maar anders had het (vanaf Saigon) 4 uur met de bus geweest. De tocht was de moeite waard! Nu zitten we op het terras wat te drinken en hadden we net sjans van een Vietnamese dwerg - loten -verkoopster (verlegen als ze is komt ze er gewoon bij zitten, bladert wat in de Elle en noemt me “beautiful”) Apart slag mensen hoor, die Vietnamezen. Ook als we verder rondlopen in het stadje hebben we regelmatig aanspraak op een aparte manier. Schoolmeisjes giechelen (waarschijnlijk om Hen), kindjes roepen allemaal Hello! (maar hier op een leuke manier, beetje verlegen soms) en vele tienerjongens proberen het trucje van “Hello” ook nog op me uit. Echter zij zijn wat mij betreft te oud om terug te hello-en of glimlachen want volgens mij hebben ze toch net ff andere bedoelingen. Het is een drukte van belang hier ’s avonds. Het is zondag en iedereen gaat uit. Dat houdt hier in: jongelui weer rondjes rijden op de scooter, kledingmarkt, kermis voor de kinderen en karaoke natuurlijk. Ik ben nog zo gek ook om erbij te gaan zitten maar ben het Vietnamese gejengel al snel zat. Het is werkelijk waar niet om áán te horen, maar zelfs de jonge hippe lui zitten er, dus proeven we even sfeer. We zijn trouwens vanavond in een restaurantje wezen eten waar ze heel erg gastvrij waren. Er waren twee jonge meisjes die het menu vertaalden voor ons en ons bedienden. Het eten was heerlijk (we hebben nog niet vies gegeten hier) en bij het betalen lukte het de bediening om mij behoorlijk aan het blozen te krijgen. De eigenaresse met 2 dochters en nog een vrouw stonden met z’n allen om me heen te roepen: beautiful! beautiful!!. Kortom, ik voel me erg geliefd. In tegenstelling to My Tho zijn ze hier erg aardig voor ons, toeristen. We zien er dan ook iets meer hier. Er staat hier trouwens een enorme kerk met dito kruis erop en dito Jezusbeeld in de voortuin. Het blijft voor mij een vreemd gezicht dit te zien in een Aziatisch land. 8/9/03 We werden wakker met nóódweer. Als het hier plenst dan plenst het echt gigantisch! Het maakt niet uit want als we voor ontbijt naar buiten lopen is het alweer droog. We hebben beiden slecht geslapen want de bedden en kussens waren keihard en bovendien zit 1 pand verder een disco (die overdag nog niet als zodanig te herkennen was). Lachen hoor: op zondag naar de disco! We vragen een overdekte motortaxi om ons naar het busstation te brengen. Hij brengt ons bij één of ander reisbureautje met van die afgetrapte minibusjes. We denken dat ie ons in de maling neemt en verzoeken hem nogmaals ons naar het busstation te brengen. Dan sjeest hij een ander minibusje achterna, trachtend die in te halen. We zijn boos omdat we nog steeds denken dat hij ons in de maling neemt. Maar wat blijkt: er is geen busstation, slechts een bushalte, en de bussen naar Saigon zijn: jawel, de minibusjes! Als je trouwens denkt: zo’n busje zit vol, dan kan die blijkbaar nog voller hier. Hen zit voorin en ik achterin. De jongen naast me vindt het schitterend, dus die wil niet ruilen. Het geeft niet. De hele bus ligt blauw van het lachen als we moeten betalen. De ticketman noemt zijn toeristenprijs: V.Dong 100.000,-. We denken dat we wel een heel speciale prijs krijgen dus begint Hen te onderhandelen met hem. Alleen het feit al dat hij de ticket niet wil laten zien, zodat we de prijs kunnen verifiëren, zegt ons al genoeg. We liggen zelf eigenlijk ook gevouwen van het lachen om die scene, die ongeveer 10 minuten duurt. Alle mensen in de bus gieren nog steeds van de lach. De jongen naast me verklapt wat het echt kost: V.Dong 60.000,-, precies wat we uiteindelijk hebben betaald. We zullen nog lang hierna smakelijk om de scene kunnen lachen. De busreis gaat sneller dan verwacht: 3 uur i.p.v. 4 uur. Op de helft stopt de bus 1 x voor evt. pho (soep) of wc stop. De ticketman zag er overigens zelf ook de lol van in, hij stelde zelfs voor dat Hen zou rijden! Dat hebben we maar niet gedaan. Ze halen hier de meest enge inhaalacties uit, en de hele rit wordt bijna non-stop getoeterd. Toeteren hier vervangt alle verkeersregels, inclusief voorrangsregels. Keihard en lang toeteren betekent hier: ik scheur door, whatever happens! Toch hebben we nog geen 1 ongeluk gezien, wat ons best verbaast. We checken weer bij My Anh in en gaan op pad om de trip naar CuChi tunnels en Tay Ninh en treintickets naar Na Thrang te regelen. Bij Kim’s Café (het adres uit ons boekje) is dat binnen een kwartier geregeld voor weinig. We lopen wat in dat buurtje rond, wat een echt packpackers buurtje is. Hier zien we trouwens wel degelijk toeristen, Het heeft wat weg van Kao San Road in Bangkok. Je kunt hier zelfs voor $ 3,- overnachten. Hoe, zeggen ze er op het bordje niet bij. We vullen dat zelf in en gaan lekker terug naar het hotel om uitgebreid te badderen. Dat hebben ze vast niet bij dat $ 3,- pension! 9/9/03 Dit was weer een leuke dag. Om 8.00 u. zijn we met een georganiseerde trip naar Tay Ninh gegaan. Het stadje waar de grootste Cao Dai (spreek uit koudaj) tempel staat. Het tripje kost bijna niets, ons reisgezelschap bestaat uit 6 Koreanen, 2 Japanse meiden, 2 Schotten en een Israëlische die alleen reist. Toen ik haar vroeg of thuis zijn gevaarlijker was dan alleen in Vietnam rondtrekken als vrouw, bleek dat zij in een rustig, ongevaarlijk deel van Israël woont. Onderweg kwamen we langs het dorp Trang Bang, waar de beroemde foto van Kim Phuc is genomen in de “American war”, zoals de Vietnamezen deze laatste oorlog noemen. Heel bizar omdat ik het levensverhaal van Kim Phuc heb gelezen en dus weet wat er daar precies gebeurde toen de foto werd genomen. De Cao Dai tempel was groots, kleurrijk en je kunt wel zeggen één van de mooiste tempels die we hebben gezien. Cao Dai is een geloof dat bestaat uit Boedhisme, Confusiïsme, Katholicisme, Daoïsme en Nationalisme. Van alles wat dus. We mogen 15 min. van de ceremonie meemaken. Erg leuk om te zien, met échte jengelmuziek erbij. We lunchen traditioneel Vietnamees met vis. Doodzonde om te zien dat de Schotten hun eten amper aanraken, het is hartstikke lekker. Als we daarna bij Cu Chi tunnels aankomen gaan we eerst een film bekijken. De film is van afschuwelijke kwaliteit en in zwart-wit maar creëert tezamen met de uitleg van de gids wel een beeld van hoe het daar toen geweest moet zijn. Vervolgens mogen we zelf door de tunnels kruipen. Al na de eerste “makkelijke” tunnel breekt het zweet ons uit. Geen angstzweet, maar omdat het zo benauwd is in die nauwe tunnels waarin je nog net niet hoeft te kruipen. Op de tunnels na is het een oude bende. Wat verzamelde bomwrakken en, wat wel weer interessant is, voorbeelden van de verschillende valkuilen die de Vietcong maakte. Nou, de Amerikanen hebben vuile oorlogsvoering gehanteerd met hun chemicaliën, maar in een valkuil van de Vietcong moest je toch ook niet vallen. Ze waren compleet met giftige bamboepunten. Terug in Saigon eten we weer bij het TL licht restaurant tussen de Vietnamezen. Hen krijgt een soort schotel-grill op tafel met gemarineerd vlees. Het is weer eens “lovely”. Een taxi brengt ons naar het treinstation. We hebben een soort van harde versie vliegtuigstoel in een coupé met nog 60 stoelen. Ze zien er best comfortabel uit. Ze zijn het echter niet! De reis begint om 11 uur ’s avonds en duurt 6 ½ u. We hadden gehoopt wat te kunnen slapen maar omdat we onze draai niet kunnen vinden komt hier niets van. 10/9/03 Tamelijk gebroken gaan we bij aankomst in Nah Trang per cyclotaxi naar het Blue Ocean Hotel ($ 10,-). Een tip van de Israëlische die mee was naar Cu Chi. De douche is heerlijk, we ontbijten wat en lopen wat rond. Het is hier, vergeleken bij Saigon, lekker rustig met verkeer, getoeter e.d. Er zijn wel wat meer toeristen, alhoewel we in ons hotel weer de enigen lijken te zijn. En nu, nu zitten we alleen op het strand. Heerlijk bedje, betrekkelijk weinig verkooplieden, práchtig uitzicht op de diverse eilanden voor de kust, een koud drankje en zalig weer! Pas ’s middags komen er wat mensen bij en dus ook verkopers. Maar daar laten we dit heerlijke stranddagje niet door verpesten. Dit is genieten! Met een lekker kleurtje gaan we ’s avonds weer op zoek naar wat lekkers om te eten. Dat is grandioos gelukt kun je wel zeggen! Ik heb een heerlijk gekruide garnalenschotel en eet ook nog een beetje mee van Hen’s “Hot Pot”. Dit houdt in dat je een grote pot Vietnamese bouillon op een brander op tafel krijgt (met serehstengels en andere kruiden, best pittig) met een enorme hoeveelheid om er in te doen: mie-nestjes, allerlei groenten en 2 soorten inktvis, garnalen, tonijn en een nog half levende krab! Als Hen dit laatste had geweten had hij dit niet genomen, want als de bediende, bij wijze van voorbeeld hoe dit te eten, de krab er in doet, bewegen de scharen nog. Erg bizar, zeker ook omdat het erg lekker is. We smullen ons buikje rond! Om ons binnen te halen zei de bediende: je zult zo lekker eten dat je het nooit meer zult vergeten. We geven haar gelijk! De Vietnamezen eten zelf nogal smerig. Veel met de handen, alle botjes en papiertjes en kurken gooien ze gewoon op de grond, en het zijn behoorlijke drinkers, waardoor we al een paar keer aardig luidruchtige tafelburen hebben meegemaakt. Last hebben we er echter niet echt van, het is meer vermakelijk om te zien (en te horen dus). Ondanks dat de airco in het hotel niet echt koud wordt en de bedden weer keihard zijn, slapen we lekker uit. 11/9/03 Toen we gisteravond terug naar het hotel liepen, hebben we wat optochten met dansende draken gezien. De optocht werd begeleid door tromgeroffel. Ze vierden hier het Nieuwjaar. Volgens de maankalender is er namelijk volle maan en dus reden voor een feestje met maan-cake. Vandaag hebben we trouwens vliegtickets geregeld voor het volgende stuk: de rit naar Danang. Ze kostten $ 41,- per stuk en dit hadden wij er wel voor over omdat je ten eerste een lekkerder vertrektijd hebt (8.00 u. i.p.v. 5.20 u.), de reistijd significant korter is (45 min. i.p.v. 9 uur!) en het gewoon lekker comfortabel is. Bye Bye trein dus! Voor vandaag huren we twee fietsjes bij “Lou”, van die hele mooie (lullige) fietsjes met mandjes voorop. Ze zijn superhandig hier want de bezienswaardigheden zijn te ver om te lopen, en eigenlijk te kort om een taxi te nemen. We beginnen met 6 km. zuidwaarts langs de kust te fietsen naar het vissersdorpje Cau Da. Daar nemen we een kijkje in het Oceanografisch Instituut. In aquaria, bassins en op sterk water is hier het zeeleven te zien. Best geinig. Niet groots. De moeite waard. Dan fietsen we weer 8 km. noordwaarts om de Po Nagar Cham torens te zien. Ze zijn gedeeltelijk gerenoveerd en in Hindoe-stijl. Inmiddels hebben we alle godsdiensten m.u.v. de Islam hier al gezien. Op de torens staan afbeeldingen van o.a. Shiva. Heel mooi. Ik ben in eentje binnen geweest: het staat er blauw van de wierook en het is er snel vol met mensen omdat het vrij klein is. Ze hebben hier trouwens overal fiets en brommer stallingen met toezicht. Zal wel nodig zijn hier, we zijn echter nog met geen enkele vorm van criminaliteit geconfronteerd. We fietsen nog 2 km. verder naar de Hon-Chong kaap. Het is hier best een achterstandswijk. Toch durven we het aan wat te eten bij een eethuisje. De kaap laten we voor wat het is: het ziet er niet echt indrukwekkend uit, er wordt toegangsgeld gevraagd en we hebben al op andere punten een schitterend uitzicht gehad op de kust en de eilanden. We fietsen door naar de Long Son tempel. De 30 m. hoge Boeddha die er op een berg staat hebben we al van verre gezien. Dat is dus flink trap-klimmen om die van dichtbij te zien. Hij is wit en echt erg mooi, halverwege de trap is ook nog een gigantische liggende Boeddha te zien. Zeer de moeite waard! In de tempel zelf houdt een boeddhistische monnik een lezing voor zijn aanhangers. Na het eten gaan we nog even naar de Sailing Club waar het full moon party is. Het is nog steeds erg druk met (Nieuwjaar/volle maan-) feestvierende mensen op straat, met name langs de boulevard aan het strand. In de Sailing Club, die pal aan het strand ligt, genieten we nog wat na onder het genot van een (paar) San Miquels, kaars en fakkel-licht. 12/9/03 De reis begint met de 5 min. durende cyclotrip naar de luchthaven die dus om de hoek ligt. Dit was ons al eerder opgevallen want de straaljagers vliegen je hier regelmatig om de oren. Het blijkt dat ze er wel een stuk of 20 hebben die af en aan vliegen. Het waarom is ons niet helemaal duidelijk. Één uur vóór 8.00 u., de vertrektijd van onze vlucht naar Da Nang, moeten we aanwezig zijn. Bij het uitchecken waren de 2 jongens van de receptie in rep en roer want: hoe werkt nou zo’n Visa-apparaat? Of Hen het hun even uit wilde leggen? Nou nou, uiteindelijk lukte het die jongens na wat getelefoneer toch zelf om het juiste bedrag met Visacard af te rekenen. De vlucht duurde 1 uur en ging gesmeerd. Van Vietnam Airlines kregen we een keurig boxje met water en een belegd broodje. Ze schijnen erg aan hun service te werken. Eenmaal aangekomen in Da Nang hebben we ook weer een verhaal meegemaakt hoor! De taxi’s (motor en auto) hangen vanaf de drempel ongeveer al in je armen om je weg te mogen brengen. We besluiten ons naar Dien Bien Phu straat te laten brengen na wat onderhandelen over de prijs. De straat zou volgens het boekje vól zitten met goedkope hotels. De locatie is op het kaartje echter onduidelijk. Wat blijkt: voor 25.000,- V. Dong zet de taxi ons om de hoek af: het begin van de straat die we verzochten. We leggen uit dat we een hotel willen in deze straat en verzoeken hem nog wat verder te rijden. Er zijn echter geen hotels en omdat we helemaal sufgeluld worden over “cheap trip to Hoi An & Marble Mountains” besluiten we gewoon uit te stappen en met rugzak en al richting centrum te lopen. Na 15 min. in 30 graden C. gelopen te hebben, zijn we het zat en checken in bij het weinig fraaie “Thanh Thanh hotel”. Bij de receptioniste kan er geen lachje van af, de sfeer verlichting op de kamer blijkt TL te zijn, er is geen koelkast en de badkamer blijkt dusdanig klein te zijn dat je douchet met 1 been in de wastafel (oké, ietsje overdreven), maar….. de airco is fantastisch koud en het bed en de kussens zijn eindelijk eens lekker zacht en … 1 bed is groot genoeg voor ons tweeën, wat ook wel eens lekker knus is! Tot nu toe is elke hotelkamer die we hadden luxer uitgevoerd dan deze (veel luxer) maar was er telkens sprake van 2 éénpersoons (of mini-twijfelaar-) bedden, waarin het met z’n tweetjes haast onmogelijk was te slapen. De eerste nacht hebben we nog getracht de bedden tegen elkaar aan te schuiven, maar de tweede nacht wilde dat al niet meer vanwege zwaarte/snoeren aan het nachtkastje in het midden enz. We gaan wat rondlopen in het stadje. We hebben zelden zo’n gevoel als nu in een vakantiestadje gehad: Hoe komen we hier zo snel mogelijk weer vandaan?! Het is hier in Danang echt “niets aan”. Ze zijn hier voor 0% op toeristen ingesteld (die zijn er dan ook niet hier, wij weten nu waarom), het is één grote troep, stinkend en vuil. Als we langs de kust gaan lopen, hopend op een mooi stukje, zien we dat de hele kustlijn hier één grote bouwput is, met 1 of 2 vissersbootjes er tussen. Troosteloze bende zijn de woorden waarmee we Da Nang het beste kunnen omschrijven. In het Cham museum dat we bezoeken liggen best heel veel fraaie stukken die alle overblijfselen zijn van de Champa-cultuur, dezelfde stijl als de Po Nagar torens in Nha Trang. Ze zijn echt heel mooi, maar de vorm waarin het museum gegoten is verbaast ons weer zeer. Het is aan alle kanten open, zodat de museumstukken aan regen en wind-invloeden onderhevig zijn. We begrijpen niet hoe een land zo slordig om kan gaan met waardevolle overblijfselen van een vergane cultuur. We begrijpen hier echter wel meer niet hoor. In een drink gelegenheid dat “café” heet, kun je hier alleen maar koffie en koude thee krijgen. Geen cola maar ook geen water! Normale restaurants hebben ze hier ook niet. Alhoewel ze in het “stricktly Vietnamese” eethuisje waar we ’s avonds belanden, zo aardig zijn om ons mee naar hun keuken te nemen om ons te laten zien wat ze serveren. Chien dus (soort pers-ham) met noedel/zwam ravioli. Vies is het niet, superlekker evenmin. Met een kom Pho (soep met noedels) erbij zit ik in elk geval wel vol. Om aan ons voornemen hier zo snel mogelijk weg te wezen uitvoer te geven, gaan we vroeg te bed en zijn van plan vroeg op te gaan om de taxi naar Hoi An te pakken. Eens kijken of dat vissersdorpje met Japanse graftombes ons meer te bieden heeft. 13/9/03 Eenmaal uitgecheckt en met een bahpao achter de kiezen, zitten we vrij snel in een taxi naar Hoi An. We halen een adres uit ons reisboekje van het “Hoi An Questhouse”, maar als we er aankomen blijkt er op dat adres een bank te zitten. Het boekje is van 1996 en soms wat achterhaald. We lopen een stukje tot we bij een leuk hotel aankomen, dat 2 min. van het centrum af ligt. De receptionist geeft ons een folder mee van het festival dat dit weekend plaats heeft hier: Art-Cultural Interchange Festival met Japan. We vallen dus met onze neus in de boter want het hele stadje/dorpje is gezellig versierd met lampionnen en andere versierselen, o.a. in de rivier Hoai. Het is hier sowieso hartstikke leuk: lekker klein, gemoedelijk sfeertje, geen hoogbouw en heel veel moois te zien. Met wat kaartjes in de hand gaan we lopend alle mooie tempels en oude Chinese koopmanshuizen af en natuurlijk: De Japanse brug. De invloed van met name China is hier in de bouwstijl en souvenirs goed terug te zien. Het leuke Hoi An is een verademing na het troosteloze Da Nang. Aan de andere kant van het dorpje lopen we door een woonwijkje naar de Japanse tombes en de verschillende tempels, gedenktekens, pagodes en begraafplaatsen hier. Het is een flinke tippel maar zéér de moeite waard. In een restaurantje aan de Hoai rivier drinken we één van de Vietnamese biertjes die dit land kent: De La Rue (andere soorten zijn “333”, “Tiger” en “BGI” die geschinken worden, alle zeer smakelijk, zeker na lange wandelingen in 30 – 35 graden C.). We hebben vanochtend trouwens bij een schattig tentje koffie en thee gedronken en ook wat heerlijk geurende chocolade/almond-koffie met bijpassend filtertje gekocht. Ze hadden er echt heel aparte soorten thee en koffie. De thee die ik dronk was fruitthee maar dan met verse ananas en meloen. De koffie is trouwens in heel Vietnam zalig! Soort mocca-espresso. ’s Avonds als we opgefrist en wel het centrum in lopen voor het avondeten, is er rond de diverse podia voor het festival ontzettend veel volk op de been. De draken en schildpadden die in de rivier staan zijn prachtig verlicht en alle restaurants en barretjes hebben hun TL-licht ingewisseld voor lampionnetjes en olie-lampjes. Er is zelfs een filmploeg van tv bezig zijn spullen op te stellen bij het hoofdpodium, alwaar om 19.00 u. een openingsceremonie begint, gevolgd door optredens van zang en dansgroepen. Ontzettend sfeervol! We gaan eten in het op de rivier “floating restaurant” wat er heel chic uitziet. We bestellen voor een prikkie allerlei heerlijkheden, waaronder de lokale specialiteit Cau Lai (soort bami). Als de ceremonie 15 min. bezig is begint het ongelooflijk hard te plenzen en valt een deel van het licht uit. Wij zitten echter prima en slaan alles vermaakt gade. Het eten is weer zalig en, nog steeds door de regen, lopen we terug naar het hotel waar we op tv nog wat van de optredens zien. We mazzelen tot nu toe super met het weer: we hebben er nog geen last van gehad dat het soms regent, het is óf ’s nachts, óf maar 10 minuten. 14/9/03 De eerste dag dat we de hele dag regen hebben (tot ong. 20.15 u., toen werd het weer droog). Maar ja, Hoi An en Hue (waar we morgen naar toe gaan) staan er nu eenmaal om bekend dat het er flink slecht weer kan zijn. We laten ons er allerminst van weerhouden want we gaan gewoon op pad. Naar de “marmeren bergen” en “Chinabeach”. Alleen de rugzak krijgt een regenkap om. We lopen naar het busstation wat ong. 15 minuten is, en kunnen direct instappen. Het is een comfortabele bus die voor toeristen V.D. 30.000,- p.p. kost en voor de Vietnamezen VD 20.000,-. Als de busdame ons de toeristische prijs noemt dringen we aan op de normale prijs en dat lukt! (V.D. 20.000,- is ongeveer € 1,--). Eenmaal aangekomen bij de marmeren bergen moeten we nog 1 straat door lopen, die vol staat met beeldhouwers. De mooiste en grootste beelden van marmer zie je hier: van 2 meter hoge leeuwen tot 2 meter hoge lachende Boeddha’s. Zo heeft elk dorp wel weer z’n eigen specialiteit (in Hoi An is dat houtsnijwerk, schilderen en lampionnen maken. Oh ja, en kleermakers heb je er ook veel). De klimpartij op en over de marmeren bergen is schitterend. Met name het eerste deel is echt flink stijl en kost nogal wat inspanning. Met een kaartje die je bij de ingang koopt loop je alle grot-tempels, uitzichtpunten en pagodes af. Het zijn er behoorlijk wat en met name de grote grot-tempels zijn zeer indrukwekkend. Maar ook het uitzicht is zeer de moeite waard, bovenin hoor je de zee ruisen en zie je de overige 4 marmeren bergen. Zeer voldaan van deze tocht lopen we nog even naar China Beach. Het is helaas i.v.m. het weer niet te doen om op het strand zelf te gaan zitten. We settelen ons in het eettentje dat er pal aan ligt. Als we aangeven dat we alleen wat willen drinken, krijgen we prompt een kom krabsoep kado en stelt de eigenaar zich voor. Héél gastvrij. De Vietnamezen gaan hier ’s middags uitgebreid uit eten (zoals we om ons heen zien) en drinken natuurlijk weer. We krijgen er trek van en bestellen toch maar wat seafood: garnalenbeignets met chilisaus. Erg prettige zondag zo, ondanks de regen. De bus terug is ook snel te pakken, kwestie van langs de weg je hand opsteken als ie voorbij komt. De oude vrouwtjes in de bus zijn een bezienswaardigheid op zich: ze zijn stuk voor stuk van mini-formaat (1,30 m. op z’n grootst schat ik), hebben geen tand meer in hun bekkie en pruimen allemaal tabak waardoor hun hele mond roodbruin is. Een beetje ranzig gezicht, maar toch leuk om naar te kijken. De oude man die ik help uitstappen heeft botjes die zó eng dun zijn, dat ik bang ben dat ik hem zeer doe. Je kunt duidelijk merken dat ze hier keihard en misschien wel tot op hoge leeftijd werken moeten om te overleven met weinig voedsel (veel soep). Terwijl ik dit schrijf springt er trouwens een joekel van een sprinkhaan op mijn arm, die ik gillend wegmep. Ik weet niet wie daar meer van is geschrokken: ik, of die sprinkhaan….. We zitten nu lekker te eten (hot pot) en live naar de slotceremonie van het festival te kijken: een mix van nieuw en oud en muziek en dans. Wat ons verbaast is dat niemand applaudiseert. Ik vind het zielig en aan het einde klap ik dus maar wat (in mijn eentje). Het gaat soms wat lullig, met de muziek en het licht en zo. Het einde is wel erg abrupt, alsof ze ineens de stekker eruit halen….en dan is er ineens weer méga – veel te harde – muziek te horen voor 1 minuut. Er klopt niets van maar het is wel leuk. 15/9/03 We reizen weer een stukje noordwaarts: Hue staat op het programma vandaag. De receptioniste in Hoi An heeft voor ons een goedkope taxi besteld naar Danang om 9.30 u. Het treinkaartje is snel (zelf) gekocht. We vertrekken om 11.44 u. en komen aan om 14.40 u., drie uur dus. De rit schijnt schilderachtig te zijn dus we zijn benieuwd. Vergeleken bij Danang, waar de reis begint, is natuurlijk elk boompie al snel “schilderachtig”. We betalen V.D. 33.000,- p.p. (nog geen € 2,--) dus een erg goedkope rit, zeker als je meerekent dat we onderweg een warme maaltijd en water gratis krijgen! Dit wisten we niet van tevoren. De rit is inderdaad schilderachtig: hij gaat pal langs de kust, we zien vele prachtige ongerepte baaien en zeer veel groen. Voor een rit van 3 uur is de trein een prima vervoermiddel, we hebben weer softseats, net als de vorige treinreis. Aangekomen in Hue vragen we de cyclo-taxi’s ons naar het Ben Nghe hotel te brengen. Ze brengen ons echter 2 straten verderop bij het Pan Phúc hotel. Ze verzoeken ons de kamer te bekijken en als het ons niet bevalt brengen ze ons naar het Ben Nghe hotel. Ik vind het echt super irritant dat ze ons weer niet naar het door ons opgegeven hotel brengen (dit is de tweede keer, de eerste keer was in My Tho) maar we bekijken toch de kamer. Hij is oké, voor $ 9,- niet super maar we checken in. Opvallend is, als we de buurt aan het verkennen zijn, dat er heel weinig toeristen zijn. Er is 1 grote laan, heel breed met bomen, aan de Parfumrivier, die leuk is om langs te lopen (Le Loi), erachter is het smerig en druk, maar met opvallend weinig auto’s. Wel weer motoren en scooters. Er is betrekkelijk weinig hoogbouw en de straten zijn ruim van opzet. Aan die parfumrivier drinken we wat en (door de regen die inmiddels is gaan vallen) regelen we vliegtickets voor overmorgen naar Hanoi. Het wijkje waarin ons hotel ligt heeft enkele gezellige restaurantjes. In het Carambola restaurant eten we uitgebreid. Hen heeft een menu met de lokale specialiteiten: springroles, banh khoai (gefrituurd flensje met vulling) en banh loc (gestoomd rijstpapje met garnalenpuree in bananenblad). Daarna snookeren we wat in een café, waar we de tweede lokale biersoort uitproberen: Hue Bia (de eerste is Huda Bia). En dan moeten we nog Festival Bia uitproberen. Het bier is goed te drinken en goedkoop: V.D. 8.000,- (is nog geen halve dollar). 16/9/03 Het is heerlijk zonnig weer en lopend gaan we de citadel verkennen aan de overkant van de parfumrivier. In de citadel, die omringd wordt door 10 km. lange muren, bevindt zich de keizerlijke stad en de purperen verboden stad. De keizerlijke overblijfselen zijn ronduit indrukwekkend. De purperen stad is voor 95% verwoest in de oorlogen. De verschillende paleizen en tempels zijn deels gerestaureerd en zijn heel mooi. Het is aardig tippelen, in de ommuurde stad is geen zuchtje wind en dus zweten we wat af. Maar dat is het absoluut waard! ( ca. 35 graden C.) Tevreden drinken en eten we wat aan de rivier. Het stikt hier weer van de opdringerige taxi chauffs. Het lukt me steeds minder goed aardig te blijven, ze zijn ronduit irritant. Zeker ook omdat er zo weinig toeristen zijn, zijn we een gewilde prooi, ook voor de boottrip verkopers. We besluiten fietsen te huren om vanmiddag wat tomben te gaan bekijken, ondanks dat een pikdonkere lucht zich aandient. Nu zitten we op een terras omdat het toch wel erg hard regent en we bang zijn dat de rugzak gaat lekken. Blijkbaar is het hier ’s ochtends mooi weer en ’s middags regenachtig. Gelukkig zijn we morgenmiddag alweer in Hanoi, want 2 fikse regenbuien vinden we wel genoeg hier. 17/9/03 De vlucht van Hue naar Hanoi duurde 3 kwartier en we vlogen met een flink groter vliegtuig dan in Da Nang. Op Hue Airport en ook op Na Trangh kregen we aanbiedingsfolders van hotels waar we het Trangh An hotel uitkozen. Een voordeel is dat we dan voor $ 2,- p.p. een taxi hadden vanaf de luchthaven die 35 km. van het centrum af ligt. Het bizarre toeval is dat we met nog 2 Haarlemmers in de taxi zaten die in hetzelfde gebouw wonen als Ciel en Paolo, en waarvan de man een collega van mijn vader was! Hij is zelfs op de begrafenis geweest. Echt ongelooflijk hoe klein de wereld is! Het hotel ligt 1 min. lopen van het Hoan Kiem meer, dat het centrum van de stad vertegenwoordigt. We gaan wat drinken op een terras aan het meer (het is hier een heel leuk plekje) en bepalen wat we de komende dagen gaan doen. We boeken een excursie in het hotel, eten heerlijke garnalencurry in het gezellige uitgaansbuurtje hier en tot slot zien we een voorstelling in het water poppenspel-thater. Dat is echt een belevenis die je ééns moet meemaken: in een echt theater worden allerlei korte stukjes opgevoerd, begeleid door traditioneel Vietnamese live muziek. Erg grappig! 18/9/03 De excursie begon slecht: 1 uur wachten op de pick-up door ODC Travel. Eenmaal in het minibusje ging alles perfect. Wat een heerlijke dag was het vandaag zeg! Het is vanaf Hanoi 3 ½ u. rijden naar de haven van Halong, maar het voelde alsof het korter was, misschien door de goede weg en airco. Voor we op de boot gingen was er nog een zeer smakelijke en zeer uitgebreide lunch, traditioneel Vietnamees. Er liep een heel lief katje rond die dol is op de (paar stukjes) vis en op wat aandacht. Grappig was ook dat 1 Engelse van het groepje bang van dat mini poesje was, ze sprong telkens op en spurtte een eindje weg. Eenmaal op de boot begon het grote genieten: zon, zeebriesje (die de 38 graden C. toch nog goed te doen maakt), een 16-persoons boot voor 6 man, ligstoelen op het dek en werkelijk adembenemend uitzicht op de rotsformaties in Ha Long baai. De ene rots is nog mooier en aparter dan de andere en het zijn er echt ontelbare! Na 2 uur varen gaan we de Sung Sot grot in om te bezichtigen. Óók al mooi, het houdt niet op. Dan is er nog tijd om uitgebreid te zonnen op het dek en om te zwemmen in de heerlijke zee. Niet te warm, niet te koud en niet te zout. De duik haalt precies de hitte uit het lijf die er zo’n dag in gaat zitten. We douchen in onze slaapcabine die echt schattig is (klein maar heel leuk en met fan). Uiteraard is er als diner weer zeer uitgebreid Vietnamees eten: veel seafood natuurlijk, zelfs de octopus is zó klaargemaakt dat ik hem lekker vind. We drinken er lekker biertjes bij, kletsen met onze Israëlische reislustige tafelgenoten en als we om 20.45 u. (Hen slaap al naast me terwijl ik dit schrijf!) te bed gaan zijn we: super relaxed en super tevreden!!! 19/9/03 Het mooie weer (alweer) doet ons de ellendige slapeloze nacht snel vergeten. We gaan met een kleiner bootje naar Viet Hai, een dorpje middenin Cat Ba National Park. Van de boot tot het dorp is het al 45 min. stevig door de rimboe klimmen omdat de weg onder water staat (het regenseizoen is hier net geëindigd). We drinken wat en dan begint de 2 uur durende meest “over-the-top” beklimming van een supersteile berg die we tot nu toe hebben meegemaakt. Wat waren we uitgeput maar trots toen we dat karwei geklaard hadden zeg! We zijn onderweg wel 15 liter vocht en 2 weken calorieën kwijtgeraakt. Sommige stukken waren best glibberig, dus kwamen we echt ónder de troep terug. We lunchten in het zeer primitieve dorpje en klommen nog 45 min. om bij de boot te komen. Ongelooflijk trouwens dat onze gids (een 24-jarig iel meisje genaamd Hong of Hang of Hung….) de tocht in no-time aflegt met slechts 2 druppels zweet, lange broek en op gewone slippers die 4 maten te groot zijn! Ze doet het dan ook 1 x per week. We zwemmen en zonnen nog wat , hebben een uitgebreid dinner en gaan uitgeteld naar onze prima kamer in het Princess Hotel. 20/9/03 Met de boot worden we van Cat Ba eiland terug gebracht naar Ha Long haven (ca. 4 uur). Het is weer schitterend weer dus liggen we op het zonnedek. De bus brengt ons van de haven in 3 ½ u. naar Hanoi waar we in een iets luxer hotel inchecken: Camellia Hotel - $ 11,50). We frissen ons uitgebreid op (wat erg nodig is na dat gezweet) en gaan uit eten. We nemen seafood hotpot en het is echt zalig! Deze Vietnamese manier van fonduen bevalt ons zeer! Je krijgt het wel erg heet van de gasvlam aan tafel, de kokende pot bouillon en het pittige eten maar we nemen dat graag voor lief. Na nog een biertje in een barretje gaan we (weer) met de kippen op stok. 21/9/03 Vandaag hadden we bedacht dat we geen wekker zouden zetten en een beetje zouden uitslapen. Omdat we echter zó in het ritme zitten zijn we toch weer vrij vroeg wakker. We gaan een wandeling doen uit een boekje van het hotel, die ons door alle aparte straatjes van dit district in Hanoi voert. Echt bizar: je hebt de schoenenstraat, grafstenenstraat, juweliersstraat, kledingstraat, zijdestraat, hang- en sluitwerkstraat, handdoekenstraat, metaalstraat, leerstraat en zelfs… een plakbandstraat! Kortom, alle zelfde soort winkeltjes gaan met z’n allen naast elkaar in 1 straat zitten hier. En zelfs voor de meest vreemde dingen hebben ze hier een aparte straat (plastic tassen of zo). Het was een erg leuke wandeling om dit allemaal te zien. , hij duurde meer dan 3 uur, dus een biertje hadden we wel weer verdiend. We lopen nog even de Hang Be markt over, waar weer van alles te zien is als levende aal die bijna uit de teiltjes glibbert, levende kippen, duiven, eenden, half-levende kippen, duiven, eenden en dode “ “ “ !! Ook zien we hier de grootste garnalen ooit! Mjamjam! Het villen van de pluimvee beesten doen ze hier open en bloot op de markt, dus die aanblik ontneemt je dan de trek wel weer. Ze zijn hier ook niet bepaald aardig tegen dieren, in heel Vietnam trouwens niet. Je ziet gerust een motor rijden met een stuur volgehangen met 50 levende kippen, met de poten 2 aan 2 aan elkaar gebonden. Zou dat nou in Nederland ook zo gebeuren? Of iets diervriendelijker? Hoop van wel. We kopen een mooie zijden sjaal voor mijn moeder ($ 2,-) en winterlaarzen voor mij ($ 15,-!!). Voor de leren sandalen voor Hen slagen we, ondanks de vele winkels (nog) niet. 22/9/03 Het is wederom zalig weer (lekker warm, pittig zonnetje) en we laten ons door de cyclo naar het 6 km. verder gelegen Thu Le park brengen (dierentuin). Het is er erg rustig, we zien geen toeristen, wel wat Vietnamezen die meer naar ons “apie-staren” dan naar de apie’s zelf! Ik staar gerust net zo hard terug. Voor Vietnamese begrippen ben ik van boven vrij bloot gekleed denk ik zo: alleen een hempie, en dat met die enorme boobies…. (de Vietnamezen zelf hebben werkelijk géén borsten!). Jammer dan hoor, ik ga met die hitte nou eenmaal niet met dikke, hooggesloten spul lopen. Het park bestaat voor de helft uit kinderkermis attracties en voor de andere helft uit beesten die in Vietnam voorkomen. Dat zijn er best nog veel. Tijgers, allerlei soorten apen, beren en veel verschillende soorten vogels. Best leuk, vooral de vele baby-aapjes. Omdat de cyclo niet meer voor het park staat gaan we lopend terug (hele rit!). We lopen via ” Hanoi Hilton”, de gevangenis, of wat daar dan nog van over is (niet veel…). Leuk om ook eens een andere (zuidelijke) buurt te verkennen in Hanoi. Al met al is Hanoi veel aangenamer om te verblijven dan Saigon, het is iets ruimtelijker (iets minder hoogbouw en iets meer meren en zo). Het laatste avondmaal (waar we erg naar uitgekeken hadden) viel helaas erg tegen. We zochten een restaurantje uit waar ze werkelijk vréselijk irritante bediening hadden (als je 1 x het woord shrimp liet vallen gingen ze meteen 1 uur lang op je lip zitten en in het menu dat je rustig wilde bekijken alles aanwijzen waar “shrimp” inzat). Ze willen sowieso niet van je tafel weg als je nog niet weet wat je bestellen wilt en als je water vraagt proberen ze je nog bier te verkopen. Toppunt was echter dat, toen ik wat rijst op wilde scheppen, de kom en lepels gewoon boeren-grof uit mijn handen gerukt werden omdat de bediende het wilde doen. Door de taalbarrière is het haast onmogelijk aan ze uit te leggen dat je gewoon rustig met z’n tweetjes wil eten. De gemiddelde Vietnamees die in de horeca werkt kent ongeveer 3 woorden Engels. Ze bedoelen het waarschijnlijk allemaal goed, maar soms wekt het gewoon irritatie op omdat het na 3 weken handen- en voetenwerk nogal vermoeiend wordt. En er zijn ook absoluut genoeg uitzonderingen om er over de hele vakantie genomen een goed gevoel aan over te houden hoor! Soms zitten er gewoon wat rotte appels tussen, die je bv. ook meer proberen te laten betalen (paar keer gebeurd, kwestie dus van onthouden wat je had, hoeveel ’t kostte en evt. bij het afrekenen de kaart erbij houden dus). De tiger-tapjes (bier dat erg goed te drinken is) na het “ galgenmaal” smaken ons prima op het terras aan het leuke Hoan Kiem meer en doen ons alle grove bediendes en opdringerige straatverkopers van de vakantie vergeten. Het was een zeer interessante en leuke vakantie! 23/9/03 Haha, de dag dat we vertrekken is het bewolkt! Hen heeft op het nieuws gezien dat een staartje van een tyfoon die richting Japan gaat, hier in Vietnam een hele week regen zal gaan veroorzaken, ingaande vandaag. Onze vakantie zat dus net tussen 2 tyfonen in en we kunnen wel stellen dat we giga gemazzeld hebben met het schitterende weer: op 3 weken slechts 2 dagen regen (en voor de rest af en toe een kwartiertje een buitje of anders ’s nachts waar we dus absoluut geen last van hadden!). Hen is trouwens nog goed geslaagd voor sandalen (€ 9,-) dus we zijn weer tevreden! (Nou nog zo’n mooi groot RVS dienblad die je hier in de horeca overal ziet maar helaas in de winkels niet te vinden zijn). Toen ik gisteren de bediende van het restaurant brutaal vroeg of ik er zo één van hem kon kopen kon hij alleen maar verlegen glimlachen. Het ongeloof over mijn vreemde vraag was aan zijn ogen af te lezen!
6/10/04 Een bakkie en een ontbijtbroodje in Café Amsterdam op Schiphol, ons vaste pré-vakantiestekje. Nog een half uur en dan gaan we “Around the World”.De vliegtuigen van Singapore Airlines zijn wat ons betreft de beste: ruime beenruimte, on demand tv/video/audio en prima stoelen. Ik (Fem) zie Godsend (heel enge thriller) en een kookprogramma, Hen ziet Troy. Heerlijk vliegtuigvoer. Jammer alleen van de turbulentie tijdens te koffie. En ook nauwelijks echt geslapen dus… 7/10/04 Singapore …komen we dus behoorlijk brak bij het Golden Landmark Hotel aan. We hebben een stop-overhotel van / via Singapore Airlines geboekt en je mag best wel stellen dat dat bijzonder goed geregeld is! Snel, duidelijk en prima hotel (op deze wolkenkrabber beslapen we de 16e verdieping we worden overladen met extra voordeeltjes zoals een gratis hop-on-bus die langs alle toeristische bezienswaardigheden rijdt en boekjes vol met kortingsvouchers. Ze zullen ons echt goed van pas komen vandaag! Na wat thee en koffie en een opknapbeurtje in de hotelkamer, gaan we om 8.30 op verkenning uit. Het is dan nog opvallend stil op straat. We hadden meer drukte verwacht in deze 24-uurs economie. Het komt allemaal zeer langzaam op gang, waarschijnlijk zijn de winkels en horeca tot ’s avonds laat open en start het dus ’s ochtends iets later op. Het hotel blijkt perfect gelegen tussen Arab Street (Arabische wijk met koepeltjesmoskee) en de Wijk Little India. Die laatste wijk gaan we te voet in en is werkelijk erg leuk om te zien. Compleet met Vishnu-tempels, alwaar we de rituelen met grond en belletjes aanraken gadeslaan. Leuk! Geinige oude koopmanshuisjes met mooi kleurig houtwerk. Ook veel bende gezien hoor. Complete kringloop-meubelshops midden op straat, dat soort praktijken. “Lekker” Indiaas jengelmuziekje op de “achtergrond” (op 10 dus!), helemaal leuk om dit alles te zien en horen. De zon begint dan al behoorlijk op het lijfje in te branden, terwijl het toch pas 9.30 is. We zullen ons leegzweten en niet meer opdrogen vandaag, zal ’s avonds blijken. We pakken de gratis hop-on bus en laten ons bij Boat Quay afzetten, een horeca-promenade langs de Singapore River. Het is echter te vroeg om al gezellig te zijn, en dus zoeken we in een straatje verderop uit waar we in een kleine food-court (hier hawker-stalls genoemd, volgens Lonely Planet) superlekker eten voor een prikkie (aanwijzen wat je lekker lijkt en smullen maar, dit kan wel al om 9.30!).We zijn wat ontregeld door het overslaan van een normaal ontbijt en dus brunchen we met warm eten. Dan pakken we de MRT (snelle en heel duidelijke metro-lijn) richting Harbour Front, waar de lift ons naar 15 hoog brengt en ons op een schitterende wijze over het water naar het eiland Sentosa brengt: Via kabelbaan! Een prachtig uitzicht, op weg naar een heel mooi aangelegd eiland vol toeristische attracties. Met de gratis monorails worden we vervolgens naar Under Water World gebracht. Dat is ook weer heel erg leuk: Door een glazen gang onder de haaien en mega-grote roggen heen lopen. Ook de neon-kwallen en de gebladerde zeepaardjes maken grote indruk. Ondertussen begin ik (Fem) behoorlijk moe te worden. Een nachtrust heb ik immers niet gehad en we zijn alweer een poos op de been. In de monorail terug naar de kabelbaan kukel ik bijna 5 keer uit het treintje doordat ik letterlijk omval van de slaap. De hitte maakt het er natuurlijk ook niet echt beter op. Ondanks mijn slaapaanvallen redden we het heelhuids terug via de kabelbaan naar het vaste land. We drinken koffie in Chinatown en gaan al bus-hoppend naar de botanische tuinen. Mooi bijgehouden, ons iets te mooi en braaf zeg maar, maar de orchideeëntuin is toch wel erg mooi om te zien. Omdat het alweer etenstijd wordt en onze voetjes ons haast niet meer dragen willen gaan we terug naar Little India, alwaar we in een MEGA-foodcourt zalige noodlesoup / laksa / steamboat eten voor maar Sing. $ 4,- (€ 2,-). We sluiten de dag af met het gevoel dat vandaag zeer vermoeiend maar ook zeer geslaagd was! 8/10/04 We hebben echt meer dan klokje rond geslapen: Om 20.15 (Fem, Hen een kwartier later), trokken we het gister ECHT niet meer en gingen de luikjes dicht tot 9.30 vanochtend! We zullen het wel nodig gehad hebben denken we zo. Maar we zitten wel meteen goed in het ritme, met het tijdverschil (Singapore is plus 6 uur). We hebben alweer trek en dus trekken we erop uit voor brunch in Chinatown met noodles. Hierna lopen we heel Chinatown rond. Blijft leuk, ook al heb je Chinatowns door de hele wereld en hebben we er inmiddels ook al een aantal gezien. Vooral de vage medical shops met gedroogde zeepaardjes en geweien waarvan de meest vreemde medicijnen worden gemaakt, vinden we altijd wel wat hebben. De geur van gedroogde vis en paddenstoelen komt je in heel Singapore trouwens overal tegemoet, een heel apart luchtje. De architectuur hier is erg afwisselend: zeer aparte wolkenkrabbers in alle mogelijke uiteenlopende vormen, maar dus ook beeldige houten huisjes in alle kleuren. Alles door en naast elkaar. Het is hier overal heel erg schoon (behalve dus in Little India). Je hebt hier ook voor van alles en nog wat fikse boetes: Kauwgom kauwen is bijvoorbeeld verboden (balen, want Fem kauwt haast altijd kauwgom en mist dit nu dus echt). Het doet wel vrij betuttelend aan, al die bordjes overal met wat wel en niet mag (zoals “Pedestrians: Use crossing”), maar het werkt hier duidelijk wel. We checken ook nog even het buurtje tussen Arab Street en de mega-moskee: Leuk! Tenslotte halen we de backpacks op in het hotel en laten we de transfer-service van Singapore Airlines ons naar de mega-grote Changi-luchthaven rijden, alwaar we heerlijk, en natuurlijk weer voor een prikkie, sushi eten voor we verder vliegen naar Perth. 9/10/04 Perth, Australië (plus 8 uur) De halve familie van Hen blijkt ’s nachts op de luchthaven te staan om ons op te halen! We drinken ’s nachts nog wat met zijn allen en gaan dan zo rond drieën naar bed. Het is heel erg leuk om in “the family” te zijn. De 2 meiden van Sandra (nicht van Hennie) en Graeme zijn scheten. Megan, de oudste, is ’s nachts erg druk en barst van het zelfvertrouwen. De jongste, Lauren, is duidelijk nog half in slaap (niet verwonderlijk op dit tijdstip) maar de volgende dag zal blijken dat ze aardig los zal komen gedurende ons verblijf hier. Sandra staat er op dat ze ons een eggs and bacon breakfast maakt, we worden uitermate goed verzorgd! Dan neemt Sandra ons mee (in 1 van hun 7 !!! auto’s) naar Caversham Wildlife Park. Lachen hoor, wel lopen hier gewoon tussen de kangoeroes door! Geinige beesten zijn het, en lief bovendien. Nog veel leuker zijn de koala’s, we mogen in de verblijven als de oppasser mee is. Echt gave beestjes. Ze stinken alleen verschrikkelijk! We mogen ze aaien en zij slapen gewoon door. Dan zien we nog Tasmanian devils, walibies, kookaburra’s quokka’s, van allerlei vogels en als klap op de vuurpijl mogen we samen met een 35 kilo zware wombat op schoot op de foto. Cool! (zou Megan zeggen) Schitterend park. Een regenbui van jewelste, maar als Sandra de plu’s uit de auto haalt houdt het alweer op. De 2 meiden zijn “echte” meiden en liggen dus nog wel eens met elkaar overhoop en het welles-nietes gehalte is vrij hoog. Maar wel lachen hoor: ik (Fem) moet en zal trampoline springen van ze in hun tuin. Dat doen we dan gewoon, daar doen we niet moeilijk over hoor. Het huis is trouwens voor onze “Hollandse” begrippen behoorlijk groot, met een flinke tuin, voornamelijk gevormd door een overdekt terras want als de zon hier schijnt, schijnt ie goed en brand je flink weg! Ook zit er, zoals normaal hier, een zwembad in. Graeme knapt oude mustangs op, en we zijn Hen ’s middags dan ook een uur kwijt als Graeme ze aan Hen laat zien. Het is een guy’s thing, Fem snapt er niets van en ziet niet meer dan een hoop schroot in die werkplaats van Graeme. Om 15.00 gaan we in de tuin aan het bier en wijn en rond vijven beginnen de eersten van de uitgebreide familie binnen te druppelen voor de BBQ. Het zullen er uiteindelijk 24 zijn, en dan schijnt nog niet alles compleet te zijn! We genieten van het samenzijn met deze supergezellige familie. De BBQ is zo’n 10 keer groter dan wat we in Nederland gewend zijn en we laten het ons prima smaken allemaal. Het valt ons op dat de Aussies heel snel eten, voornamelijk veel vlees, en dus zijn wij het langst bezig. Tante Corrie legt uit dat ze hier zo ontzettend vaak BBQ-en, dat ze daar niet uren over doen. Volgens haar genieten wij veel meer van het eten. Genieten doen we zeker. Ook van de wijn. Daar weten ze hier wel raad mee! Een van de 4 zonen van oom Ron excuseerde zich zelfs dat hij zo dronken was, dat hij niet eens meer normaal kon communiceren met ons. Voor Hennie was het wel heel vreemd om al deze (achter-) neven en nichten weer te zien. Ashley bijvoorbeeld is nu een prachtige (net) 18 jarige jongedame en de laatste keer dat Hen haar zag was ze 3 maanden oud! We zullen Laren en Megan vragen ons te helpen een familie-schema te maken met alle namen, want onthouden is er met zoveel wijn niet bij vrezen we…de namen van de 4 zoons van oom Ron kunnen we al niet meer bedenken…Fem haalt bovendien Engels en Nederlands flink door elkaar, het is ook verwarrend want in de familie praat en verstaat de een wel Nederlands en de ander alleen Engels. Om een uur of 24.00 gaan we te bed. Graeme, Sandra en 3 van de 4 zonen van Ron zullen nog lang aan de wijn blijven zitten die nacht. De volgende ochtend vinden we Sandra met al haar kleren nog aan in Laurens bed, nog steeds flink onder de olie! Leuke mensen hoor, jammer dat ze zo ver weg wonen van ons! 10/10/04 We zitten ’s ochtends keurig te wachten voor het ontbijt, Sandra stond er gister namelijk op dat ze weer een uitgebreid breakfast voor ons zou maken. Maar wat gebeurde, gebeurde: No Sandra! (waar ze wel was is te lezen in de laatste alinea van gisteren, dat wisten wij alleen op dit moment nog niet). Afijn, Fem pikt gauw nog een paar fruit-loops van Lauren voor we opgehaald worden door nicht Marion en haar man Peter. Zij nemen ons mee sight-seeing door Perth dat niet zo groot blijkt te zijn als Fem dacht. Ook Hen dacht dat het heel groot was. De laatste keer dat hij hier was was hij immers 7 jaar en dan doet alles natuurlijk groot aan. Ook is er aardig wat criminaliteit vertellen Marion en Peter ons in de auto, waarvan we overigens niets merken, terwijl we dit echt helemaal niet hadden verwacht: Australië staat bij ons bekend als een heel gemoedelijk land. Na de stad gezien te hebben gaan we naar het hoger gelegen Kings Park. Hier hebben we een prachtig uitzicht op Perth (het heeft zelfs een heuse skyline met 6 wolkenkrabbers!) en de Swann River. Na Kings Park worden we al sight-see-end naar Harbour Side gebracht, alwaar we zo’n 100 kilo fish and chips naar binnen proberen te werken. Lovely food! Lovely spot as well! Het blijkt een heel populaire bezigheid hier op zondag, want de place is loaded met hele gezinnen. We hebben zoveel gegeten dat we ’s avonds niets meer eten. Na deze overdadige lunch rijden we langs de kust naar het huis van Peter en Marion. Huis is misschien niet het juiste woord, villa komt meer in de buurt! Tjemigdepemig, wat een mooi huis zeg! En flink groot ook, compleet met pooltafel-kamer, zwembad met designfontein, fengshui-tuinaanleg en een mega-serre (zoiets dan, want het is meer een buitenverblijf zonder ramen maar met BBQ-keuken-tafel en barretje!) Het is er heerlijk toefen in elk geval. Bijzonder smaakvol aangelegd en ingericht. Geen wonder, Peter is aannemer voor een groot bedrijf dat is gespecialiseerd in superdeluxe villa’s. Na wat drankjes en geklets in het buitenverblijf, worden we keurig teruggebracht naar Sandra en Graeme. Wederom een zeer leuke dag! Lauren helpt ons ’s avonds nog om alle familienamen in schema te zetten. Trouwens, Hennie wordt hier trouwens “kleine Hennie” genoemd, wat erg grappig klinkt met hun accent (zoiets als “klaine Hennie”). Dit, omdat ze de vader van Hen (die dus ook Hennie heet) “grote Hennie” noemen. Wat ook weer bijzonder grappig klinkt met hun accent (zoiets als “klote Hennie”, haha, laat ie het maar niet horen!). 11/10/04 Om een uur of 10 halen oom Chris en tante Corrie ons op. We hebbend dan net weer ons heerlijke omelet-ontbijt van Sandra op. Iedereen verwent ons vreselijk! Oom Chris en tante Corrie nemen ons vandaag mee naar de kust. Hoe truttig het ook klinkt: maar we vinden het heerlijk weer even een hele dag Nederlands te kunnen praten. Corrie en Chris (de oude garde zeg maar) zijn de 2 enigen die nog heel goed Nederlands kennen, gemixt met wat Engelse woorden, dat wel. Ook nicht Marion beheerst het nog goed, maar gebruikt dit thuis nooit want zij is immers de enige thuis. Na wat sightseeing langs de soms ruige kust, nemen Corrie en Chris ons mee naar Hillary’s, een soort uitgaans- en shoppingcentrum op een pier. We lunchen (met uitzondering van Hennie, want die moest vanochtend van Sandra 2 omeletten eten) en het lukt ons simpelweg weer niet om met ons Aussie-geld te betalen. We worden door de familie compleet verzorgd en in de watten gelegd! Na de lunch brengen we een bezoekje aan Aqua, een zee-aquarium met weer een prachtige glazen gang zodat je tussen de haaien loopt. Ook de neon-kwallen zijn prachtig om naar te kijken, rustgevend (Fem snapt die Japanners wel, die deze kwallen als huisdieren hebben om tot rust bij te komen). Ook maken we nog een zeehonden-trainingssessie mee. Langs de kust, die pretty rough is af en toe zo met de wind, lopen we terug naar de auto die ons naar het schattige huisje van Corrie en Chris brengt, gelegen in een seniorenhuisjespark. Borrelen en eten, ze zijn er hier goed in, en we doen er natuurlijk met alle liefde weer graag aan mee. Achterneef Brandon zien we hier ook nog even, hij komt zijn oma’s eten lekker opeten. Van zijn moeder Marion hoorden we de meest slechte puberverhalen over hem, bij zijn oma echter gedraagt hij zich als de ideale kleinzoon! 12/10/04 Vandaag moet Lauren naar een dokters-afspraak in het kinderziekenhuis in verband met een flink fietsongeluk een paar maanden terug. Wij worden door Sandra afgezet bij de Galleria, een grote shoppingmall waar we ons prima vermaken. We beginnen met ontbijt waarna we uitgebreid gaan winkelen. Het is er een en al Roxy, Quicksilver en Billabong dat de klok slaat. Mooi spul hoor. Voor Hen kopen we mooie Puma’s voor de helft van de Nederlandse prijs en een joggingbroek. Voor Lauren en Megan kopen we mooie body-stickers en een lief hangertje aan een ketting. Ze zijn er hartstikke blij mee. Na de mall gaan we naar het reptielencentrum waar we alle inheemse reptielen zien en soms zelfs ook aaien! Hen, Lauren en Megan krijgen zelfs een python om hun nek, Fem vindt aaien genoeg! Uiteraard gaan we, zodra we terug zijn, aan de wijn in de tuin, het is een fijn leven hier! Later op de avond hebben we in een hippe bistro nog diner met de hele familie. Gezellig en vreselijk lekker. De mega-grote prawns zijn echt om te smullen! Wat opvalt is dat de ober alleen drank aan tafel doet, en dat je voor het eten zelf in de rij aan de bar moet bestellen en betalen. Het lukt ons, doordat we dit niet doorhadden, dus wederom niet om wat aussiegeld aan de familie te spenderen, want het betaalde eten stond dus al weer binnen een mum op tafel.”Thuis” bij San en Graeme, drinken we nog een drankje voor we uitgeblust naar bed gaan. 13/10/04 San heeft weer een heerlijk ontbijt klaargemaakt, waarna we gaan river-cruisen over de Swann River. Het is een relaxd boottochtje. De huizen langs de oever zijn de grootste bezienswaardigheden. Superdeluxe villa’s af en toe, mooi om te zien. Onderweg vindt op de boot een wijnproeverij plaats, waar we natuurlijk aan mee doen. De lunch op de boot is in de vorm van een buffet en is super. De kids zijn erg moe van al die dagen laat opblijven dat wij er zijn, en vliegen elkaar dus voortdurend in de haren (vooral in de auto). Wij weten weer waarom wij ook alweer geen kinderen hebben! Het afscheid was best een beetje emo. De familie was weer naar de (mini-)luchthaven gekomen en Marion moest huilen (waren we al voor gewaarschuwd). Wij vinden het ook heel jammer dat zo’n groot en leuk deel van de familie zo ver weg woont van ons, maar hebben nu natuurlijk een leuk nieuw deel van onze “Around the World vakantie op het programma staan en vinden het dus niet alleen treurig dat we afscheid moeten nemen. Het waren 5 te gekke dagen maar vinden het ook een prettig idee dat we op eigen houtje verder gaan. 14/10/04 Nieuw Zeeland Kapot zijn we (20.00)! We hebben dan ook een uiterst inspannend etmaal achter de rug. Allereerst een vlucht van 6,5 uur waarin we nauwelijks slapen. Vervolgens is er 5 uur tijdverschil ten opzichte van Perth, en komen dus om 6.00 uur aan en moeten de hele dag doortrekken. Op de luchthaven van Auckland duurt het erg lang voordat we naar United Moterhome Depot worden gebracht. Alles is nogal onduidelijk allemaal. Eenmaal daar geloven we onze ogen niet: de camper blijkt een super-schatig huisje op wielen te zijn, gloedjenieuw bovendien, 19 km op de teller. Werkelijk alles zit er in, je kunt het zo gek niet verzinnen: Broodrooster, waterkoker, gasstel, douche, wc-tje, prima bedje, echt heel goed geregeld. Op de zogenaamde holiday parks kies je voor een powered site en dan kun je (als je de stekker in het electriciteitshuisje aanlogt) zelfs magnetronnen! De douche zou met circa 20 minuten voorwarmen heet moeten worden echter we komen er al snel achter dat douchen in de vaste douches van de parken wellicht een beter idee is, want wat er gebeurt gebeurt er, maar warm wordt die van ons niet! Hennie rijdt via Hamilton (niks an) naar Rototua. Onderweg shoppen we nog voor wat eieren, bacon, kaas, koffie en wijn natuurlijk! Bij Rotorua aangekomen, kloppen we aan bij het Lakeside Thermal Holiday Park, schitterend gelegen aan het nog schitterender Lake Rotorua. Het is overal vreselijk groen en schoon, zeer ruimtelijk (weids) bovendien. Eenmaal geparkeerd op de powersite, gaan we in de zon aan de Chardonnay die we van de camper-verhuurder cadeau hadden gekregen. Het is heerlijk voorjaarsweer, zo’n 22 graden. De zon zal tot heel laat nog schijnen, het is hier dan ook tot heel laat nog licht. Al lopende gaan we (bewust via een flinke omweg) naar het stadje. Het is overal heel rustig met zowel toeristen als met kiwi’s, zoals de locals hier heten, vernoemd naar het nationale symbool de kiwi vogel). Alle keukens zijn hier wel zo’n beetje vertegenwoordigd, maar helaas is de foodcourt vanaf 18.00 gesloten en dus kiezen we een drukbezocht (dus meestal lekker) Chinees restaurantje. We eten er heerlijk en lopen terug via een openbaar park vol met thermale bronnen waar het hete water soms omhoog spuit en er overal de typische zwavellucht hangt. De ene bron is nog groter dan de ander en het is goed dat er nog wat licht is want hier moet je niet per ongeluk in lopen! Terug in de van gaan we vroeg te bed want zoals ik al schreef: we zijn kapot! 15/10/04 Bacon and eggs in the morning in onze camper. We hebben precies klokje rond geslapen, dat was dus wel eventjes nodig. Het lijkt niet zulk fraai weer: bewolkt en flinke wind. Als we rond elven vertrekken is het toch weer prima weer: zonnig, lekker temperatuurtje ondanks de flinke wind. We rijden zo’n 20 minuten naar Te Wakarewarewa (oftewel Te Waka), een geiser en thermaalbronnen park. Eerst worden we getrakteerd op een Maori zang- en dansopvoering. Grappig om te zien. Dan zien we een enorme geiser spuiten, behoorlijk lang ook. Verderop in het park zijn nog thermale bronnen, zwavelmeren en mudpools. Overal komt stoom uit de gaten in de grond en het meurt er natuurlijk weer flink naar zwavel. Na dit park rijden we door naar Hells Gate, aan de oostkant van Lake Rotorua. Dit park doet zijn naam eer aan: Het stikt er werkelijk van de kolkende, kokendhete modderpoelen. De een nog bizarder dan de andere. Ook stinkt het hier van de sulfer en zwavel en zien we bovendien een warm-waterval (wat heel bijzonder schijnt te zijn). Wij vinden hem echter niet superspectaculair want hij is “slechts” 40 graden en niet heel groot. Een schitterend park, dat Hells Gate. Dan gaat de reis naar Lake Taupo (mooi!). langs het meer wandelen we wat, drinken een drankje en pakken we wat zon (die flink brandt). Dan eten we lekker en reizen door naar Tongoriro National Park. In het ministadje Whakapapa zetten we de camper neer en relaxen wat. 16/10/04 Het heeft in Whakapapa Village de ganse nacht gehoosd en dat doet het ´s ochtends nog steeds. De douches op het park warmen ons lekker op, ze zijn perfect schoon en ruim en hebben heel heet water. Prima faciliteiten dus, op zo´n holiday park. De kantoordame waar we bij uitchecken meldt ons dat het hoosweer nog wel even zal aanhouden, en zo ziet het er inderdaad naar uit. Terwijl we dus eigenlijk wilden wandelen in het prachtige Tongoriro National Parc, waar we hebben overnacht, slaan we dit nu maar over. Maybe op de terugweg nog! We gaan naar Wellington rijden. Dit neemt zo´n 3 tot 3,5 uur in beslag en zeker in het begin van de trip is het uitzicht weer eens schitterend mooi. We komen door diverse gehuchten en uiteindelijk in Wellington, een grote stad. Bij de ferry terminal boeken we een boottransfer om 1.30 vannacht ($200). Helaas zit de rest eerder op de dag al vol. In de stad Wellington verdoen we onze tijd met eten, winkeltjes kijken (dat zijn er hier genoeg) en we rusten wat in de camper op een parkeerterrein. Zodirect: Op naar het zuidereiland! 17/10/04 Inmiddels zitten we heerlijk in het zonnetje aan de chardonnay (Ja, alweer ja!). We zijn in Motueka, het dorp dat nabij de ingang van Abel Tasman National Park ligt. De ferry was oké, al is het wel een behoorlijke slag voor je ritme: Om 17.00 gaan liggen rusten in je camper (en maar 2uurtjes echt slapen tot 24.00) en dan om 1.00 uur inchecken (dus weer klaarwakker in de vrij frisse wind). Dan 3 uurtjes trachten te pitten op de boot, en dan 2 uur rijden naar Nelson. Zeeziek zijn we niet geweest, wel wat brak dus van de gebroken nacht. Om 4.30 kwamen we aan in Picton (pikkedonker natuurlijk!) en via een bijzonder bochtige weggetjes kwamen we 2 uur later aan in het doodstille dorp Nelson (nogal logisch, om 6.30 zondag ’s ochtends). Na wat ontbijt gaan we richting strand. Het schijnsel van de zon voelt ongelooflijk lekker, na zo’n nacht is een kop koffie in dit zonnetje echt een weelde! Na een paar drankjes bij the beach cafe leggen we ons lakentje op het strand om onze oogjes even heerlijk te sluiten terwijl onze huid echt razendsnel kleurt. De zonnesterkte hier komt dicht in de buurt bij die in Florida, smeren dus! Omdat je in deze zon nu eenmaal niet de hele dag kunt liggen bakken, rijden we richting Motueka. Onderweg stoppen we bij een winery, alwaar we 4 wijnen mogen proeven (leuk joh!) en uiteraard een 2002 Chardonnay van de vriendelijke wijnboer en zijn vrouw kopen. Zo’n koelkast zit natuurlijk niet voor niets in de camper hé?! Leuke vent ook, runt de boel hier samen met zijn vrouw en is lekker aan het vertellen daarover. Hij geeft ons de tip om te gaan lunchen in het 10 minuten verderop gelegen minidorpje Mapua, bij de Smokehouse. Daar roken ze alle vis en mosselen zelf. Dit blijkt een prima tip want het restaurantje is pittoresk gelegen aan de Tasman Bay, nabij een kleine werf, en het eten is er heerlijk. Na de lunch rijden we nog een kwartiertje verder voor we aankomen bij Fearon Bush Holiday Park. Lachen! Hen en ik legen hier voor het eerst de toilet-cassette in de daarvoor bestemde dump. Terwijl die leegloopt is het net of je bij je hond staat te kijken terwijl die “moet”. We noemen dit ritueel vanaf nu dan ook “even de cassette uitlaten”. Heerlijke eerste dag op het Zuidereiland gehad! 18/10/04 Vanaf het Holiday Park is het zo’n 20 minuten rijden naar 1 van de 4 ingangen van het Abel Tasman National Park. Dit is een schitterend park met wandelingen langs kustmoeras, mooie baaien en door de dichtbeboste bush. We lopen 3 uur lang en genieten van de natuur (die zelfs lekker ruikt!), sommige stukjes echter zijn wat saai. Of wij zijn verwend, dat kan ook. Overigens hebben we wel meest van de tijd schitterend uitzicht op de baaien en in de verte, de sneeuwtoppen van de vele bergen hier. Het weer is zozo: weinig zon maar ook niet echt koud. Omdat 3 uur lopen echt absoluut maximaal is, vertrekken we daarna in de richting van Westport (aan de westkust).Onderweg stoppen we nog bij Lake Rotoroa (niet te verwarren met Roturoa). Hier is het echt onbeschrijflijk mooi! Uiteindelijk in Westport aangekomen (na een lange maar wederom schitterende reis wat betreft omgeving: dwars door de dikbeboste bergen), gaan we heerlijk uit eten in een mooie baai bij Bayhouse restaurant. Heerlijk gegeten, op een schitterende plek, na een nog schitterender dag! 19/10/04 Zal je net zien: Heb je een prachtbos blonde krullen, die je toevallig vandaag toch echt moet wassen, zit je op een holiday park met munt-douches (max. 5 minuten heet water)! Balen dus, voor Fem. Dit is dus het verschil tussen een top-10-holiday park en een gewone…Morgen beter dan maar. Vandaag weer heel mooie dingen gezien: ongeveer 4 kilometer van waar we slapen zit Cape Foulwind (de schitterende plek waar we gisteravond hebben gegeten), en waar we nu naar terug gaan om de wilde zeehondenkolonie te zien. Te gek! Wel 30 of zoiets, als het niet meer is, op de rotsen voor de kust. Wat een leuke beesten zijn dat zeg, het is heel leuk om ze te bekijken. Na deze mooie ervaring rijden we door naar Punaikiki, wederom aan de schitterend ruige westkust. Hier ligt aan landkant het National Park Pararoa en aan de kustkant de Pancake Rocks. We lopen de speciale walkway, die ons langs diverse mooie uitzichtpunten brengt, langs deze heel aparte rotsformaties. Door erosie van allerlei natuurelementen zijn hier rotsen gevormd die lijken op dunne laagjes (pannenkoeken?).Zeer indrukwekkend. De wilde zee bonkt ertegenaan, wat een prachtig gezicht is. We picknicken voor lunch met onze meegebrachte mie-soep op dit bijzondere plekje, voor we verder rijden naar Greymouth, voor een pitstop met koffie, tanken en e-mail. Dit is nodig omdat we via Arthur’s pass, van de westkust in één keer door willen rijden naar de oostkust. Een tocht van zo’n 3,5 uur, zonder noemenswaardige dingen onderweg. De rit blijkt wederom adembenemend mooie uitzichten (op de Nieuw-Zeelandse Alpen) op te leveren. We zijn het er wel over eens dat NZ echt een bijzonder mooi land is. Overigens zien we hier zoveel schapen als we in ons hele leventje bij elkaar nog niet gezien hadden. Ook wat koeien en eland-soortigen. Geen, of nauwelijks, industrie. ’t Is duidelijk waar ze hier van leven: landbouw, veeteelt en wat toerisme. Trouwens, NZ moet ook wel een heel veilig en vreedzaam land zijn, want politie of rottigheid zie je hier echt niet. In Woodsend aangekomen (aan de Oostkust), gaan we eten bij het enige restaurant hier, en dan de camper in. 20/10/04 Vandaag zijn we op het strand van Woodsend begonnen, 100 meter vanaf de camping. Hen wandelt en Fem ligt heerlijk even in het zonnetje. Je merkt hier dat de zon echt met de minuut sterker wordt ‘s ochtends. Liggend in de zon (beetje uit de wind) in bikini is het zomers, staand uit de zon in het zachte windje moet je echt wel een vest aan. Maar…de zon schijnt en doet zijn best en dat is heerlijk. Na de beach picknicken we wat en ondernemen dan de 2 uur durende reis naar Kaikoura. Dat van die prachtige uitzichten onderweg noemen we maar niet meer hoor, het is hier voortdurend prachtig mooi! Kaikoura is wel een schattig dorp: 1 main street met allerlei winkeltjes, restaurantjes en een supermarktje speciaal ingericht op backpackers. We zitten er ’s middags heerlijk op het zonnige terras (aan de chardonnay en lokaal gebrouwen bier) en we genieten van de sterke zon. Soort wintersportidee, want het uitzicht biedt ons besneeuwde bergtoppen, terwijl de zon toch echt flink sterk is! Na wat boodschapjes doen we het terrasritueel nog eens over bij de camper op het uiterst luxe holiday park: In de stralende zon, wat wijn, olijfjes, borrelen en genieten dus! ’s Avonds eten we heerlijk seafood bij de Olive Branch, en dan weer de camper in. Heerlijk relaxend dagje! 21/10/04 We vangen de dag weer aan met het uiterst zonnige terras van de Craypot. Het is schitterend weer, we treffen het weer vreselijk. Hen zegt: Hier even voorbakken, en dan op Fiji zodirect nog even afbakken. Daar begint het inderdaad op te lijken. Na de koffie checken we in bij de WhaleWatch. We gaan met een supergrote catamaran (voor 48 personen) een heel stuk de kust uit, waar in zee een mega-canyon ligt. Van 200 meter gaat het daar dan plots naar 1 kilometer diepte. Juist door deze canyon zit het er vol plankton: HET voer voor o.a. walvissen (spermwhales, oftewel potvissen). En ja hoor, Fem is natuurlijk hartstikke zeeziek, de golven zijn dan ook niet misselijk (Fem wel…). Fem ziet echter wel, net als Hen (die wel alle keren buiten kijkt), maar liefst 6 walvissen. Te gek, zulke onwijs gave grote beesten, die dan toch zo onwijs gracieus naar beneden duiken en hun mooie staart tonen. Van vrij dichtbij ook wel hoor. Een prachtige ervaring! Na deze bootexcursie rijden we 2 uur door naar Blenheim. Hier eten we zalig sushi (en nemen ook nog mee voor de lunch van morgen), in het uitgestorven stadje, voor we met wat chardonnay de camper induiken. Bijzondere dag: Met de walvissen op stap! 22/10/04 Vanaf Kaikoura zijn we vanochtend binnendoor naar de Marlborough Sounds gereden. Schitterende tocht gemaakt langs deze schiereilanden, dik bebost en vol mooie baaien. Bij één van deze baaien stoppen we bij een heel mooi hotel (The Portage) voor koffie en thee. Dat is nodig ook: want van al die onwijze bochten in de wegen hier moet je af en toe wel even bijkomen op vaste grond. Het valt ons op hoe vreselijk weinig exploitatie we onderweg tegenkomen. Wel wat prachtige huizen met nog prachtiger uitzicht op de zee. Verder op pad, voor de lunch, stoppen we bij de baai Te Mahia. Op de bootpier lunchen we superdeluxe met onze meegebrachte sushi. De zon komt dan net weer een beetje door, na een poos weggeweest te zijn, maar door de wind is het toch best wel fris. Het trekt ’s middags wel helemaal open en dus stoppen we nog voor een tussendoor-drankje bij de (wederom prachtige) Momorangi baai. We reizen daarna door naar Picton, waar we nog wat namiddagzon pikken op een terrasje. We eten heerlijk en nemen allebei een stuk van circa 1 kilo cheesecake chocolat/vanilia mee de camper in. Mooie streek gezien vandaag: De Marlborough Sounds. 23/10/04 Vandaag was eigenlijk een dag die we over hadden, voor we morgen weer naar het Noordereiland terugvaren. Dat kwam omdat we in Greymouth (eigenlijk per abuis) via internet voor de 21e de whalewatch in Kaikoura geboekt hadden. Omdat we in eerste instantie voor een dolfijntocht Akaroa (stuk zuidelijker, nabij Christchurch) in gedachten hadden, en hiervoor dus de 21e ingepland hadden zodat we op ons gemak terug naar Picton konden voor de geboekte ferry op de 24e. We startten met een heel uitgebreid Engels ontbijt (eerder brunch eigenlijk) in Highstreet. Dan verkennen we het iets verder gelegen Waikama Bay (waar ook de haven voor kleinere bootjes ligt), en zien de interislander ferry de haven van Picton binnenvaren vanaf een mooi uitzichtpunt: Karaka Point. Ook mooie uitzichtpunten die we bezoeken zijn Victoria’s Domain en een heel eind de Picton Sound op. Hier kunnen we zelfs in de verte het Noordereiland zien liggen: Giga-gaaf gezicht! Helaas kan er hier in de omgeving door ons niet gewandeld worden omdat het erg veel bergop, bergaf en trapjes is hier… In de kroeg drinken en eten we wat , voor we in de camper aan de 2e etappe beginnen van ons kilostuk cheesecake (dat ding komt echt niet op!). 24/10/04 Wij zijn (helaas, gezien het weer) alweer terug op het Noordereiland. De ferry gaat het eerste deel een flink stuk door die schitterende Marlborough Sounds. Mooie uitzichten dus! Daarna wordt het saai en voelt Fem de golven. We ontbijten heerlijk met meatpie op de boot, een veel voorkomend gerecht waaraan je kunt zien dat het Engels is geweest hier. Een ander groot voorbeeld hiervan is de fish and chips. Aangekomen (terug) in Wellington regent het pijpenstelen. We reizen 3 ½ uur naar Ohakune, één van de meerder dorpen die ingang biedt aan het Tongoriro National Park (dat op de heenweg verregend was). We hopen op beter, droog weer morgen, zodat we wat kunnen wandelen hier. We eten weer eens heerlijk in een zeer populaire bar/restaurant, waar ook veel lokalo’s komen eten. Het valt ons trouwens de hele vakantie al op dat de mensen hier allemaal vreselijk veel kinderen hebben. Zo’n 3 stuks is het gemiddelde. Ze zullen wel veel naar de kerk gaan denken we. Die zie je dan ook veel hier, kerken. Ohakune is een grappig dorp. Bestaande uit 2 delen aan 1 straat waarvan slechts 1 deel ook in de zomer open is. Het is een ski-plek bij uitstek, wat goed te zien is hier, en een leuk sfeertje met zich meebrengt. Morgen mooi weer? 25/10/04 Yeah! Het is droog met hier en daar zelfs een zonnetje. We rijden daarom om te beginnen 17 km de Mount Ruhapenu op waar we een heus skiparadijs ontdekken. Verder is er echter niets, dus gaan we beneden een wandeling doen in Tongoriro National Park. Prachtig stuk! Wat ons in alle nationale parken is opgevallen, is dat je werkelijk schitterende flora ziet maar, op een paar vogeltjes na dan, nauwelijks fauna. Al het interessante voor wat betreft beesten zit hier in de zee zullen we maar zeggen. Tongoriro is echt schitterend mooi: wederom dik bebost, met vele wildstromende beken door de bush heen. Hongerig van de wandeling lunchen we in de camper met noodlesoep. Daarna gaat de reis richting Waitomo. Onderweg zien we zeer veel heel mooie race-auto’s. Blijkbaar doen ze hier in NZ op Labour Day aan een speciale race op de normale wegen. De mainstreet van het dorpje Te Kuiti blijkt één grote pitstop en/of de uitvalsbasis voor de race. Geinig om te zien! Bij Waitomo aangekomen checken we in en genieten met een drankje van de namiddagzon. Eten kan hier maar bij 2 eetgelegenheden. Wij kiezen voor de uitstekende pizza (hotel-) cafe-bar. Zalig dagje weer! 26/10/04 Onze laatste volle dag in Kiwiland begon voor ons (na een nacht vol loeiende en luid gillende koeien naast ons in de wei) regenachtig. We rijden naar Waitomo Caves, te beginnen de Glowwormcaves. Hierin zien we, na een korte wandeling door de grot, vanuit een bootje de lichtgevende larven van de gloeivlieg. Deze zitten allemaal op het plafond van de grot en het is een schitterend gezicht, net een sterrenhemel. Hierna rijden we naar de 2 ½ km verder gelegen Aranuigrot. Hierin kunnen we al wandelend de vele stalactieten en stalagmieten zien. Heel mooi allemaal. We vervolgen onze (terug-)reis naar Raglan. Een surfersstadje aan de westkust van het Noordereiland. Na een drankje in de hoofdstraat botst een onoplettende dame tegen onze camper op, terwijl ze met de auto achteruit een parkeerhaven komt. Op de laatste dag, zul je net zien. In de wieldop zit een buts, dus vullen we de verzekeringspapieren in. Gelukkig erkent ze schuld en hebben we bovendien getuigen die mede het schadeformulier ondertekenen. Zij blijken toevallig onze buren op de camping. Als dan eindelijk vandaag het zonnetje doorbreekt, gaat de chardonnay op tafel en de voetjes omhoog. Laatste paar zonne-uurtjes in NZ?? 27/10/04 Wauw! We zitten gewoon op Fiji zeg! Fem heeft nu, 21.53 uur, al 6 fiji-muggenbulten. Het is zo’n 25 graden en het zal vannacht niet kouder worden dan 20 graden. Je voelt het direct zodra je het vliegtuig verlaat: lekker plakkerig. Wat we ook direct opmerken is het bandje dat met gitaarmuziek een welkomstserenade brengt. Erg melig want het klinkt allemaal heel erg zoetsappig. De pick-up van het hotel brengt ons naar Beach Side Resort in Nadi op Viti Levu, het grootste eiland van de Fiji groep, en tevens de stad waar de luchthaven is gevestigd waar we vanuit Auckland landden. De vlucht verliep trouwens prima, drie uur voelt prettig kort aan in vergelijking tot de (meestal) vrij lange vluchten die we gewend zijn. Bij het resort aangekomen drinken we wat bij de “Pool” waarna we ons gaan opfrissen in het appartement. Leuk: de verlichting op het resort bestaat uit brandende fakkels. Fiji kan al niet meer stuk voor ons. We gaan lekker 3 dagen NIKS doen! 28/10/04 Wauw, wauw en nog eens wauw!!! Matamanoa is afgrijselijk paradijselijk! Na de bootreis vanaf Denerau harbour worden we het laatste stuk overgezet in een wat kleinere boot. Allemaal heel comfi. De ticket- en voucher balie was alleen wat chaotisch georganiseerd, zal wel typisch Fiji zijn: de no worries-sfeer is bijzonder aanwezig. En dan de aankomst op Matamanoa (in een nog kleiner bootje met glazen bodem zodat je vast een snorkel-voorproefje krijgt): helemaal te gek! De big smile is niet van ons gezicht af te krijgen! Het is hier supermooi, superdeluxe, en dan onze beach-front-bure! Supergroot en luxe, met terras aan de zee met stoelen, ligbedden en natuurlijk een hangmat. Het kan allemaal niet op! We worden trouwens ontvangen door een luidkeels Bula (=hallo), een schelpenketting om ons nek en een lekkere cocktail. (ik schreef al: het kan allemaal niet op!) Uiteraard doen we snel onze zwemspullen aan en gaan gestrekt op de heerlijk ligbedden tussen de prachtige zee (met heel veel verschillende kleurstellingen) en het zwembad. Er staat een lekker windje zodat het in de zon prima uit te houden is. Na de lunch doen we hetzelfde: niks! Na het avondeten trouwens ook! (Oh ja, de zonsondergang was wonderful! 29/10/04 We hebben heerlijk geslapen want de bedden zijn prima en de fan doet het ook heel goed en we zijn natuurlijk kapot van het relaxen! We starten de dag met een strandwandeling. Je kunt niet het hele strand rond i.v.m. rotsen aan de kust maar toch best een stuk: 1/5 van de omtrek, misschien ¼. Hongerig van het wandelen eten we een megagroot en lekker ontbijt. Daarna gaan we maar weer eens gestrekt op ons vertrouwde plekje in de zon. We snorkelen nog wat (mooi!) en doen daarna weer heerlijk niks. Het mooie is dat je hier van alles kunt doen op (en onder) het water: snorkelen, kanoën (mini)zeilen en (tegen betaling denk ik) vissen op zee en duiken. Goed geregeld allemaal. De zonsondergang bewonderen we weer vanaf ons eigen terras, schitterende kleuren als een Dali-schilderij! Lekker wijntje en voor Hen whisky erbij en we voelen ons ultiem relaxed. Het diner is ook heerlijk: prawnkebab vooraf en een heerlijke lamscurry met van alles erbij als hoofdgerecht. Moe van het relaxen gaan we na het eten haast direct naar bed. Het is hier zalig! 30/10/04 Laatste dag op Fiji, snif…. Na onze laatste zonne-uurtjes gaat de reis terug op de cruise van South Sea Cruises. De shuttle-bus die klaar staat op Denerau brengt ons naar de zeer drukke en chaotische airport van Nadi. We eten er heerlijk (voor een fast-food restaurant uitstekend en cheap) voor we de 10 uur durende vlucht naar L.A. beginnen. Die zal trouwens prima verlopen. Na een laat souper slapen we allebei heel goed en zullen de volgende dag heel uitgerust in L.A. aankomen. 31/10/04 Buiten de uitgebreide en strikte douane- en immigratiepapieren die absoluut foutloos ingevuld moeten worden (met vragen als: ben je van plan om je bij een criminele organisatie aan te gaan sluiten?......), moet je tegenwoordig ook je linker- en rechter vingerafdruk achterlaten en word je op de foto gezet. Beetje doorgeslagen allemaal maar ja, we zijn het dan ook wel een beetje zat om telkens al die kaarten in te vullen en lang bij de immigratie balie te moeten wachten. Nog even…….. Het is zonnig weer in L.A., 20 graden C. en we zijn toch nog wel vrij snel bij het Howard Johnson Hotel vlak bij de luchthaven. We winnen wat advies in bij de receptie over wat de beste manier is om in elk geval de 2 dingen te zien die boven aan ons lijstje staan: Walk of Fame en Venice Beach. We boeken een excursie voor de avond “L.A. by night” bij V.I.P. tours. Die zal echt heel goed uitpakken. Ondanks dat L.A. echt MEGA-groot is (14 miljoen inwoners!) en de afstandenecht super zijn, zien we toch op een heel leuke manier wat hoogtepunten. We beginnen bij het uitgaans-gebied (town-walk) bij Universal Studio’s. De lichtreclames zijn overweldigend (leuk!), het is bovendien zaterdagavond en Halloween dus is het leuk druk en zijn velen verkleed en de (vreemdsoortige) shops en vele restaurants allemaal leuk versierd. Overal komen er auto’s en hulken uit de gevels boven de shops en bioscopen. Echt heel erg leuk, we zouden er uren kunnen slenteren en ons vermaken met het heerlijke eten (wij eten Mexicaans: smullen!) en de straatartiesten hier (van muzikanten tot vuurvreters en acrobaten). Helaas moeten we na een dik uur weer door. De grappige tourleider brengt ons de Beverly Hills Mountain op vanwaar het uitzicht op deze lichtstad schitterend is. Overdag zagen we al het “Hollywood” bord in de bergen staan. Daarna worden we gedropt bij de Walk of Fame en de Chinese Theatre waar de handen en voeten van vele sterren in cementen plakkaten vereeuwigd zijn. Een zeer druk en levendig stukje Hollywood, ook weer vol straatartiesten en b.v. Elvis en Marilyn Monroe waarmee ik op de foto ga. Hier is overigens ook het theater gevestigd waar de Oscars worden uitgereikt. Hierna wandelen we nog wat rond op het zeer luxe en dure Rodeo Drive en worden dan weer naar het hotel teruggebracht. Onderweg vertelt de tourleider nog van alles over wat we tegenkomen en over het leventje tussen de sterren in Hollywood. Dat was dus echt een hele leuke trip! In het hotel relaxen we nog wat, na een heel fijne dag in L.A. En de volgende dag…zit het er op. We sluiten deze ongelofelijke reis op Venice Beach met een ontbijt. Vanmiddag vliegen we terug…het was onvergetelijk!!!
Zondag 6 juli 2008 In tegenstelling tot gisteren hebben we de wekker gezet en zijn zodoende op tijd voor het ontbijt. Aangezien het hotel veel Indiase gasten ontvangt is het ontbijt een mix van Indiaas en Amerikaans. Heel smakelijk kunnen we wel zeggen. We hebben ons voorgenomen om vandaag 2 hoogtepunten van Dubai te gaan bezoeken: Ten eerste hebben wij gereserveerd voor de lunch in het enige officieuze 7 sterren hotel ter wereld, te weten het Burj Al Arab en vervolgens willen we graag een bezoek brengen aan een van de grootste malls ter wereld, te weten Mall of te Emirates. In de loop van de dag krijgen we steeds meer de indruk dat men in Dubai een beetje de weg kwijt is: in de as van het zakelijke district, langs “Sheik Zayed Road” staan zoveel futuristische gebouwen dat men eenvoudig ter plaatse de nieuwe Star Wars film kan opnemen, want het lijkt alsof we op een compleet andere planeet zijn beland. We vergapen ons vervolgens aan het al eerder genoemde 7 sterren hotel. Ferrari’s en Rolls Royces staan voor de deur geparkeerd, een elftal aan personeel staat klaar voor een hartelijk ontvangst, het bladgoud spettert je tegemoet en het zeilvormige gebouw ademt pure luxe. We lunchen in het Al Muntaha Restaurant op de zevenentwintigste verdieping, met uitzicht op de Palm Islands. Het 3 gangen menu is bijzonder rijkelijk en smakelijk maar aan de prijs moet je dan even niet denken… Na de lunch worden we met een taxi naar de Mall of the Emirates gebracht. Ook hier krijgen we een duidelijk voorbeeld van decadentie: welke persoon heeft het in godsnaam bedacht dat men hier bij een buitentemperatuur van meer dan 40 graden, binnen kan skiën en snowboarden in een volledig wintersportdecor? Je moet het zien om te geloven. Men is hier echt doorgeschoten. Het winkelcomplex is overigens enorm en het grootste wat we ooit hebben gezien. Om 6 uur ’s avonds vinden we het wel welletjes, hoewel we nog tot middernacht (op zondag!) door hadden kunnen gaan gezien de openingstijden. Vanwege de drukte in het verkeer doen we er ruim een uur en een kwartier over om terug te komen bij het hotel. Dubai is in zijn geheel ingericht op vervoer met de auto. Voor voetgangers is het niet bijzonder geschikt, laat staan voor rolstoelgebruikers. Wanneer je hier in het bezit bent van een auto met een lengte van minder dan 4 meter zonder 500 PK en een turbo, wordt je vast hard uitgelachen. Lexus, Mercedes en zelfs grommende Lamborghini’s voeren hier de boventoon. Size does matter in Dubai. We hebben het er de afgelopen uurtjes even lekker van genomen en we twijfelen nog of we uit eten moeten gaan, gezien de rijkelijke lunch. Hoe dan ook, het is weer een geslaagde dag geweest.
…en deze was natuurlijk een peulenschil i.v.t. de andere vluchten. Bovendien krijgen we een plek in de businessclass dus we eten er wederom bijzonder goed van. Inmiddels zijn we thuis nadat we op Schiphol een Connexxionbusje hadden gebeld. We hebben een schitterende maand achter de rug en achteraf gezien is het me lichamelijk meegevallen. Hopelijk krijgen we de komende dagen niet al te veel last van de drukte van de afgelopen periode of de jetlag. Tenslotte: we hebben voor onszelf van deze reis een top 3 samengesteld. We zijn het er over eens dat Sydney met stip op 1 staat. Gevolgd door de Malediven en als goede 3e de laatste 2 dagen in Buenos Aires. Op naar het volgende avontuur…
Vrijdag 4 juli 2008 Weer even een dagboekberichtje, echter deze keer niet uit Haarlem, maar vanuit…Dubai. Ja, we zijn op reis. Alweer. Het heeft drie maanden voorbereiding nodig gehad en op vrijdag jl. zijn we vertrokken. Ik wil op dit moment nog niet in detail treden aangaande de bestemmingen maar het wordt vast en zeker weer een groot avontuur. Ondanks de uitgebreide voorbereidingen begon onze reis helaas in mineur: de bestelde OV-taxi “met gegarandeerde aankomsttijd, een zogenaamde borgrit” komt anderhalf uur te laat en we moeten ons nog haasten om in te checken. Voor de zoveelste keer blijkt dat je zelf alles tot in de puntjes kan plannen maar sommige zaken, zoals bijvoorbeeld het bedrijf Connexxion, laten zich nu eenmaal niet plannen. Ik irriteer me er in toenemende mate aan. Ik begrijp best dat mijn belang niet door iedereen wordt gedeeld maar zo langzamerhand word ik echt hopeloos van het gebrek aan begrip bij deze vervoersmaatschappij. Hoe dan ook, eenmaal op Schiphol aangekomen besluiten we de afgelopen 2 uur snel te vergeten. Een komische noot wordt verzorgd door het assistentieteam. Beide dames zorgen voor veel hilariteit en hebben blijkbaar veel lol in hun werk. De vlucht verloopt voorspoedig en de ontvangst is meer dan uitstekend geregeld. We worden weer als de brandweer door de douane geloodst en een chauffeur van het hotel staat ons al op te wachten. Het hotel ziet er luxe maar toch eenvoudig uit, maar heeft een manco: de geboekte rolstoelkamer bestaat in dit hotel niet. We besluiten om de kamer voor de eerste nacht maar te accepteren want we willen liever even de straat op om een drankje en eventueel een hapje te nuttigen. Problemen lossen we morgen wel op. We vinden aan een drukke straat een gezellig terras en ondanks dat we aangeven dat we alleen wat willen drinken wordt het ons uitgebreid naar de zin gemaakt met een complementaire schaal met allerhande zuur, pepers, olijven enz. We beseffen ons eigenlijk nu pas dat het hier ter plaatse inmiddels al 2 uur ’s ochtends is. De vermoeidheid slaat ook duidelijk toe. Om half drie gaan we naar droomland.
Zaterdag 5 juli 2008 Hopelijk wordt het geen gewoonte: we hebben ons verslapen. Maar goed, het is nu eenmaal vakantie en we moeten ons vooral niet haasten, ontbijten kan morgen ook gewoon weer. Eerst maar even de kwestie van de kamer aankaarten. Alternatieven blijken er genoeg (we krijgen een megaluxe appartement aangeboden) maar helaas heeft geen enkele kamer gehandicaptenvoorzieningen of een douche i.p.v. een bad. We zullen het de komende dagen moeten doen met een waslap en weinig douchen maar we overleven het wel. We hebben ons voorgenomen om vandaag de werf te gaan bezoeken en het rustig aan te doen. Ik heb al veel meegemaakt en veel van de wereld gezien maar zelden heb ik een hitte meegemaakt die je zo bij de keel grijpt. Omdat we ons verslapen hebben lopen we eigenlijk op het verkeerde tijdstip buiten (tussen 12 en 3) en we zouden beter moeten weten. De gevoelstemperatuuris nog niet eens het grootste probleem, de woestijnwind echter zorgt ervoor dat je het gevoel krijgt in een heteluchtoven te lopen. De bedrijvigheid op de vele bootjes is leuk om te zien maar niet bijzonder. Op de vlucht voor de hitte lopen we het eerste de beste hotel binnen om te lunchen en wat af te koelen. Als ware ik een maharadja, word ik met stoel en al de treden opgedragen door het vriendelijke hotelpersoneel. En wat wil het toeval: we komen in een Japans restaurant terecht. Blijer kun je ons eigenlijk niet maken. De sashimi en de sushi zijn overheerlijk en we nemen het er goed van. Na de late lunch geven we voor vandaag de pijp aan Maarten en gaan terug naar het hotel. We hebben de komende dagen nog tijd genoeg om allerlei zaken te bezoeken. Overigens kunnen we nu al concluderen dat de mensen hier meer dan behulpzaam zijn. Na deze eerste dag ben ik al heel blij dat ik voor het eerst mijn laptop heb meegenomen. Na het weekje New York heb ik veel tijd en aandacht besteed aan het bijhouden van mijn e-mail, website en hyves en nu we een wat langere periode onderweg zullen zijn is één en ander, waaronder het reisdagboek, wat gemakkelijker bij te houden. Hyves is hier overigens verboden gezien de tekst van de provider: “we apologize the site you are attempting to visit has been blocked due to its content being inconsistent with the religious, cultural, political and moral values of the United Arab Emirates”. Je kunt ook overdrijven natuurlijk… Het geluk lacht ons vanavond wederom toe: het hotel heeft deze week een op de Thaise keuken georiënteerd buffet en we gaan er helemaal op los. Na het eten nemen we op de kamer nog een slaapmutsje en gaan bijtijds te bed.
Maandag 7 juli 2008 Gisteravond hebben we toch nog maar wat roomservice besteld want het eten gaat nu eenmaal door (of was het nou het leven gaat door?). Vandaag is onze laatste hele dag in Dubai en aangezien we tijd over hebben besluiten we te gaan wandelen. Het is echter bijna niet te doen. Om het half uur zijn we verplicht de koelte op te zoeken van een eettentje of een winkelcentrum (waar ik nota bene een wollen muts koop!). De afgelopen dagen is ons meer en meer gebleken hoe groot de contrasten hier zijn. In de straten vind je tal van parfumerieën met etalages voorzien van reclames van uitsluitend westerse fotomodellen terwijl menige vrouw hier in een burka of een nikaab gekleed gaat. In de vele malls grenzen de blingbling winkels met de meest hoerige jurkjes aan winkels die alleen islamitische kleding verkopen. Alcohol is not done in Dubai terwijl je jezelf in het hotel bijkans helemaal klem kan zuipen voor een prikkie. Het komt een beetje vreemd over… We besluiten de dag waar we in Dubai begonnen zijn: in restaurant Al Ashaam en we smullen er weer heerlijk van (de cirkel is rond). Het verbaast ons overigens hoe goedkoop Dubai eigenlijk is of liever gezegd kan zijn qua accommodatie, eten en drinken. Morgen checken we uit en gaan we richting…de Malediven!!!
Dinsdag 8 juli 2008 Het credo voor vandaag was “van orde tot chaos”. Waar de dag begon zoals de afgelopen dagen, d.w.z. in een relaxte sfeer, slaat vanaf het moment dat we in het busje stappen naar het vliegveld de wanorde toe. Onze chauffeur is een heetgebakerd baasje en het lijkt wel alsof hij een liter Redbull heeft gedronken. Hij moppert, kankert en toetert zich een baan naar de luchthaven alsof er ieder moment brand kan uitbreken. Bij het inchecken op de luchthaven is het niet anders: het personeel van Emirates is vooral druk bezig met druk te doen, en er wordt totaal niet naar ons geluisterd, terwijl we wel het gevoel krijgen dat ze ons service willen verlenen. Ze doen hun best op hun eigen manier zullen we maar zeggen. Voor we het weten hebben we de verkeerde stoelen, ontstaat er commotie rond de rolstoel en onze medische verklaring, die we nota bene vier dagen voor vertrek nog hebben moeten regelen met de revalidatiearts, wordt niet eens bekeken. We zijn voortdurend in conclaaf met meerdere personen tegelijk en dat komt de communicatie niet ten goede. Gelukkig besluit een manager in te springen en komt alles nog redelijk goed. Tenminste, dat denken we. Het kan n.l. nog gekker: we krijgen een assistent mee en het bal begint van voren af aan. We worden er fijntjes op gewezen dat we volgens de nieuwe regels niet samen mogen winkelen en ik dien volgens dezelfde regels de komende drie uur te vertoeven in een ruimte van 3 bij 4 met alleen een tv en drie oude stoelen. In Alcatraz hadden ze het beter. Gelukkig weet Fem met woord en gebaar het aanwezige personeel te overtuigen. Ik mag dus met proefverlof. Het taxfree winkelen heeft ook een aparte afloop. We hebben namelijk de nodige flessen alcohol ingeslagen en gevraagd of het geoorloofd is om deze zaken in te voeren in de Malediven. Maar eenmaal bij het package station aangekomen kunnen we het hele spul weer terugbrengen. Het is namelijk verboden om alcohol in te voeren. De rest van de dag verloopt gelukkig voorspoedig. Onze vlucht gaat weliswaar via Colombo, Sri Lanka, maar voordat we het weten arriveren we om kwart over 1 ’s nachts in Male. De luchthaven is net zo groot als een sporthal en ze hebben 2 bagagebanden. We zijn dus weer snel buiten. Ook hier worden we keurig opgewacht en ondanks dat ons hotel vijfhonderd meter verwijderd is van de luchthaven, moeten we er met een busje heen. We gieren het uit van het lachen. Het zal een kort nachtje worden, want om 7 uur moeten we ons bed weer uit voor een transfer per boot naar onze definitieve bestemming: Het Kurumba resort. N.b.: het hotel waar we vannacht verblijven (Hulhule Airport Hotel) heeft verreweg de mooiste rolstoelkamer die ik tot op heden ben tegengekomen op mijn reizen. Helaas hebben we er weinig aan, vanwege ons korte verblijf.
Woensdag 9 juli 2008 We wanen ons in een paradijs. Eerlijk gezegd begon dat gevoel mij pas in de loop van de dag te dagen aangezien ik vanwege de vroege wake-up call nogal wat zombie-achtige neigingen vertoonde. Fem was moe en ik was kapot. Onze overtocht per boot verliep met horten en stoten (ik ben letterlijk in mijn rolstoel de boot op- en afgedragen), maar nu we ons weer redelijk fit beginnen te voelen beseffen we hoe mooi het hier is. Onze kamer is van alle luxe voorzien hoewel er geen rekening gehouden is met een rolstoel. De badkamer heeft een binnentuin met openluchtdouche, maar douchen kan natuurlijk ook in bad of in de aparte douchecel. De ligging van het appartement is fantastisch: ons “balkon” bevindt zich op een dertig meter van het strand aan een tropische tuin. We hebben zodoende een schitterend uitzicht op de azuurblauwe zee. Aangezien zowel de ingang van het appartement alsmede het “balkon” zijn voorzien van 2 treden, wordt er door het personeel binnen anderhalf uur aan beide zijden een op- en afrit getimmerd en geverfd (!!!), want het moet er natuurlijk wel een beetje leuk uit blijven zien. Het Kurumba Resort is als een van de eerste resorts begin jaren 70 gebouwd en onlangs heeft het een volledige verbouwing ondergaan en dat is zeer goed te zien. Het ziet er werkelijk geweldig uit. Het resort heeft 7 restaurants, waaronder Chinees, Indiaas, Japans, Italiaans, Pizza, een thema-buffetrestaurant en een grillrestaurant aan het water. We kunnen derhalve iedere avond wel ergens terecht. We besteden de rest van de dag aan het heerlijke strand en kiezen ervoor om vandaag het diner te gebruiken in de Ocean Grill. We komen echter niet helemaal droog over: op het moment dat we ons naar buiten begeven barst het noodweer los en tegen de tijd dat Fem de paraplu uit het appartement heeft gehaald, zijn we al doorweekt. Tja, het blijft tenslotte regenseizoen.
Het eten is overheerlijk en de hoeveelheid meer dan riant. Tijdens het diner spreken we af om morgen wat langer uit te slapen en wat later te ontbijten om zodoende de gemiste slaap een beetje in te halen. We gaan vandaag ook bijtijds naar bed. Donderdag 10 juli 2008 Fem had zich gisteren verlekkerd al een voorstelling gemaakt van het ontbijtbuffet en ze heeft gelijk gekregen: Mexicaanse wraptortilla met huevos rancheros, allerhande broodjes met beleg, flensjes en wafels met nota bene honing rechtstreeks uit de raat, tikka kipspiesjes, mie met zeevruchten, eieren op elke mogelijke wijze bereid, 3 soorten vers geperst tropisch sap, enz. enz. We laten het ons goed smaken. Na het ontbijt maken we een tochtje rond het eiland en we concluderen dat het van alle gemakken is voorzien. Er is een spa, tennisbanen, sportschool, winkeltjes en een volledige watersportafdeling. We maken van dit alles echter geen gebruik. Luieren en uitrusten is ons motto op dit eiland. Fem zegt ook heel toepasselijk, terwijl we op het hagelwitte strand liggen, “laten we vooral niet vergeten een stukje in het dagboek te schrijven over alles wat we NIET doen”. Ik sluit me daar graag bij aan. We hoeven ons vandaag alleen maar druk te maken over waar we gaan eten (en Fem ook welke van de drie mogelijkheden ze kiest om aan het eind van dag te gaan poedelen). Vrijdag 11 juli 2008 Gisteravond hebben we op het laatste moment een voornemen om Indiaas te gaan eten laten varen want nadat Fem het Global Buffet had geïnspecteerd waren we snel over de streep getrokken. Zowel dit buffet als de ontbijtbuffetten zijn eigenlijk schandalig groot. Je zou het moeten zien om het te geloven. Met name het Aziatische gedeelte van vanavond geeft de authentieke smaken meer dan goed weer. Even een kanttekening voor de lezer: inmiddels zal u ongetwijfeld zijn opgevallen dat wij het vaak over eten en drinken hebben. Beide onderwerpen dragen dan ook wezenlijk bij aan de kwaliteit van leven en nemen een belangrijke positie in in ons bestaan. We nemen er de tijd voor en we laten geen enkel moment ombenut om de meest exotische spijzen of wijnen uit te proberen. Zelfs nu ik in een fase ben terecht gekomen dat het eten mij gevoerd moet worden en ik de Chardonnay moet drinken door een rietje, laat ik mij een en ander bijzonder goed smaken. Maar laat ik over gaan tot de orde van de dag. Het is vandaag halfbewolkt (de dag begon zelfs met een kleine regenbui), toch is het vandaag uitermate behaaglijk aan het strand. We ervaren het als een weelde om gewoonweg lekker te lezen, muziek te luisteren of een uiltje (of 2) te knappen terwijl het aangename zeewindje voor een beetje verkoeling zorgt. Af en toe kijken we elkaar aan en vragen onszelf dan af “welke dag is ook weer vandaag?”. En zo hoort vakantie ook te zijn. We zijn tot de conclusie gekomen dat het Kurumba Resort helemaal in balans is met de natuur alhier. Nergens oogt het protserig of buitenproportioneel en het is duidelijk dat men tijdens de laatste verbouwing bijzonder goed heeft nagedacht over de bebouwing en de infrastructuur. Op dit moment is het vijf uur ’s middags en genieten we samen van een wijntje en een biertje op ons eigen terras. Wat valt er nog meer te wensen?
Zaterdag 12 juli 2008 en zondag 13 juli 2008 Vanaf gisterochtend tot vanmiddag 2 uur is het moordend heet geweest. Hoewel hetop dit moment half bewolkt is heeft m.n. de verkoelende zeewind het af laten weten. We zijn vanmiddag afwisselend verrast door kleine regenbuitjes terwijl de zon volop schitterde, alsmede een gierende wind onder een aardedonkere hemel. Het strand aan “onze” zijde van het eiland, heeft een lengte van een paar 100 meter en is maximaal zo’n 20 meter breed. Toch zie je er nauwelijks mensen. Het strand wordt overdag door hooguit 20 mensen bezocht. We zetten dan ook de nodige vraagtekens bij de bezetting van het resort. Overigens is het een heerlijk gevoel om zoveel ruimte voor jezelf te hebben. Het is hier heerlijk rustig en het enige tumult wordt veroorzaakt door wat rennende hagedissen, gigantische vleermuizen (ik heb ze zelf nog nooit zo groot gezien) en de klimmende kokosnotenplukkers. Inmiddels is wel gebleken dat we graag geziene gasten zijn: het feit dat we zelf de nodige tijd en aandacht besteden aan de mensen die hier werken wordt duidelijk gewaardeerd en we kunnen wel stellen dat het ons aan niets ontbreekt. We worden in de watten gelegd en men vind het zichtbaar leuk wanneer je hier een praatje met ze maakt. Zo hebben we inmiddels geleerd dat het merendeel van het personeel van buitenlandse origine is en vrijwel het gehele jaar op de Malediven verblijft. De chef van het Teppanyakirestaurant (ja, we hebben ook Japans gegeten) vertelt ons dat hij uit Indonesië komt en op Kurumba buiten zijn salaris, kost en inwoning heeft. Dit geldt voor het overgrote deel van het personeel, tot aan de general manager toe. Onze chef zegt letterlijk: “ik ga het eiland ook niet af want hier op dit eiland kan ik mijn geld niet uitgeven, terwijl in Male de verleiding te groot is om dat wel te doen”. Er valt daar veel te veel te kiezen, voegde hij er nog aan toe. De fijne verstandhouding komt volgens ons voort uit “behandel je naaste zoals jezelf behandeld wilt worden”. Haaks op deze bewering staat het gedrag van m.n. de toeristen uit de voormalige Sovjet Unie. Het zogenaamde “nieuwe geld” gedraagt zich dikwijls lomp, luidruchtig, ontevreden en verwend. Het zijn af en toe net kleine kinderen met een nieuw speeltje. Er is blijkbaar niemand op de gedachte gekomen om ze in combinatie met de nieuw verworven rijkdom wat manieren bij te brengen. We hebben dit al vaker gezien (Eilat en Tenerife). Natuurlijk is er de taalbarrière (men spreekt nauwelijks Engels), maar zelfs een glimlach naar het personeel kan er met moeite af. We zullen er wel nooit aan wennen. We gaan ons opmaken voor een Thais grill-visbuffet en we hebben een plaatsje gereserveerd in de open lucht aan de oceaan. We kunnen bijna niet wachten.
Maandag 14 juli 2008 Onze reservering aan het water is letterlijk in het water gevallen: Vanwege de hevige regenval heeft men het buffet in zijn geheel naar binnen verhuisd maar desondanks laten we het ons zeer goed smaken. Deze ochtend begintwederom grauw. Je kan het bij wijze van spreken voelen aankomen: de bewolking wordt dikker en donker, de wind steekt op en luttele seconden later begint het te regenen. Een bezoek aan het strand zit er vandaag niet in. We brengen de ochtend door op ons eigen terras en tegen de middag doe ik iets wat nog nooit in mijn leven gedaan heb: ik ga naar bed. De afgelopen dagen heb ik het gevoel gehad dat ik iedere nacht net even tekort heb geslapen en dit lijkt me een uitgelezen kans om wat schade in te halen. Het feit dat ik direct in slaap val, zegt genoeg. Het hazenslaapje werkt verkwikkend, ik voel mij uitgerust en had het blijkbaar nodig. Helaas is het weer nog steeds van hetzelfde laken een pak. Maargoed, we komen de dag wel door met borrelen en kletsen en een ware fotosessie van onszelf op het terras. We hopen dat morgen er beter uit ziet. Ik begin inmiddels onrustig te worden. We zijn hier nu bijna een week en ik hunker naar wat meer leven en bedrijvigheid om mij heen. Het is het gevoel van “tijd om verder te gaan”. We zijn ons dan ook al een ietwat aan het inlezen op de volgende bestemmingen. Dinsdag 15 juli 2008 Ook deze ochtend begint mistroostig maar aan het begin van de middag breekt het zonnetje toch flauwtjes door en zoeken we ons vaste plekje aan het strand weer op. Ondanks de bewolking voelen we de zon aardig branden. Vandaag is onze laatste hele dag en we zijn blij dat we dit toch even hebben kunnen meenemen. De dag van morgen zal in het teken staan van inpakken, uitchecken en wachten op de transfer per boot naar de luchthaven en vervolgens op onze vlucht. Met enig geluk kunnen we nog enkele uurtjes genieten van de zon. P.S.: Voordat ik het vergeet, we eten Mexicaans vanavond. Woensdag 16 juli 2008 Fem heeft gisteravond de receptionist heel lief aangekeken met als resultaat dat we vandaag de gehele dag nog over ons appartement kunnen beschikken. Aangezien het na een klein buitje prachtig mooi weer is geworden komt dit wel zo goed uit. We hoeven nu niet te haasten en kunnen nog heerlijk lang genieten van de zonnige dag. Onze bagage wordt om half acht opgehaald en na het uitchecken word ik wederom door 4 man sterk de boot in getild. Binnen 10 minuten staan we al op het vliegveld. We zijn allebei vreselijk benieuwd naar onze volgende bestemming…
Donderdag 17 juli 2008 Om kwart over 8 vanochtend zijn we geland op de luchthaven van…Kuala Lumpur! Ik heb bij het plannen van onze reis toch maar een stop-over in laten plannen omdat deze stad altijd al een bepaald gevoel van nieuwsgierigheid heeft losgemaakt. Onze nachtvlucht viel overigens best tegen mede vanwege de feit dat we wederom een tussenstop maakten op Sri Lanka en er zoals zo vaak altijd mensen te laat komen voor de vlucht. We hebben dan ook een uur extra voor Jan Joker aan de grond gestaan. Klokkijken blijkt voor sommige mensen best lastig maarja, wat wil je ook, met en een lange wijzer en een korte wijzer. Hoe dan ook, we kunnen gerust stellen dat we vandaag een flinke prestatie hebben geleverd: vanaf 11 uur tot dit moment van schrijven (19.00 uur), zijn we nonstop in de weer geweest en hebben we toch alles kunnen zien wat we in onze agenda hadden staan. Een taxichauffeur heeft ons werkelijk op het beste plekje van de stad afgezet zodat we allerlei plaatsen hebben kunnen bezoeken: Merkada Square (onafhankelijksplein met prachtige Moorse gebouwen en de hoogste vlaggenmast van de wereld), mooie moskeeën, de wijk rondom de Central Market en Chinatown in een art deco-achtige sfeer, een bontgekleurde Hindoetempel en momenteel genieten we van het uitzicht op de Petronas Towers vanuit de Executivelounge op de 10de verdieping van het Citrus Hotel. Kuala Lumpur in een dag is al niet gemakkelijk, maar stoepen van een halve meter hoog, drukrazend verkeer en nauwelijks voetgangersoversteekplaatsen helpen ook niet echt. Het was even aanpoten vandaag.
Vrijdag 18 juli 2008 Onze laatste avond in Kuala Lumpur is op zijn zachtst gezegd curieus verlopen. Zoals altijd eten wij in Aziatische landen veelal aan de straat en we trekken daar veel bekijks. Men is niet altijd gewend aan “bleekgezichten” in de diverse restaurants maar sinds onze eerste vakantie naar Thailand zijn wij gewend geraakt aan TL-buizen, Curverkrukjes en slurpende Aziaten. Aan het einde van ons diner worden we benaderd door een dame en een heer op leeftijd en niet voor de eerste keer wordt er gevraagd wat ik precies heb. Fem weet uit te leggen wat mijn aandoening inhoudt en voordat we het wetenis het onderwerp “God” weer aangesneden. Het is niet de eerste keer en dat zal ongetwijfeld niet de laatste keer zijn. Alleen al deze vakantie ben ik 2 keer benaderd door mensen die mij op het hart drukken vooral naar India te gaan voor een helende kruidentherapie, de remedie “God” is mij ook al 2 keer aangedragen en als deze “oplossingen” maar voor de helft zouden werken zou ik nu waarschijnlijk als eerste de marathon onder de 2 uur lopen. Hoe dan ook, het eerder genoemde stel neemt uitermate vriendelijk afscheid van ons en we laten het er maar bij. Tot onze grote verbazing blijkt dat we het eten en drinken niet hoeven af te rekenen. Het oudere echtpaar heeft dit al voor ons gedaan. We moeten er eigenlijk een beetje om lachen want ze hebben onze namen opgeschreven onder het mom “we will pray for you”. Uiteindelijk is het dus geworden “we will pay for you”. Het is hoe dan ook een heel erg vriendelijk gebaar. Maar laat ik terugkeren naar vandaag. Momenteel zijn we in Sydney, Australië, maar de dag had wat ons betreft wel wat soepeler mogen verlopen. Tegen zessen vanochtend zijn we opgestaan om onze vlucht van 10 uur te halen. Tot onze grote verbazing was deze een uur vervroegd en moesten we nog haasten om op tijd te zijn. We hebben weliswaar nog een drie kwartier om onze vlucht te halen, het vliegveld van Kuala Lumpur is zo groot dat je deze tijdook wel nodig hebt. Eenmaal aan boord worden we geconfronteerd met het schrikbeeld van menige luchtreiziger: een baby die 7 uur en 9 minuten huilt op een vlucht van 7 uur en 10 minuten. Wat een drama. Er lijkt geen einde aan te komen en van slapen komt dus weinig. Na de landing wil het ook allemaal niet zo vlotten. Het lijkt eeuwig te duren voordat we van boord mogen, de assistentie is meer bezig met ouwehoeren dan dat we een meter vooruit komen en tot overmaat van ramp komt mijn eigen rolstoel gehavend van de band. De luchthaven van Sydney is een chaos bij wat we tot nu toe hebben meegemaakt. De assistentie laat niet toe dat we even rustig de rolstoel nakijken, want de volgende “patiënt”staat alweer te wachten. Morgen dan maar, het ding rijdt in elk geval. Buiten wacht een volgende verassing: er wordt wel even een “taxi”geregeld voor het lieve sommetje van bijna 70 dollar. Daar trappen wij dus even niet in. We nemen wel een gewone metertaxi. Sommige van deze taxi’s hebben een speciaal rolstoelplatform en zodoende hoef ik mijn stoel niet uit. Het enige minpuntje is dat deze chauffeur ronduit onbeschoft is en Fem alle bagage zelf in laat laden. Meer dan het absoluut noodzakelijke is deze man niet van plan te doen. Het ritje is overigens wel een stuk goedkoper dan hetgeen ons in eerste instantie werd aangeboden t.w. 32 dollar. Ons hotel bevindt zich midden in Chinatown en lijkt een beetje op een kruising tussen een bunker en een jeugdherberg maar heeft wel een schitterende rolstoelbadkamer. Deze is van een dermate grootte dat Fem mij voor de lol een aantal rondjes rondrijdt. We krijgen er de slappe lach van maar het is wel goed geregeld. We hebben inmiddels weer heerlijk gegeten en bij de slijter wat lekkers gekocht voor op de kamer. We gaan zo te bed, morgen belooft weer een drukke dag te worden.
Zaterdag 19 juli 2008 En de dag werd nog drukker dan verwacht… Wij hebben altijd wat bijzonders. Uitgerekend dit weekend valt de World Youth Day 2008 samen met n.b. een bezoek van de paus. We verzinnen dit echt niet. Tachtig % van de straten is afgezet en Sydney ontvangt dit weekend een half miljoen mensen extra vanuit de hele wereld. Met een speciale rolstoeltaxi bereiken we via allerlei omwegen de Opera House. We kunnen hier bijna over de hoofden lopen maar de drukte heeft wel iets bijzonders. Onder een stralende zon (20 graden in de winter!) hebben we een wandeling gemaakt langs de Circular Quay, Harbour Bridge, de Passenger Terminal, de Opera House en door de Royal Botanical Gardens. Het is allemaal even indrukwekkend als spectaculair. We zijn echter m.n. onder de indruk van de Royal Botanical Gardens. Deze tuin (hoewel je van een tuin nauwelijks meer kan spreken) bevat meer dan 7500 planten- en bomensoorten, de meest schitterende vogels en honderden krijsende….vleermuizen! We gebruiken hier de lunch (we hebben de left-overs meegenomen van het Aziatische restaurant), drinken lekker koffie en thee en genieten van het prachtige uitzicht. Het is hier echt bijzonder indrukwekkend. Fem zegt terecht “ik zou hier wel kunnen wonen”. Wat mij betreft heeft ze gelijk. Het klimaat is bijzonder aangenaam, de bevolking behulpzaam en vriendelijk en aan de Quay vinden we schitterende terrassen met even schitterende uitzichten op de Harbour Bridge en de Opera House. Sydney heeft een onvergetelijke indruk achtergelaten. In de namiddag lopen we de 4 kilometer terug naar ons hotel door het bruisende winkel- en horecacentrum. Er is meer dan genoeg leven op straat en dat bevalt ons wel. Een goed gesprek met de paus zit er voor ons niet in. We hebben ook wel betere dingen te doen. Morgenochtend gaat weer vroeg de wekker. Na een aantal bijzonder drukke dagen zijn we weer toe aan een weekje rust. Zondag 20 juli 2008 “Je kunt geen dagen aan het leven toevoegen, maar wel leven aan de dagen”. Begin januari heb ik dit tot mijn motto gebombardeerd voor 2008. Maar op dit moment dien ik hierbij toch een kleine kanttekening te plaatsen: op het moment van schrijven leven we namelijk op 19 juli 2008. We hebben een dag “gepikt”. Momenteel bevinden we ons op Tahiti en i.v.m. het passeren van tijdszones is het hier 19 juli ’s avonds i.p.v. 20 juli. Toch een dag aan mijn leven toegevoegd dus. Vanochtend (voor de goede orde, het was nog 20 juli) zijn we half zes opgestaan om ons naar de luchthaven te laten brengen. De vlucht naar Tahiti had weliswaar vertraging, de vlucht zelf was korter dan verwacht en we hebben tijd ingelopen. Op de luchthaven van Tahiti is alles soepel verlopen, meer dan een paspoortcontrole was het niet. Men spreekt hier Frans en aangezien ik de taal goed versta en redelijk spreek, of liever gezegd sprak, werd ik bij het eerste “oui” dat ik gaf, overladen door een Franse spraakwaterval waar ik even geen antwoord op had. Om in het Nederlands te articuleren valt me al zwaar genoeg, laat staan in het Frans. Binnen een half uur zijn we in ons resort. Onze kamer is niet echt aangepast maar wel groot en heeft een redelijk geschikte badkamer. I.v.m. het tijdstip (het is nu half elf ’s avonds) gaan we maar naar bed. Bij daglicht gaan we ons wel oriënteren.
Zondag 20 juli 2008 Hé, het is alweer zondag! Zo’n week wil ik thuis ook wel: een weekend met 1 zaterdag en 2 zondagen. Maar alle gekheid op een stokje, aangezien de dag bewolkt begint besluiten we na het ontbijt de omgeving maar eens te verkennen. Tahiti is in vergelijking tot de Malediven een stuk levendiger en er bevinden zich buiten het resort allerlei winkeltjes, restaurantjes enz. enz.. Vanwege de zondag is bijna alles gesloten maar we doen alvast een aantal leuke ideeën op m.b.t. uit eten gaan en inkopen doen. De zon breekt langzaam door en we hebben een plaatsje gezocht op het gazon net boven het strand. De temperatuur is bijzonder aangenaam, het is hier niet te heet. De rest van de middag brengen we in luiheid door, af en toe een blik werpend op de kolossale golven. Een imponerende aanblik, dat moet gezegd. Het wordt tijd om ons op te gaan knappen.
Maandag 21 juli, dinsdag 22 juli en woensdag 23 juli 2008 De afgelopen dagen hadden we ieder wel apart kunnen omschrijven maar om nou bij herhaling te schrijven hoe heerlijk wij op het gazon zitten bij een aangename temperatuur van 30 graden met een verkoelende zeewind wordt ook zo´n cliché. We hebben het er aardig van genomen en komen langzaam weer tot rust na de hectische dagen van Kuala Lumpur en Sydney. Hoewel we het naar onze zin hebben valt er wel degelijk e.e.a. op te merken m.b.t. het “Le Meridien”. Ons is namelijk gebleken dat het resort de 5 sterren kwalificatie gewoon niet verdient. Ten eerste is er het feit dat onze kamer zich naast een serviceroom bevindt:vrijwel alles dat ook maar een beetje te maken heeft met het personeel van het resort, komt langs onze kamer en ons terras dus de privacy schiet er nog al eens bij in. Ten tweede hebben hier gisteren opnamen plaats gevonden (voor het Tahitiaanse Rad van Fortuin) en de voorbereidingen hiervoor alsmede de logistiek verliepen via dezelfde serviceroom. Op de koop toe werden de opnamen gestart om 9 uur ’s ochtends zodat wij letterlijkdoor discodreunen het bed uit werden getrild. Het isecht te belachelijk voor woorden. We hebben ons ontbijt moeten gebruiken terwijl er non-stop zangers, zangeressen, danseressen en allerhande tv-lui met hoofdtelefoon ons terras passeren. Diegenen die het ontbijt hebben gebruikt in het restaurant zullen ook niet blij zijn geweest. Dit was echt te gek voor woorden, tenminste, dat dachten we. Het kan n.l. nog gekker: vanochtend ontdekte Fem dat een deel van haar badkleding gewoonweg is gejat van het terras, nadat we het daar te drogen hadden gehangen. We zijn er echt een beetje confuus van. Als om een uur of 10 ook nog eens een grasmaaier begint te brullen zijn we het eigenlijk een beetje zat. We hebben de diefstal gemeld bij de receptie en men is op zoek naar een passende oplossing. We zijn benieuwd. De k.t-herrie van het grasapparaat gaat vrijwel de hele dag door. We hebben de afgelopen dagen meer dan genoeg tijd gehad om het “Le Meridien” te vergelijken met het “Kurumba” op de Malediven en zijn tot de conclusie gekomen dat het “Kurumba” i.v.t. het resort waar we ons nu bevinden dik 2 sterren meer verdient. Persoonlijk denk ik dat het “Le Meridien” vele hoogtijdagen heeft gekend maar door de jaren heen is blijven steken en probeert te teren op de dagen van weleer. Dit is verreweg de duurste accommodatie die we hebben geboekt en we krijgen er bitter weinig voor terug. De prijzen zijn exorbitant hoog (ontbijtje 35 euro, internet bijna 10 euro per uur) en zodoende hebben wij ons heil gezocht in de supermarkt waar we ons eigen lekkere ontbijtje kunnen samenstellen (paté, Franse kaasjes, baguette en voor ’s middags een flesje wijn). Dineren doen we in de gezellige restaurantjes net buiten het resort en we hebben inmiddels genoten van heerlijke pizza’s en de Chinese keuken. Het “Le Meridien” komt op mij over als vergane glorie. Toegegeven: het zwembad en de tuin zijn prachtig, het gazon aan de zee uitnodigend, maar vooral het exterieur had jaren geleden al een vette facelift moeten ondergaan. Het zit hem vooral in kleine zaken als een lik verf, een pot lak, de bestrating repareren, de vuilnis weghalen en eens de boel goed schoonmaken want het terras was te vies om aan te pakken. En uiteraard een beetje rust creëren voor je gasten. Tenslotte willen we wel een dikke pluim uitdelen aan het restaurant “Le Carre”: Dit restaurant verdient o.b.v. de inrichting binnen, alsmede het aan het water gelegen terras, de bediening en het uitstekende eten, wel 5 sterren. N.b.: wij waren hier voor de eendenborst, lamsrack, coquilles, wijn en een kaasplank bijna hetzelfde bedrag kwijt als het ontbijt op de eerste dag! We staan op het punt om ons aan te gaan kleden en ons te melden bij de receptie. Nogmaals: we zijn benieuwd.
Donderdag 24 juli 2008 Vanmorgen hebben wij eindelijk een gesprek gehad met Tatiana, de chef van de Frontoffice. Natuurlijk zijn er de gebruikelijke excuses maar wat ons betreft mag er best wat tegenover staan. We krijgen in ieder geval onze huidige kamer tot aan het einde van ons verblijf, zonder kosten, aangeboden. Een andere kamer vinden we zelf geen optie en op de koop toe zijn er geen “speciale” kamers meer aanwezig. We eisen overigens wel een schriftelijke verklaring m.b.t. de diefstal om het e.e.a. evt. thuis te kunnen verhalen. We moeten het incident maar snel vergeten. Vandaag is een bloedhete dag. Alleen rond het middaguur steekt er een briesje op, maar eigenlijk kan het windje onze verhitte lichamen niet verkoelen. Het zweet breekt ons uit en zelfs ik zit aan een flesje water. Dat wil wel wat zeggen… In de loop van de avond begeven we ons weer richting “Le Cigalon”, een Italiaans restaurantje wat inmiddels onze vaste plek is geworden. We genieten van ons laatste avondmaal. Morgen is alweer de laatste dag. Vrijdag 25 juli 2008 We hebben het kaasplankje en het stokbrood van gisteravond in laten pakken en we gebruiken het vandaag als luxe ontbijt. Kliekjes dus, maar dan wel heel luxe. Eigenlijk wilden we de “ellende” van de afgelopen dagen vergeten maar ook vandaag is het weer bal: de elektronische sleutel van de kamer werkte niet en na het middaguur kunnen we onze kamer dus gewoon niet in. Bovendien blijkt de eindafrekening nogal wat vage posten te bevatten waarvan men zelf niet weet waar deze uit voort komen. We laten het er maar bij. We hebben een heerlijke week gehad en laten ons plezier niet nogmaals vergallen. Valt er verder nog wat te zeggen over Tahiti? Wel zeker: Het klimaat is heerlijk, de mensen vriendelijk (ze eten hun bordje wel goed leeg hier), je wordt er vrolijk van het aangename gefluit van de beo’s, vinkachtigen en mini-duifjes en we worden haast bang van de insecten die hier vliegen. Sommigen zijn bijna zo groot als een helikopter en hebben benen die langer zijn dan die van Fem. We moeten er niet aan denken hierdoor gestoken te worden. Tahiti is een heerlijke bestemming maar we hebben blijkbaar pech gehad met de accommodatie. Volgende keer beter.
Zaterdag 26 juli 2008 Ik heb wel eens betere tijden gekend in het vliegtuig: tijdens het boarden van onze vlucht naar Los Angeles krijg ik last van mijn darmen en als je dan 8 uur moet blijven zitten…het is geen pretje. Op de koop toe kan ik de slaap niet vatten en kom derhalve bijna gebroken aan in L.A. om 9 uur ’s ochtends. De transfer laat even op zich wachten maar uiteindelijk arriveren we in het Radisson Airport Hotel. We besluiten geen tijd te verliezen, kleden ons snel om en voor we het weten zitten we in een taxi naar Venice Beach (overigens nadat de bellboy Dwayne ons eerst listig in een Escalade probeert te krijgenà 35 dollar). Venice Beach: vier jaar geleden waren wij hier ook al en we worden op precies hetzelfde punt afgezet. Er is weinig veranderd. Nog steeds is het een bonte mengelmoes van kunstverkopers, handlezers, straatartiesten en hippies die je van alles proberen aan te smeren. We lunchen eveneens op hetzelfde terras waarbij we een uitstekend uitzicht hebben op de bonte stoet die aan ons voorbij trekt. Onder de brandende zon maken we nog een lange wandeling en kijken onze ogen uit. Om een uur of vijf is het plots helemaal over met mij. Ik val in slaap op het terras. Het is voor vandaag voorlopig mooi geweest en eenmaal terug in het hotel hoef ik het bed maar te raken en ik ben weg. Om 8 uur ’s avonds word ik wakker en nadat Fem ook uit haar slaapje is ontwaakt besluiten we nog wat te eten in het hotel (we hebben overigens een perfecte rolstoelkamer). Morgen begint de laatste etappe van onze reis. Persoonlijk hoop ik dat ik me dan wat beter voel.
Zondag 27 juli 2008 Van twee koppen thee word ik niet blij. Achter Fem bevindt zich een ontbijtbuffet en ik zit er verlekkerd naar te kijken. Maar bij kijken blijft het. Gezien mijn darmprobleem van gister durf ik het met de volgende vluchten niet aan om nu uitgebreid te ontbijten. Tegen deze dag heb ik het meest opgezien: eerst vliegen we naar Houston (3 uur), waarna we binnen 1 uur onze aansluitende vlucht moeten halen naar Zuid-Amerika (10 uur). Achteraf gezien is mijn vrees ongegrond geweest. De 3 uur naar Houston was sowieso "appeltje eitje", en de daarop volgende 10 uur hebben we beiden voor een groot deel geslapen. We voelen ons dus relatief fit op het moment dat we ons hotel bereiken. Het is nu maandag 28 juli, 10 uur ´s ochtends. Maandag 28 juli 2008 We zijn in Buenos Aires, Argentinië! De stad van de tango, parilla´s (grillrestaurants) en dwaze moeders. Het lijkt een beetje de rode draad te worden van onze vakantie want wederom is er geen kamer met rolstoelvoorzieningen beschikbaar voor ons. Eerlijk gezegd zal het me worst wezen, aangezien we al zover gekomen zijn. Ik moet echter wel benadrukken dat ik het achteraf gezien zonde vind van de tijd die ik er heb ingestoken de afgelopen maanden. Maargoed, we zullen ons wel redden, we zijn inmiddels aardig creatief (maar het kan een beetje gaan ruiken na een week niet douchen…). Zoals gebruikelijk gaan we direct op pad om de omgeving te verkennen. De locatie van het Ibis hotel is overigens wel uniek: midden in de drukte van het Plaza Congreso. De eerste indrukken vallen een beetje tegen. Wellicht is het te vroeg om conclusies te trekken, maar op het eerste oog vinden we het maar een vies zooitje. De gebouwen aan en rondom het plein ogen in feite schitterend maar zijn totaal ten prooi gevallen aan de uitlaatgassen van het verkeer. Het kan ook niet bepaald gezond zijn om hier te leven. Onze eerste wandeling heeft wel duidelijk gemaakt dat het leven hier alles behalve duur is. Je kunt eten en drinken voor werkelijk een prikkie, kleding en schoenen zijn echt heel erg goedkoop en een goede fles wijn kost hier een fractie van de Nederlandse prijzen. We twijfelen op dit moment echter of we niet te lang hebben ingepland, de tijd zal het uitwijzen. Na een middagdutje zijn we weer een beetje opgeknapt maar we besluiten het niet te laat te maken vanavond dus we eten in de buurt een laat avondmaal (een salade, voor beiden supertortelini´s, een halve liter bier, een halve liter wijn en brood voor in totaal 14 euro inclusief tip… ). Daarna gaan we naar bed. Dinsdag 29 juli 2008 We maken vandaag een vroege start. Fem heeft de wekker gezet en na het ontbijt wandelen we over de Avenida de Mayo richting het Plaza de Mayo. Ik moet bekennen dat de wandeling indruk maakt. De geschiedenis druipt werkelijk van de gebouwen af, overweldigt ons bijna. Fem vergaapt zich aan de prachtige architectuur van de gebouwen, veelal in jugendstil. In dit gedeelte van de stad wordt e.e.a. ook iets beter onderhouden. We kuieren langs historische gebouwen en door drukke winkelstraten. We gebruiken de lunch in een typisch Argentijns volksrestaurant: Op iedere vierkante meter een tafel, schel licht, lopende bandwerk en een drukte van belang. Maar het moet gezegd, het eten is weer heerlijk. Het valt ons trouwens op dat er veel Italiaanse eetgelegenheden zijn. Na de lunch houden we het wandelen even voor gezien. Economisch gezien is hier nogal wat aan de hand. Een hoop zwervers, bedelende kindjes in restaurants, grafiti en aanplakbiljetten voor een minimumloon van 1500 pesos (300 euro!), een demonstratie voor werkverschaffing etc.. We hebben genoeg gezien in anderhalve dag. De romantiek van Buenos Aires heb ik tot nu toe nog niet gezien. Thuis heb ik meerdere keren verhalen moeten aanhoren over muziek op straat, de tango op iedere hoek en verliefde koppels op zonovergoten pleintjes. Tot op heden hebben we het moeten doen met scheurende auto’s, blaffende honden en notenverkopers. Wordt vervolgd….
Woensdag 30 juli 2008 Na een avond sushi hebben we het ons vanochtend gemakkelijk gemaakt. We hebben de wekker niet gezet, uitgebreid gepoedeld en tegen het middaguur gaan we pas op weg. We besluiten om een paar empanada´s te gaan eten als zijnde brunch maar vrijwel direct lopen we wederom tegen een betoging aan. Het moet gezegd, onder begeleiding van het nodige vuurwerk komt e.e.a. toch een beetje angstaanjagend over. Gelukkig kunnen we net voor de menigte ons restaurantje binnen lopen. Op onze agenda staat vandaag een bezoek aan de wijk Recoletta. Deze wijk staat bekend om zijn Franse invloeden en het indrukwekkende kerkhof. Wanneer we de wijk binnen lopen blijken de straten inderdaad schoon, de gebouwen beter onderhouden en de winkels zijn aanmerkelijk chicer. Het eerder genoemde kerkhof is in zijn geheel een bizarre verschijning: Op een lichte helling staan straatsgewijs gigantische tombes en mausolea van marmer, veelal met doorzichtige deuren waardoor je de lijkkisten gestapeld kunt zien liggen. Wanneer je hier wordt bijgezet is het voor een periode van vijf jaar waarna het graf zelf wordt geruimd en een plaquette met de naam van de overledene aanwezig blijft. De vele straten en steegjes laten een onwerkelijke indruk achter. We vervolgen onze tocht oostwaards door de Franse wijk en kunnen de meest schitterende gebouwen aanschouwen waarvan een groot deel ambassades betreft. Na een wandeling van bijna 4 uur is het wel weer mooi geweest. Zoals de afgelopen dagen vervoegen we ons bij een café op het plein, genaamd Napoles, om wat te drinken en ons dagboek bij te werken. Aangezien we tot op heden nog niet in een authentiek grillrestaurant hebben gegeten hebben we het idee opgevat om ons naar een van de beste “Parilla’s” te laten brengen. Bij aankomst in de oude havenwijk blijkt het bewuste restaurant nog gesloten en kiezen we voor een ander. Dat blijkt geen slechte keus. We hebben ruim 3 uur zitten tafelen en genoten van overheerlijk vlees en een geweldige fles Chardonnay in een zeer charmante binnentuin. Voor het geld hoef je het niet te laten: inclusief 2 taxiritten heeft het ons vijftig euro gekost. We kunnen er nog steeds niet over uit hoe goedkoop het leven hier is. Aangezien ik mijn “babybeaf”van 5 en een half ons niet op kan en er nog meer dan genoeg patat over is laten we een doggiebag maken en bij het hotel geven we dit aan een van de vele daklozen. Haar blik van waardering zegt genoeg… Donderdag 31 juli 2008 Na het ontbijtje in het hotel begeven we ons richting de havens. Er is hier een gemoderniseerde omgeving ontstaan daar men de ruim honderd jaar oude pakhuizen heeft opgeknapt en er diverse horecaondernemingen in heeft ondergebracht. De promenade is echter om de 5 meter voorzien van kinderhoofdjes en ik hobbel alle kanten uit. Overigens ziet het geheel er bij 13 graden en een bewolkte hemel er een beetje troosteloos uit. In de buurt gebruiken we de lunch maar wederom kunnen we het gewoon niet op en laten we het maar weer inpakken. Het valt ons op dat er tijdens de lunch veel zaken wordt gedaan en telkens weer zitten we met verbazing te kijken naar wat de mensen hier naar binnen werken. Toch zien we relatief weinig dikke mensen. Voor het eerst bekruipt me het gevoel wel lang genoeg vakantie te hebben gehad. Buenos Aires heeft te weinig aantrekkingskracht en magie om er een hele week door te brengen. Op de Plaza de Mayo zijn we getuige van de wekelijkse mars van de dwaze moeders. Velen herdenken op deze manier de slachtoffers en vermisten van het dictatoriale Argentinië van de jaren ’70. Heel indrukwekkend… Het wandelen voor vandaag zit er weer op en momenteel zitten we weer in Napoles. Vanavond gaan we dineren tijdens een tangovoorstelling. We zijn benieuwd!
Vrijdag 1 augustus 2008 We hebben gisterenavond kunnen genieten van een authentiek stukje Argentinië. Eerder deze week hadden we ons oog laten vallen op een trendy restaurant om aldaar van een tangoavond te genieten maar op een van onze wandelingen hebben we een veel leukere locatie ontdekt. In deze honderdentien jaar oude biljartzaal annex restaurant annex tangodansschool krijgen we tijdens het diner een heuse show voorgeschoteld: onder de bezielende leiding van een uitstekende zangeres komt aan ons een mix voorbij van zang, dans, gitaar- en bandoneonmuziek. Het is opwindend om te zien hoe 2 dansparen de meest mooie en ongelooflijk moeilijke tango- en andere folkloristische danssoorten uitvoeren. Tegen het einde van de avond wordt Fem natuurlijk weer als eerste de vloer opgesleurd om het te proberen. Applaus volgt. Men is ook onderweg naar mij maar niet iedereen is op de hoogte van mijn mobiliteit. De zangeres weet echter subtiel de poging te voorkomen. We hadden deze avond voor geen goud willen missen. Vandaag is een vreemde dag geweest. We hebben gedurende de middag getracht de tickets om te boeken. We zijn eigenlijk wel uitgekeken op Buenos Aires en indien mogelijk willen we eerder naar huis. Via een reisbureau “drie hoog achter” lukt het niet en we worden doorverwezen naar het hoofdkantoor van de KLM. Bij aankomst wordt een foto van ons gemaakt, de paspoorten ingescand en we moeten een speciaal pasje dragen. Poeh poeh…dat allemaal voor een ticket? Helaas lukt het hier ook niet om de vluchten te vervroegen. Het probleem zit hem in het feit dat alle vluchten vol zitten en ons wereldticket schijnbaar lastig om te boeken is. We moeten er maar het beste van maken deze laatste paar dagen. Nu het einde van de reis nadert merk ik dat ik moeite heb met herstellen na een vermoeiende dag. Een nachtje slaap voldoet niet meer en ik lijk iedere dag sneller moe te worden. Het is ook niet zo gek, we zijn al 4 weken onderweg. Ook Fem d’r lijf geeft duidelijk aan dat het wel een beetje klaar is met al dat rolstoelgeduw en gesjor. Echter als zij goed slaapt en een hete douche op d’r spieren zet, dan gaat het wel weer een daggie. We eten vandaag vroeg en gaan ook vroeg naar bed.
Zondag 3 augustus 2008 Uitgerekend op onze laatste dag van de vakantie lijkt Buenos Aires nog even de spot met ons te willen drijven: voor het eerst is het deze week stralend weer en wanneer we in het zonnetje lopen is het heerlijk, hoewel het aan de frisse kant blijft. Zondag in Buenos Aires lijkt wel een autoloze zondag. Het is een wereld van verschil met de doordeweekse dagen. Wederom brengen we een bezoek aan de wijk San Telmo, deze keer overdag. Er is hier wekelijks een vlooienmarkt en het moet gezegd: het is een echte. Waar we ook kijken, werkelijk overal staan kraampjes, voornamelijk met tweedehands spullen en antiek. En of de duvel ermee speeltop iedere hoek van de straat horen we muziek en we zien mensen de tango-dansen. Het blijft alleen jammer dat het maar 1 keer in de week is (en dat de bestrating hier overal bestaat uit die kleine k.t-kinderhoofdjes). De afgelopen dagen hebben we pas kunnen zien hoe leuk Buenos Aires kan zijn. Hoewel de weekenden dus best bruisend lijken te zijn beantwoordt Buenos Aires m.i. niet helemaal aan de verwachtingen. Wellicht is het hier anders als het zomer is. Vanavond eten we in de nabijheid van het hotel want het gehobbel ben ik nu wel meer dan zat. Op dit moment genieten Fem en ik van een bel wijn terwijl we ons afvragen “waar is de goudvis gebleven?”. We zijn overigens blij dat Argentinië een echt wijnland is en er overal betaalbaar heerlijke wijnen te krijgen zijn. Om met een komische noot af te sluiten: iedere middag ligt er een kaartje op ons bed met de tekst “laten we samen werken aan het milieu” (het betreft hier het wassen van de lakens). Erg grappig, voor een stad waar je door de uitlaatgassen zonder sonar nauwelijks de weg kunt vinden. Maandag 4 augustus 2008 Het wekkertje gaat vroeg vanochtend. We vliegen pas om 12 uur via Madrid terug naar Nederland maar i.v.m. het verkrijgen van goede plaatsen melden we ons echter vroeg. Eenmaal aan boord blijkt dat Air Europa niet echt een aanwinst is voor het Skyteam van de KLM: tijdens de bijna 12 uur durende vlucht krijgen we een pasta voorgeschoteld die rechtstreeks lijkt te komen van de gipsafdeling van het AMC, enkele uren later krijgen we een broodje waar je letterlijk iemand mee kan doodgooien, en vlak voor aankomst in Madrid worden we nogmaals getrakteerd op nog 2 bakstenen met ham en kaas. We hebben eveneens weer te maken met 2 huilbaby’s en zo langzamerhand worden we er echt helemaal niet goed van. Na de lange vlucht worden we nogmaals geconfronteerd met een verrassing: het toestel bevindt zich niet aan een slurf en er is geen lift voorhanden. Ik word met een vliegtuigrolstoel door 3 man de trap afgedragen en vooral mijn nek vindt dat geen leuk idee. Vervolgens worden we een dik uur van hot naar her gereden en het lijkt wel of hier louter verstandelijk gehandicapten zijn. Overal staat duidelijk aangegeven waar we heen moeten, maar het drietal assistenten blijft keer op keer steken in oeverloos gelul. We worden er dood- en doodmoe van. Het is net of we op pad zijn met drie blinde blindengeleidehonden. En voor de goede orde: eigenlijk is het een schande dat men op een internationale luchthaven geen woord Engels spreekt. Na een uur vinden we het wel welletjes. We geven aan dat we ons eigen weg wel weten te vinden en even blijft men volharden in “uno momento, uno momento”. Maar we zijn de “momentos” wel zat nu en trekken ons lekker terug op een terrasje. Nog een vlucht te gaan, de kortste van deze vakantie...
hennievanwijk@chello.nl
WWW.HENNIENAARCHINA.NL
Nieuws
Werk in uitvoering...
Gisteren heb ik een hoop mensen over de vloer gehad. Maanden geleden al hebben wij allerlei formulieren ingevuld m.b.t. woningaanpassing en het leek wel of de uitvoerders heimelijk hadden afgesproken om gelijktijdig aan de slag te gaan. Inmiddels heb ik een oprit in mijn tuin, een afrit van mijn keuken naar mijn huiskamer en eindelijk een invalidenparkeerplaats voor de deur. Deze parkeerplek had overigens nogal wat voeten in de aarde: het is tot gisteren een parkeerplaats met een parkeermeter geweest vanwege de lokale detailhandel. Nu is het normaal zo dat je hier in de straat een kanon kan afschieten zonder iemand te raken maar als er een parkeermeter wordt verplaatst loopt het hele dorp uit. Niemand wil het !@#$%^&@ding voor de deur hebben en er is al gedreigd het kreng om te zagen (we hebben een heetgebakerde buurman). Inmiddels heeft het apparaat in goed overleg een plaats gekregen. Al met al zal ik blij zijn als alle werkzaamheden achter de rug zijn. Op het moment van schrijven zijn er weer twee personen bezig (één binnen en één buiten) en ik raak al aardig geirriteerd over het feit dat men maar aan komt waaien wanneer het uitkomt. Gisteren was men om 19.00 nog bezig en vanochtend om 9.00 ging de telefoon al weer voor de eerste keer met het verzoek om aan de slag te kunnen. Deze week hebben we dus al minimaal 4 dagen vreemde mensen over de vloer en ik heb het vermoeden dat ons nog wel ergens een verrassing te wachten staat. Het lijkt tegenwoordig ook wel of niemand meer zelfstandig zijn taken uit kan voeren. Ik moet echt overal bij blijven. Het klinkt heel bizar maar mijn verblijf in China was minder vermoeiend. Momenteel zou ik het liefst een reistas inpakken en gewoon een aantal weken verdwijnen. Een lichtelijk geirriteerde Hen
2009...
2008…Er is alweer een jaar voorbij. Ons motto voor dit jaar was om er nog meer uit te halen dan het vorig jaar en na een stroeve start is dat uitermate goed gelukt.
Februari bracht mij een zware verkoudheid en/of een botoxvergiftiging en we hebben een tijdlang serieus het idee gehad dat dit wel eens een definitieve achteruitgang kon betekenen. Gelukkig ben ik langzamerhand stukje bij beetje opgeknapt en is het kwalitatief gezien naar omstandigheden toch nog een goed jaar geworden.
In mei heb ik een lang gekoesterde droom zien uitkomen: samen met Fem en mijn ouders hebben we een week lang in New York kunnen vertoeven alwaar wij onder de indruk zijn geraakt van deze bruisende stad. Ik overdrijf niet wanneer ik zeg dat mij gedurende deze week het gevoel bekroop dat ik een filmster was.
In de zomer zijn we in een maand tijd voor de 2e keer de wereld rondgereisd en hebben bijzondere plaatsen als Dubai, de Malediven, Kuala Lumpur, Sydney en Buenos Aires mogen bezoeken. Het verlanglijstje wordt korter maar we zullen de komende weken gaan brainstormen hoe we in 2009 de lat net zo hoog kunnen leggen.
Het najaar heeft ons geleerd dat verassingen zomaar uit de lucht kunnen komen vallen: ik heb het natuurlijk over mijn behandeling met stamcellen in Keulen waarvan we het komende halfjaar maar moeten afwachten wat de resultaten zullen zijn. Hoop is er in ieder geval in overvloed.
Wij wensen langs deze weg iedereen gezellige feestdagen en een voorspoedig en vooral gezond 2009. En sta eens stil bij het feit dat lang niet alles vanzelfsprekend is…
Geniet…en doe dat vooral niet met mate!
Hen en Fem
Een memorabel avondje film...
Ik waande mij even in een uitzending van Bananasplit. Ik had namelijk echt het idee dat ik vreselijk in de maling werd genomen. Sta mij toe om het even uit te leggen.
Ik ben een groot liefhebber van films en ik mag dan ook graag een bezoek brengen aan de bioscoop. Tot voor kort bracht ik met regelmaat een bezoek aan het Cinema Palace in de Grote Houtstraat. Het monumentale pand bleek echter niet rendabel en krijgt een andere bestemming. Naast de Cinema Palace hebben wij ook nog de Brinkman Biosocoop maar dat is eigenlijk een verzameling aan hondenhokken met een scherm erin. Ik en mijn bioscoopmaatje waren dan ook zeer verheugd met het plan van de gemeente om in de nabij gelegen nieuwbouw een bioscoop te willen realiseren.
Gisteravond was voor ons de vuurdoop. Ik en mijn maatje hebben er dagen lang naar toe geleefd, het zekere voor het onzekere genomen en gebeld, gemaild en de website bezocht van Pathé i.v.m. rolstoeltoegankelijkheid. Achteraf kan ik zeggen dat het allemaal is misgelopen maar we hebben wel heel hard moeten lachen. We hadden ons oog laten vallen op de film Blitz, aanvang 19.20 uur in zaal 4. In verband met mijn rolstoel zaten we op de eerste rij, er helemaal klaar voor met een biertje erbij. We zeiden nog tegen elkaar: “dit is weer eens leuk hé, het is al bijna weer een jaar geleden dat we dit hebben gedaan”. Het publiek stroomde langzaam binnen en eigenlijk vonden we allebei dat de zaal nogal gevuld was met veel oudere mensen. “Typisch zeg, zoveel bejaarden. Zeker voor zo’n gewelddadige film”. Op dat moment hebben wij nog niks in de gaten. We genieten van de trailers en het mooie beeld en geluid. Plots verschijnt in het scherm de mededeling“ U kunt nu uw 3D bril opzetten” . Wij kijken elkaar verbaasd aan, werpen tegelijkertijd een blik over onze schouders en zien de gehele zaal met een brilletje op zitten. Maar deze film was toch helemaal niet in 3D? Mijn maatje rent direct de zaal uit om 2 brillen te scoren. Inmiddels is de hoofdfilm begonnen maar het blijkt niet Blitz maar een klassieke dansfilm te zijn. Ik denk op dat moment nog steeds echt dat iemand mij in de mailing aan het nemen is. Maar niets blijkt minder waar. Mijn maatje komt terug met de mededeling dat de door ons gekozen film helemaal niet draait in zaal 4 om 19.20 uur terwijl dat wel op ons kaartje staat vermeld. We schieten allebei vreselijk in de lach en hebben de manager er maar bij gehaald. Deze vertelde tot onze verbazing dat de films en de aanvangstijden op de website en op de borden in de bioscoop niet kloppen. Kennelijk kunnen er echter wel kaartjes worden verkocht voor niet bestaande voorstellingen, via internet en aan de kassa!. Uiteindelijk hebben wij het geld voor onze consumpties en de kaartjes terug gekregen en vrijkaarten gehad voor een 3D film naar keuze. Ons bioscoopbezoek na een periode van een jaar heeft exact 20 minuten geduurd. We hebben er hard lachend buiten op het terras nog maar een biertje op gedronken.
Gevolgen...
Ik heb lang getwijfeld of ik dit zou moeten opschrijven. Ik heb echter vanaf het begin beloofd alles te documenteren, d.w.z. zowel goede ontwikkelingen alsmede minder goede…
Ik zal maar met de deur in huis vallen: ik trek het niet zo goed meer. Meer en meer bekruipt me het gevoel dat mijn relatie met mijn echtgenote het zwaarder en zwaarder te verduren heeft als gevolg van de ALS. Verzorging dreigt belangrijker te worden dan de relatie. Stukje bij beetje verteert het me…en ook Femke wordt er uiteraard niet gelukkiger op.
Ik voel me vaak een acteur in mijn eigen toneelstuk: thuis ben ik niet altijd even gelukkig maar in het bijzijn van anderen voelt het alsof ik vrolijk en blij moet zijn, alsof leuke dingen doen de pijn verzacht. Niet dus. Het is als het ware een schijnvertoning geworden en ik kan er met bijna niemand over praten omdat niemand iets vermoedt. Het voelt bijna niet uit te leggen welk effect de ziekte en de benodigde zorg- en regeltaken op een normale man/vrouw relatie hebben.
Ik heb alles wat mijn hartje begeert, een mooi huis, lieve vrienden, etc. Maar ik zou het allemaal opgeven als ik daarmee het effect van de ziekte op mijn relatie kon opheffen.
Het gevecht tegen dit effect gaan Femke en ik samen wel aan, maar het is geen gemakkelijke opgave. We praten de laatste dagen dan ook wat af.
Wordt vervolgd…
Eindelijk weer zwemles...
Afgelopen vrijdag was het weer eens zo ver: na bijna 3 weken was het zwembad weer eens beschikbaar na reparatie van de motor welke de bodem op en neer kan bewegen. En geloof het of niet: e.e.a. was te wijten aan roestvorming omdat op de ventilatie van het systeem was bezuinigd! Het moet toch niet gekker worden...
En ook na de therapie was deze voortdurende slapstick nog niet ten einde: vanwege het terugbezuinigen van het aantal uren van 1 van mijn therapeuten kunnen wij in het vervolg niet meer vroeg in de ochtenduren gebruik maken van het zwembad. Vooralsnog geen heet hangijzer maar voor Femke en diegenen die mij bijstaan in b.v. het vervoer wordt het weer allemaal een stuk lastiger. We moeten maar weer afwachten hoe de zaken zich gaan ontwikkelen. Ik kan het woord "bezuiniging" inmiddels bijna niet meer horen.
Overigens heb ik wel geweten dat mijn hydrotherapie wederom een aanvang heeft genomen. Denkende dat ik wel kon doorgaan waar ik een aantal weken geleden was gebleven ben ik er vervolgens vol in gevlogen en heb ik mijn kaart eigenlijk een beetje overspeeld. Momenteel gaat het weer een stuk beter maar wat was ik moe vrijdag. Maandag maar weer iets meer doseren...als het zwembad heel is ten minste...
Tot zover,
Hen
Samenvatting van de afgelopen weken, deel 1...
Ik ben net terug van een weekje Marokko. Specifieker nog: ik ben in Agadir geweest. Laat ik gelijk duidelijk zijn, aan Agadir is helemaal niets Marokkaans behalve de naam van het plaatsje en de mensen die er wonen en werken. Agadir is een dertien kilometer lange boulevard met werkelijk niets eraan en als je me zou vertellen dat ik in een Spaanse badplaats zou zijn, had ik het ook geloofd. Voor de rest is het een bouwput. Maar goed, ik was er voor het mooie weer, lekker eten, uitrusten etc. Kortom het was een weekje bakken en braden.
Gezien de ontstane situatie rondom Fem en mijzelf was het voor mijn gevoel een “vreemde” week. We hebben ons eigen ding gedaan. Eigenlijk is er weinig gesproken over de problematiek. Dat hadden we vooraf al gedaan. We zijn het eens geworden dat we tijd nodig hebben, wellicht zelf professionele hulp moeten zoeken. Het zijn pittige gesprekken geweest…overigens bedankt voor alle lieve, hartelijke en begripvolle reacties.
Natuurlijk ging er weer van alles mis tijdens deze reis: één dag vooraf aan de reis geen tickets, vertraging bij de tussenlanding vanwege twee “vermiste” passagiers (dus alle bagage het vliegtuig uit}, het rolstoelvervoer was weer eens niet geregeld en het hotel had geen boeking dus we moesten eigenlijk naar een ander hotel…ja, makker, ik dacht het dus even niet. Vanaf het moment dat de receptionist ons na een discussie blijft negeren besluiten we om niet meer te verplaatsen en wachten we net zo lang tot het geregeld is. Gelukkig had Fem het boekingsformulier ook meegenomen. Tja, we hebben na al die jaren reiservaring veel geleerd…
Het hotel is overigens immens groot, heeft drie zwembaden en we verblijven op basis van all-inclusive. De kamer lijkt in orde met een hoog bed, beugels in de badkamer en de ruime opzet. Één nadeel: er is een bad aanwezig en geen douche. Een tuinstoel biedt uitkomst. Het ziet er lullig uit, zittend op een stoel in bad. Maar hé, het werkt wel!
Ik ben in deze week ook voor het eerst in mijn leven geconfronteerd met het balspel polo. Of liever gezegd: de yuppen die dit spel plegen te spelen. Nou had ik al niet een hoge pet op van het spel polo (je hebt nu eenmaal sporten en sporten) maar wat ik in de bewuste week heb mogen aanschouwen passeerde duidelijk de grenzen van ultieme decadentie.
Voor diegenen die het spel polo niet kennen: wellicht kent u het spel croquet. Bij dit spel dient men met een hamertje een balletje door een poortje te slaan. Polospelers doen dat ook, echter zittend op een paard met een wat grotere hamer. En in de pauze mogen de spelersvrouwen de losgeraakte polletjes terug leggen. Spannend! Nu hebben we in Haarlem de Polobar en we zijn dus wel wat gewend. Vooral op vrijdagmiddag zou je er niet dood gevonden willen worden tussen alle studenten, aspirant advocaten, makelaars enz.
Maar het kan blijkbaar toch nog erger. In het hotel in Agadir waar ik heb mogen verblijven was een compleet poloteam uit Frankrijk aanwezig, in gezelschap van echtgenotes en kinderen. En helaas, er was geen ontkomen aan. Het gezelschap moest gezien worden, was iedere ochtend, middag en avond vooral luid en aanwezig, in minder dan Dolce & Gabana vertoont men zich niet en zelfs de 3-jarige kleuters lopen met een handtas van Louis Vuitton. Ik heb nog nooit zoveel kapsones bij elkaar gezien. Nadat we de groep een aantal dagen hadden kunnen aanschouwen was mij echter wel duidelijk geworden dat je klasse niet kunt kopen. Ook niet bij Dolce & Gabana of wat voor trendy merk dan ook. De ene “dame” na de andere blèrt haar kroost bij elkaar alsof men zich op de vismarkt bevindt en de mannen, uiteraard collectief in poloshirt, zijn vooral goed in het zuipen, roken en vooral niet naar de vrouw en kinderen omkijken. Wat een blamage zeg…
Men deed mij altijd geloven dat polo een spel was voor de elite…niet dus. Waarschijnlijk hebben de paarden meer klasse. Ze maken in ieder geval minder lawaai…
Groetjes, Hen
Griep...
Ik heb de afgelopen week aan den lijve kunnen ondervinden hoeveel invloed mijn ziekte heeft wanneer de algehele lichamelijke conditie ook niet optimaal is. Ter verduidelijking: sinds eind december ben ik nogal grieperig en deze narigheid duurt mij veel te lang. Konstante benauwdheid, een stem die nu echt helemaal niets meer waard is, een keel geplaveid met slijm en zo nog wat andere bijverschijnselen. Onder "normale" omstandigheden ben ik binnen een aantal dagen van zo'n griepje af, momenteel heb ik echter geen flauw idee hoe lang dit nog gaat duren. Hopelijk ben ik er snel van af. Het is op zijn zachtst gezegd zeer vermoeiend.
Ik heb de nieuwjaarsreceptie bij "mijn" voetbalvereniging A.V.V. Sloterdijk bewust aan mij voorbij laten gaan. Mijn angst was dat het wederom nogal emotioneel zou worden en mijn angst is niet ongegrond geweest. Mijn moeder is wel aanwezig geweest en heeft het nauwelijks droog kunnen houden. Aangezien heftige emoties één van de symptomen is van mijn ziekte en ik derhalve tegenwoordig al kan janken om Bob de Bouwer heb ik even gepast. Ik kan deze emoties ook niet in de hand houden en dat is echt vreselijk. Het is nu eenmaal ook moeilijk om mensen onder ogen te komen, zeker als je die langere tijd niet gesproken. Blikken verraden nu eenmaal snel ongemak. Ik voel mij het meest op mijn gemak in een vertrouwde omgeving en momenteel is dat mijn eigen huis met in de nabijheid mijn beste vrienden en familie. Beschouw mijn afwezigheid ook a.u.b. niet als ondankbaarheid. Ik wil mijzelf gewoon niet te kwetsbaar opstellen. De A.V.V. Sloterdijk en speciaal diegenen met wie ik daar heb mogen vertoeven zijn nog iedere dag in mijn gedachten.
Beleef een goed jaar,
Hen
Geld, geld, geld...
Laat ik beginnen met U allen een geweldig kerstfeest te wensen en een knallend uiteinde. Geniet vooral en houdt het allemaal heel!
Het is een bewogen jaar geweest. Vorig jaar omstreeks deze tijd werd er met zeer veel moeite flink geld ingezameld voor mijn operatie in China. N.b. in een periode dat vele mensen het eveneens zeer goed konden gebruiken (tsunami). Er zijn momenten geweest dat ik mij daar wel eens schuldig over voelde, hoewel ook wij ons steentje hebben bijgedragen.
Inmiddels heeft dat schuldgevoel al lang plaats gemaakt voor een dosis woede en teleurstelling. Enerzijds moest ik de afgelopen week vernemen dat van de 210 miljoen die opgehaald is voor de tsunami er 139 miljoen is uitgegeven. Minpuntje daarbij is alleen dat men voor 35 miljoen maar "bonnetjes" heeft. Voor de overige slordige 104 miljoen moet dus nog verantwoording worden afgedragen. Leuk om te lezen als je in een landje leeft waar velen op één of andere manier worden gekort en menigeen maar moet zien te overleven. En ik weet er nog wel een paar, hoor: de JSF. Of het feit dat we als kleinste landje het meeste afdragen aan de EU. Smijten met miljoenen, soms met miljarden. Ik ga er niet op door. Voorbeelden zijn er te over.
Maar ben ik daarom zo boos? Ben ik een echte moraalridder geworden? Nee, hoor. Dat valt wel mee. Het komt echter rauw op je dak vallen wanneer je revalidatie-arts je alvast meldt dat je nog maar een beperkte periode het zwembad mag gebruiken. Waarschijnlijk nog 3 maanden en dan is het over en sluiten omdat alternatieven nauwelijks in de buurt voorhanden zijn. En dat terwijl 100% van de patienten duidelijk aangeeft baat te hebben bij de hydrotherapie.
Af en toe snap ik er werkelijk helemaal niets meer van.
Groetjes,
Hen
De dagen voor kerst...
De afgelopen week hebben we de kerstsfeer weer eens op kunnen snuiven. We hebben de kerstmarkt bezocht, de Grote Kerk voor het eerst bekeken (nee, ik ga mij niet bekeren) en het leeuwendeel van de kadootjes gekocht. Het heeft toch wel iets, zo'n winterseizoen. Morgen gaan we op pad voor een boom zodat we dit weekend aan de slag kunnen.
De kerstkaarten stromen inmiddels al weer binnen en ook dit jaar zijn er A.L.S. kaarten bij. Zelf vind ik dit heel leuk omdat de hele impact van het initiatief weer helemaal terug komt. Het heeft een diepe indruk op mij gemaakt. Toen en nu. We merken het ook direkt aan de te versturen post: de kerstzegels en de kaarten zijn niet aan te slepen. We realiseren ons eens te meer dat we van lang niet iedereen adressen hebben. Aan een alternatief wordt gewerkt.
Morgen wordt een drukke dag. Buiten de bomenjacht staat er hydrotherapie op de agenda. En 's middags naar het AMC voor onderzoek m.b.t. de medicijnstudie Natriumvalproaat. Maar dan is het weekend...geniet er allemaal van!!!
Groetjes,
Hen
Cells-4-health...
Ik schrijf een dagje later dan ik in de planning had. De afgelopen week heb ik een nogal grieperig gevoel gehad met als gevolg een vreselijke benauwdheid in vooral mijn neus. Het maakt het praten er niet beter op en ik moet nog harder mijn best doen om het volume een acceptabele hoogte te laten krijgen. Overigens ben ik wel gewoon door gegaan met therapieën, kerstinkopen etc. dus al met al waren het vermoeiende dagen. Ik ben echter al weer aan de beterende hand.
Sinterklaas hebben we klein gevierd dit jaar. Beetje gourmetten en via lootjes allemaal een kadootje. Wij doen er al jaren een ruilspel bij en mijn schoonmoeder wist nog bijna mijn gezichtscrème voor mannen buit te maken. Ik heb mijn rimpels gelukkig niet hoeven tonen om haar te overtuigen.
Afgelopen vrijdag hebben we lang telefonisch kontakt gehad met Cells-4-health, een bedrijf dat zich richt op behandelingen op basis van stamceltherapie (en niet primair bij A.L.S). Zij hebben inmiddels in België 3 patiënten behandeld en wij waren erg benieuwd wat het verschil nu was met China. Het komt globaal neer op de preparatie van eigen stamcelmaterie in Engeland waarna dit polyklinisch wordt ingebracht via het ruggemerg in een kliniek in België. Ook het ALS-Centrum heeft een uitgebreid verslag op de site gezet dus zonder te diep in de materie te duiken is duidelijk merkbaar dat er veel wordt nagedacht over deze beroerde ziekte (mocht ik het overigens niet helemaal korrekt hebben neergeschreven, mijn excuses) en dat biedt perspectief.
En last but not least: afgelopen vrijdag heb ik weer eens een test gehad. Weer dezelfde als een maar maanden geleden om een valpercentage te meten. Ik zeg het niet zonder trots: 3 punten meer dan de vorige keer (53 uit 56, vorige keer 50 uit 56)!
We bikkelen gewoon door...
Groetjes,
Hen
De draad weer opgepakt...
Na een week van pijn lijden heb ik afgelopen vrijdag weer een begin gemaakt met hydrotherapie. Ik heb het simpel gehouden: wat loopwerk in een diepte van 1 meter 30 en vooral veel rek- en strekoefeningen. Vandaag ging het al stukken beter en heb ik de buikspieroefeningen erbij opgepakt. Pijnlijk nog, dat wel maar achteraf gezien was ik zeer tevreden.
Wat mij evenzeer blij stemt is dat mijn loopvermogen nu weer iets beter is dan vorige week. De eerste paar dagen na de "klap" kwam ik nauwelijks vooruit en al snel kreeg ik het spookbeeld voor ogen dat er sprake was van een blijvende terugslag. Nu ik mijn romp weer een beetje kan bewegen merk ik dat ik al een grote dosis zekerheid heb terug gekregen tijdens het bewegen. Eveneens hebben een paar redelijke nachten slaap mij uitgerust uit het weekend doen komen hetgeen ook weer mijn spraak bevordert. Er blijft op deze manier ook telkens weer sprake van de spreekwoordelijke spiraal, hetzij naar boven bewegend, hetzij naar beneden. Voorlopig heb ik weer het gevoel dat de ergste consequenties van mijn val voorbij zijn.
Groetjes,
Hen
Drie maal toch scheepsrecht?
Zo langzamerhand vallen de stukjes van de puzzel op zijn plaats: kleine en grote benodigdheden worden besteld of aangeschaft. Afspraken met vloerbedrijven worden gemaakt. De kleur van de zonwering is uitgezocht. De paneeldeuren zijn opgehaald uit Brabant. Keukenbladen zijn inmiddels vervaardigd en de uitgebreide kennissenkring wordt langzaam maar zeker ingeschakeld.
Het zijn zomaar een aantal zaken die de nodige voorbereidingen hebben gevergd en inmiddels zijn we in een fase beland waar we spijkers met koppen slaan. Het geheel krijgt langzaam vorm, niet in de laatste plaats omdat onze derde aannemer ons heeft bezocht en zijn offerte zo goed als gereed heeft. Een opluchting kan ik U vertellen. Het heeft de nodige voeten in de aarde gehad. We zijn nog maar twee weken verwijderd van "het uur U" en we kunnen bijna niet meer wachten om een begin te make